Dit artikel geeft een overzicht van de geschiedenis van de DDR.
Voorgeschiedenis 1945-1949 Strikt genomen valt de periode 1945-1949 niet onder de geschiedenis van de Duitse Democratische Republiek (DDR), omdat de DDR toen nog niet was opgericht. Deze periode is apart beschreven bij de Sovjet-bezettingszone (SBZ). De ontwikkelingen in de SBZ zijn echter bepalend geweest voor het ontstaan van de DDR.
Na de Duitse capitulatie van 9 mei 1945, werd er door 'De Grote Vier' in Potsdam, een voorstad van Berlijn, tijdens een conferentie van 17 juli tot 1 augustus 1945 besloten dat ook Frankrijk zou deelnemen aan de bezetting van Duitsland, maar de Sovjet-Unie was niet van plan zelf grondgebied daarvoor in te leveren. De Franse zone ging daarom alleen ten koste van de Britse en Amerikaanse zones. Ook spraken de geallieerden af waar de buitengrenzen van het naoorlogse Duitsland voorlopig zouden lopen. De oostgrens van Duitsland zou gelijk lopen met de westelijke armen van de rivieren Oder en Neisse. Over Duitsland als geheel zou alleen door alle geallieerden gezamenlijk kunnen worden beslist door een Beheersraad waarin de zonecommandanten zitting zouden hebben. De definitieve buitengrenzen zouden tijdens een vredesconferentie definitief worden vastgesteld en in een vredesverdrag worden vastgelegd. De Sovjet-Unie kreeg het gebied van de latere DDR als bezettingszone (= SBZ ) en het oosten van de hoofdstad Berlijn. Het bestuur werd overgenomen door de Sovjet Militaire Administratie in Duitsland (dat wil zeggen in de SBZ).
Nog voor het einde van de oorlog, nl. op 30 april 1945, bracht de Sovjet-Unie de leden van de Gruppe Ulbricht naar Duitsland om te beginnen met de opbouw van een nieuw bewind. De Gruppe Ulbricht bestond uit functionarissen van de Kommunistische Partei Deutschlands (KPD) die in ballingschap hadden geleefd in de Sovjet-Unie. Zij herenigden zich met vele communisten en socialisten, die vanaf 1933 door de Nazi-terreur waren vervolgd, gemuilkorfd en opgesloten. In mei 1945 werden de districtsburgemeesters van Berlijn benoemd door de stadscommandant, de Rus Bersarin. De voordrachten van de Gruppe Ulbricht werden daarbij integraal overgenomen.Jochen Staadt: Wir packen mit an, Ordnung zu schaffen in: Zeitschrift des Forschungsverbundes SED-Staat, Nr. 28/2010, p. 90-117, Freie Universität Berlin. Op 11 juni 1945 werd de KPD opnieuw opgericht.
De maatregelingen, die de Gruppe Ulbricht en het Sovjet-bestuur namen, waren: De communistische KPD en de sociaaldemocratische SPD kwamen in de Sovjet-zone in april 1946 tot een deels gedwongen fusie en vormden hier de Sozialistische Einheitspartei Deutschlands (SED). De SED ging in 1948 expliciet over naar een leninistische opbouw. Behalve in het nog ongedeelde Berlijn kon de SPD niet meer deelnemen aan de verkiezingen. Door de fusie van SPD en KPD tot SED waren van de in 1945 gestichte partijen nog de christendemocratische CDU en de liberale LDPD overgebleven. Ze werden door de Sovjet militaire administratie benadeeld, bijvoorbeeld door in verkiezingstijden minder papier te krijgen. De leidingen van CDU en LDPD werden onder druk gezet om de Sovjet-politiek welgezind te zijn. Onder toeziend oog van de Sovjets werden er nog twee partijen opgericht, de boerenpartij (DBD) en de nationaaldemocratische partij (NDPD). De DBD en de NDPD waren satellietpartijen van de SED. De taak van de DBD was de landhervormingen te steunen en kiezers weg te snoepen bij de CDU, terwijl de taak van de NDPD was om oud-Wehrmacht soldaten en lagere officieren en middenklassers aan te spreken. Alle partijen moesten lid zijn van het Antifascistisch-Democratisch Blok (blokpartijen werden de namen van de partijen behalve de SED). Bij de verkiezingen na 1946 won het Antifascistisch Blok de verkiezingen en werd de SED binnen het blok de grootste partij. Voormalige concentratiekampen van de nationaalsocialisten werden hergebruikt als Speziallager. Behalve nationaalsocialisten werden in deze kampen vele sociaaldemocraten opgesloten. De omstandigheden in deze kampen waren zeer slecht; ongeveer een derde van de gevangenen kwam om het leven.S. V. Mironenko, Lutz Niethammer en Alexander von Plato, 1998, 'Sowjetische Speziallager in Deutschland 1945 Bis 1950', p. 17, Akademie Verlag,
Politiek opereerden de westerse geallieerden en de Sovjet-Unie steeds meer gescheiden van elkaar en niet meer gezamenlijk. Beide kampen zetten stappen die bij de andere zijde tot nog meer wantrouwen leidde, en voor beide kampen bevestiging waren dat "het andere kamp" niet meer inzette op een verenigd naoorlogs Duitsland.
