thumb|Romeinse steden, forten en nederzettingen in Germania Inferior, met langs de zuidoever van de toenmalige Rijn een opbouw van forten die de zwaar versterkte grenslinie vormden. Traiectum staat onder nummer 9, Fletio onder 8, en Fectio onder 10 op de kaart. Forten zijn als vierkant weergegeven, steden als driehoek, nederzettingen als stip thumb|De archeologische opgraving van 1929. Het oostelijk deel van de Heilig Kruiskapel is zichtbaar welke was gelegen in het westelijk deel van het hoofdkwartier binnen het fort thumb|Bij de archeologische opgraving in 1933 werd een deel van een stenen Romeinse barak aangetroffen (zichtbaar in het midden van de foto) thumb|Deel van de castellummuur rechts op de foto (bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed) thumb|Bij de opgravingen werd een muntschat van 50 Romeinse munten gevonden, waaronder een munt vrijwel identiek aan deze aureus met de beeltenis van keizer Tiberius

Traiectum was vanaf omstreeks het jaar 50 een Romeins fort (Latijn: castellum) langs de rivier de Rijn. Het lag destijds op de noordelijke grens (limes) van het Romeinse Rijk in de provincie Neder-Germanië (Germania Inferior). Vandaag de dag liggen de restanten ervan onder en rond het Domplein in de Nederlandse stad Utrecht.

Het Romeinse fort in de huidige Utrechtse binnenstad vormt de bakermat van de stad Utrecht en bleef in hoge mate bepalend voor de ontwikkeling van de stad. Na het vertrek van de Romeinen rond het jaar 270, werd het in de 7e en het begin van de 8e eeuw diverse malen inzet van de strijd tussen de christelijke Franken en polytheïstische Friezen. Met de definitieve verovering door de Franken in 719, groeide het oude Romeinse fort uit tot de burcht Trecht en het vormde lange tijd met de Utrechtse bisschoppen het bestuurlijk en kerkelijk centrum in de Noordelijke Nederlanden. De burcht trok koop- en ambachtslieden aan die zich naast de burcht vestigden. Van daaruit ontstond een bloeiende handelsnederzetting genaamd Stathe. Tot de 12e/13e eeuw behield de burcht haar verdedigende werking.

Naam De aanduiding Traiectum werd gebruikt om een plaats aan te geven waar een rivier doorwaadbaar of over te steken was. Traiectum staat vermeld in de Romeinse reisgids Itinerarium Antonini tussen Mannaricium (Maurik) en Albaniana (Alphen aan den Rijn). Waar, gezien de naam van het fort, de oversteekplaats voor de rivier lag, is nog niet duidelijk geworden. Gezien er in de Romeinse tijd landbouwgrond direct noordelijk van het castellum op de andere rivieroever lag, wordt vermoed dat de oversteekplaats zich daar heeft bevonden. Op de Romeinse reiskaart Tabula Peutingeriana staat Traiectum niet vermeld. Een verklaring daarvoor is mogelijk omdat bij archeologische onderzoeken rond 2007 bleek dat dit castellum niet aan de doorgaande limesweg lag, maar aan een korte doodlopende zijweg die ervan afsplitste.Algemeen Dagblad, 18 juli 2008

Vanuit de Latijnse aanduiding Traiecto ontstond in de middeleeuwen het Nederlandse woord Trecht.De schrijfwijze Trecht voor de burcht of plaats Utrecht duikt bijvoorbeeld op in: Willibald (ca. 766), Vita Bonifatii auctore Willibaldo (MGH, p. 17, 47 en 52). Trecht behoort tot de oudste drie bekende Nederlandse woorden en is het oudste Latijnse leenwoord in het Nederlands. Het werd voor het eerst genoemd als burcht-/plaatsnaam in het Utrechtse. In de middeleeuwen werd voor Utrecht én Maastricht Traiectum als plaatsnaam gebruikt, ter onderscheid kregen beide plaatsen daarna een nadere aanduiding in hun plaatsnaam.N. van der Sijs, p. 100 Sommige schrijvers noemden de Utrechtse burcht Wiltenburg.

