De koninginnenpage (Papilio machaon) is een vlinder uit de familie van de pages (Papilionidae). De koninginnenpage heeft een voor een page relatief grote spanwijdte tot 75 mm, en is een van de grootste vlinders die in België en Nederland wordt gevonden. De vleugels hebben overwegend gele kleuren en daarnaast een opvallende zwart-gele tekening met blauwe accenten, een rode vlek aan de achtervleugel en een langwerpig, zwart gekleurd vleugelaanhangsel dat de vleugelstaart of -slip wordt genoemd. De koninginnenpage heeft een zeer groot verspreidingsgebied in vergelijking met andere vlinders.
Verspreiding miniatuur|De habitat bestaat uit bloemrijke graslanden(Frankenhöhe, Duitsland)
De koninginnenpage is een Holarctische soort die voorkomt als een zeldzame zwervende soort in grote delen van Europa, Azië en Noord-Amerika.
De vlinder komt binnen Europa en het Midden-Oosten voor in de landen Albanië, Bosnië en Herzegovina, Kroatië, Cyprus, Egypte, Frankrijk, Griekenland, Israël, Italië (inclusief Sicilië), Jordanië, Libanon, Libië, Malta, Montenegro, Noord-Macedonië, Palestina, Portugal, Slovenië, Spanje (inclusief de Balearen), Syrië en Turkije. Op het Europese continent ontbreekt de vlinder alleen in een noordelijk deel van Rusland. In Groot-Brittannië is de soort bijna uitgestorven. De Britse koninginnenpage-ondersoort komt alleen voor in Norfolk Broads, in het uiterst oostelijk gelegen graafschap Norfolk.
Het verspreidingsgebied strekt zich oostwaarts uit in een brede strook door Azië via Centraal-Azië naar het Verre Oosten, maar in het grootste deel van Zuidoost-Azië ontbreekt de soort. De zuidelijkste delen van het verspreidingsgebied van de vlinder betreft een deel van het Arabisch Schiereiland waar de vlinder voorkomt tot in Jemen.
De koninginnenpage heeft ook een groot verspreidingsgebied in het Nearctisch gebied van Noord-Amerika. De koninginnenpage komt hier voor in Alaska, Canada en een groot deel van de Verenigde Staten. Het verspreidingsgebied strekt zich zuidwaarts uit tot in noordelijk Mexico.
Eerder veronderstelde ondersoorten van de koninginnenpage in Noord-Afrika, de Himalaya, Corsica, Sardinië, Japan, Zuidoost-Azië en het Nearctisch gebied zijn op basis van fylogenetisch onderzoek heringedeeld onder eigen Papilio-soorten (zie Naamgeving en taxonomie).
België en Nederland In heel noordelijk en westelijk Europa komt de vlinder als trekvlinder voor. Hij wordt ook aangetroffen in België en Nederland, maar het is hier geen algemene soort. In België is de vlinder permanent gevestigd in het zuidoosten van het land en kan overal als zwerver worden aangetroffen. In Nederland was er in de jaren 1980 alleen nog een flinke populatie in Limburg. Daarna zijn de waarnemingen in zuidelijk Nederland sterk toegenomen. Zwervende koninginnenpages worden in de jaren 2010 steeds vaker ten noorden van de grote rivieren gezien, in de lente ook nakomelingen er van. Tot op de Waddeneilanden worden soms exemplaren waargenomen.
De vliegtijd in België en Nederland is van maart tot en met oktober. De temperatuur is een belangrijke factor voor het voortplantingssucces van de vlinder; in warme jaren zijn er meer generaties dan in koele jaren. In Groot-Brittannië komt meestal één generatie per jaar voor en in warme jaren twee, in Nederland zijn twee generaties gebruikelijk, in warmere jaren kan dit oplopen tot drie generaties. Na warme lentes worden er beduidend meer koninginnenpages waargenomen in Nederland. Een droge lente leidt echter tot minder vlinders.Swaay, van C., Wallis de Vries, M., Baxter, W., Vliet, van A. (2006). De Levende Natuur. Jaargang 7, nummer 6, november 2006.
Beschermingsstatus Door de internationale natuurbeschermingsorganisatie IUCN wordt de soort als 'niet bedreigd' beschouwd in Europa en het Middellandse Zeegebied.
Leefgebied miniatuur|De rups op melkeppe in een blauwgrasland.
