Schizofrenie (van het Griekse σχίζειν schizein, 'splijten' en φρήν phrēn, 'geest') is een psychische aandoening binnen het schizoïde spectrum. De aandoening kan gepaard gaan met hallucinaties (het horen van stemmen), paranoia, wanen en denkstoornissen. Er is soms ook sprake van problemen in het functioneren op emotioneel en sociaal vlak.

Ondanks de letterlijke betekenis van "schizofrenie" ("gespleten geest") gaat het niet om een dissociatieve identiteitsstoornis, een aandoening waar schizofrenie soms mee wordt verward en die ook wel bekend is als "meervoudige persoonlijkheidsstoornis" of "gespleten persoonlijkheid".

Introductie Symptomen De symptomen worden meestal voor het eerst zichtbaar bij jongvolwassenen (tussen het 15e en 30e levensjaar). De aandoening heeft wereldwijd een prevalentie van ongeveer 0,3–0,7%. In Nederland zijn 47.000 mensen met schizofrenie bekend bij de huisarts.Schizofrenie, hersenstichting.nl, bezocht 19 oktober 2019 De diagnose wordt gesteld op basis van geobserveerd gedrag en de door de patiënt gerapporteerde ervaringen.

Een belangrijk kenmerk is dat er tijdens het verloop van de ziekte minimaal eenmaal een psychotische episode is opgetreden. Doorgaans komen deze episoden vaker voor. Ze gaan gepaard met een afwijkende beleving van de werkelijkheid (een afwijkende cognitie), resulterend in onlogische gedachtepatronen, wanen, hallucinaties en in wisselende mate emotionele, denk- en gedragsstoornissen. Vaak vermindert ook het vermogen om iets te leren (cognitief verval). Voor ca. 1960 werd voor deze aandoening ook de term dementia praecox (=dementie op jonge leeftijd) gebruikt. Inmiddels is de terminologie belangrijk verfijnd.

Oorzaak De oorzaak van schizofrenie is altijd onderwerp geweest van speculaties. Genetische factoren, de jeugdomgeving, neurobiologische en psychologische factoren en sociale processen lijken de belangrijkste veroorzakers te zijn. Sommige medicijnen of drugs kunnen de symptomen veroorzaken of verergeren. Onderzoek richt zich vooral op de rol van neurologische processen, hoewel er nog geen precieze biologische oorzaak is gevonden. De vele mogelijke combinaties van symptomen hebben ertoe geleid dat men zich afvraagt of de diagnose betrekking heeft op een stoornis of een aantal afzonderlijke syndromen. In dat verband spreekt men wel van schizofrenie als 'containerbegrip'.

Mogelijk bestaat er een genetische verwantschap tussen schizofrenie en de schizotypische persoonlijkheidsstoornis. Recent wordt vooral een geïntegreerd kwetsbaarheid-stressmodel gehanteerd. De genetische relatie tussen schizofrenie en autisme wordt wetenschappelijk onderzocht.

Gevolgen Onbehandeld is schizofrenie een ziekte die tot veel lijden (bij patiënt en omgeving) kan leiden en arbeidsongeschiktheid kan veroorzaken.

De stoornis heeft niet alleen gevolgen voor de cognitie, maar veroorzaakt meestal ook chronische problemen op het gebied van gedrag en emotie. Mensen met schizofrenie hebben vaak ook andere aandoeningen of stoornissen (comorbiditeit), zoals depressies en angststoornissen en in bijna 50% van de gevallen is er sprake van middelenmisbruik. Sociale problemen, zoals langdurige werkloosheid, armoede en dakloosheid komen vaak voor. De gemiddelde levensverwachting van mensen met schizofrenie is 12 tot 15 jaar minder dan van andere mensen. Dit wordt veroorzaakt door meer lichamelijke problemen en het vaker voorkomen van zelfmoord (ongeveer 5%).

Behandeling Het belangrijkste onderdeel van de behandeling is antipsychotische medicatie, die vooral de activiteit van dopamine- (en soms serotonine) receptoren onderdrukt. Psychotherapie, ergotherapie en begeleiding bij terugkeer in de maatschappij zijn ook belangrijke onderdelen van de behandeling. In ernstige gevallen – wanneer er gevaar bestaat voor de patiënt zelf of voor anderen – kan een gedwongen opname nodig zijn, hoewel zo'n opname vaak van korte duur is.