Geschiedschrijving en archeologie Er werd al in de loop der eeuwen omtrent Utrecht over een Romeinse oorsprong en (mogelijke) vondsten uit die tijd gespeculeerd en bericht.Onder meer door Johannes de Beke en Aernout van Buchel Echter tot in het tweede kwart van de 20e eeuw werd de Romeinse oorsprong van Utrecht ontkend door bepaalde wetenschappers. Het in 1927 bij funderingswerkzaamheden bij de Dom van Utrecht aantreffen van onder meer Romeinse aardewerkscherven en dakpannen, zou in 1929 tot de eerste archeologische opgraving met de definitieve ontdekking leiden. Met name de archeologen A.E. van Giffen en C.W. Vollgraff hebben daarna tot 1949 op het Domplein meerdere opgravingen verricht.L.R.P Ozinga, p. 19-24 Tot aan circa 2000 is ongeveer 5% van het castellum onderzocht en opgegraven.R.E. de Bruin, p. 19 In 2011 zijn graafwerkzaamheden gestart ter hoogte van het verdwenen middenschip van de Domkerk waar Van Giffen al eerder groef.

Geschiedenis Romeinse tijd Het houten fort Traiectum werd rond 47-50 n.Chr. ten tijde van keizer Claudius onder de Romeinse generaal Gnaius Domitius Corbulo gebouwd als versterking voor de grens die de Rijn vormde tegen vijandige noordelijke stammen. Recente onderzoeken aan onder meer het Romeinse fort in Woerden doen vermoeden dat de inrichting van de limes met het Utrechtse fort mogelijk al enkele jaren eerder plaats heeft gevonden in verband met plannen voor een Romeinse invasie van Britannia in 43. De opzet van de limes in Nederland kan dan meer gezien worden als een goed bewaakte militaire transportroute.E. J. van GinkelLivius - Traiectum (Utrecht)R. de Kam (2009), in: M.F.M. Duurland, p. 9-10

Het fort in de Utrechtse binnenstad was destijds gesitueerd in een binnenbocht van de Rijn op een oeverwal, met via de lange zijde het front noordwaarts gericht op de rivier. Deze situering ten opzichte van de rivier en de vijand was een typisch verschijnsel bij castella in het huidige Nederland en daarbuiten niet gangbaar.B. Colenbrander, p. 71 De Rijn liep hoogstwaarschijnlijk destijds komend vanuit het zuiden op korte afstand langs het castellum in de Utrechtse binnenstad en boog via de huidige Kromme Nieuwegracht en het Oudkerkhof af, om in westelijke richting stroomafwaarts zijn weg te vervolgen. Tijdens de Bataafse Opstand van 69/70 werd het fort, net als alle andere grensforten langs de Rijn tot aan Castra Vetera (Xanten), verwoest door de Bataafse opstandelingen. Nadat de opstand was bedwongen werd het herbouwd, in een latere fase grotendeels in steen. Rond 270 verlieten de Romeinen Traiectum.

Periodes van het castellum Aangezien er voor het castellum in de Romeinse tijd meerdere her- en verbouwingen hebben plaatsgevonden, wordt door archeologen onderscheid gemaakt in vijf periodes tot aan circa 270. In de eerste vier periodes bestond het fort grotendeels uit hout en aarde, in de vijfde deels uit steen. Diverse malen zijn er in de Romeinse tijd ophogingen aangebracht.

In de eerste en oudste periode werd rond het jaar 50 een houten fort met aarden wal gebouwd op een oppervlak van 88 bij 145 meter. Over het houten fort werd een tweede gebouwd, het bleek verwoest door brand rond het jaar 69/70. Kort daarop werd het fort weer opgebouwd. In (waarschijnlijk het begin van) de 2e eeuw werd een geheel nieuw fort gebouwd. Rond het jaar 200R.P.J. Kloosterman, p. 9 werd het fort vernieuwd en de hout-aarde-wal van het fort vervangen door steen. Het oppervlak werd vergroot naar 124 bij 152 meter. Een periode die wordt toegekend aan de laat-/ na-Romeinse tijd.

