Theodorus van Gadara (Oudgrieks: / Theódōros Gadareús) was een emi­nent retoricus in de tijd van Augustus.

Leven Zijn bijnaam geeft zijn geboorteplaats, Gadara, aan in het land ten oosten van de Jordaan.Zie ook Strabo, Geographika XVI p. 759, Casaub. Van hem werd beweerd dat hij oorspronkelijk een slaaf was geweest.Suda, s.v. . Hij schijnt zich in Rhodos te hebben gevestigd, waar Tiberius, de later princeps, tijdens zijn terugtrekking (van 9 v.Chr. tot 2 n.Chr.) op dat eiland, tot zijn toehoorders behoorde.Quintilianus, Institutiones oratoriae III 1 §§ 17, 18; cf. Seneca, Suasoria III sub fin. Volgens de Suda had hij zich ook gevestigd te Rome, waar hij de rivaal van de redenaars Polemon en Antipater was.Suda, s.v. . Of zijn vestiging in Rome voorafging aan zijn verblijf op Rhodos is onduidelijk: het is waarschijnlijk dat dit zo was, en dat Tiberius in zijn jeugd onderricht van hem kreeg in de retoriek, alsook toen hij al ouder was, tijdens zijn terugtrekking op Rhodos. Door deze vooronderstelling kunnen we Quintilianus' stelling in verband brengen met volgende opmerkelijke passage bij SuetoniusTiberius 57.1. (trad. , 2002): — « Zijn (Tiberius') wrede en rancuneuze natuur openbaarde zich al in zijn jongensjaren. Theodorus van Gadara schijnt hem het eerst scherp doorzien te hebben en hem met een treffend beeld te hebben gekarakteriseerd. Hij noemde hem namelijk dikwijls als hij hem de les las "modder aangelengd met bloed" ( / pēlòn aímati pephyrménon). »

Theodorus was een van de meest vooraanstaande retorici van zijn tijdcf. Juvenalis, Satires VII 177. en was zelfs de stichter van een school van retorici die "Theodorei" werden genoemdQuintilianus, Institutiones oratoriae III 1 §§ 17, 18; cf. Strabo, Geographika XIII p. 625, Casaub., om hen te onderscheiden van de "Apollodorei", of volgers van Apollodorus van Pergamus, die de leraar van Gaius Octavius (de later Augustus) in Apollonia was geweest. Hermagoras de retoricus, bijgenaamd Carion, was een leerling van Theodorus.Quintilianus, Institutiones oratoriae III 1 § 19.

Antonius, een zoon van Theodorus van Gadara, werd ten tijde van Hadrianus senator.

Werken Theodorus schreef verscheidene werken.Quintilianus, Institutiones oratoriae III 1 § 18. De Suda en Eudociaapud , Anecdota Græca, I, Venetië, 1781, p. 230. vermelden volgende werken: / Libri tres de iis quae vocibus quaeruntur. / De Historia Liber unus. / De Thesi Liber unus. / De Dialectorum Similitudine et Demonstratione Libri duo. / De Republica Libri duo. / De Coele-Syria Liber unus. / De Facultate Oratoris Liber unus. Daarnaast zou hij nog andere werken hebben geschreven. Deze lijst toont dat Theodorus een man van velerlei vaardigheden was. Zijn werken zijn allemaal verloren gegaan: een aantal fragmenten zijn bewaard gebleven bij Quintilianus, wiens frequent referenties naar of citaten van TheodorusInstitutiones oratoriae II 15 § 16, III 6 §§ 2, 36, 51, 11 §§ 3, 26, IV 1 § 23, V 13 § 59.) de reputatie die deze genoot aantonen. Hij wordt ook geciteerd door Pseudo-LonginusDe Sublimitate 2., TheonProgymnasmata 12., en mogelijk ook door Demetrius, die hem Phalereus noemt.De Interpretatione 237.

(Langbaine, ad Longin. 2, p. 24, ed. Oxford, 1638. Menag., ad Diog. Laërt. II 104. Fabric., Bibl. Graec., VI, p. 139, X, p. 387.)

Noten

Referentie , art. Theodorus (37) of Gadara, in (ed.), A dictionary of Greek and Roman biography and mythology, III, Boston, 1867, p. 1052.

Categorie:Oud-Grieks redenaar Categorie:Persoon in de 1e eeuw v.Chr.