De Elisabethkerk (Duits: Elisabethkirche) is tegenwoordig een evangelisch-lutherse kerk in de Duitse stad Marburg (Hessen) en werd gesticht ter ere van de heilige Elisabeth van Thüringen die ook wel bekendstaat als Elisabeth van Hongarije. De kerk, die bovenop haar graf werd gebouwd, was gedurende de middeleeuwen een van de belangrijkste pelgrimsoorden van Duitsland. De bouw werd begonnen in 1235 en 48 jaar later was de kerk voltooid. De Elisabethkerk in Marburg en de Onze-Lieve-Vrouwekerk in Trier zijn de eerste zuivere gotische kerken van Duitsland.
Voorgeschiedenis Elisabeth van Thüringen De stichting van de Elisabethkerk hangt samen nauw met de heiligverklaring van landgravin Elisabeth von Thüringen in 1235. Elisabeth, een Hongaarse koningsdochter, had in 1228 een hospitaal laten bouwen waar zij na haar vroege dood in een kapel was bijgezet en sindsdien in toenemende mate werd vereerd. Zij zou sinds de dag van haar dood op 17 november 1231 wonderen hebben verricht. Haar biechtvader Konrad van Marburg liet haar drie dagen lang opbaren, wat ongebruikelijk lang was voor die tijd. Hieruit blijkt dat hij waarschijnlijk vrijwel direct na haar dood het plan had opgevat te pleiten voor haar heiligverklaring bij de bisschop in Mainz. In 1234 werd dit hospitaal, dat geldelijke steun ontving van het Thüringse vorstenhuis, met toestemming van paus Gregorius IX overgedragen aan de Duitse Orde. In datzelfde jaar trad Elisabeths zwager, landgraaf Konrad von Thüringen in de Duitse Orde om in 1239 Herman van Salza op te volgen als Hochmeister. Konrad zette zich dusdanig in voor de verering en canonisering van Elisabeth dat zij een van de patroonheiligen werd van de Duitse Orde. Zo werd zijn rol binnen de Duitse Orde als het ware gelegitimeerd door een verbinding met het Thüringse vorstenhuis. Toen Elisabeths heiligverklaring plaatsvond, was keizer Frederik II daarbij aanwezig. Bij de verheffing van haar beenderen schonk hij de orde een kroon voor de vervaardiging van een reliekschrijn.
Bouwgeschiedenis De eerste bouwactiviteiten De eerste grafleggingskapel, de capella modica, werd korte tijd na haar dood opgericht. Konrad von Marburg liet op diezelfde plek de eerste kerk bouwen, de ecclesia lapidea. Bij de bouw van de ecclesia lapidea in 1232 handhaafde men de plaats van de graftombe van de oorspronkelijke kapel. Nu bevond zich de tombe tussen de grens van het koor en de ruimte die bestemd was voor de kerkgangers. Zo was de grafruimte dus ook voor leken goed toegankelijk. Ook hieruit blijkt de bedoeling om een cultus rond de persoon van Elisabeth op te wekken om zo haar heiligverklaring te bespoedigen.
Bouw van de huidige kerk De huidige kerk werd tussen 1235 en 1283 gebouwd en is de eerste zuiver gotische kerk van Duitsland. Met de bouw van deze kerk werd begonnen op de plek waar de ecclesia lapidea enkele jaren eerder over het graf van de heilige Elisabeth was gebouwd. Naast de functie van pelgrimskerk gewijd aan Elisabeth moest deze nieuwbouw nog twee andere belangrijke functies vervullen. De kerk moest namelijk dienen als grafplaats voor de Hessische landgraven en tegelijk kerkgebouw zijn voor de Duitse Orde. Daartoe moest de kerk van Konrad van Marburg afgebroken en vervangen worden door een aanzienlijk grotere kerk. Met zekerheid kan men stellen dat de drie bestemmingen van de Elisabethkerk vanaf het begin uitgedacht waren. De bouwgeschiedenis begon met de triconchale (=klaverbladvormige) koorpartij waarvan de noordelijke apsis de grafplaats zou insluiten.