In de Sovjet-zone werd in 1948 een Volksraad opgericht waarin vertegenwoordigers van het Antifascistisch Blok zitting hadden. Nadat in de westelijke bezettingszones de Bondsrepubliek Duitsland was opgericht werd op 7 oktober 1949 de Deutsche Demokratische Republik (DDR) uitgeroepen. Om dit te vieren werd een fakkeloptocht gehouden in Oost-Berlijn. De Volksraad werd vervangen door de Volkskammer (parlement). Wilhelm Pieck, een belangrijke Duitse communist van vóór 1933, werd op 11 oktober 1949 tot president gekozen. De voormalige sociaaldemocraat Otto Grotewohl werd minister-president. De invloedrijkste politicus van de DDR was echter de secretaris-generaal van de SED, Walter Ulbricht. De DDR was echter nog geen soevereine staat, dat werd het pas op 20 september 1955. In 1952 deed Stalin nog een laatste poging om de West-Duitse kanselier Adenauer uit het Westelijke bondgenootschap te krijgen: hij bood aan de DDR weer op te heffen en de twee Duitslanden te herenigen, met neutraliteit van dat herenigde Duitsland als voorwaarde. De bondskanselier nam het voorstel niet serieus, waarna de Duitse tweedeling steeds definitiever werd.
Jaren vijftig en zestig In 1950 werd Walter Ulbricht secretaris-generaal van de SED, het belangrijkste ambt in de DDR. De macht van president Pieck en premier Otto Grotewohl was formeel vooral ceremonieel. Al voordat Ulbricht secretaris-generaal was geworden, veranderde de schijnbaar gematigde koers van de SED, zij werd een orthodox marxistisch-leninistische partij. Ulbricht streefde net als de West-Duitse bondskanselier Konrad Adenauer naar een Duitse hereniging. Alleen wilde Ulbricht dat geheel Duitsland communistisch werd, terwijl Adenauer naar een democratisch en op het Westen gericht Duitsland streefde. De verhouding tussen de DDR en de Bondsrepubliek was stroef.
In 1952 werd de DDR, tot dan toe een bondsstaat, omgevormd tot een gecentraliseerde eenheidsstaat. De deelstaten werden opgesplitst in districten (Bezirken) die onder gezag kwamen te staan van partijsecretarissen van de SED. De keiharde repressie die de DDR tussen de jaren 1950 en 1953 kenmerkte, kwam na de dood van de Russische leider Stalin in 1953 ten einde. Toch was er in 1953 wel een grote opstand in de DDR, die scherp gekant was tegen het officiële beleid. Deze opstand werd met militair geweld neergeslagen en kostte ten minste 55 mensen het leven.
In 1956 trad de DDR toe tot het Warschaupact. Hoewel het Duitsland niet was toegestaan om een eigen leger te hebben, richtte de Bondsrepubliek in 1955 toch de Bundeswehr op en bracht deze onder in de bevelsstructuur van de NAVO. Als antwoord hierop werd door de DDR in 1956 de Nationale Volksarmee (NVA). opgericht uit de 10.000 man sterke Kasernierte Volkspolizei, aangevuld met soldaten uit de oude Wehrmacht. Bijna van de ene op de andere dag werd het Westen geconfronteerd met een militair sterke DDR. In 1959 ontstond er een crisis rond West-Berlijn omdat Nikita Chroesjtsjov de westelijke geallieerden een ultimatum stelde, waarbij zij West-Berlijn zouden moeten verlaten.