Het habitat bestaat uit bloemrijke graslanden, moerassen en weiden, moestuinen, heuvelige open landschappen en luzerne- en klavervelden. Ook in hoger gelegen berggebieden komt de vlinder voor, als er maar waardplanten voor de rupsen en voedselplanten voor de volwassen vlinders beschikbaar zijn. De rupsen leven voornamelijk van verschillende soorten uit de schermbloemenfamilie. Ze hebben een heldere groene kleur en een opvallende tekening die bestaat uit zwarte dwarsbanden op de lichaamssegmenten die worden onderbroken door oranje vlekken.
De koninginnenpage komt voor tot een hoogte van meer dan 2000 m boven zeeniveau. Op een hoogte van 2700 m wordt de soort soms nog algemeen gevonden en de koninginnenpage is bekend tot een hoogte van 4700 m boven zeeniveau.
Uiterlijke kenmerken miniatuur|links|Kenmerken van het lichaam, de lichaamsdelen zijn met cijfers aangegeven en de vleugeldelen met letters.
De koninginnenpage heeft net als andere vlinders een langwerpig lichaam dat bestaat uit een kop (2), een borststuk of thorax (3) en ten slotte een achterlijf of abdomen (4). Opvallend zijn de gele vleugels, die een spanwijdte of vlucht hebben van 50 tot 75 mm. Het gehele lichaam is behaard, het grootste deel van het lijf heeft een zwarte beharing maar de weerszijden van de kop en de zijkanten van het borststuk zijn voorzien van een meer gele tot oranje beharing.
De kop draagt de belangrijkste visuele zintuigen, zoals de ogen en de antennes (1). De ogen zijn zwart van kleur en zijn aan de bovenzijde goed te zien. De ogen bestaan uit vele kleine suboogjes die de ommatidia worden genoemd; het geheel heet het samengesteld oog. De antennes zijn lang en dun en eindigen in een ei-vormige knop zodat het geheel wat lijkt op een golfclub.
De monddelen zijn aan de voorzijde van de kop gelegen en bestaan uit een lange buisvormige structuur die de roltong of proboscis wordt genoemd. Deze bestaat uit twee gefuseerde kaakdelen die sterk verlengd zijn en in rust worden opgerold onder de kop. Bij het eten wordt de buis uitgerold en wordt het vloeibare voedsel opgezogen.
Vleugels Zowel de voor- als de achtervleugel zijn aan de vleugelwortel (A) -de aanhechting van de vleugel aan het lichaam- donkerbruin gekleurd. Deze bruine delen zijn voorzien van een gele 'bepoedering' van zeer kleine vlekjes.De voorvleugel (I) heeft een enigszins driehoekig afgeronde vorm met vlakke randen. Ook de vleugelpunt of apex (C) is afgerond. De buitenrand (D) van de gespreide vleugels heeft een brede, donkerbruine band, die naar het einde toe voorzien is van een rij halvemaanvormige, gele vlekken. Aan de voorrand van de vleugel (B) is een ongeveer even brede zoom aanwezig die bestaat uit afwisselend gele en zwarte vlekken. Deze twee delen worden verbonden door een middendeel dat bestaat uit horizontale, gele cellen met een zwarte rand.
miniatuur|De onderzijde van de vleugels hebben een lichtere kleur en tekening dan de bovenzijde.
De achtervleugel (II) valt op door de duidelijk gekartelde achterrand (E), een brede zoom van de vleugelrand is zwart, alleen de vleugelrand is geel en in de zwarte band zijn net als de voorvleugel gele, halvemaanvormige vlekken gelegen. De vleugelslippen (F) aan de buitenzijde van de achtervleugel zijn zwart van kleur. Aan de bovenzijde van de zwarte zoom is een duidelijke blauwe berijping. Aan de binnenzijde van iedere achtervleugel is boven de vleugelslip een heldere roodoranje vlek gelegen (G), die zwartomzoomd is en aan de bovenzijde voorzien is van de blauwe poederachtige berijping.
