Het prinsbisdom Straatsburg was een tot de Boven-Rijnse Kreits behorend prinsbisdom binnen het Heilige Roomse Rijk.

thumb|1,4: Straatsburg; 2,3: Neder-Elzas

In 614 wordt er een bisschopszetel in Straatsburg vermeld. In de Frankische tijd werd het bisdom Straatsburg ingedeeld bij de kerkprovincie Mainz, waar het tot 1801 zou blijven. Daarna behoorde het tot de kerkprovincie Besançon.

Reeds in de vroege middeleeuwen werd het gebied rond Rouffach verworven. Tussen 1223 en 1260 lukte het de bisschoppen een wereldlijk vorstendom te vormen. Het gebied was geen eenheid en lag op beide oevers van de Rijn. In 1262 ging de heerschappij over de stad Straatsburg, die sinds 974 in handen was van de bisschop, verloren (zie vrijstad Straatsburg). In 1358 werd de titel landgraaf in de Neder-Elzas verworven van de graven van Oettingen.

In 1648 bij het Verdrag van Münster moest de bisschop de koning van Frankrijk als zijn leenheer erkennen in de gebieden op de linker-Rijnoever. In 1680 volgde de annexatie door Frankrijk. Binnen Frankrijk bleef het een prinsbisdom tot de Franse Revolutie daar in 1789/92 een eind aan maakte. De bisschop ontvluchtte zijn residentie Saverne en resideerde van 1789 tot 1803 in zijn laatste stukje prinsbisdom te Ettenheim.

In de Reichsdeputationshauptschluss van 25 februari 1803 van het Duitse Rijk werd in paragraaf 5 deze rest van het bisdom toegewezen aan de keurvorst van Baden. De keurvorst nam de titel vorst van Ettenheim aan en kreeg daarvoor ook een zetel in het college van vorsten in de Rijksdag en wel nummer 21.

Administratieve indeling Het prinsbisdom bezat op de linker Rijnoever zeven ambten: Saverne, dat direct bestuurd werd vanuit de residentie te Saverne Kochersberg Dachstein Schirmeck Benfeld Marckolsheim Wantzenau

op de rechter Rijnoever de twee ambten: Oberkirch Ettenheim

Een bijzonder status had het in de Opper-Elzas gelegen Mundat Rouffach met drie ambten.

Niet tot het prinsbisdom behoorden de heerlijkheden van het domkapittel Straatsburg.

Regenten

614 : Ansoald 728 : Widegerm 734- 760: Eddo/Etto/Heddo 765- 783: Remigius, graaf in de Elzas 783- 815: Ratho 815 : Udo II 817- 822: Erlhard 822- 840: Adalog 840- 875: Bernhold 875- 888: Rathold 888- 906: Reginhard : Walram 906- 913: Odbert 913- 913: Godfried 913- 933: Richwin 933- 934: Eberhard 934- 950: Rudhard 950- 965: Udo III 965- 991: Erchembald 991- 999: Widerhold 999-1001: Alwig 1001-1028: Werner I van Habsburg 1029-1047: Willem I van Karinthie 1048-1065: Hezilo/Herrand/Hermann 1065-1079: Werner II van Achalm 1079-1084: Dietwald 1085-1100: Otto van Hohenstaufen 1100-1100: Boudewijn 1100-1123: Kuno 1123-1126: Bruno van Hohenberg 1126-1127: Eberhard 1129-1131: Bruno van Hohenberg (tweede keer) 1131-1141: Gebhard van Urach 1141-1162: Burghard 1162-1179: Rudolf 1179-1180: Koenraad I 1181-1190: Hendrik I van Hasenburg 1190-1202: Koenraad II van Hünenburg 1202-1223: Hendrik II van Vehringen 1223-1244: Berchtold van Teck 1245-1260: Hendrik III van Stahleck 1260-1263: Walther van Geroldseck 1263-1273: Hendrik IV van Geroldseck 1273-1299: Koenraad III van Lichtenberg 1299-1306: Frederik I van Lichtenberg 1307-1328: Jan I van Diepenheim (1305-1306: bisschop van Eichstätt) 1328-1353: Berthold II van Buchegg (1328: bisschop van Spiers) 1353-1365: Jan II van Lichtenberg 1366-1371: Jan III van Luxemburg-Ligny (1371-1373: aartsbisschop van Mainz) 1371-1374: Lambert van Brunn (1364-1371: bisschop van Spiers; 1374-1398: bisschop van Bamberg) 1375-1393: Frederik II van Blankenheim (1391-1393: bisschop van Bazel; 1393-1423: bisschop van Utrecht) 1393-1393: Lodewijk van Thierstein 1393-1394: Burghard II van Lützelstein 1394-1439: Willem II van Diest 1439-1440: Koenraad IV van Busnang (overleden 1471) 1440-1478: Ruprecht van Palts-Simmern 1478-1506: Albrecht van Palts-Mosbach 1506-1541: Willem III van Hohenstein 1541-1568: Erasmus van Limpurg 1569-1592: Jan IV van Manderscheid-Blankenheim 1592-1593: Johan George van Brandenburg (protestants; 1607-1623: hertog van Jägerndorf) 1592-1607: Karel van Lotharingen 1607-1626: Leopold van Oostenrijk 1626-1662: Leopold Willem van Oostenrijk 1663-1682: Frans Egon van Fürstenberg (1658-1663: bisschop van Metz; 1657-1682: abt van het Stavelot; 1664-1682: abt van Murbach) 1682-1704: Willem Egon van Fürstenberg (1663-1668: bisschop van Metz; 1682-1704: abt van Stavelot) 1704-1749: Armand Gaston de Rohan-Soubise 1749-1756: Armand de Rohan Soubise (1737-1756: abt van Murbach) 1756-1779: Louis Constantin de Rohan-Guémenée 1779-1803: Louis René de Rohan-Guémenée

Categorie:Geschiedenis van Straatsburg Categorie:Geschiedenis van de Elzas Categorie:Geschiedenis van Baden-Württemberg Straatsburg Straatsburg