Een tram is een voertuig dat op rails rijdt.
Vaak liggen de rails in de openbare weg, zodat de tram tussen het andere verkeer rijdt. Dit komt vooral voor bij de "stadstram", die openbaar vervoer binnen een gemeente of agglomeratie verzorgt. Voor het rijden op straat zijn passagiers met richtingaanwijzers en remlichten uitgerust; dit in tegenstelling tot treinen. Vergeleken met de trein zijn veel eisen waaraan de voertuigen en de infrastructuur moeten voldoen lager. Snelle en comfortabele trams met geen of minder straattrajecten vallen onder de parapluterm lightrail. Om dit te bevorderen worden er sporen aangelegd met een grotere boogstraal, meestal meer dan 25 meter.Fit for Purpose? The Design and Technology of Modern Light Rail Vehicles., pagina 173, geraadpleegd op 2023-04-23.
Trams worden vooral ingezet voor lokaal vervoer in stedelijke gebieden. In de loop der tijd zijn de meeste interlokale tramlijnen in veel landen vervangen door bus- en treindiensten. Er komen echter ook nog nieuwe lokale en interlokale lijnen bij. Het voertuig wordt meestal elektrisch aangedreven met voeding van een bovenleiding. Maar alternatieve stroomvoorziening komt steeds meer voor. Niet gemotoriseerde aanhangrijtuigen kwamen in 20e eeuw op grote schaal voor maar zijn zeldzaam geworden. Voorheen bestonden er paardentrams, stoomtrams en motortrams.Voorbeeld: :Commons:Category:SNCV/NMVB AR type tram
Omschrijving De scheidslijn tussen tram, metro of trein is dun. Er zijn spoorvoertuigen die zowel op tramlijnen als spoorlijnen rijden, zoals de tramtrein van Karlsruhe of voormalige spoorlijnen zoals RandstadRail.Onderzoek naar Zoetermeerse Krakeling, geraadpleegd op 2026-03-31. Bij veel tramkenmerken is ook een tegenvoorbeeld te noemen. thumb|Tram in klassieke situatie: op straat tussen overig verkeer (Antwerpen). thumb|Een eenrichtingstram: de ZGT (Zwevend Geleed Tramrijtuig) van de RET De belangrijkste tramkenmerken zijn: Het rijden op rails in de openbare weg. Hiervoor moet een tram voldoen aan wegreglementeringen zoals het hebben van richtingaanwijzers. Bij moderne tramlijnen wordt veel op vrije baan gereden, waarbij wegkruisingen meestal gelijkvloers met verkeerslichten geregeld worden. Onder bovenleiding rijden; dus geen stroomafname via een derde rail. Trams met APS vormen hier een uitzondering op. Ook in Parijs werd voor 1937 met ondergrondse stroomtoevoer gereden.Vertramming zonder visuele vervuiling, geraadpleegd op 2021-06-25. Op zicht rijden met slechts seininstallaties op plaatsen waar de zichtbaarheid beperkt is (tunnels) of waar op enkelspoor gereden wordt. Op spoorstaven met tramprofiel rijden. Er zijn speciale wissels nodig als er zowel trams als treinen over het wissel rijden. De wissels worden aangestuurd vanuit het voertuig, behalve in de tunneltrajecten met het seinblokstelsel. Beperkte snelheid: de meeste trams mogen niet harder dan 70 km/h rijden. Relatief lichte voertuigen die niet aan de zware botsproefeisen van spoorwegmaterieel hoeven te voldoen. De breedte en lengte van de voertuigen is beperkt, hoewel er steeds vaker lange gelede trams voorkomen, bijvoorbeeld in Basel en Boedapest. Eenrichtingsvoertuigen die bij de eindpunten keren met behulp van keerlussen of keerdriehoek. In de 19e eeuw veelal tweerichtingsvoertuigen. Een trend is om op diverse tramnetten weer vaker tweerichtingsvoertuigen in te zetten. Die hebben geen keerlus of keerdriehoek nodig. Beperkte perronhoogte of geen perrons (dit laatste is zeldzaam in Nederland). De haltes zijn facultatief en er wordt gestopt op aanvraag; door een knop in het voertuig of een teken van op de halte wachtende reizigers.
