thumb|De Pont du Gard in Frankrijk, een Romeins aquaduct, gebouwd tussen 38 en 52 n.Chr., Interdisciplinary research on the aqueduct of Nîmes and the Pont du Gard, in JRA 4 (1991), pp. 63-88.
Romeinse aquaducten zijn aquaducten die door de Romeinen werden gebouwd om water te transporteren naar steden en industriële gebieden. In het oude Rome bevonden zich elf van deze kunstmatige watergangen. Ze werden gebouwd over een periode van 500 jaar.
De aquaducten behoren tot de grootste technische prestaties van de Romeinen. De gebruikte technieken bleven in de 1000 jaar na aanleg ongeëvenaard. Veel steden, voornamelijk in Noord-Afrika, gebruiken nog steeds de oude Romeinse aquaducten voor hun watervoorziening.
Oorsprong thumb|Aquaduct van Segovia Het woord 'aquaduct' bestaat uit de Latijnse woorden 'aqua' (water) en 'ducere' (leiden). Het aquaduct wordt vermeld door de Griekse historicus, geograaf en filosoof Strabo als de structuren die door de Grieken werden verwaarloosd, en voor het eerst in gebruik werden genomen door de Romeinen.Strabo, Geographika V 3 § 8. (Londen, 1923)
Natuurlijke waterbronnen waren overvloedig aanwezig om zo het volk in de stad van water te voorzien. Rond deze bron werd een verzamelbassin gebouwd, waarvandaan het water door kanalen naar de publieke fonteinen stroomde. Er is geen enkele reden om te zeggen dat deze fonteinen dicht bij of bijna bij de bron stonden, en zeker niet dat het kleine kanaaltjes waren. Uit historische bronnen is dit helaas niet te achterhalen, maar er zijn wel vele voorbeelden van Romeinse bouwwerken bewaard gebleven, zij het dan in minder goede staat. Er werd grote aandacht gespendeerd aan het onderhoud en de versiering van de fonteinen, waar de mensen hun water konden halen. De fonteinen werden steeds gewijd aan een god of held, waardoor ze bijna magische krachten bezaten. De fonteinen werden een soort statussymbool.
De Griekse schrijver Pausanias van Lydië beweerde dat een plaats niet de titel stad kon krijgen, als ze niet beschikte over dergelijke fonteinen.Pausanias, Pausanias, Description of Greece. (Londen, 1918) Het is dan ook nodig om deze auteur en andere hellenistische auteurs te vermelden, voor hun beschrijvingen van een aantal van de meest gevierde fonteinen, zoals die van Theagenes, in MegaraPaus., I 40 §1. (Londen, 1918) en die van Peirene en Lerna in Korinthe - waar er trouwens nog meer fonteinen waren, meestal opgericht door Hadrianus.Paus., II 3. (Londen, 1918)
Techniek thumb|Een doorsnede van een Romeins aquaduct onder de grond: deze tunnel werd met de hand uitgegraven en voorzien van controleputten.
Bouw De totale lengte van de aquaducten voor de stad Rome wordt geschat tussen 420 en 500 km. Toch liep slechts 47 km hiervan bovengronds: de meeste Romeinse aquaducten lagen onder de grond. Deze ondergrondse bouw hielp om het water vrij van ziekte te houden (lijken van dode dieren mogen niet in het aquaduct terechtkomen en kunnen daar zo geen epidemieën veroorzaken) en hielp de aquaducten tevens tegen vijandelijke aanvallen beschermen. Bovendien bleef het water in de grond fris. Het langste Romeinse aquaduct was dat van Constantinopel. Het op een na langste, het Zaghouan Aquaduct, is waarschijnlijk 92,5 km lang.Informatie over het Zaghouan Aquaduct. Het werd gebouwd in de 2e eeuw om Carthago (in het huidige Tunesië) te voorzien van voldoende drinkwater. Carthago lag op dat moment immers in een zeer droog en woestijnachtig gebied.
Bogen De arcaden, een reeks bogen, die algemeen als aquaduct zelf worden afgeschilderd, mogen niet met het eigenlijke aquaduct worden verward. Deze spaarbogen, soms in verscheidene rijen boven elkaar, werden samen met tunnels geconstrueerd om de doorstroming van het water te garanderen over onregelmatig terrein. De bogen vormden een cruciaal punt voor de stabiliteit van het aquaduct: de steunberen mochten bijvoorbeeld niet in het midden van een boog eronder worden geplaatst, anders zou het bouwwerk instorten.