De oeverwal waarop het castellum werd gebouwd ligt heden op circa 1,20 tot 1,45 meter boven NAP. Het terrein direct aan de oost- en westzijde met de kampdorpen (de zogeheten vici met niet-militaire bevolking), lag op circa 0,60 tot 0,90 meter boven NAP. In de eerste eeuw heeft zich een overstroming voorgedaan. De rivier bij het fort was in de Romeinse tijd op diverse plaatsen voorzien van beschoeiingen en na de overstroming is binnen het fort een ophoging van ongeveer een halve meter aangebracht. In volgende periodes is daarin diverse malen verder opgehoogd. De totale kunstmatige ophoging in de Romeinse tijd kwam daardoor op 1,80 meter.L.R.P Ozinga, p. 37

Opbouw van het castellum Bij de bouw van het eerste castellum is een met aarde en hout uitgevoerde verdedigingswal met torens aangebracht, met daarbuiten twee droge grachten. Door het castellum liepen twee haaks op elkaar staande hoofdwegen: de via principalis (oost-west) en de via praetoria (noord-zuid). Er zijn sporen aangetroffen dat deze wegen goten hadden.L.R.P Ozinga, p. 54 en 109-111 Van de 5e periode is teruggevonden dat op het punt waar de hoofdwegen buiten het castellum liepen, deze toegangen voorzien waren van stenen poorttorens. Tufsteen uit de Eifel werd in deze periode gebruikt om het fort te voorzien van een stenen buitenmuur. Stenen hoektorens maakten deel uit van deze buitenmuur.

Van de gebouwen in het fort is bekend dat de kazernebarakken uit houten palen en met leem bestreken vlechtwanden bestonden. In een latere periode waren deze deels in tufsteen uitgevoerd. Het hoofdkwartier (de zogeheten principia) was gesitueerd aan de twee hoofdwegen in het castellum. Het was meerdere malen herbouwd. Qua afmetingen was het circa 25 bij 25 meter en minstens 5 meter hoog. Tot aan periode 3 was het hoofdkwartier van hout, daarna was het in tufsteen uitgevoerd. De principia had een binnenhof (atrium) en in periode 5 verwarming (hypocaustum).

Waar de twee hoofdwegen samenkwamen was in het midden van het fort in periode 5 tevens een stenen gebouw van circa 8 bij 7 meter. Vandaag de dag liggen de restanten ervan onder het door een wervelwind verdwenen deel van de Domkerk. Waarschijnlijk was het gebouw in de Romeinse tijd een tempeltje.L.R.P Ozinga, p. 36 met afb. 12, p. 54, p. 61 met noot 72a, p. 107 met afb. 70J.K. Haalebos, p. 58C.J.C. Broer, Antoninia, Wiltenburg, Traiectum, p. 101 Bij de opgravingen is beeldhouwwerk gevonden van de Romeinse god Jupiter, de godin Juno, en een plaatselijk gemaakt beeldje van Minerva of Mars.R.E. de Bruin, p. 21

Leger en bevolking Tussen 88/89 en circa 270 was in het fort een legereenheid ter grootte van een cohors gestationeerd.Imperium-Romanum - Provincia Germania - Exercitus Germanicus Inferior Via stempels op teruggevonden dakpannen is bekend dat dit het cohors II Hispanorum peditata was, bestaande uit infanteriehulpsoldaten afkomstig uit huidig Spanje. De constante sterkte voor het castellum was circa 500 man. Daarbij waren er direct ten oosten en westen van het fort op de oeverwal de vici, nederzettingen met niet-militaire bevolking.Cultuurwijzer - Utrecht (Domplein) - Traiectum Deze vici hadden een totale oppervlakte van 3,8 hectare en naar schatting woonden er 100 tot 300 mensen. De oostelijke vicus ter hoogte van de huidige Pieterskerk is hoogstwaarschijnlijk al in periode 1 ontstaan; de westelijke vicus bij de Buurkerk ontstond mogelijk wat later. Beide nederzettingen werden verlaten bij het vertrek van de Romeinen.M.J.G.Th. Montforts

Vandaag de dag beschrijft de Zadelstraat de doorgaande Romeinse weg vanaf de via principalis naar de westelijke nederzetting en loopt langs de Servetstraat over de Maartensbrug.H. Renes, p. 9 Voorbij het eind van de Zadelstraat werd in 2007 bij het Duitse Huis een klein Romeins grafveld uit de 1e tot 3e eeuw aangetroffen met onder meer urnen voorzien van crematieresten en grafgiften. Vermoedelijk was het grafveld gelegen aan een uitvalsweg van het castellum. Sporen van weidegrond/landbouw uit de Romeinse tijd werden op de andere oever 200 meter ten noorden van het fort aangetroffen en ongeveer een kilometer ten zuiden ervan.R. van der Mark, p. 5 en 12-15R. de Kam, p. 8-9

thumb|Reconstructie van een houten Romeinse wachttoren (turris) bij Vechten

Regio