Het is moeilijk voor te stellen dat het reliquiarium van Elisabeth blootstond aan de gevaren die de bouwactiviteiten met zich mee brachten, zeker gezien het feit dat de buitenmuur van de huidige apsis de plattegrond van de tombe kruist. Vermoedelijk zijn Elisabeths relikwieën tijdelijk overgebracht naar een gedeelte van de ecclesia lapidea dat ten tijde van de bouw van de apsis nog overeind stond. Een oorkonde uit 1249 lijkt dit te bevestigen. Er wordt gesproken over ‘sepulchrum (…) in ecclesia sancti Francisci de Marburg’, waarmee niet anders bedoeld kan zijn dan het oostelijk deel van het kerkgebouw van Konrad van Marburg. Hessisches Urkundenbuch 1., 1. Abteilung: Urkundenbuch der Deutschenordens – Ballei Hessen, Bd. I: 1207-1299, Leipzig 1879, nr. 95, geciteerd in: 1995, p. 19.
De Elisabethkerk bestaat uit een zogenaamd triconchaal koor zonder kooromgangen dat aansluit op een driebeukige hallenkerk met een tweetorenfront. Men bouwde de kerk volgens de gebruikelijke procedure van het oosten naar het westen. Op grond van stilistische criteria heeft men de tijdspanne tussen 1235 en 1283 in een aantal bouwfasen ingedeeld. De verschillende bouwfasen hebben zich laten vaststellen door historisch onderzoek en moderne bouwarcheologische technieken zoals dendrochronologische datering van de dakstoel. Het dendrochronologisch onderzoek leverde op dat de viering kort na 1243 van een dak voorzien was, het oostelijk gedeelte van het schip in 1248 en het westelijke in 1277. De afsluiting van de torens met achtkantige spitsen tussen topgevels stamt pas uit de vroege veertiende eeuw.
In 1946 werden voormalig rijkspresident van Duitsland Paul von Hindenburg en zijn vrouw Gertrud von Sperling bijgezet in de Elisabethkerk.
Bouwfasen (schema) Datering op grond van: , Die Elisabethkirche zu Marburg in ihrer ursprünglichen Farbigkeit, Marburg 1984. BOUWFASE 1. – DE KOORBOUW Men begon met de koorbouw bestaande uit drie apsissen om de viering. BOUWFASE 2. – DE BOUW VAN HET SCHIP De eerste twee traveeën aan de oostzijde van het schip bouwde men direct tot de volle hoogte van het bouwwerk. Men bouwde het schip zoals gebruikelijk van oost naar west. BOUWFASE 3. - GEWELVEN Hoewel men de muren van het schip nog tot de tweede bouwfase rekent, zijn de gewelven vermoedelijk in deze derde bouwfase aangebracht. Bouwfase 1. – Eerste bouwcampagne (1235-1237) Net zoals in de basilicabouw bouwde men allereerst de benedenzone van de wandgeleding; dus tot de halve hoogte van het gebouw. De wand van het noordelijk zijschip werd vermoedelijk aangebouwd tegen de oudere ecclesia lapidea. Bouwfase 2. – Eerste bouwcampagne (1244-1248) De eerste bouwloods van het schip bouwde precies de helft van het schip: namelijk de eerste twee traveeën tot de volle hoogte en de derde travee tot de halve hoogte van het schip. Bij deze bouwfase behoorde ook de beide oostelijke pijlerparen. Er is nauwelijks een cesuur vast te stellen tussen de bouw van het koorgedeelte en het eerste gedeelte van het schip. De tweede bouwloods voltooide het schip tot aan de steunberen van de torenfaçade: de laatste twee traveeën in de benedenzone en de drie in de bovenzone. Ook twee pijlerparen werden opgericht. Bouwfase 3. – Eerste bouwcampagne (ca. 1265 begonnen) Bij deze bouwfase moet een stilistisch aspect opgemerkt worden. Tussen het oostelijk en het westelijke gedeelte binnen het schip is een opmerkelijk verandering van de vormentaal die vermoedelijk duidt op een grotere pauze tussen de opeenvolging van bouwfasen 2. en 3. Bouwfase 1. – Tweede bouwcampagne (1238-1240) Naar alle waarschijnlijkheid werd allereerst de bovenzone gebouwd van het oostkoor. Volgens de oorkonde van 1249 was de oude kerk van Konrad van Marburg nog niet afgebroken. Dat houdt in dat de veelhoekige koorsluiting aan de noordzijde pas later tot stand gekomen moet zijn. De juistheid van deze historische bron lijkt bij nader inzien ongegrond doordat de dakstoel van de viering op 1243 is gedateerd. Er zijn ook kunsthistorici die menen dat de voltooiing van de benedenzone van het noordelijk transept ongeveer gelijktijdig was met die van de bovenzone van het oostkoor. De logische gevolgtrekking van deze theorie is dat de belangrijkste ruimtes voor de liturgie als eerste voltooid waren. Mogelijk waren deze voltooide ruimtes door een tijdelijke afscherming gescheiden van de bouwactiviteiten. ... Bouwfase 3. – Laatste bouwcampagne (tot 1283) De gewelven van de travee binnen de onderruimte van de torens werden voltooid. Ook is het heel goed mogelijk dat het venster in de façade nog voor 1283 aangebracht werd. Voor de rest kwam de afwerking van het interieur tot stand.
