De klokkenluider van de Notre Dame (Engels, origineel: The Hunchback of Notre Dame) is een Amerikaanse animatiefilm uit 1996 van Walt Disney Feature Animation, die op 21 juni 1996 uitkwam in de Amerikaanse bioscoop. Het is de 34e lange animatiefilm van Disney. De film is geregisseerd door Kirk Wise en Gary Trousdale, en geproduceerd door Don Hahn. De muzieknummers zijn gecomponeerd door Alan Menken en geschreven door Stephen Schwartz.

Het verhaal van de film is in hoofdlijnen gebaseerd op het gelijknamige boek uit 1831 van de Franse schrijver Victor Hugo, waarbij echter vooral de afloop is aangepast.

Verhaal

De film begint in het Parijs van 1482, op het marktplein naast de beroemde kathedraal, de Notre-Dame. De vroegere zigeunerleider Clopin Trouillefou werkt nu als poppenspeler. Hij vertelt aan een groep kinderen het levensverhaal van de klokkenluider die in de kathedraal woont en zich meestal niet aan de buitenwereld laat zien. Hierna is de rest van de film een raamvertelling.

Twintig jaar eerder worden enkele zigeuners bij hun illegale tocht door Parijs betrapt en achtervolgd door de rechter Claude Frollo en diens soldaten. De enige vrouw in het groepje vlucht naar de Notre-Dame, met haar baby gewikkeld in een bundeltje. Frollo, die denkt dat ze gestolen goederen bij zich heeft, weet haar het bundeltje even later af te pakken. De vrouw komt daarbij om het leven doordat ze met haar hoofd een fatale val tegen de stenen maakt. Even daarvoor heeft ze nog kans gezien op de kerkdeur van de Notre-Dame te bonzen, zodat de aartsbisschop is gewaarschuwd. De baby in het bundeltje blijkt zwaar misvormd te zijn, en uit walging wil Frollo het kind in een put verdrinken. De aartsbisschop overtuigt Frollo dat hij voor het misvormde kind moet zorgen, om zo zijn zonde voor het doden van de zigeunervrouw goed te maken. Frollo stemt met tegenzin in, op voorwaarde dat het kind in de Notre-Dame kan wonen. Het kind geeft hij vanwege diens misvormdheid de spottende naam Quasimodo ("half af").

Twintig jaar later woont Quasimodo nog steeds in de Notre-Dame, waar hij nu de vaste klokkenluider is. Frollo heeft hem nooit de waarheid verteld, waardoor Quasimodo denkt dat hij vanwege zijn afzichtelijkheid als baby door zijn moeder in de steek is gelaten. Frollo staat erop dat Quasimodo zich nooit buiten de kerk begeeft, daar de maatschappij Quasimodo enkel zou verstoten. Op aandringen van zijn enige vrienden, de drie waterspuwers, gaat Quasimodo op een dag toch naar beneden zodat hij op de markt het zottenfestival mee kan maken. Daar op die dag iedereen in een gek of lelijk kostuum rondloopt, valt het niemand op dat Quasimodo ook in werkelijkheid misvormd is.

Frollo roept de legerkapitein Phoebus terug naar Parijs, om als nieuwe aanvoerder te dienen voor zijn soldaten. Phoebus vergezelt Frollo naar het festival. Daar zijn hij, Frollo en Quasimodo getuige van een dans, opgevoerd door de mooie jonge zigeunerin Esmeralda. Alle drie de mannen worden op slag verliefd op haar. Quasimodo, die bij iedereen opvalt door zijn lelijkheid, wordt spontaan tot koning van het festival uitgeroepen. Dan blijkt dat hij helemaal geen masker draagt. Eerst juicht iedereen hem nog even toe, maar dan slaat de sfeer totaal om; de festiviteiten ontaarden in een ware marteling voor Quasimodo als hij op het rad wordt vastgebonden en publiekelijk met fruit bekogeld. Frollo weigert in te grijpen, zodat Quasimodo goed wordt gestraft voor zijn ongehoorzaamheid. Uiteindelijk is het Esmeralda die Quasimodo alsnog te hulp komt. Esmeralda weet met behulp van magie uit handen van Frollo's soldaten te blijven. Hierop laat Frollo een arrestatiebevel tegen haar uitvaardigen wegens hekserij.

Die avond volgt Esmeralda Quasimodo naar de kathedraal, en Phoebus volgt op zijn beurt Esmeralda. Phoebus redt Esmeralda even later van Frollo en diens soldaten, door te zeggen dat Esmeralda een beroep gedaan heeft op het asielrecht van de kerk. Frollo vertrekt weer, maar laat de kathedraal wel omsingelen door zijn soldaten zodat Esmeralda niet weg kan. Terwijl ze in de Notre-Dame opgesloten is, smeekt Esmeralda God om zich over haar volk te ontfermen. Met hulp van Quasimodo kan ze later toch ontsnappen. Voor ze teruggaat naar de andere zigeuners, geeft ze Quasimodo een sieraad.

