Het prinsbisdom Bazel was een tot de Boven-Rijnse Kreits behorend bisdom binnen het Heilige Roomse Rijk.
Sinds het midden van de achtste eeuw zijn er bisschoppen van Bazel bekend. Het bisdom behoort tot de kerkprovincie Besançon. Waarschijnlijk is de bisschopszetel van Augst verplaatst naar Bazel. Sinds 912 maakte het bisdom deel uit van het koninkrijk Bourgondië. In 1000 schenkt koning Rudolf III van Bourgondië Moutier-Grandvals en dit wordt de kern van het wereldlijk gebied van Bazel. Daarna worden er meer goederen en rechten verkregen, maar de meeste gaan weer verloren.
Bij de opname van het koninkrijk in 1033 in het Heilige Roomse Rijk werd het bisdom rijksvrij. In 1080 werd het graafschap Herkingen verworven en in 1163 de heerlijkheid Ribeaupierre (Rappoltstein) in de Elzas. De voogdij over de stad Bazel ging verloren.
In de dertiende eeuw worden de volgende heerlijkheden en voogdijen verworven of zeker gesteld: Birseck (rijksleen), Asuel, Sornegau, Saint-Ursanne (St. Ursitz), Moutier-Grandval (Münster-Granfelden), Biel/Bienne, Neuveville (Neuenstadt), Montagne-de-Disse, Erguel en de graafschappen Homberg en Ferrette (Pfirt) (tot 1324). In de veertiende en vijftiende eeuw kwamen daar bij: de heerlijkheden Chauvelin, Hartmannsweiler, Buchegg en Franquemont.
Omdat sinds de dertiende eeuw de stad zich stap voor stap los maakte van de bisschop, verplaatste deze zijn zetel naar Porrentruy (Pruntrut).
In 1585 deed de bisschop definitief afstand van zijn aanspraken op de stad. De rijksstad Bazel verbood in 1528 de katholieke godsdienst en annexeert gebieden van het prinsbisdom in de Salsgouw, de Buchgouw, de Sisgouw en de Frickgouw. De bisschop sloot daarop een verbond met de katholieke kantons van het Eedgenootschap.
In 1792 bezetten Franse revolutionaire troepen het prinsbisdom en riepen op 27 november de Rauraakse Republiek uit. Op 23 maart 1793 werd de republiek bij Frankrijk ingelijfd. Nadien veroverden de Franse troepen het zuidelijk deel van het oude prinsbisdom dat behoorde tot de Zwitserse Confederatie.Zie: Helvetische Republiek De laatste prins-bisschop, Franciscus Xaverius van Neveu, verloor hiermee al zijn territoria. In de Reichsdeputationshauptschluss van 25 februari 1803 werd in paragraaf 5 het deel van het prinsbisdom op de rechter Rijnoever aan het keurvorstendom Baden toegewezen. Dit gebied bestaat uit Schliengen, Mauchen en Steinenstadt (overambt Schliengen), de heerlijkheid Istein en Huttingen.
In 1813 werd het Franse gebied door geallieerde troepen bezet. Het Congres van Wenen in 1815 kende het gebied aan het kanton Bern toe als compensatie voor het verlies van de Aargau en Waadt. Aan het kanton Bazel kwamen de zeven gemeenten van de voogdij Birseck en de gemeenten Aesch en Pfeffingen. Hegenheim blijft bij Frankrijk. Op 1 januari 1979 werd het gebied onafhankelijk van Bern en vormde het nieuwe kanton Jura.
Gebied in 1789 Biel/Bienne, Neuveville en de heerlijkheden Erguel, Illfingen, Tessenberg, Porrentruy, Zwingen. Verder als rijksleen de heerlijkheden Delémont (Delsberg), Birseck, Pfeffingen, Schliengen en Freienberge.
