De Bathynellacea zijn een orde van kreeftachtigen die behoren tot de klasse Malacostraca.

Anatomie Syncarida verschillen van de andere Malacostraca door het ontbreken van een carapax. Bathynellacea zijn klein (0,5 tot 3,5 mm) en bezitten 6 of 7 paar lange, dunne zwempootjes. Er is een pleotelson dat gevormd is door vergroeiing van het telson en het laatste pleoniet. Op het pleotelson bevinden zich een paar uropoden. Ze hebben geen ogen en bezitten ook geen lichaamspigmenten.

Voorkomen en ecologie Bathynellacea hebben een wereldwijde verspreiding met uitzondering van Antarctica en komen interstitieel in grondwater habitats voor. Men vindt ze niet in open water. Eén enkele soort komt in Afrika voor in warmwaterbronnen (tot 55°C) en twee andere soorten leven in zandige substraten tot een diepte van 1440 m in het Baikalmeer.

Weinig is gekend over de voedingsgewoonten. De darminhoud van enkele exemplaren bevatte plantaardig materiaal, nematoden en platwormen. De meeste Bathynellacea zijn waarschijnlijk omnivoor.

Evolutie Ze komen niet in zee voor maar hebben mariene voorouders. Alhoewel er tot nog toe geen fossielen werden ontdekt van de Bathynellacea, zijn er verwante vormen gevonden uit het Carboon en het Perm in mariene kustafzettingen., (2001). Historical Biogeography of Iberobathynella (Crustacea, Syncarida, Bathynellacea), an Aquatic Subterranean Genus of Parabathynellids, Endemic to the Iberian Peninsula. Global Ecology & Biogeography 10: 487–501.

De huidige vertegenwoordigers van deze groep lijken meer op larvale vormen dan op volwassen exemplaren van verwante Eumalacostraca. Aangenomen wordt dat voortijdige seksuele maturiteit van deze larvale vormen de transitie naar de onderaardse levenswijze van de groep inleidde. Hiervoor bestaan duidelijke aanwijzingen in de huidige post-embryonale ontwikkeling. De hiermede gepaard gaande reductie in lichaamsgrootte markeerde ook de transitie van benthische levenswijze naar een interstitieel bestaan., (1981). Adaptation of Bathynellacea (Crustacea, Syncarida) to Life in the Interstitial ("Zoea Theory"). Internationale Revue der Gesamten Hydrobiologie 66: 575–637.

Taxonomie De orde bestaat uit een 60-tal genera, verdeeld over twee families, waarvan de voornaamste hieronder worden weergegeven.

Bathynellacea Chappuis, 1915 Bathynellidae Grobben, 1904 Agnathobathynella Schminke, 1980 Antrobathynella Serban, 1966 Austrobathynella Delamare Deboutteville, 1960 Baicalobathynella Birstein & Ljovuschkin, 1967 Bathynella Vejdovsky, 1882 Delamareibathynella Serban, 1989 Gallobathynella Serban, Coineau & Delamare Deboutteville, 1972 Meridiobathynella Serban, Coineau & Delamare Deboutteville, 1972 Nannobathynella Noodt, 1969 Pacificabathynella Schminke & Noodt, 1988 Parameridiobathynella Serban & Leclerc, 1984 Pseudantrobathynella Schminke, 1988 Pseudobathynella Serban, Coineau & Delamare Deboutteville, 1972 Sardobathynella Serban, 1973 Tianschanobathynella Serban, 1993 Transkeithynella Serban & Coineau, 1975 Transvaalthynella Serban & Coineau, 1975 Vandelibathynella Serban, Coineau & Vejdovskybathynella Serban & Leclerc, 1984 Parabathynellidae Noodt, 1965 Acanthobathynella Coineau, 1967 Afrobathynella Schminke, 1976 Allobathynellla Morimoto & Miura, 1957 Atopobathynella Schminke, 1973 Batubathynella Schminke, 1973 Brasilibathynella Jakobi, 1958 Chilibathynella Noodt, 1963 Cteniobathynella Schminke, 1973 Ctenophallonella Coineau & Serban, 1978 Eobathynella Birstein & Ljovuschkin, 1964 Habrobathynella Schminke, 1973 Haplophallonella Serban & Coineau, 1975 Heterodontobathynella Schminke, 1973 Hexabathynella Schminke, 1972 Iberobathynella Schminke, 1973 Lamtobathynella Serban & Coineau, 1982 Leptobathynella Noodt, 1965 Nilobathynella Dumont, 1984 Nipponbathynella Schminke, 1973 Noodtibathynella Schminke, 1973 Notobathynella Schminke, 1973 Nunubathynella Schminke, 1976 Odontobathynella Delamare Deboutteville & Serban, 1979 Parabathynella Chappuis, 1926 Parvulobathynella Schminke, 1973 Psalidobathynella Schminke, 1979 Sabahbathynella Schminke, 1988 Thermobathynella Capart, 1951