Frollo wordt intussen geplaagd door zijn gevoelens voor Esmeralda en vreest dat deze lust hem fataal zal worden. Hij pleit zichzelf vrij door zijn lustgevoelens voor Esmeralda toe te schrijven aan haar vermeende duivelse krachten in de greep waarvan hij lijkt te zijn geraakt.Zie deze tekst uit Hellfire: It's not my fault / I'm not to blame / It is the gypsy girl, the witch who sent this flame [...] Daarop besluit Frollo dat Esmeralda alleen aan hem mag toebehoren, of anders zal moeten sterven om in de hel te branden. Hij vraagt de heilige maagd Maria om bescherming.

Wanneer Frollo hoort dat Esmeralda is ontsnapt uit de Notre-Dame, begint hij een genadeloze klopjacht door heel Parijs. Als Frollo een molen met daarin een heel gezin in brand steekt, besluit Phoebus om Frollo niet langer te gehoorzamen, waarop hij ter plekke wordt ontslagen en veroordeeld vanwege insubordinatie. Phoebus vlucht voor Frollo's soldaten, maar hij wordt in zijn schouder geschoten en voor dood achtergelaten in de Seine. Esmeralda, die zich in de buurt schuilhield, brengt de gewonde Phoebus naar de kathedraal, waar Quasimodo de gewonde weet te verbergen voor Frollo. Phoebus herstelt hierna. Als Quasimodo later de liefde tussen Phoebus en Esmeralda ziet opbloeien, beseft hij dat hij zelf door zijn uiterlijk bij Esmeralda totaal geen kans maakt.

Wanneer Frollo inziet dat Quasimodo Esmeralda heeft helpen ontsnappen, verzint hij een nieuwe list. Hij maakt Quasimodo wijs dat hij Esmeralda's schuilplaats al kent en een grootse aanval beraamd heeft. Het sieraad dat Esmeralda aan Quasimodo gaf blijkt een geheime wegwijzer te zijn naar de Hof der Wonderen, een ondergrondse begraafplaats waar Clopin en de overige zigeuners zich schuilhouden. Quasimodo en Phoebus gaan hierheen, onwetend dat ze heimelijk worden gevolgd door Frollo. Esmeralda is intussen ook weer bij Clopin en de andere zigeuners in de Grot der Wonderen. Even later wordt iedereen in deze schuilplaats, inclusief Quasimodo en Phoebus, door Frollo's mannen gevangengenomen. Esmeralda wordt nu veroordeeld tot de brandstapel nadat Frollo haar eerst een laatste kans heeft gegeven om met hem te trouwen, een aanbod dat ze hartgrondig afslaat.

Quasimodo is in de Notre-Dame vastgeketend, maar weet zichzelf te bevrijden. Hij redt de inmiddels bewusteloze Esmeralda van de vlammen en brengt haar naar binnen. Het lijkt eerst alsof Esmeralda dood is, maar even later komt ze toch bij. Frollo laat intussen zijn soldaten de Notre-Dame bestormen. Quasimodo en de waterspuwers weten de aanval goeddeels af te slaan, door een zee van gesmolten koper uit de toren te laten lopen. Intussen ontsnapt ook Phoebus en hij zet de bevolking van Parijs aan tot opstand. In de chaos die volgt dringt Frollo de kathedraal binnen, waarna hij probeert zowel Quasimodo als Esmeralda te doden. Hij vertelt Quasimodo nu de volle waarheid over diens moeder. In het gevecht dat volgt, komt Frollo om het leven doordat hij van de klokkentoren in de poel van gesmolten koper valt. Quasimodo valt ook, maar wordt nog net gered door Phoebus.

Buiten worden Quasimodo, Phoebus en Esmeralda warm onthaald door een grote menigte omstanders die het gebeurde hebben gezien. Quasimodo wordt alsnog geaccepteerd als lid van de Parijse gemeenschap, ondanks zijn abnormale uiterlijk. Hij accepteert zonder jaloezie de romance tussen Esmeralda en Phoebus.

Clopin besluit zijn verhaal met een raadsel: hij vergelijkt Frollo en Quasimodo en vraagt wie van de twee het monster is en wie de man.