Varianten Tramlijnen zijn meestal (onder meer in Nederland en Duitsland) juridisch gezien lokale spoorlijnen. De exploitatie moet slechts voldoen aan de lichtere lokaalspoorreglementering die -voor trams- het rijden op zicht toelaten. In sommige steden wordt een marketingterm gebruikt voor tram, zoals de tram van Rouen die métrobus genoemd wordt. Is de spoorbaan volledig op eigen vrije baan, zonder wegkruisingen, dan spreekt men meestal van een Stadtbahn, premetro, semimetro of iets dergelijks. Zijn er wel wegkruisingen op de vrije baan, dan wordt dat doorgaans een sneltram genoemd. Sommige kruisingen hebben slagbomen met lichten en bellen. Daarnaast zijn er tussenvormen tussen tram en bus, zie TVR en Translohr.
Etymologie Het woord tram (in Nederland meestal uitgesproken als /trɛm/, in Vlaanderen meestal als /trɑm/) is via het Engelse woord tramway in de Nederlandse taal beland. Ook tramway zelf werd een tijd in het Nederlands gebruikt maar is door tram verdrongen, hetgeen ook de Engelse uitspraak die in Nederland wordt gebezigd verklaart. Aan de basis van het woord tramway liggen woorden als tram, trame en traam, die sinds circa 1500 werden gebruikt in het Middelnederlands, Nederduits en Oudfries om de (houten) rail van een kar te omschrijven. Bij toeval worden ook vroege mijnwagentjes in het Engels tram genoemd.History if the Steam Tram, Paper No. 367., geraadpleegd op 2023-06-19.
Daarnaast worden in het Engels kabelbanen door de lucht ook aerial tramway (luchttram) genoemd. Sommige kabelbanen met rails hebben ook tramway in hun naam.
Geschiedenis
De tram is ontstaan uit de combinatie van mijnkarren, door mankracht voortbewogen erts- of goederenbaantjes, en de omnibus, door paarden voortgetrokken koetsen. Aan de omnibus werd het idee ontleend van regelmatig personenvervoer via een vaste route. Aan de mijnkarren werd het idee ontleend van een wagen die over eigen vaste rails loopt, zodat die geen hinder heeft van de slechte ondergrond. In de oude binnensteden in de 19e eeuw was meestal geen bestrating, rails was een voorwaarde voor een rustige rit. De eerste dienst voor reizigers op een spoorweg begon op 25 maart 1807 op de Swansea and Mumbles Railwaywebsite welshwales in Wales. De eerste paardentram reed in 1832 in Manhattan, in New York in de Verenigde Staten. Echter, de rails, die wel 15 cm hoog waren, waren in het begin een duidelijke belemmering en het grote succes kwam dan ook pas nadat Alphonse Loubat in 1852 de groefrails uitvond, waardoor de rails gelijk gelegd konden worden met het straatoppervlak.
Stoomtram en elektrificatie miniatuur|Trambeurs te St. Louis in 1896 Vanaf omstreeks 1880 werden streektrams mogelijk doordat de wetgeving voorzag in lijnen waaraan lagere wettelijke eisen werden gesteld dan de "echte" spoorwegen. De meeste streektramlijnen werden bereden door stoomtrams. De lijnen in de stad werden meestal nog bereden door paardentrams. De eerste elektrische accu-tram werd uitgevonden en getest door Fyodor Pirotsky in Sestroresk in 1875. In 1880 opende hij met dezelfde techniek een lijn in Sint Petersburg, die echter alleen in september 1880 reed.C.N. Pyrgidis, Railway Transportation Systems: Design, Construction and Operation. CRC Press, 2016, p. 156.Ye.N. Petrova. St. Petersburg in Focus: Photographers of the Turn of the Century; in Celebration of the Tercentenary of St. Petersburg. Palace edition, 2003, p.12Guanieri, M. (2020)"Electric tramways of the 19th century". IEEE Industrial Electronics Magazine. 14 (1) : 71-77 De eerste rit met een elektrische tram zonder accu was te Berlijn in 1881. Rond de eeuwwisseling van de 19e naar de 20e eeuw werd de elektrische tram een alternatief voor de paardentram. De van geboorte Belgische ingenieur Charles Van Depoele leverde hieraan een belangrijke bijdrage. Uiteindelijk werden de meeste paardentramnetwerken met een bovenleiding geëlektrificeerd. Ook veel stoomtramlijnen werden geëlektrificeerd, waardoor de streektram tot een goedkopere variant van de spoorweg werd, die het spoorwegnet in de landelijke gebieden aanvulde.
