thumb|Eliminativisten stellen, dat het modern geloof in het bestaan van mentale fenomenen is als het antieke geloof in de verouderde theorieën, zoals het geocentrisch model van de kosmos. Eliminatief materialisme (ook wel eliminativisme) is een stellingname in de filosofie van de geest, dat vele alledaagse opvattingen over de menselijke geest onjuist zijn, of dat bepaalde mentale verschijnselen die in het spraakgebruik worden onderscheiden gewoonweg niet bestaan. De gangbare alledaagse opvattingen zijn ingegeven door een onjuiste "volkspsychologie" (Engels folk psychology). Ze claimt verder dat de toekomstige neurowetenschap of cognitiewetenschap niet alleen zal aantonen dat die inzichten uit de volkspsychologie niet kloppen, maar dat er zelfs geen geestelijke of mentale toestanden bestaan. Volgens aanhangers van dit standpunt zal de folk psychology door de uiteindelijke voltooiing van de neurowetenschap geëlimineerd kunnen worden. Vandaar de naam eliminatief materialisme.

Algemeen In het algemeen is eliminativisme ten aanzien van een klasse van entiteiten de stellingname dat die klasse van entiteiten niet bestaan.Ramsay, S., "Eliminative Materialism", The Stanford Encyclopedia of Philosophy (Winter 2003 Edition), Edward N. Zalta (ed.),URL=https://plato.stanford.edu/archives/win2003/entries/davidson/. Gearchiveerd op 6 oktober 2022. Zo is bijvoorbeeld atheïsme eliminatief over het bestaan van God en andere bovennatuurlijke entiteiten; alle vormen van materialisme zijn eliminatief over de ziel, moderne chemici zijn eliminatief over het bestaan van de warmtestof phlogiston, en moderne fycici zijn eliminatief over het bestaan van het medium ether in de ruimte. thumb|150px|De filosoof Daniel Dennett ontkent het bestaan van qualia.

Het eliminatief materialisme als idee in de filosofie van de geest, is ontstaan en ontwikkeld in de jaren 1960 en 1970. De oorsprong is vooral te vinden in het werk van Wilfrid Sellars, Willard Van Orman Quine, Paul Feyerabend en Richard Rorty.Sellars W. (1956). "Empiricism and the Philosophy of Mind", In: Feigl H and Scriven M (eds) The Foundations of Science and the Concepts of Psychology and Psychoanalysis: Minnesota Studies in the Philosophy of Science, Vol. 1. Minneapolis: University of Minnesota Press: 253-329. online. Gearchiveerd op 18 juni 2023. De term "eliminatief materialisme" werd geïntroduceerd door James Cornman in 1968 om een versie van het fysicalisme van Rorty te beschrijven. De latere Ludwig Wittgenstein was ook een belangrijke inspiratiebron voor het eliminatief materialisme, voornamelijk diens aanval op "privéobjecten", die hij afdeed als "grammaticale ficties."Ramsey, William, "Eliminative Materialism", The Stanford Encyclopedia of Philosophy (Fall 2008 Edition), Edward N. Zalta (ed.), URL = <https://plato.stanford.edu/archives/fall2008/entries/materialism-eliminative/> Section 4.2. Gearchiveerd op 4 juni 2023. Rond het eliminatief materialisme bestaan verschillende verwante opvattingen: Sommige eliminativisten claimen dat er nooit neurale correlaten van bewustzijn gevonden zullen worden voor vele alledaagse psychologische concepten, zoals geloof en verlangen, en dat gedrag en ervaring alleen adequaat verklaard kunnen worden op biologisch niveau.Lycan, W. G. & Pappas, G. (1972) "What is eliminative materialism?" Australasian Journal of Philosophy 50:149-59. Andere claimen het niet bestaan van bewuste mentale toestanden, zoals pijn en visuele waarnemingRorty, Richard (1970). "In Defense of Eliminative Materialism" in The Review of Metaphysics XXIV. Reprinted Rosenthal, D.M. (ed.) (1971)Feyerabend, P. (1963) "Mental Events and the Brain" in Journal of Philosophy 40:295-6.Rey, G. (1983). "A Reason for Doubting the Existence of Consciousness", in R. Davidson, G. Schwartz and D. Shapiro (eds), Consciousness and Self-Regulation Vol 3. New York, Plenum: 1-39. Een andere versie betreft het eliminativisme omtrent de zogenaamde propositionele attitude – de relationele mentale toestand die personen aan uitspraken koppelen – zoals uitgedrukt door Paul Churchland en Patricia Churchland.Churchland, PM and Churchland, P.S., (1998) On the Contrary: Critical Essays 1987-1997. Cambridge, Massachusetts: The MIT Press. Beide verwijzen verder ook naar het lot van andere, foutieve populaire theorieën en ontologieën die in de geschiedenis zijn ontstaan.Patricia Churchland, Neurophilosophy: Toward a Unified Science of the Mind-Brain, MIT Press, 1986. Zo is bijvoorbeeld het geloof in hekserij als bron voor problemen van mensen verworpen, met als gevolg dat de meeste mensen niet meer geloven in het bestaan van heksen. Hekserij werd hierbij niet verklaard in termen van een ander fenomeen, maar werd eerder geëlimineerd uit het discours. Paul Churchland, "Eliminative Materialism and the Propositional Attitudes", In: Journal of Philosophy, 1981, p67-90. Het eliminativisme over qualia ofwel subjectieve ervaring, zoals uitgedrukt door Daniel Dennett en Georges Rey.

