De apollovlinder (Parnassius apollo) is een vlinder uit de familie van de pages (Papilionidae).

Kenmerken De vleugel varieert in lengte tussen de 3,4 en 4,0 cm. De achtervleugel is meestal afgerond. De achtervleugels dragen aan de bovenzijde meestal twee, aan de onderzijde meerdere ronde rode vlekken. Hiernaast hebben zowel de voor- als achtervleugels donkere vlekken. De voorvleugels verschillen van die van Parnassius phoebus doordat ze niet gelig getint zijn, en geen rode vlekken hebben. Gunther Steinbach u.a., Schmetterlinge erkennen & bestimmen, De toppen van de voorvleugels zijn iets doorzichtig.

De rupsen zijn ongeveer 5 centimeter lang, zwart met kort stekeltjeshaar en langs beide zijkanten een rij oranjerode, soms gele vlekjes.

Verspreiding en leefgebied Deze soort komt voornamelijk voor in bergachtige gebieden in Europa en delen van Midden-Azië.

Levenscyclus De waardplant van de rupsen is wit vetkruid (Sedum album).Veldgids dagvlinders, door Irma wynhoff, Chris van Swaay en Jan van der Made. Ook op HuislookNieuwe insecten gids, Michael Chinery, uitgave Tirion. en Sedum telephium, (deze laatste vooral in ScandinaviëSoortenbank.nl. Gearchiveerd op 7 januari 2022.) kunnen de rupsen worden aangetroffen.

De vliegtijd is van mei tot in september. De levensduur bedraagt 2 à 3 weken.

Als vlinder bezoeken de dieren niet alleen de bloemen van het wit vetkruid, maar hebben zij een voorkeur voor de rode en violette bloemen van distels (bijvoorbeeld Carduus nutans), centauriesoorten als knoopkruid en Origanum vulgare.Duitstalige Wikipedia. Gearchiveerd op 7 januari 2022. De vlinder zit graag op bloemen en stenen te zonnen.

Hij overwintert als ei.

Op een foto beneden worden twee vlinders tijdens de paring afgebeeld. Aan het einde van de paring scheidt het mannetje een gelatineachtige substantie af die verhardt in het voortplantingskanaal van het vrouwtje, waardoor het vrouwtje niet opnieuw kan paren.

Ondersoorten Deze vlinder is bijzonder variabel in uiterlijk. Er worden verschillende ondersoorten onderscheiden: Parnassius apollo apollo Parnassius apollo alpherakyi , 1906 Parnassius apollo bartholomaeus , 1899 Parnassius apollo democratus , 1906 Parnassius apollo filabricus , 1933 (Sierra de los Filabres) Parnassius apollo gadorensis , 1969 (Sierra de Gádor) Parnassius apollo geminus , 1907 Parnassius apollo graecus , 1901 Parnassius apollo hesebolus , 1851 Parnassius apollo hispanicus , 1909 (Spanje) Parnassius apollo limicola , 1906 Parnassius apollo merzbacheri , 1906 Parnassius apollo nevadensis , 1891 (Sierra Nevada) Parnassius apollo provincialis , 1905 Parnassius apollo pyrenaica , 1896 Parnassius apollo rhodopensis , 1910 (Griekenland en de zuidelijke Balkan) Parnassius apollo rhaeticus , 1906 Parnassius apollo rhea (, 1761) Parnassius apollo rubidus , 1906 Parnassius apollo sibiricus , 1851 Parnassius apollo sicilae , 1891 Parnassius apollo valesiacus , 1906 Parnassius apollo vinningensis , 1899 (Moezel, Duitsland)

Verspreiding In de bergen vliegt de vlinder tussen de 1000 en 2400 meter hoogte en geeft de voorkeur aan steile zonnige hellingen.

Zijn verspreidingsgebied loopt van het Iberisch Schiereiland over alle Europese gebergten zoals de Karpaten, de Kaukasus de Oeral tot aan het Baikalmeer in het oosten.

In het noorden loopt het verspreidingsgebied tot Fennoscandinavië, de zuidelijke grens bestaat uit de Sierra Nevada, Sicilië en Zuid-Turkije. Hij ontbreekt op de Britse eilanden, in Duitsland komt hij vooral op de steile hellingen in het Moezeldal voor tussen Valwig en Bruttig-Fankel. Als dwaalgast wordt hij aangetroffen in Nederland en België.

In Finland werd hij als eerste als bedreigd verklaard. In de jaren vijftig nam de populatie daar drastisch af. De reden hiervan is niet met zekerheid bekend, meestal wordt aangenomen dat de oorzaak een ziekte was.Engelstalige Wikipedia.

Hij staat vermeld op de rode lijst van het IUCN als bedreigd.

Foto's

Categorie:Parnassius Categorie:IUCN-status niet bedreigd