Controle Op regelmatige afstanden werden controleputten en beluchtingsschachten ingebouwd. Deze kanalen waren meestal rechthoekig en voorzien van kleine "laddertjes", zodat men in het aquaduct kon afdalen voor inspectie en onderhoud. Dit hield in: schoonmaken van het aquaduct, verkalking tegengaan en controle op lekkages of vernielingen. Afhankelijk van gebied en van waterhoeveelheid, waren deze zo'n 0,5 tot 2 meter breed en werden ze schoongemaakt (eigenlijk: geschuurd) met kalk. Daarna werd de kalk weggespoeld met water.
Technische hoogstand Romeinse aquaducten waren uiterst verfijnd gebouwd. Zij werden gebouwd op zeer hoog technisch en wiskundig niveau, met een verval (bijvoorbeeld: de Pont du Gard) van slechts 34 cm per km.Pontdugard.fr Het Romeinse aquaduct daalde gemiddeld verticaal slechts 17 m over een lengte van 50 km. Volledig voortgestuwd door de zwaartekracht, konden zij grote hoeveelheden water zeer efficiënt overbrengen. De Pont du Gard kon tot 20.000 m³ water per dag vervoeren, en de combinatie van alle aquaducten uit Rome vervoerde rond 1 miljoen m³ water.
Dat Romeinse aquaducten technische en architectonische hoogstandjes waren, blijkt wel uit het feit dat de gebruikte technieken zelfs tot in onze tijd overleefd hebben. De huidige ingenieurs gebruiken gelijksoortige technieken om riolen en waterleidingen aan te leggen in moeilijk bereikbare gebieden, uiteraard met vernieuwde materialen.
Aquaducten in Rome Om de grote bevolking van Rome van water te voorzien werd deze stad minstens 1.127.220 m³ water per dag geleverd door elf aquaducten. De eerste gedetailleerde statistieken van de aquaducten in de stad werden opgesteld rond 97 door Sextus Julius Frontinus, de curator aquarum (inspecteur van de aquaducten) van Rome tijdens de regeringsperiode van Nerva. Minder informatie is beschikbaar over aquaducten die na Frontinus werden gebouwd. Het gaat om 2 aquaducten: de Aqua Traiana (gebouwd ten tijde van keizer Trajanus) en de Arcus Alexandriana (gebouwd ten tijde van keizer Severus Alexander).
+Aquaducten in RomeNaamBouwjaarGebouwd onderLengte(km)Hoogte aande bron (m)Hoogte inRome (m)Hoogte-verschil (m)Capaciteit(m³ per dag)WaterkwaliteitAqua Appia312 v.Chr.Appius Claudius Caecusen Caius Plautius16,56130201073.000UitstekendAqua Anio Vetus272 v.Chr. - 269 v.Chr.Manius Curius Dentatusen Flavius Flaccus63,6428048232175.920MatigAqua Marcia144 v.Chr. - 140 v.Chr.Quintus Marcius Rex91,42431859259187.600UitstekendAqua Tepula125 v.Chr.Lucius Cassius Longinus Ravilla17,745151619017.800Warm bronwater(gebruikt in de thermen)Aqua Julia33 v.Chr.Marcus Vipsanius Agrippa21,6773506428648.240UitstekendAqua Virgo19 v.Chr.Marcus Vipsanius Agrippa20,69724204100.160UitstekendAqua Alsietina2 v.Chr. (?)Augustus32,8152091719215.680Niet geschiktals drinkwaterAqua Claudia38 - 52 n. Chr.Caligula-Claudius68,68132067253184.280UitstekendAqua Anio Novus38 - 52Caligula86,87640070330189.520Slecht (troebel water)Aqua Traiana109Trajanus32,50025030220Aqua Alexandriana226Severus Alexander22,0320
Constructie thumb|Een doorsnede van het Eifelaquaduct in Duitsland, gebouwd in 80 n.Chr. Het toont duidelijk de afzetting van calciumcarbonaten, waardoor het aquaduct op den duur zelfs zou dichtslibben.
Meetinstrumenten Bij de bouw van Romeinse aquaducten werden vele hulpmiddelen en speciale gereedschappen gebruikt. Een voorbeeld is de chorobates, een houten voorwerp, gesteund door vier benen met daarop een houten vlakke plaat, waarin een halve cirkel gegraveerd was. Bij gebruik werd de halve cirkel gevuld met water en de hoek waarbij het water effen stond, was de juiste hoek. Het werd gebruikt om het terrein te effenen voor de bouw aanving en is dus vergelijkbaar met de huidige waterpas.
Om rechte hoeken te meten gebruikte men de groma. Dit was echter tegen de 2e eeuw v.Chr. al verouderd; vanaf toen gebruikte men de dioptra, een instrument dat aanvankelijk werd gebruikt in de hellenistische astronomie om hoeken tussen sterren te meten. Een dioptra werd ook vaak gebruikt als instrument om twee tegenoverliggende punten op een berg aan te duiden en zo een rechte tunnel te kunnen graven.
