Streaming media zijn media die rechtstreeks via computernetwerken (zoals het internet) worden gedistribueerd. Het proces wordt streamen genoemd. Tijdens het streamen wordt continu een gedeelte van de data in een buffer geplaatst, opdat een programma dit kan afspelen. Hierdoor kunnen de ontvangen media (video en audio) direct geconsumeerd worden zonder dat de gehele uitzending gedownload is.

Het kan al of niet gaan om livestreaming. Als het niet live is spreekt men van een webvideo en video on demand. Streamingsites en -zenders zijn bijvoorbeeld Netflix, HBO, Hulu, RTL XL, Streamz, Disney+, Videoland, NLZiet, Film1, MUBI, Amazon Prime Video en iTunes.

Geschiedenis van het streamen De vroegst bekende stream is de webcast koffiepotcamera van Cambridge die werd gebruikt om te zien of de koffie al doorgelopen was. Deze bestond al in 1991, lang voordat het wereldwijd web bekendheid kreeg. In Nederland zijn Stef Van der Ziel en Adam Curry pioniers. In 1994 produceerde Van der Ziel de eerste Nederlandse webcast, later volgden diverse andere Nederlandse partijen en verzorgde de VPRO webcastprojecten rond evenementen.

Microsoft geloofde niet in het internet. Manager Rob Glaser nam daarom alle mensen met mediakennis mee en startte RealNetworks. In 1996 kwam het bedrijf met RealAudio uit. Voor het eerst was het mogelijk om redelijke kwaliteit live-audio via smalbandinternet te distribueren, door middel van een propriëtaire codec, reflectieserver en mediaspeler. Andere initiatieven zoals VDO werden door RealNetworks opgekocht. In 1997 kwam RealNetworks ook met video-ondersteuning. In 1998 nam Microsoft een licentie op RealVideo-technologie om deze in de eigen Media Player in te bouwen. Kort daarop lanceerde RealNetworks RealVideo G2, waardoor de licentie van Microsoft weinig waarde meer had. In 1999 lanceerden Apple en Microsoft hun streamingmediaproducten, respectievelijk gebaseerd op Apples QuickTime - dat al sinds 1991 bestond - en het bij Microsoft ontwikkelde Netshow, later Windows Media gedoopt.

Omdat geen van de drie productlijnen van RealNetworks, Microsoft en Apple onderling uitwisselbaar waren, werd gevreesd voor een 'mediaplayeroorlog'. Om acceptatie bij de consument voor streamingdiensten te bevorderen besloot de Motion Pictures Expert Group (bekend van MPEG-1, MPEG-2 en dus ook MP3) de strijdende partijen uit te nodigen voor deelname aan MPEG-4. RealNetworks stelde het RTSP/RTP-protocol voor als standaard voor distributie. Dat werd geaccepteerd. Apple stelde het QuickTime atom-gebaseerde bestandsformaat voor. Dat werd geaccepteerd. Microsoft stelde haar MPEG-4-videocodec voor, maar dat werd afgewezen. Mede omdat na publicatie de codec-code gestolen en tot DivX omgedoopt werd, trok Microsoft zich terug uit de MPEG-4-standaardisatie. Microsoft MPEG-4 is dan ook niet uitwisselbaar met de ISO- of ISMA MPEG-4-producten op de markt en is door Microsoft zelf al tot onderhoudsversie verklaard.

RealNetworks' technologiestrategie berust inmiddels niet meer op het eigen RealVideo-formaat, maar op ondersteuning van meerdere formaten, ook die van Apple en Microsoft. De ondersteuning van deze formaten is overigens niet officieel en ligt technologisch één à twee generaties achter. Apple committeerde zich aan de open MPEG-4- en 3GPP-standaarden en Microsoft positioneerde het proprietary Windows Media-formaat. De mediaspeleroorlog werd inmiddels afgespeeld op terreinen buiten de desktop-pc met 3GPP dominant op de mobiele markt. In de hd-dvd- en settopboxmarkt was de strijd onbepaald tussen Windows Media en H.264 (MPEG-4). In 2008 besloot Microsoft om H.264 toe te voegen aan Silverlight.Streams of Thought: H.264 Wins—Now What? Tues., Sept. 9, by Tim Siglin streamingmediaglobal.com (gearchiveerd) In 2010 introduceerde Google zijn eigen codec WebM. Maar in 2012 verkiest Mozilla ook H.264 boven WebM.Mozilla considers H.264 video support after Google's WebM fails to gain traction by Daniel Eran Dilger