De koninginnenpage heeft kenmerkende vleugelkleuren en -patronen en met name de vleugelvorm is karakteristiek voor Europese vlinders. De vleugels zijn overwegend geel van kleur en hebben een zwarte tekening die bestaat uit een mozaïek van gele en zwarte lijnen en vlakken. De vlakken worden steeds begrensd door zwarte lijnen, in werkelijkheid zijn dit de vleugeladeren. Wat direct opvalt zijn de rode vlekken aan de achterzijde van de achtervleugel en de kenmerkende vleugelslip -ook wel vleugelstaart genoemd- die bestaat uit een zwart en langwerpig uitsteeksel dat recht naar achteren wijst. De vleugelslip is aan de buitenzijde van de achterzijde van de achtervleugel gelegen en eindigt niet in een gele vlek, zoals bij enkele gelijkende soorten wel het geval is. Een dergelijke vleugelslip komt ook voor bij andere pages, en net als de rode vlek op de achtervleugels speelt de slip een rol bij de passieve verdediging (zie onder vijanden en verdediging).
De voorjaarsgeneratie heeft een iets afwijkend uiterlijk dan de najaarsgeneratie. De voorjaarsgeneratie heeft een lichtgele vleugelkleur, terwijl de kleuren bij de zomergeneratie een meer donkergele kleur heeft. Dit komt ook wel voor bij andere vlinders. De vorm, de kleur en de patronen van de vleugels kunnen daarnaast verschillen per ondersoort, van de Britse ondersoort (P. m. brittanicus) is bekend dat de voorvleugels smaller zijn in vergelijking met andere ondersoorten.
Onderscheid met andere soorten
De koninginnepage is met name met enkele andere Papilio-soorten te verwarren zoals de sterk gelijkende Papilio saharae. Deze soort is alleen zeker te determineren door naar het aantal geledingen te kijken. Bij Papilio saharae heeft de antenne altijd 30 leden, bij de koninginnenpage telt de antenne altijd 33 tot 36 leden.
Enkele andere sterk verwante pages hebben gelijkende kleuren en patronen, maar zijn vaak niet moeilijk te onderscheiden. Bij de zuidelijke koninginnenpage bijvoorbeeld is de vleugeladering niet zwart van kleur maar geel. De Corsicaanse koninginnenpage (Papilio hospiton) is endemisch op Corsica en Sardinië en komt nergens anders voor.
miniatuur|links|De koningspage heeft een zebra-achtige tekening en langere vleugelslippen. Daarnaast is de koningspage een gelijkende soort, die echter iets kleiner blijft en de gele kleuren van deze soort zijn duidelijk bleker en niet zo intens. De koningspage heeft een meer zebra-achtige vleugeltekening en heeft duidelijk langere vleugelslippen. De mannetjes en vrouwtjes zijn bij deze soort ongeveer even groot. De koningspage is verwant aan de koninginnenpage, maar de rups leeft van andere voedselplanten, zoals appel, meidoorn en sleedoorn. De koningspage is een warmteminnende soort die in zuidelijker streken voorkomt en veel zeldzamer dan de koninginnenpage; de koningspage komt in Nederland en België zeer zelden voor.
Andere geslachten die behoren tot de grote pages en op de koninginnenpage lijkende vertegenwoordigers hebben zijn Graphium, Pseudoggraphium en Eurytides. Een voorbeeld uit deze laatste groep is Eurytides marcellus uit het zuidoostelijke deel van de Verenigde Staten. Deze soort heeft een vergelijkbaar kleurenpatroon maar de staartslippen zijn langer, soorten uit het geslacht Eurytides worden hierom in andere talen wel 'zwaardstaartvlinders' genoemd. De soorten uit de andere genoemde geslachten hebben vergelijkbare gele en zwarte kleuren, maar een ander patroon en ook bij deze soorten is de vleugelslip veel langer.
De pijpbloemvlinders uit het geslacht Zerynthia lijken soms ook enigszins op de koninginnenpage door de gele vleugelkleur met zwarte vlekken en lijnen en rode vlekjes aan de achtervleugel. Deze soorten hebben echter geen vleugelslip en hebben een tekening die veel uitbundiger is in vergelijking met de pages. Ze blijven ook zowat de helft kleiner.
Sommige vlinders hebben een gele kleur en zwarte vlekken en soms rode kleuren maar zijn goed te onderscheiden door de ronde vleugelvormen, een voorbeeld is de apollovlinder (Parnassius apollo).
Leefwijze Voortplanting en ontwikkeling miniatuur|Paring van de koninginnenpage miniatuur|Eitjes op wijnruit of een verwante plant miniatuur|Oudere rups met helder groene kleuren en zwarte dwarsbanden met oranje vlekken