De Prijs van de Vlaamse Gemeenschap voor Proza is een driejaarlijkse Cultuurprijs die door de Vlaamse Gemeenschap wordt toegekend aan een schrijver die in de drie voorafgaande jaren literair werk publiceerde dat door zijn opmerkelijke kwaliteit in de aandacht kwam. De prijs bedraagt 12.500 euro.

In 1855 werd in naam van de Koninklijke Academie de eerste vijfjaarlijkse Staatsprijs voor Vlaamse Letterkunde toegekend aan Hendrik Conscience. Na de Eerste Wereldoorlog werd dit een driejaarlijkse staatsprijs.

Deze literatuurprijs is de voortzetting van de driejaarlijkse Staatsprijs voor Vlaams verhalend proza, die sinds de tweede staatshervorming van 1980 een driejaarlijkse Prijs van de Vlaamse Gemeenschap voor verhalend proza is geworden. Sinds 2003 is deze literatuurprijs een van de Vlaamse Cultuurprijzen geworden, met ingang van 2017 omgedoopt in Ultima's. De prozaprijs is niet langer driejaarlijks.

Laureaten Opmerking: jaartal van toekenning en uitreiking kunnen van elkaar afwijken.

Vijfjaarlijkse Staatsprijs voor Letterkunde thumb|Hendrik Conscience 1855 – Hendrik Conscience – De Loteling 1860 – Prudens Van Duyse – Nazomer 1865 – Vrouwe Courtmans – Het geschenk van den Jager 1870 – Hendrik Conscience – Bavo en Lieveken 1875 – Anton Bergmann – Ernest Staes 1880 – Pol de Mont – Gedichten 1885 – Jan Van Beers – Rijzende Blaren 1890 – Hilda Ram – Gedichten 1895 – Virginie Loveling – novelle Een dure eed 1900 – Guido Gezelle – Rijmsnoer (postuum) 1905 – Stijn Streuvels - voor al zijn werken uit dit tijdvak 1910 – Stijn Streuvels – De Vlaschaard 1915 – Karel van de Woestijne – Interludiën. Wegens de oorlog werd de prijs pas toegekend in 1919.

Driejaarlijkse Staatsprijs voor verhalend proza thumb|Felix Timmermans 1918 – Cyriel Buysse. Deze prijs voor de periode 1915-1917 werd pas toegekend in 1921. 1921 – Felix Timmermans – De zeer schone uren van juffrouw Symforosa, begijntjen 1924 – Jan van Nijlen – Het aangezicht der aarde 1927 – Stijn Streuvels – Het leven en den dood in den ast 1930 – Maurice Roelants – Komen en gaan 1933 – Lode Zielens – Moeder waarom leven wij? 1936 – Gerard Walschap – Trouwen 1939 – Albert Van Hoogenbemt – De stille man 1942 – Ernest Claes – Jeugd 1945 – Richard Minne – Wolfijzers en schietgeweren 1948 – Willem Elsschot – Het dwaallicht 1951 – Raymond Brulez – Het Huis te Borgen 1954 – Gerard Walschap – Zuster Virgilia 1957 – Marnix Gijsen – Er gebeurt nooit iets 1960 – Johan Daisne – De neusvleugel der muze 1963 – Hubert Lampo – De komst van Joachim Stiller 1966 – Piet van Aken – De slapende honden 1969 – Jef Geeraerts – Gangreen 1: Black Venus 1972 – Louis Paul Boon – Pieter Daens 1975 – Hugo Raes – Het smáran 1978 – Ivo Michiels – Een tuin tussen hond en wolf

Prijs van de Vlaamse Gemeenschap 1981 – Paul de Wispelaere – Tussen tuin en wereld 1984 – Hugo Claus – Het verdriet van België 1987 – Monika van Paemel – De vermaledijde vaders 1990 – Kristien Hemmerechts – romans Een zuil van zout, Brede heupen en Zonder grenzen 1993 – Walter van den Broeck – cyclus Het beleg van Laken 1996 – Leo Pleysier – De Gele Rivier is bevrozen 1999 – Lieve Joris – Mali Blues 2002 – Peter Verhelst – Tongkat 2005 – Paul Verhaeghen – Omega Minor 2008 – Anne Provoost – In de zon kijken 2012 – Stefan Hertmans – Oorlog en terpentijn 2016 – Jeroen Olyslaegers – Wil 2019 – Peter Verhelst – Voor het vergeten 2022 - Annelies Verbeke - voor haar oeuvre

Externe links Officiële website

Categorie:Voormalige Vlaamse literatuurprijs Categorie:Cultuurprijs in Vlaanderen