Argumenten voor eliminatief materialisme Problemen met de volkspsychologie Eliminativisten zoals Paul en Patricia Churchland betogen dat de volkspsychologie een volledig ontwikkelde, maar niet-geformaliseerde theorie van het menselijk gedrag is. Het wordt dan ook gebruikt om het menselijk gedrag en de menselijke geest te verklaren en er voorspellingen over te maken. Dit standpunt staat bekend onder de naam Theory of mind. Op deze manier pleiten eliminativisten ervoor dat – omdat de volkspsychologie een theorie als een ander is – zij ook op dezelfde wijze moet beoordeeld worden, dus op basis van haar vermogen om te voorspellen en haar succes in het verklaren van fenomenen (in dit geval de geest en het brein).Carruthers, P. & Smith, P. (1996) Theories of Theories of Mind. Cambridge: Cambridge University PressHeal, J. (1994) "Simulation vs. Theory-Theory: What's at Issue?" In C. Peacocke (ed.), Objectivity, Simulation and the Unity of Consciousness Oxford: Oxford University Press.

Ze hebben dan ook verscheidene argumenten ontwikkeld die trachten aan te tonen dat de volkspsychologie een geheel foute theorie is en dat ze daarom ook verlaten moet worden voor een beter alternatief. Zo stellen zij dat de volkspsychologie vele belangrijke mentale fenomenen óf uitsluit óf verkeerd opvat, iets waar, volgens de eliminativisten, de hedendaagse neurowetenschappen wel in slagen. Voorbeelden hiervan zijn dromen, bewustzijn, psychische aandoeningen, leerprocessen en geheugencapaciteiten. Daarnaast argumenteren ze tevens dat de volkspsychologie al meer dan 2500 jaar geen enkele vooruitgang heeft geboekt. De Oude Grieken hadden immers al dezelfde volkspsychologie als de hedendaagse mens. In contrast met dit gebrek aan vooruitgang plaatsen de eliminativisten de neurowetenschap als snel vooruitgaande wetenschap die er beter in slaagt de fenomenen die we tegenkomen te verklaren.Churchland, P.S. (1986) Neurophilosophy: Toward a Unified Science of the Mind/Brain. Cambridge, MA: MIT Press.Churchland, P.M. (1981) Eliminative Materialism and the Propositional Attitudes. Journal of Philosophy 78(2): 67-90. thumb|400px|Schematisch overzicht: Eliminativisten stellen dat sommige wetenschappen kunnen worden gereduceerd (blauw) en dat andere theorieën niet reduceerbaar zijn, en uiteindelijk dan ook afgeschaft worden (oranje).