Geschiedenis Vóór de negentiende eeuw zijn zelden officiële meldingen van schizofrenieachtige syndromen gerapporteerd, hoewel er wel veel gevallen bekend zijn van irrationeel, onbegrijpelijk of ongecontroleerd gedrag. Een gedetailleerd verslag van een geval uit 1797, James Tilly Matthews, en beschrijvingen door Phillipe Pinel gepubliceerd in 1809 worden vaak beschouwd als de vroegste gevallen van deze aandoening in de medische en psychiatrische literatuur. Schizofrenie is voor het eerst in 1853 beschreven als afzonderlijk syndroom bij tieners en jongvolwassenen door Bénédict Morel onder de naam démence précoce (letterlijk 'vroege dementie'). De term dementia praecox werd in 1891 gebruikt door Arnold Pick in een verslag van een geval van een psychotische stoornis. In 1893 heeft Emil Kraepelin in de classificatie van psychiatrische stoornissen een breed nieuw onderscheid geïntroduceerd tussen dementia praecox en stemmingsstoornissen (onder de naam manische depressie; hieronder werd zowel unipolaire als bipolaire depressie verstaan). Kraepelin was van mening dat dementia praecox primair een hersenaandoening was, en meer specifiek een vorm van dementie, die zich onderscheidde van andere vormen van dementie zoals de ziekte van Alzheimer, die vaak op latere leeftijd ontstaan.

miniatuur|upright|De term schizofrenie werd voor het eerst voorgesteld door Eugen Bleuler. Het woord schizofrenie – van de Oudgriekse woorden schizein (σχίζειν, "splijten") en phrēn (φρήν, "geest") kan ruwweg worden vertaald als "gespleten geest" – werd in 1908 voorgesteld door Eugen Bleuler; hij wilde hiermee de scheiding weergeven tussen de verschillende functies van persoonlijkheid, denken, geheugen en waarneming. Bleuler omschreef de belangrijkste symptomen als de 4 A's: vlak Affect, Autisme, verstoorde Associatie van ideeën en Ambivalentie. Bleuler besefte dat de aandoening geen vorm van dementie was omdat sommige van zijn patiënten opknapten in plaats van achteruitgingen, en stelde daarom de term schizofrenie voor. In de jaren vijftig van de twintigste eeuw vond een revolutie plaats wat betreft de behandeling dankzij de ontwikkeling en introductie van chloorpromazine.

miniatuur|links|Molecuul van chloorpromazine, een middel dat in de jaren vijftig van de twintigste eeuw een revolutie in de behandeling van schizofrenie veroorzaakte In het begin van de jaren zeventig van de twintigste eeuw was er veel verschil van mening rond de diagnostische criteria voor schizofrenie. Dit leidde uiteindelijk tot de ontwikkeling van de operationele criteria die tegenwoordig worden gebruikt. Bij een groot diagnostisch onderzoek in het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten in 1971 werd duidelijk dat in Amerika veel vaker de diagnose schizofrenie werd gesteld dan in Europa. Dit had deels te maken met minder strikte diagnostische criteria in de VS, waar gebruik werd gemaakt van het handboek DSM-II, terwijl in Europa de ICD-9 werd gebruikt. David Rosenhan concludeerde in zijn onderzoek uit 1973, gepubliceerd onder de titel "On being sane in insane places" in het tijdschrift Science, dat de diagnose van schizofrenie in de VS vaak subjectief en onbetrouwbaar was.Rosenhan, David (19 January 1973). "On being sane in insane places". Science. 179 (4070): 250–258. doi:10.1126/science.179.4070.250. . Archived from the original on 17 November 2004. Deze vaststelling, samen met andere factoren, leidde niet alleen tot een herziening van de diagnose schizofrenie maar ook tot de herziening van het hele DSM-handboek en uiteindelijk tot de publicatie van de DSM-III in 1980.