Rolverdeling (stemmen)

| Tom Hulce || Quasimodo || Raymond Kurvers || Jan Schepens |- | Demi Moore (dialoog) || rowspan=2|Esmeralda || rowspan=2|Vera Mann || rowspan=2|Vera Mann |- | Heidi Mollenhauer (zang) |- | rowspan=2|Tony Jay || rowspan=2|Claude Frollo || Edmond Classen (dialoog) || François Beukelaers (dialoog) |- | Ernst Daniël Smid (zang) || Werner Brams (zang) |- | Kevin Kline || Kapitein Phoebus || Peter Blok || Vic De Wachter |- | Paul Kandel || Clopin || Bill van Dijk || Peter De Smet |- | Jason Alexander || Hugo || Kees van Lier || Wim Opbrouck |- | Charles Kimbrough || Victor || Jérôme Reehuis || David Davidse |- | Mary WickesNa Mary Wickes' overlijden sprak Jane Withers nog enkele aanvullende teksten in voor het personage Laverne. || Laverne || Lia Dorana || Julienne De Bruyn |- | rowspan=2|David Ogden Stiers || rowspan=2|Aartsbisschop ||rowspan=2| Ger Smit || Bert André (dialoog) |- | Marc Meersman (zang) |- | Mary Kay Bergman || Moeder van Quasimodo || Maria Lindes || Katrien Devos |- | Corey Burton || Bruut || Jan Anne Drenth || Fred Van Kuyk |- | Bill Fagerbakke || Klungelaar || Jan Anne Drenth || Francois Beukelaers |- | Gary Trousdale || De oude ketter || Jac. Goderie || Marc Bober |- | Patrick Pinney || rowspan=3| Bewakers en zigeuners || Lucie de Lange || Luk De Koninck |- | Jim Cummings || Olaf Wijnants || Tuur De Weert |- | || Beatrijs Sluijter || Christel Domen

Vlaamse nasynchronisatie De klokkenluider van de Notre-Dame werd niet alleen in een Nederlandstalige, maar ook in een Vlaamse nasynchronisatie uitgebracht. Het was de eerste Disneyfilm waarmee dit gebeurde.

Vertaling De dialogen werden in het Vlaams vertaald door Guy Bernaert en de liedteksten door Mitta Van der Maat. Koen van Dijk was verantwoordelijk voor de vertaling van de Nederlandse versie.

Achtergronden

Productie De klokkenluider van de Notre-Dame was de tweede Disneyfilm geregisseerd door Gary Trousdale en Kirk Wise. Al eerder regisseerden de twee Belle en het Beest.

De film wijkt in bepaalde opzichten nogal af van de meeste andere lange Disney-animatiefilms. Belangrijke maatschappelijke thema's als religie, zonde, seksuele lust, vooroordelen en racisme (hier met name jegens de zigeunerbevolking) en sociale ongelijkheid staan veel duidelijker op de voorgrond dan gebruikelijk. Het is ook de enige lange Disney-tekenfilm tot nu toe waarin een belangrijke rol is weggelegd voor het christendom, dat hier zelfs een van de centrale thema's is. De film bevat voor een Disney-animatiefilm vrij veel realistisch aandoend geweld. Het vaste element van de humor is daarnaast ook aanwezig, maar in mindere mate dan gewoonlijk, en dan voornamelijk bij de drie levende waterspuwers.

De tekenaars bezochten de echte Notre-Dame in Parijs om het gebouw zo goed mogelijk na te tekenen.

Verschillen met het boek Enkele belangrijke personages uit de roman van Hugo zijn weggelaten in de Disney-film, zoals Esmeralda's man – de dichter Gringoire – en haar moeder. Mogelijk is Clopin echter gebaseerd op Gringoire, aangezien hij gedichten schrijft en Clopin toneelstukken opvoert in zijn poppenkast, twee soortgelijke kunstvormen. Ook is Clopin de leider van de zigeuners, terwijl in het originele verhaal Gringoire besluit om voor vier jaar te trouwen met Esmeralda om te voorkomen dat hij geëxecuteerd wordt. Er werden ook een paar nieuwe personages bij bedacht; belangrijk zijn daarvan vooral de drie waterspuwers Victor, Hugo en Laverne, die steeds als Quasimodo alleen in de kathedraal is tot leven komen en dan vooral als de vrolijke noot dienen.

De personages die wel zijn overgenomen in de film zijn vrijwel allemaal sterk aangepast:

Frollo is in Hugo's roman geen rechter (hier is dit Frollo's broer), maar zelf de aartsbisschop van de Notre-Dame. Zijn rol als schurk is bovendien vooral aan het begin van het verhaal veel minder duidelijk dan in Disneys verfilming. In Hugo's roman heeft hij niet specifiek iets tegen zigeuners, hij wil enkel dat ze uit de buurt van de kerk blijven. Ook vindt hij Quasimodo hier als vondeling, waarna hij hem uit vrije wil adopteert.