thumb|De regeringsleiders van de 27 lidstaten ter gelegenheid van de ondertekening van het verdrag op 13 december 2007 in Lissabon. Het Verdrag van Lissabon is een verdrag van de Europese Unie, getekend in Lissabon op 13 december 2007. Inhoudelijk gezien veranderde dit verdrag het functioneren van de Unie met een reeks amendementen op twee oudere verdragen: het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap (Verdrag van Rome) en het Verdrag tot oprichting van de Europese Unie (Verdrag van Maastricht). De geconsolideerde versies van deze documenten vormen samen de wettelijke basis voor de Europese Unie. Na ratificatie door alle 27 EU-lidstaten trad het verdrag in werking op 1 december 2009.
Volgens de preambule was het doel "het door het Verdrag van Amsterdam en het Verdrag van Nice op gang gebrachte proces te voltooien teneinde de doeltreffendheid en de democratische legitimiteit van de Unie te versterken en haar optreden samenhangender te maken."Verdrag tot wijziging van het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, Preambule De belangrijkste wijzigingen die besloten lagen in het Verdrag van Lissabon betroffen de afschaffing van de zogenaamde pijlerstructuur van de Unie, het toegenomen belang van het stemmen via gekwalificeerde meerderheid in de Europese Raad, een grotere rol voor het Europees Parlement en de introductie van een voorzitter van de Europese Raad en de Hoge vertegenwoordiger van de Unie voor Buitenlandse Zaken en Veiligheidsbeleid. Ook het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie werd rechtskrachtig.
Het verdrag verving de door de Franse en Nederlandse kiezers in 2005 bij referenda verworpen Europese Grondwet. De kritiek bestaat dat er inhoudelijk niet veel verschillen zijn.Parlement.com Volgens de eurosceptische voormalige Britse denktank en lobbygroep Open Europe zou 96% van de tekst inhoudelijk gelijk zijn. Valéry Giscard d'Estaing noemde de wijzigingen 'cosmetisch'.http://euobserver.com/9/24524
Geschiedenis Achtergrond De noodzaak tot hervorming van de instituties van de Europese Unie werd opgenomen in een verklaring bij het Verdrag van Nice in 2001, met het oog op de toetreding van twaalf Oost-Europese lidstaten in 2004 en 2007. In de Verklaring van Laken van december 2001 legden de toenmalige lidstaten zich toe op het vergroten van het democratisch gehalte en transparantie binnen de Unie. Derhalve werd de Europese Conventie opgericht onder het voorzitterschap van de Franse oud-president Valéry Giscard d'Estaing, ter voorbereiding van de op te stellen Europese Grondwet. De Conventie bestond voornamelijk uit afgevaardigden van de nationale parlementen van lidstaten en kandidaat-lidstaten, maar omvatte ook delegaties van overheden. Het definitieve ontwerp werd in juli 2003 naar de lidstaten gezonden, die het op een Europese top in juni 2004 officieel goedkeurden.
De Europese Grondwet werd op 29 oktober 2004 door 25 regeringsleiders ondertekend tijdens een ceremonie in Rome. Voordat deze van kracht kon worden, moest ze nog geratificeerd worden door alle lidstaten. Dit ratificatieproces verschilt per land en wordt bepaald door de betreffende politieke en constitutionele tradities. In de zomer van 2005 werd de grondwet verworpen door zowel het Nederlandse (zie Referendum over het Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa) als het Franse electoraat via referenda. Op dat moment was het document al door zestien lidstaten geratificeerd, waaronder Spanje en Luxemburg, waar referenda wel tot instemming van de bevolking leidden. De benodigde unanimiteit en daarmee de grondwet waren hiermee definitief van de baan.