Verder werd ook nog het schietlood gebruikt: een loden gewicht hing aan een touw. Dit instrument werd gebruikt om te kijken of de muren wel recht gebouwd waren. Nu gebruikt men nog steeds het schietlood. Om afstanden te meten gebruikten de Romeinen een hodometer. Dit gebeurde door het aantal omwentelingen van een wiel te tellen en dit aantal te vermenigvuldigen met de omtrek van dat wiel.Hodometer
Waterdichtheid Als de rotswand te poreus was, omdat ze bestond uit bijvoorbeeld zandsteen of kalksteen, gebruikten de Romeinen een soort beton of metselspecie (op basis van grind en gips) om de wand waterdicht te maken.Aquaduct, users.pandora.be/phoenica (2005). Soms kwamen zelfs loden platen voor om water tegen te houden, maar die waren vrij duur en moesten van ver ingevoerd worden (o.a. uit Hispania en Britannia). Als alternatief gebruikten de Romeinen soms dierenhuiden of schors van bomen., Romeinse aquaducten van Nijmegen tot Rome, romanaqueducts.info (2006). Een andere veel voorkomende techniek was het onverglaasde aardewerk, waarbij het aardewerk niet van glazuur werd voorzien.Studie over aardewerk (1998 - 2001).
Dammen In het volledige Romeinse Rijk waren er verscheidene honderden stuwdammen, gewoonlijk voor het verzamelen van afvalwater of regenwater, eerder zelden voor de winning van drinkwater. De meeste dammen waren zogenaamde gewichtsstuwmuren, dat wil zeggen dat de muur de waterdruk van een stuwmeer slechts door middel van zijn eigen gewicht tegenhoudt.
Er waren ook een soort van boogdammen, waarmee de druk kon worden weggeleid naar de flanken. Enkele bekende voorbeelden zijn de Esparragalejodam bij Mérida, die nog steeds voor de plaatselijke irrigatie wordt gebruikt, of de stuwdam bij Vallon de Baume in Frankrijk.
Plaats van de aquaducten Water was als onmisbaar levensmiddel zeer belangrijk voor de inwoners van het Romeinse Rijk. In alle delen van het rijk werden daarom aquaducten gebouwd om de steden van schoon drinkwater te voorzien. De organisatie van aanvoer en distributie van drinkwater lag in handen van de cura aquarum, die bestond uit mannen met een goede reputatie bij de keizer. Het water werd verdeeld door de staat en was staatseigendom. In sommige steden werd zelfs belasting geheven op waterverbruik.
thumb|Een stukje van het Eifelaquaduct in profiel thumb|De Aqua Claudia, gebouwd van 38 - 52. Het rechterdeel is gerestaureerd. thumb|Een Romeins aquaduct in Tarragona(Spanje) thumb|Aquaduct van Caesarea in Israël. thumb|Zaghouan Aquaduct bij Tunis
België, Nederland, Duitsland en Luxemburg In de Lage Landen zijn niet veel aquaducten gebouwd, omdat er destijds niet veel grote steden waren en hier grote rivieren stromen; de Schelde, Maas, Rijn en Waal. In Tongeren ligt het best bewaarde aquaduct van de Lage Landen, namelijk het huidige Beukenberg ten westen van de stad.
In het natuurgebied tussen Groesbeek en Nijmegen (het vroegere Nederrijkswald) is ook een (mogelijk) aquaduct getraceerd dat het in de buurt gestationeerde Romeinse legerkamp Legio X Gemina van water voorzag.RAM 119: Een Romeins aquaduct in Nijmegen, racm.nl Via een nu nog herkenbare infrastructuur van aardwerken, dijken en geulen liep het aquaduct hier vermoedelijk vanuit het huidige Berg en Dal naar het legerkamp. Van het aquaduct zelf zijn geen sporen gevonden, mogelijkerwijze omdat het was aangelegd met hout, dat in de loop van jaren vergaan is. In Nijmegen zelf is een cisterne gevonden, die door zijn omvang wijst op wateraanvoer van buitenaf. Deze bevond zich op het hoogste punt van het legerkamp.
In het Duitse Eifelgebied is in 80 na Chr. het Eifelaquaduct aangelegd, om Keulen te voorzien van water uit onder andere Nettersheim. Het loopt grotendeels onder de grond (bescherming tegen Germanen en bevriezing), maar had ook enkele bruggen om valleien over te steken, waaronder een van 1,4 km lang.
Frankrijk