Codec Codecs zorgen voor een efficiënte distributie van beeld en geluid. In het algemeen zijn codecs voor streaming media 'lossy' waarbij geluids- en beeldinformatie beperkt worden voor vloeiende distributie. De keuze voor een codec is afhankelijk van de bandbreedte van de verbinding en de rekenkracht van de hardware voor compressie en afspelen. Streamingcodecs schalen van GSM (9,6 Kbps) tot hd-tv (4-10 Mbps). Andere bekende codecs zijn MPEG-1 (waaronder MP3), MPEG-2 en FLAC. Specifieke streamingmediacodecs zijn RealVideo Windows Media, MPEG-4 (opgevolgd door H.264), FLV en AAC. Op internet worden voor uitwisseldiensten MP3 en OGG voor audio gebruikt en Xvid voor video.

Bestandsformaat Het bestandsformaat is de opbouw en beschrijving van een bestand. Het bevat naast (volgens de genoemde codecs gecomprimeerde) audio- en videobestanden ook zogeheten metagegevens: technische beschrijvingen van de audio- en videobestanden, inhoudelijke beschrijvingen van het document, en tot slot biedt een bestandsindeling mogelijkheden tot interactieve functies. Voorbeelden zijn de .MOV QuickTime-containerindeling, waar ook de .MP4-, MPEG-4-, en .3GP-bestandsindelingen op zijn gebaseerd. 3GP is de standaard voor video op mobiele telefoons. Andere, minder uitgebreide bestandsindelingen zijn .ASF (ook bekend als .WMV) van Microsoft en .RM van RealNetworks. Zogeheten DivX-bestanden maken gebruik van de eenvoudige .AVI-bestandsindeling met daarin een als DivX-gecodeerd videospoor en MP3-audiospoor. DivX 6 introduceerde een eigen bestandsindeling (.divx) waardoor net zoals bij MPEG-4-ondertiteling, markeringen en andere interactieve functies mogelijk werden. Het FLV-formaat is een proprietaryformaat van Macromedia en gebruikt H.263 of ON2 VP6 als videocodec en MP3 als audiocodec.

Vrijwel alle producenten van mobiele telefoons ondersteunen het 3GPP-formaat. Deze industriestandaard is een afgeleide van MPEG-4 met specifieke kenmerken voor zaktelefoons zoals vaste afspraken voor schermgrootte en video- en audiocodecs. 3GPP is ook het formaat dat gebruikt wordt voor DVB-H (Digital Video Broadcasting voor Handhelds). Uitzondering zijn vooralsnog de Microsoft Mobile gebaseerde smartphones, die een klein marktaandeel vormen en primair het Windows Media-formaat ondersteunen: optioneel kan echter 3GPP afspeelsoftware worden geïnstalleerd.

Opnemen Voor het opnemen van geluid- en beeldmateriaal is een geluids- en/of videokaart nodig met een ingang, zoals composiet video, S-Video, DV of SDI. De opgenomen audio of video wordt geconverteerd (of getranscodeerd) naar het gewenste bestandsformaat.

Afspelen Afspelen kan vaak naar keuze in de browser of in een app. Het inbedden van de mediaspeler-plugin binnen een HTML-omgeving gebeurt vaak met ActiveX (Internet Explorer-familie) of EMBED (Mozilla-familie). De mediaspeler wordt dan niet als extern programma gestart, maar binnen de webpagina getoond. Hiermee kan de aanbieder de video in een eigen vormgegeven html-speler aanbieden.

ITunes is vooral populair door de ondersteuning van podcasts en vodcasts.

Windows Media Player wordt vaak gebruikt in omgevingen waar afscherming vereist is, vanwege DRM-voorzieningen.

QuickTime Player heeft voordeel van het meeliften van distributie via digitale fototoestellen, de populaire Apple iPod en het populaire Apple iTunes. Naast het eigen QuickTime-formaat worden meer dan 100 audio-, video- en afbeeldingsformaten ondersteund. Apple stimuleert het gebruik van de MPEG-4-standaard boven het eigen MOV-formaat. De QuickTime Player kent een Pro-versie, die tegen een geringe vergoeding zeer veel additionele features biedt, zoals knippen en plakken op metaniveau en het exporteren van audio en video naar tientallen high-end- en streamingformaten. De QuickTime Player wordt vaak verward met QuickTime, wat een uitgebreide multimedia-architectuur is die als framework boven op het OS draait waardoor programma's van derden een rijke bibliotheek aan multimediafuncties kunnen gebruiken. Voorbeelden hiervan zijn iTunes, iMovie, Final Cut Pro, Word, Powerpoint, Premiere, Photoshop, Director en honderden multimedia-georiënteerde programma's voor zowel pc als Mac.