Kabeltrams In de Verenigde Staten deed zich daarnaast een andere ontwikkeling voor: de kabeltram. Nadat Andrew Smith Hallidie op 1 augustus 1873 de eerste kabeltram van San Francisco had laten rijden, werd dit systeem in meerdere grote steden in de VS in gebruik genomen. Hoewel de kabeltram duidelijke voordelen had boven zowel de paardentram als de stoomtram, werd er in Europa nauwelijks gebruik van gemaakt, onder andere omdat de Europese steden meestal de lange rechte lijnen ontbeerden die voor kabeltrams noodzakelijk waren. Ook de kabeltram werd grotendeels door de elektrische tram verdrongen. Het grootste aantal kabeltrams zijn in de straten van San Francisco aan te treffen.
Accutrams Op wat in 1904 lijn 9 zou worden tussen Den Haag en Scheveningen reden tussen 1890 en 1904 accutrams. Ze waren nogal storingsgevoelig, reden om er niet mee door te gaan. In moderne vorm worden (hybride) accutrams weer in verschillende steden toegepast om zo tramverbindingen zonder bovenleiding mogelijk te maken, zoals in Birmingham, Kraków en Nice. Opladen gebeurt statisch (aan de eindpunten of aan de haltes) of rijdend op secties met bovenleiding bij hybride trams.
Hogeluchtdruktrams Hogeluchtdruktrams, of gastrams, reden met een tank die gevuld was met lucht onder hoge druk. Door de expansie van deze lucht in cilinders werden de trams aangedreven. Regelmatig moest de tank bijgevuld worden. Deze experimentele techniek werd rond 1900 veel toegepast, maar kende weinig succes, daar de elektrische tractie veel handiger was. In Maastricht heeft de stadstram van 1896 tot 1902 met deze techniek gereden. De WSM deed er ook proeven mee.
Modernisering en neergang Tussen de twee wereldoorlogen kwam de klad erin: de jaren twintig en dertig was de tijd dat iedereen een bus kon kopen en een lijndienst kon beginnen. Vooral streektrams konden de concurrentie niet aan. De stadstram kwam over het algemeen pas na de Tweede Wereldoorlog in de verdrukking door het oprukkende autoverkeer.
Aan de andere kant werd in de jaren voor en na de Tweede Wereldoorlog veel werk gemaakt van uitbreiding van tramnetten, met name in de grote steden, en van ontwikkeling van moderne tramtypen. In sommige Europese landen verdween de tram in de meeste steden (Denemarken, Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Spanje); in andere landen bleef de tram een belangrijke rol spelen (Duitsland, Oostenrijk, Zwitserland, Centraal-Europa en Oost-Europa). Er zijn ook landen waar de tram bijna alleen in enkele grote steden bleef bestaan (Nederland, België, Italië, Zweden). In Brussel werd in 1983 nog beslist om het tramnet volledig af te schaffen, wat werd teruggedraaid na protest.Brussel tramstad, BRUZZ, 30 augustus 2018
Het tij keert In de jaren tachtig en negentig van de twintigste eeuw keerde het tij voor de tram: nieuwe netwerken werden aangelegd en bestaande netwerken werden uitgebreid en kregen zo veel mogelijk een vrijliggende baan. De wedergeboorte van de tram begon in het Canadese Edmonton, veel steden in de Verenigde Staten volgden. De tram is ook in vele Europese steden opnieuw ingevoerd, onder andere in meer dan 30 Franse steden (zoals Grenoble, Lyon, Nantes, Orléans, Parijs, Rouen en Straatsburg). Ook in Britse steden keerde de tram terug, zoals Londen, Birmingham, Manchester, Sheffield en Nottingham, in Ierland in Dublin en in Denemarken in Arhus en Odense. In Frankrijk kreeg de tram echter ook concurrentie van de bandentram. In de Benelux is Utrecht sinds 1983 opnieuw een tramstad, Luxemburg sinds eind 2017 en Luik tegen 2025.
Ook het comfort van de tram is sterk verbeterd met halte-informatie in beeld en geluid. Ook worden vooral lagevloertrams aangeschaft voor integrale toegankelijkheid en kortere haltetijden.
Galerij
Voertuig-evolutie
Getrokken trams miniatuur|Getrokken paardentram van de Douglas Bay Horse Tramway. De eerste trams bestonden uit een of soms meerdere passagiers- of goederenrijtuigen die getrokken werden door hetzij een paard, hetzij een stoomlocomotief.