Herziening van het verdrag thumb|Merkel en Barroso in Berlijn ter gelegenheid van de 50ste verjaardag van het Verdrag van Rome Het constitutioneel proces lag gedurende een “periode van reflectie” stil, totdat Duitsland in 2007 het roterende voorzitterschap van de Europese Unie overnam. Op 1 januari van dat jaar traden Roemenië en Bulgarije toe tot de Unie, waarmee het totaal aan lidstaten naar 27 steeg. In maart werd ter gelegenheid van de vijftigste verjaardag van het Verdrag van Rome de Verklaring van Berlijn unaniem aangenomen door de lidstaten. In die verklaring legden de lidstaten hun intentie vast om vóór de Europese verkiezingen van 2009 een nieuw verdrag geratificeerd te hebben. Het Actiecomité voor Europese Democratie, geleid door de oud-minister president Giuliano Amato van Italië en derhalve ook wel de groep-Amato genoemd, werd aangesteld om de grondwet te herzien. De herziene versie, die op 4 juni 2007 in het Frans werd gepubliceerd, had volgens het tijdschema in de Verklaring van Berlijn op 1 januari 2009 in werking moeten treden.Verklaring van Berlijn
Op 21 juni 2007 kwam de Europese Raad bijeen in Brussel. Onder het voorzitterschap van de Duitse bondskanselier Angela Merkel werd een Intergouvernementele Conferentie van een mandaat voorzien om de nieuwe verdragstekst van de terminologie en symbolen van de verworpen grondwet te ontdoen. Onder druk van het Verenigd Koninkrijk en Polen voegde de Raad een protocol toe waarmee de invloed van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie in deze landen enigszins wordt beperkt. Ook werd de term “Hervormingsverdrag” geïntroduceerd, om het verschil met de grondwet te onderstrepen. De regeringsleiders stemden ermee in dat het nieuwe verdrag de verdragen van Rome en Maastricht zou wijzigen. Deze eerste wordt met de inwerkingtreding van het nieuwe verdrag omgedoopt in het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie. Tijdens de onderhandelingen stond de Poolse delegatie erop dat de stemprocedures in de Raad van de Europese Unie veranderd zou worden, om middelgrote landen zoals Polen minder te benadelen."The Lisbon Treaty", Euractiv. Geraadpleegd op 7-6-2008.
Naamgeving Voorafgaand aan de ondertekening van het verdrag circuleerden verscheidene mogelijke benamingen. De groep-Amato introduceerde aanvankelijk de term "Nieuw Verdrag" en vervolgens "Hervormingsverdrag". De Franse president Nicolas Sarkozy stelde de benaming "mini-verdrag" of "vereenvoudigd verdrag" voor, die, gezien het feit dat het document 145 pagina's telt en daarnaast 36 protocollen, 26 declaraties en een uitgebreide concordantietabel bevat, geen weerklank vonden.
Acht lidstaten, waaronder Duitsland, wilden de oorspronkelijk titel van "Europese Grondwet" behouden. Uiteindelijk besloot men in de traditie van de verdragen van Maastricht, Amsterdam en Nice het document het "Verdrag van Lissabon" te noemen. Deze bepaling is opgenomen in artikel 7 van het verdrag.
Intergouvernementele conferentie Na het opstellen van het mandaat, werd de intergouvernementele conferentie op 23 juli 2007 bijeengeroepen. Portugal, op dat moment voorzitter van de Unie, presenteerde een 145 pagina’s tellend ontwerpverdrag dat op de website van de Raad van de Europese Unie gepubliceerd werd. De conferentie bestond uit afgevaardigden, zowel uit politieke als academische kringen, van iedere lidstaat, alsmede een driekoppige delegatie van het Europees Parlement.
Voorafgaand aan de opening van de conferentie gaf de Poolse regering te kennen de in juni gesloten onderhandelingen te willen heropenen. Druk vanuit andere lidstaten leidde ertoe dat de conferentie plaats kon vinden zoals gepland. In oktober kwamen juridische experts uit alle 27 lidstaten bijeen om het definitieve ontwerp aan een diepgaand onderzoek te onderwerpen. Op dat moment leidde de beslissing de verdragstekst in Portugal te laten ondertekenen ook tot de naam "Verdrag van Lissabon". Tijdens een vergadering van staatshoofden op 18 en 19 oktober 2007 werden nog enkele concessies gedaan om ondertekening door alle regeringsleiders te garanderen:
Italië verwierf een extra Europarlementariër."The Treaty of Lisbon", EurActiv.com. Geraadpleegd op 27-1-2009. Het Ioannina Compromis, dat een minderheid aan lidstaten, die doorgaans geen beslissingen zouden kunnen blokkeren, de mogelijkheid biedt om deze Europese wetgeving in ieder geval te kunnen vertragen, werd onder Poolse druk in een protocol toegevoegd aan het verdrag. Daarnaast wordt er een extra Poolse advocaat-generaal aangesteld bij het Europees Hof van Justitie. Een inbreukprocedure van de Europese Commissie tegen Oostenrijkse quota voor buitenlandse studenten voor geneeskundige opleidingen wordt gedurende vijf jaar geschorst."Treaty reform: over and done with.. at last", EurActiv.com. Geraadpleegd op 27-1-2009. De spelling van het woord “euro” in het Cyrillisch werd op Bulgaars verzoek veranderd."Bulgaren eisen ‘evro’ in plaats van ‘euro’", NRC Handelsblad. Geraadpleegd op 7-6-2008.