RealPlayer heeft onder het publiek een slechte naam opgebouwd wegens instabiliteit en vermeende 'spyware'. Vanwege de hoge kosten van streamingdistributietechniek zijn er nog maar weinig aanbieders die het Realformaat gebruiken. Het marktaandeel van deze player is hierdoor dalende. Ook RealPlayer bouwt steeds meer op de onderliggende Windows Media- en QuickTime-architecturen voor het kunnen ondersteunen van diverse mediaformaten.

Er zijn softwareprogramma's die gebruikmaken van Windows Media Player, RealPlayer en andere spelers. Deze pakketten maken het gebruikersvriendelijker om net als op de normale televisie te zappen tussen kanalen.

VideoLAN is een opensource-videoplayer. Deze ligt momenteel onder vuur omdat de ontwikkelaars, in tegenstelling tot andere ontwikkelaars, geen licenties willen afdragen voor het gebruik van MPEG-4. VideoLAN vraagt eindgebruikers zelf de verantwoordelijkheid te nemen om een eenmalige vergoeding voor het gebruik van technologie aan de MPEG-4-licentiehouders te betalen maar faciliteert dit niet. In de praktijk zien eindgebruikers deze bepaling in de VideoLAN EULA over het hoofd, en daarnaast zijn de licentiehouders niet ingesteld op het zaken doen met particulieren maar met technologie-ontwikkelaars.

In de woonkamer zijn settopboxen met hardware-afspeelprogramma's meer van toepassing. Een andere optie is een smart-tv, een tv die rechtstreeks op het internet kan worden aangesloten, of rechtstreeks streamen vanop een smartphone of tablet met behulp van bijvoorbeeld een Chromecast of Apple TV.

Virtueel knippen en plakken Het is mogelijk om random op een willekeurig tijdstip in VOD-streams te beginnen. In plaats van eerst het volledige bestand te moeten downloaden kan de server vanaf elk tijdsmoment beginnen te spelen. De Virtuele SnijmachineDe Virtuele Snijmachine video.surfnet.nl (gearchiveerd) is een publieke webgebaseerde tool die het mogelijk maakt om fragmenten virtueel uit een VOD-stream te knippen. Er wordt geen werkelijk gedeelte van de video gekopieerd (deze blijft in zijn geheel op de server staan), maar er wordt een metafile gegenereerd waarin de VOD-stream-URL, de starttijd en de doorlooptijd staan vermeld. Dit bestand opent automatisch de juiste mediaspeler en zorgt ervoor dat alleen het fragment wordt afgespeeld. Werkt met de meest gangbare mediaspelers.

Afscherming Soms is het gewenst audio of video content af te schermen. De redenen hiervoor kunnen onder meer privacy, geheimhouding, rechten of commerciële exploitatie zijn, zoals het huren van een online speelfilm. Er zijn meerdere mogelijkheden om streams af te schermen. Soms wordt een combinatie gebruikt: Obscurity: het niet vertellen of verbergen van de URL (locatie) van het streamingbestand. Een website probeert de bron af te schermen. Deze vorm van afscherming wordt ten zeerste afgeraden omdat de URL snel te achterhalen is en via Usenet, IRC en andere sociale netwerken snel verspreid kan worden. Wachtwoordbeveiliging: bestanden, of mappen met bestanden worden op de streamingserver afgeschermd door middel van een gebruikersrechtenmanagement. Omdat distributieservers van verschillende fabrikanten hiervoor hun eigen methodiek gebruiken kleven hier nadelen aan. Gebruikers moeten meerdere wachtwoorden onthouden, of dubbel invoeren, of beheerders moeten complexe koppelingen bouwen en drievoudig gebruikersbeheer gaan implementeren. Gebruikers kunnen wachtwoorden gaan delen. Voor sommige mediaservers zijn plug-ins beschikbaar die met gebruikersdatabanken kunnen worden gekoppeld.