Regenten 618 : Ragnacharius 731- 744: Walaus 751- 762: Baldebert 800- 810: Waldo (abt van Sankt Gallen) 807- 823: Hatto/Heito/Otto 823- 835: Dirik I 823- 846: Ulrich I 844- 859: Wighard I 859- 860: Fredebert 870 : Adalwin 891- 892: Rudolf I 892- 895: Iringus/Ihering 905- 916: Adalbero I 917 : Landeolus 918- 921: Willem I 942- 948: Wighard II 950- 974: Rudolf II 984 : Gebizo (graaf van Altenburg) 973 : Adalbero II 988 : Rudolf III 990- 999: Adalbero III 999-1025: Adalbero II 1025-1040: Adalrich/Ulrich II 1041-1055: Dirk II 1055-1072: Beringer/Berngar 1072-1105: Burkhard van (Hasenberg-)Neuchâtel 1107-1122: Rudolf III van Froburg (Hornberg?) 1116 : (Lodewijk I, graaf van Ferrette 1114-1119: Frederik 1123-1131: Berthold I van Neuchâtel (Ferrette?) 1133-1137: Adalbert I van Froburg 1138-1164: Ortlieb van Froburg 1167-1179: Lodewijk II Garwart (van Froburg?) 1179-1181: Hugo van Hasenberg 1180-1191: Hendrik I van Horburg 1191-1213: Luthold I van Aarburg 1214-1215: Waldrich/Walther van Röteln 1215-1238: Hendrik II van Thun 1248-1249: Luthold II van Aarburg (Röteln?) 1249-1262: Berthold II van Ferette 1262-1274: Hendrik III van Neuchâtel-Erguel 1274-1286: Hendrik IV van Gürtelknopf (Isny)(1286-1288: keurvorst van Mainz) 1286-1296: Peter I Reich van Reichenstein 1296-1306: Peter II van Aspelt (1306-1320: keurvorst van Mainz) 1306-1309: Otto II van Granson (1306: bisschop van Toul) 1309-1325: Gerhard van Wippingen (1301-1309: bisschop van Lausanne) 1325-1335: Jan I van Chalon-Arlay (1329-1335: bisschop van Langres) 1325-1326: Hartung Münch 1335-1365: Jan II Senn van Münsingen 1365-1382: Jan III van Vienne (1361-1365: bisschop van Metz; 1355-1361: aartsbisschop van Besançon) 1382-1391: Imer van Ramstein 1391-1393: Frederik van Blankenheim (administrator; 1375-1393: bisschop van Straatsburg; 1393-1423: bisschop van Utrecht) 1393-1395: Koenraad Münch van Landskron 1395-1399: Dietwald van Neuchâtel (administrator) 1395-1418: Humbert van Neuchâtel 1419-1423: Hartmann Münch van Münchenstein 1423-1436: Jan IV van Fleckenstein 1437-1451: Frederik aan de Rijn 1451-1458: Arnold van Rotberg 1458-1478: Jan V van Venningen 1479-1502: Kaspar aan de Rijn 1502-1526: Christof van Utenheim 1527-1527: Johan Rudolf van Hallwyl 1527-1553: Philips van Gundolsheim 1554-1575: Melchior van Lichtenfels 1575-1608: Jakob Christof Blarer van Wartensee 1608-1628: Willem Rink van Baldenstein 1628-1646: Johan Hendrik van Ostein 1646-1651: Beatus Albert van Ramstein 1651-1656: Johan Frans van Schönau-Zell 1656-1693: Johan Koenraad I van Roggensbach 1693-1705: Willem Jakob Rink van Baldenstein 1705-1737: Johan Koenraad II van Reinach-Hirtzbach 1737-1743: Johan Sigmund van Reinach-Hirtzbach 1744-1762: Georg (Josef Willem) Rink van Baldesnein 1762-1775: Simon Nikolaas von Froberg 1775-1782: Frederik Lodewijk van Wangen 1783-1794: Franz Joseph Sigismund von Roggenbach 1794-1803: Franciscus Xaverius van Neveu
Bazel Categorie:Geschiedenis van Bazel Categorie:Geschiedenis van de Elzas Categorie:Geschiedenis van Baden-Württemberg Bazel
Bazel