Plattegrond van de Elisabethkerk Klaverblad met veelhoekige koorsluitingen De klaverbladvormige plattegrond kan ook gelezen worden als een koor met een polygonale apsis (bestaande uit een halve tienhoek) aansluitend bij een dwarsschip met eveneens polygonale koorsluitingen. Omdat de absidiaal gesloten armen een omgang ontberen, ontstaat een uitzonderlijke plattegrond die kenmerkend is voor deze kerk. Wanneer men uitgaat van de plattegrond, kan men de verhouding tussen het koor en het hallenschip als disproportioneel bestempelen. Dit komt door het typologisch onderscheid tussen de plattegrond van de hallenkerk en het triconchale koor. Dit onderscheid is onder andere gelegen in de verschillende ontwikkelingslijnen van beide bouwtypen.
left|thumb|300px|Plattegrond
Triconchale plattegrond De triconchale plattegrond van Marburg komt voort uit de kerkbouw die men vindt in het noordoosten van Frankrijk. (Doornik, Noyon, Soissons, Kamerijk). Deze kerken zouden qua plattegrond echter weer teruggrijpen op de St. Maria im Kapitol in Keulen uit de elfde eeuw. Er kunnen geen directe verbanden tussen de Keulse bouwschool en Marburg aangetoond worden. Het ontbreken van Keulse kenmerken zoals een vieringtoren doet veeleer denken aan de voorbeelden in het grensgebied tussen Noord-Frankrijk en Vlaanderen. 1940, pp. 175-187, geciteerd in: 1968, p. 24. Het motief van de triconchale plattegrond voerde via België naar Frankrijk om vervolgens weer terug te keren in Duitsland.
De kathedraal van Doornik, die nog sterk in romaanse traditie stond, vormt waarschijnlijk de brug tussen St. Maria im Kapitol en de gotische kathedraal van Noyon die waarschijnlijk een grote invloed heeft uitgeoefend op de bouw van de Elisabethkerk. In de plattegrond van Noyon is te zien dat het noord- en zuidkoor geen kooromgang heeft hetgeen we ook terugvinden in Marburg. Door de steunberen neigen deze nog ronde koorafsluitingen van Noyon naar de polygonale apsissen van het soort in de Elisabethkerk.
De begin 19e eeuw afgebroken kathedraal van Kamerijk was de eerste grote kerk waarin de kruisarmen afgesloten werden door polygonale afsluitingen bestaande uit een halve tienhoek. Kamerijk had daarentegen nog wel een kooromgang met een zuidoostelijke aanbouw van kapellen zoals in Soissons. De mogelijkheid van een direct verband tussen Kamerijk en Marburg wordt ondersteund door het historische feit dat de koorbouw in Kamerijk tussen 1227-1231 ondersteund werd door een schenking van de heilige Elisabeth.
De polygonale afsluiting van 5/10 kwam al voor in de St.-Yved in Braine in de omgeving van Soissons. Deze kerk speelde een belangrijke rol in de ontwikkeling van de specifieke decoratie en wandopbouw van de eerste gotische kerken in Duitsland waartoe ook de Elisabethkerk in Marburg behoort. De andere Duitse gotische kerk die vaak met de Elisabethkerk in een adem wordt genoemd is de Liebfrauenkirche in Trier. Er is dan ook en zeker vormovereenkomst met deze kerk, waarvan de bouw ongeveer gelijktijdig begon (1235), maar dit zal elders in deze tekst behandeld worden.
Centraalbouw? Er bestaat een hypothese dat er oorspronkelijk helemaal geen hallenschip gepland was maar een vierde absidiale afsluiting aan de westzijde. 1919-1926, Bd. I (1919), pp. 292-294 en 1968, pp. 21-33, aangehaald in: 1984, p. 13 (onder noot 8). Volgens deze theorie had de kerk als centraalbouw voltooid moeten worden. Een dergelijke kleinschalige centraalbouw zonder kooromgangen kan nooit berekend zijn op een grote stroom van pelgrims. En omdat de functie van pelgrimskerk al vanaf het begin voorzien was, is deze opvatting zeer twijfelachtig.
Gotische vormentaal uit Frankrijk 300px|left|Afbeelding links
Wandgeleding