Een groot probleem voor de DDR was de vlucht van goed opgeleide inwoners: de Bondsrepubliek met een functionerende democratie en een florerende economie was een aantrekkelijk alternatief voor de repressieve DDR die in die periode landbouw en industrie nationaliseerde. In de periode 1949-1961 verlieten 2,6 miljoen Duitsers de DDR, meer dan 10 % van de bevolking ("de stemming met de voeten"). De partijleiding van de DDR besloot daarom om een Muur op te richten op de grens van Oost- en West-Berlijn. Ondanks de internationale protesten kwam de door de Oost-Duitse leiding genoemde "Antifascistische verdedigingswal" er wel. In 1961 begon men aan de bouw. Mensen die probeerden te vluchten werden door de grenswachten neergeschoten. Een veel genoemd aantal is 211 doden, waarvan zeker 171 bij de Muur.
Door de bouw van de Muur leed de DDR een enorm prestigeverlies. Het bood het regime echter de mogelijkheid de economie te stabiliseren, nu de beroepsbevolking niet meer kon vluchten. Ulbricht voerde een economische hervorming door onder de naam Neues Ökonomisches System der Planung und Leitung waarbij de economische beslissingen meer decentraal werden genomen. Binnen de SED leidde dit tot kritiek, omdat de macht van de partij werd aangetast. Dit nieuwe economische systeem, dat in 1964 werd ingevoerd leidde tot een flinke economische groei en een groei in de arbeidsproductiviteit. Ook de Bondsrepubliek maakte echter een periode van economische groei door. Lag in 1960 de koopkracht in de DDR nog op 64% van het West-Duitse niveau; in 1969 was deze gezakt tot 55%.Günther Heydemann (2003). Die Innenpolitik der DDR, p. 27. Oldenbourg Verlag
Internationaal werd de DDR niet erkend. Tot 1955 hadden alleen communistische staten de DDR erkend. Vanaf 1955 paste de Bondsrepubliek de Hallsteindoctrine toe: wanneer een land overging tot erkenning van de DDR zou de Bondsrepubliek de diplomatieke banden met dat land verbreken. Door de toepassing van deze doctrine bleef de DDR tot in de jaren zeventig diplomatiek geïsoleerd.
In 1960 overleed president Wilhelm Pieck en de leiding van de DDR besloot om het ambt van president te vervangen door dat van een collectief staatshoofd, de Staatsraad. Partijchef Walter Ulbricht werd tot Voorzitter van de Staatsraad gekozen. De belangrijkste partij en staatsfunctie waren nu in één persoon verenigd.
Ostpolitik thumb|Ontmoeting in Erfurt van Willi Stoph en Willy Brandt
De in de Bondsrepubliek aan de macht gekomen bondskanselier Willy Brandt (SPD), bleek een voorstander van toenadering tot de DDR. Op 19 maart 1970 ontmoetten premier Willi Stoph en bondskanselier Willy Brandt elkaar te Erfurt en op 21 mei 1970 in Kassel. Als gevolg van Brandts Ostpolitik nam de spanning tussen beide staten af en in 1973 erkende de Bondsrepubliek de DDR. Sindsdien werd de DDR door de meeste westerse landen erkend (Nederland reeds in 1972).
Erich Honecker thumb|Erich Honecker en Erich Mielke In 1971 werd de door de Russen wat te eigenzinnig bevonden Walter Ulbricht als secretaris-generaal van de SED vervangen door Erich Honecker. Ulbricht bleef wel Staatsraadvoorzitter. Honecker was een starre en dogmatische marxist en communist, maar wel volgzamer ten opzichte van de Sovjet-Unie dan Ulbricht. Toen Ulbricht in 1973 overleed, werd premier Willi Stoph Voorzitter van de Staatsraad. Hoewel Honecker voorstander was van goede relaties met de Bondsrepubliek en het Westen, voerde hij in het binnenland, gesteund door de Stasi (staatsveiligheidsdienst) van generaal Erich Mielke, een repressieve politiek. Vrijzinnige kunstenaars, opposanten van het regime maar ook te mondige burgers werden gevangengezet. Op 16 november 1976 werd de Oost-Duitse zanger Wolf Biermann tijdens een tournee in de Bondsrepubliek ausgebürgert, waardoor hij niet meer terugkon naar de DDR. De volgende dag leidde dit tot een petitie van 13 leidende intellectuelen in de DDR, waaronder schrijfster Christa Wolf en auteur Stefan Heym. Het protest breidde zich uit en kreeg schriftelijke steun van vele gewone DDR-burgers en kunstenaars, waarvan er velen later daarvoor werden vervolgd. Ook internationaal werd de Ausbürgerung van Biermann afgekeurd.