Postmoderne filosofie is een door twijfel en relativering gekenmerkte wereldbeschouwing, die het bestaan van een absolute waarheid ter discussie stelt. Tegenover concepten als kennistheoretische zekerheid, vaste identiteit, historische vooruitgang en eenduidigheid van betekenis, stellen postmoderne denkers ondermijnende concepten als verschil, herhaling, spoor, hyperrealiteit. Het filosofisch postmodernisme is een kritiek op de moderniteit en het modernisme, maar tegelijkertijd daarvan de radicale voortzetting. Het werd een controversiële filosofische stroming, met heftige tegenstanders.
Jean-François Lyotard introduceerde in 1979 het postmodernisme in de filosofie, in het werk La condition postmoderne.
Geschiedenis De opkomst van een, nog niet als zodanig benoemde, "postmoderne" filosofie is waarneembaar in de Franse filosofie van de jaren 1950, 1960 en 1970. Diverse filosofen beginnen fundamentele kritiek te leveren op de wetenschappen. Bekende namen in dit verband zijn die van de fenomenologen Edmund Husserl en Martin Heidegger, de psychoanalist Jacques Lacan, de structuralist Roland Barthes, en de taalfilosoof en logicus Ludwig Wittgenstein.
Jean-François Lyotard is met zijn boek La condition postmoderne uit 1979 degene aan wie de term postmodernisme kan worden toegeschreven. Lyotard meent dat de 'grote verhalen' dood zijn en daarmee de moderniteit ten einde is. Volgens hem is de samenleving in het postmoderne tijdperk beland. Later zou Lyotard kritiek uitoefenen op zijn eigen boek.Perry Anderson (1998). The Origins of Postmodernity. Londen/New York: Verso, pp. 24–27. thumb|Jean-Francois Lyotard
De Amerikaanse filosoof Richard Rorty wordt - min of meer tegen zijn eigen wil - vaak genoemd als baanbrekend postmodern denker. Rorty beargumenteerde dat de werkelijkheid niet "out there" (als zodanig) bestaat, maar alleen in taal. Een bepaalde taal bestaat bovendien alleen in een bepaalde tijd en op een bepaalde plaats.Joshua Knobe: An interview with Rorty
Ook filosofen als Baudrillard, Jacques Derrida, Michel Foucault en Gianni Vattimo worden tot de postmoderne filosofie gerekend. Zij zijn allen in meer of mindere mate beïnvloed door Friedrich Nietzsche.
Vanwege de vooruitgang van de exacte wetenschappen dachten postmoderne filosofen dat de werkelijkheid te complex is om nog in 'allesverklarende theorieën' te passen. Het geloof in de 'verlossing' door de wetenschap en de techniek achtten zij fundamenteel aangetast. Ook het geloof in een universele ethiek, in de traditie van de westerse filosofie vooral te danken aan het christendom, werd door hen beschouwd als een illusie.
Inhoud Relativisme De relativering van de wereld zoals de postmoderne filosofie die ziet, leidt tot fragmentatie waardoor de wereld, als Ding an sich (entiteit), niet meer bestaat. Ieder individu leeft in zijn eigen fragment van werkelijkheid, denkbeelden van 'juist leven' zijn ideologisch bepaald. Postmodernisten baseren zich hierbij op Friedrich Nietzsche die, met zijn uitspraak "God is dood", niet enkel de ontbinding van sacrale overkoepelende waarden- en normenstelsels proclameerde, maar volgens hen zo ook de filosofie de grond ontnam. Volgens Nietzsche kon de mens, mits die zich inspande om de normen en waarden van de samenleving te overstijgen, zijn eigen normen en waarden kiezen.