De volkspsychologie heeft daarnaast nog steeds kenmerken van andere achterhaalde theorieën en legenden van het verleden. Zo probeerden vroegere samenlevingen fysische mysteries van de natuur op te lossen door er mentale predicaten aan toe te schrijven (zoals “de zee is boos”). Deze elementen werden echter door de tijd heen (al gedeeltelijk) vervangen door betere, wetenschappelijke beschrijvingen. Eliminativisten betogen dat men deze lijn gewoon verder trekt: als er een neurowetenschappelijke verklaring bestaat, dan is de volkspsychologische verklaring niet meer nodig en mag dus afgeschaft wordt op dezelfde wijzen zoals we mythische verklaringen hebben afgeschaft.Jackson, F. & Pettit, P. (1990). "In Defense of Folk Psychology". Philosophical Studies 59: 31-54.

Een andere benaderingswijze is door de volkspsychologie te gaan vergelijken met andere “volkse theorieën” die de mensen vroeger aanhingen, zoals de volksbiologie, volksfysica of volkskosmologie. Het is echter duidelijk gebleken dat deze opvattingen radicaal fout zijn geweest, enkel volkspsychologie blijft zo nog overeind staan, onterecht betogen eliminativisten. Er is geen logische basis om de volkspsychologie als uitzondering te beschouwen, zelfs al heeft deze theorie langer stand gehouden en is ze intuïtief en instinctief plausibel. Het is net voor deze intuïtieve waarschijnlijkheid dat eliminativisten waarschuwen. Ze kunnen immers het loutere gevolg zijn van een diepe verankering van de volkspsychologie in de samenleving. Net zoals externe waarnemingen theoriegeladen kunnen zijn, zo waarschuwen eliminativisten ervoor dat misschien ook intuïties slachtoffer kunnen worden van een bias.Churchland, P.M. and Churcland, P. S. (1998). Intertheoretic Reduction: A Neuroscientist's Field Guide. On the Contrary Critical Essays, 1987-1997. Cambridge, MA, The MIT Press: 65-79.

Specifieke problemen met de volkspsychologie De volkspsychologie bestaat grotendeels uit het toeschrijven van intenties (en meer specifiek propositionele attitudes). Eliminativisten wijzen erop dat hieraan over het algemeen ook syntactische en semantische eigenschappen aan toekomen. Een voorbeeld hiervan is de hypothese Language of Thought (Jerry Fodor) die aan mentale fenomenen een syntaxis en andere linguïstische eigenschappen toeschrijft (ze worden volgens Fodor geformuleerd in het "mentalese"). Eliminativisten pleiten er net voor dat zulke eigenschappen geen plaats hebben in de neurowetenschap, die slechts spreekt van actiepotentialen en dergelijke. De syntactische structuren die men aanneemt omwille van de volkspsychologie kunnen zich volgens de eliminativisten nergens in het brein bevinden. Op deze kritiek zijn twee reacties. Aan de ene kant pleiten sommige filosofen ervoor dat mentale toestanden helemaal niet linguïstisch van aard zijn, en zien dit dan ook als een stropopredenering.Horgan, T. and Graham, G. (1990). In Defense of Southern Fundamentalism, Philosophical Studies 62: 107-134Dennett, D. (1991). Two Contrasts: Folk Craft Versus Folk Science, and Belief Versus Opinion, in: Greenwood, J. (ed), The Future of Folk Psychology. New York: Cambridge University Press. De andere mogelijke reactie is van hen die de hypothese Language of Thought niet willen verwerpen. Zij wijzen erop dat mentale toestanden meervoudig gerealiseerd kunnen worden en dat functionele beschrijvingen slechts beschrijvingen van een hogere orde zijn over wat er precies omgaat op het fysisch niveau.McLaughlin, B. and Warfield, T. (1994). "The Allure of Connectionism Reexamined", Synthese 101: 365-400.Fodor, J. and Pylyshyn, Z. (1984). "Connectionism and Cognitive Architecture: A Critical Analysis", Cognition 28: 3-71.

Een andere tegenwerping tegen de volkspsychologie is dat de eigenschap van intentionaliteit van mentale toestanden (zoals een overtuiging), impliceert dat deze ook semantische kwaliteiten heeft. Concreter wordt hun betekenis bepaald door de zaken in de wereld zelf waarheen zij verwijzen. Dit maakt het moeilijk om uit te leggen hoe deze dan nog een echte oorzakelijke rol kunnen spelen in cognitieve processen, wat toch van hen verwacht wordt.Stich, S. (1983). From Folk Psychology to Cognitive Science. Cambridge, MA: MIT Press.