Een veel voorkomend misverstand is dat met de term schizofrenie wordt aangegeven dat mensen een "gespleten persoonlijkheid" hebben.Zie ook de kritiek van Emil Kraepelin op de term schizofrenie. Hoewel sommige mensen met schizofrenie stemmen horen die ze kunnen ervaren als andere persoonlijkheden, betekent schizofrenie niet dat iemand afwisselend verschillende persoonlijkheden aanneemt. De verwarring is deels afkomstig van een letterlijke interpretatie van Bleuler's term schizofrenie. (Bleuler bracht schizofrenie aanvankelijk in verband met dissociatie (verstoring van de gewoonlijk op elkaar afgestemde functies van bewustzijn, geheugen, identiteit en/of waarneming van de omgeving) en bracht "gespleten persoonlijkheid" onder in de categorie schizofrenie.) Ook werd dissociatieve identiteitsstoornis (het hebben van een "gespleten persoonlijkheid") vaak ten onrechte gediagnosticeerd als schizofrenie op basis van de weinig strikte criteria in de DSM-II. Voor zover bekend werd de term voor het eerst foutief gebruikt in de betekenis van "gespleten persoonlijkheid" in een artikel van de dichter T.S. Eliot in 1933.

Demografische data thumb|Levensjaren gecorrigeerd voor beperkingen voor mensen met schizofrenie per 100.000 inwoners in 2004. Ongeveer 1% van de mensen wordt op enig moment in hun leven getroffen door schizofrenie,Narrow, W. E., Rae, D. S., Robins, L. N., & Regier, D. A. (2002). Revised prevalence estimates of mental disorders in the United States. Archives of General Psychiatry, 59, 115-123 wat in 2011 neerkwam op 24 miljoen mensen wereldwijd. Afhankelijk van hoeveel mildere gevallen van schizofrenie worden meegerekend varieert deze schatting licht. De gerapporteerde prevalentie van schizofrenie neemt sinds het midden van de twintigste eeuw in veel landen af, al is het niet zeker of dit niet te wijten is aan de veranderde criteria voor diagnose.

Schizofrenie komt in alle etnische groepen en over de hele wereld voor. Het komt om onbekende redenen wel vaker voor in de stad dan op het platteland.Kelly, B. D., O'Callaghan, E., Waddington, J. L., Feeney, L., Browne, S., Scully, P. J., et al. (2010). Schizophrenia and the city: A review of literature and prospective study of psychosis and urbanicity in Ireland. Schizophrenia Research, 116, 75-89 Daarnaast komt het 10 tot 100 keer vaker voor in de Verenigde Staten en Europa dan in derdewereldlanden.Torrey, E. F. (1986). Geographic variations in schizophrenia. In C. Shagass, R. C. Josiassen, W. H. Bridger, K. J., Weiss, D. Stoff, & G. M. Simpson (Eds.) Biological psychiatry 1985 (pp. 1080-1082). New York: Elsevier. Dit verschil is deels toe te schrijven aan de betere vastlegging van diagnoses in ontwikkelde landen, maar er zijn ook andere mogelijke oorzaken, waaronder sociale steun en eetgewoontes. Een dieet dat rijk is aan suiker en verzadigde vetten verergert schizofrenie, terwijl een dieet dat rijk is aan vis (omega 3-vetten) het juist vermindert.Peet, M. (2004). Nutrition and schizophrenia: Beyond omega-3 fatty acids. Prostaglandins, Leukotrienes and Essential Fatty Acids, 70, 417-422 De ziekte is wereldwijd verantwoordelijk voor ongeveer 1% van de voor beperkingen gecorrigeerde levensjaren.

Schizofrenie komt 1,4 keer zo vaak voor bij mannen als bij vrouwen. Daarnaast is het ernstiger bij mannen en treedt het op jongere leeftijd op, meestal in de tienerjaren of vroeg in de twintig bij mannen en laat in de twintig bij vrouwen.Aleman, A., Kahn, R. S., & Selten, J. P. (2003). Sex differences in the risk of schizophrenia. Archives of General Psychiatry, 60, 565-571 Schizofrenie bij kinderen komt veel minder vaak voor, net als het ontstaan van schizofrenie op middelbare of oudere leeftijd.

Onderzoekers hebben een aantal opvallende, onverklaarbare eigenaardigheden vastgesteld van schizofrenie: Schizofrenie komt significant minder vaak voor dan gemiddeld bij mensen met diabetes type 1 (wat in de kindertijd ontstaat), hoewel het juist vaker dan gemiddeld voorkomt bij mensen met diabetes type 2 (wat op latere leeftijd ontstaat).Juvonen, H., Reunanen, A., Haukka, J., Muhonen, M., Suvisari, J., Arajärvi, R., et al. (2007). Incidence of schizophrenia in a nationwide cohort of patients with type 1 diabetes mellitus. Archives of General Psychiatry, 63, 894-899