De postmodernisten zien in de filosofie in de 20e eeuw drie problemen: Het legenest-syndroom: door de eeuwen heen hebben zich de dochters van de filosofie, als moeder aller wetenschappen, zelfstandig gemaakt (natuurwetenschap, taalwetenschap, sociale wetenschap). De filosofen rest niets anders dan de geschiedenis van hun vakgebied te leren. De verregaande emancipatie en specialisatie van haar dochters: de wetenschappelijke fragmentatie is doorgeschoten en maakt communicatie tussen de vakgebieden moeilijk; wat rest als taak voor de filosofie? Onderzoek van de wetenschap zelf. De wetenschapsfilosofie stelt zich de vragen: Wanneer is iets wetenschap? Wat is een bewijs? Wanneer is iets een bewijs? Kortom, zij zoekt naar een eenheid in de wetenschappen. Algemene aanvaarding van de fragmentarisatie van de wereld: volgens een postmoderne visie is de samenleving ingedeeld in drie grote stromingen die een nadelig effect hebben op de wereld op zich en op de mens. De economie reduceert alles tot koopwaar; de wetenschap maakt alles tot objecten die kunnen worden onderzocht en zo wordt de mens een middel om de wetenschap te ontwikkelen; de techniek maakt de mens tot verlengstuk van deze techniek en er ontstaat afhankelijkheid. De filosofie rest niets anders dan kritiek te leveren op de maatschappij, en proberen de emancipatie van de mens ten opzichte van wetenschap en techniek te bewerkstelligen.
Wetenschap en techniek Sinds 1945 heeft de postmoderne filosofie pogingen ondernomen zich in de wereld van de wetenschap en techniek een nieuwe plaats eigen te maken en heeft ze wat het herontdekken van sacrale overkoepelende theoretische benaderingen van waarden- en normenstelsels betreft, filosofen als Arnold Gehlen, Charles Taylor, Peter Sloterdijk en Boris Groys voortgebracht.
Kritiek op het postmodernisme Diverse academici uiten kritiek op de stijl en inhoud van de postmoderne filosofie:
Noam Chomsky wijst erop dat postmodernisten doorgaans niet in staat zijn uit hun complexe jargon te treden, en hun bevindingen uit te leggen in lekentaal. Volgens hem is het een van de grondbeginselen van de wetenschap dat er kennis toegevoegd wordt aan het algemene reservoir van reeds bestaande kennis. Jargon kan een hulpmiddel zijn voor vakgenoten, maar mag nooit een belemmering zijn voor niet-ingewijden om te begrijpen waar het over gaat. Interglacial.com, Chomsky on Postmodernism - Internet Archive Way Back Machine
Alan Sokal en Jean Bricmont ergerden zich aan de pretentieuze toon van postmodernisten, die volgens hen weinig afweten van de natuurwetenschappelijke vakgebieden. Dit leidt tot aperte nonsens, die echter door niet-deskundigen als zoete koek zou worden geslikt. Daarom schreven Sokal en Bricmont het artikel "Transgressing the Boundaries: Toward a Transformative Hermeneutics of Quantum Gravity". Dit artikel bestond uit vage en onzinnige formuleringen, die uiteindelijk zouden aantonen dat de realiteit niet bestaat. Sokal en Bricmont stuurden hun artikel naar het blad Social Text, dat het wonderwel plaatste. Toen zij onthulden dat het hele artikel een hoax was, zorgde dit voor een schandaal (de Sokal-affaire).Sokal en Bricmont interview Richard Dawkins bekritiseert het vage taalgebruik van veel postmodernisten, en neemt hierbij ook de droogheid en ondoordringbaarheid van menig postmodern essay op de hak. Want hoewel de postmodernisten claimen "taalspellen" te spelen, zijn hun spellen volgens Dawkins opmerkelijk droog en saai. Bovendien is de zure toon waarmee Sokal en Bricmonts hoax werd ontvangen, niet bepaald de reactie van mensen die taalspellen claimen te spelen. Ten slotte wijst Dawkins erop dat menig postmodernist weinig kennis toevoegt aan zijn vakgebied. Dit is jammer, want hiermee houden zij volgens hem posities bezet die door eerlijke wetenschappers met liefde voor kennis zouden kunnen worden bekleed.'Postmodernism Disrobed' by Richard Dawkins, Nature - RichardDawkins.net Jürgen Habermas wijst erop dat de scepsis van het postmodernisme tegenover de progressieve waarden van de Verlichting niets meer is dan een verkapte vorm van conservatisme. Postmodernisten baseren zich op filosofen als Nietzsche en Heidegger, die eerder golden als het conservatieve tegengeluid tegen de moderniteit. In dit opzicht zijn de postmodernisten de hedendaagse vertolkers van een veel ouder conservatief geluid.Modernising Modernism: Habermas V Postmodernism
Zie ook Poststructuralisme Postmoderne literatuur
Referenties