Ratificatieproces thumb|De ondertekeningsceremonie in het Mosteiro dos Jerónimos De ondertekeningsceremonie vond plaats op 13 december 2007 in het Mosteiro dos Jerónimos in de Portugese hoofdstad Lissabon.EU-leiders tekenen Verdrag van Lissabon De Britse premier Gordon Brown was als enige regeringsleider niet aanwezig bij de ceremonie. Vanwege binnenlandse prioriteiten ondertekende hij het verdrag afzonderlijk, enkele uren nadat de overige gedelegeerden vertrokken waren."Brown defends EU treaty signing", BBC News. Geraadpleegd op 7-6-2008.
Omdat het Verdrag van Lissabon veelal een verdragswijziging betreft, en niet zoals het Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa een vervanging is voor de bestaande verdragen, waren de Britse, Deense, Portugese en Nederlandse regeringen van mening dat zij geen volksraadplegingen hoefden te organiseren over de inhoud van het Verdrag. Ierland, waar een referendum voor elk verdrag dat soevereiniteit overdraagt verplicht is, was het enige land dat een referendum organiseerde betreffende het Hervormingsverdrag. Daar werd op 12 juni 2008 een volksraadpleging gehouden, die leidde tot afwijzing van het Verdrag.
In Nederland werd het verdrag in de zomer van 2007 behandeld en goedgekeurd door de Nederlandse Eerste en Tweede Kamer. Ondanks berichten in binnenlandse en buitenlandse pers is in België is het ratificatieproces nog niet volledig doorlopen. De parlementen van de federale instellingen en de gewestelijke wetgevingsorganen stemden voor (het Brussels Franstalig Parlement als laatste op 11 juli 2008); desondanks is er nog geen federale afkondiging in het Staatsblad verschenen. De Belgische regering heeft haar ratificatie al wel gedeponeerd, waarmee het proces vanuit verdragsrechtelijk oogpunt hoe dan ook voltooid is.
Wanneer het ratificatieproces in 2008 volgens plan was verlopen, zou het verdrag op 1 januari 2009 in werking getreden zijn. Naar aanleiding van het eerste Ierse referendum in juni 2008 kwam deze planning op losse schroeven te staan. Nu de lidstaten het document niet voor de geplande datum geratificeerd hebben, wordt het verdrag van kracht op de eerste dag van de maand na de laatste ratificatie. De Hongaarse Nationale Vergadering stemde als eerste in met het Hervormingsverdrag, op 17 december 2007. Alle lidstaten hebben het verdrag geratificeerd.
De ratificatie van het verdrag door alle lidstaten stond aanvankelijk gepland voor de Europese Parlementsverkiezingen van 2009. In Ierland werd het verdrag door de bevolking in een referendum in juni 2008 afgewezen; in een tweede referendum, op 2 oktober 2009, werd een herziene versie van het verdrag door de Ieren alsnog met ruim tweederdemeerderheid goedgekeurd. Op 10 oktober 2009 zette de Poolse president Lech Kaczyński zijn handtekening onder het Verdrag van Lissabon. Op 3 november 2009 zette de Tsjechische president als laatste zijn handtekening nadat het Constitutionele Hof van Tsjechië bekendmaakte dat het geen bezwaren had tegen het verdrag.Tsjechië ondertekent verdrag van Lissabon
Overzicht van het ratificatieproces