De Ming-dynastie (1368-1644) regeerde bijna drie eeuwen over China. Het Mingtijdperk wordt beschouwd als "een van de grootste periodes van ordelijke regering en sociale stabiliteit in de menselijke geschiedenis".Edwin Oldfather Reischauer, John King Fairbank en Albert M. Craig (1989) East Asia: Tradition and Transformation, Harvard University Press, pagina 177 Deze stabiliteit werd gerealiseerd door een sterk autocratisch bewind, ondersteund door een efficiënte bureaucratie van in de confuciaanse klassieken geschoolde ambtenaren (literaat-bestuurders). De Chinese bevolking verdrievoudigde in de Mingperiode, van circa 60 miljoen tot 150-200 miljoen mensen en het rijk kende een grote commerciële en culturele bloei.

De eerste keizer van de dynastie was Zhu Yuanzhang, een meedogenloze rebellenleider in de chaotische nadagen van de Mongoolse Yuan-dynastie. Zhu versloeg al zijn rivalen in de strijd om de macht en stichtte in 1368 de nieuwe dynastie onder de naam Ming. Zhu Yuanzhang regeerde als de Hongwu-keizer dertig jaar op despotische wijze het rijk en drukte een blijvend stempel op de regering en het land.

Het ideaal van Hongwu was een land van zelfvoorzienende landbouwgemeenschappen die met (militaire) corveediensten en belastingen in natura het regime in stand moesten houden. De boerenzoon stond wantrouwend tegenover de handel, die hij aan banden legde maar ook nauwelijks belastte. Ten tijde van de commerciële expansie in de zestiende eeuw liep het Mingregime hierdoor belangrijke inkomstenbronnen mis. Hongwu vertrouwde ook de geletterde elite (literaten) niet, maar herstelde wel het examenstelsel in ere als belangrijkste route naar een ambtelijke loopbaan.

Als inheems heersershuis dat de gehate buitenlandse overheersers had verdreven was de Ming in zichzelf gekeerd en geneigd tot een defensieve en isolationistische houding ten opzichte van de buitenwereld. De zeven spectaculaire vlootexpedities van admiraal Zheng He naar de Indische Oceaan vormden een uitzondering op deze regel. Buitenlandse contacten en handel werden zoveel mogelijk gereguleerd via het tribuutsysteem. De dreiging van de Mongoolse stepperuiters bleef echter aanwezig en dwong de Ming tot het onderhouden van een groot staand leger en het versterken van de duizenden kilometers lange Grote Muur in het noorden. De kuststreken werden op hun beurt bedreigd door wakō-piraten en het verschijnen van de eerste Europeanen, Portugezen, Spanjaarden en na 1600 Nederlanders.

De zestiende eeuw was in veel opzichten de bloeiperiode van het rijk. In cultureel opzicht leidde de toenemende urbanisatie en de expansie van de boekdrukkunst tot een grotere diversiteit en verfijning. Een vrijdenkende literaat als Wang Yangming is een sprekend voorbeeld van deze ontwikkeling. De contacten met de Europeanen stimuleerden de commercialisering en ambachtelijke productie van China, vooral in de delta van de Yangzi Rivier. Via de zogenaamde Columbiaanse uitwisseling kwam het land in aanraking met nieuwe landbouwgewassen uit Amerika, zoals maïs en aardappelen, waardoor de bevolking verder kon groeien. Chinese producten als zijde en het veelgeroemde Mingporselein waren zeer gewild bij de Europeanen. Via allerlei officiële en clandestiene kanalen stroomde Amerikaans en Japans zilver het land binnen. Ongemunt zilver verving het door hyperinflatie waardeloos geworden papiergeld als het belangrijkste ruilmiddel. De belastingen in natura werden meer en meer omgezet in betalingen in zilver, een ontwikkeling die via de Eén Zweep Hervormingen (yitiao bianfa) landelijk werd doorgevoerd.

Het begin van de zeventiende eeuw was daarentegen een tijd van rampspoed voor het rijk. Onder invloed van de klimaatverslechtering tijdens de Kleine IJstijd volgde de ene misoogst op de andere, met als resultaat hongersnood en rebellie. Onderbrekingen in de aanvoer van zilver leidden tegelijkertijd tot een fiscale crisis. Het regime slaagde er niet langer in het land onder controle te houden en in 1644 nam de opstandeling Li Zicheng de hoofdstad Beijing in. De laatste Mingkeizer hing zichzelf op in de Verboden Stad. Li Zicheng werd kort daarna verdreven door de Mantsjoes van de Qing-dynastie, die van de verwarring gebruik maakten om de Grote Muur te passeren. Loyalisten van de Ming bleven zich nog tot 1662 verzetten tegen de nieuwe heersers (zie Zuidelijke Ming).

Zhu Yuanzhang en de vestiging van de Ming-dynastie Val van de Yuan thumb|HongwuDe Mongoolse khan Koeblai had heel China veroverd en in 1271 de Yuan-dynastie uitgeroepen. De dynastie zou nog geen eeuw standhouden. Ondanks de pogingen van Koeblai Khan om zich behalve als khan ook als een Zoon van de Hemel te presenteren, wist de Yuan-dynastie de Chinezen niet aan zich te binden. De verwoestingen van de Mongoolse veroveringstochten hadden tot een grote daling van de Chinese bevolking geleid. Eind dertiende eeuw telde China nog slechts 60 miljoen inwoners, een halvering vergeleken met een eeuw eerder.Ebrey, pagina 184 In de loop van de veertiende eeuw werd het land verder getroffen door natuurrampen als droogteperiodes, desastreuze overstromingen, sprinkhanenplagen en epidemieën (wellicht de Zwarte Dood). Na 1351 begon het Yuan-bewind in China te desintegreren. Grote delen van China kwamen in handen van verschillende opstandige groepen die meer bezig waren met elkaar te bestrijden dan de Yuan. Een van de gevaarlijkste opstanden was die van de Rode Hoofdbanden, een messiaanse boeddhistische beweging die geloofde in de aanstaande komst van de verlosser Maitreya.

Zhu Yuanzhang (1328-1398) kwam uiteindelijk als overwinnaar uit de machtsstrijd naar voren. Hij was van zeer arme boerenafkomst: zijn ouders hadden verschillende kinderen moeten afstaan omdat ze hen niet langer konden voeden. Toen Zhu zestien jaar oud was kwamen zijn ouders om het leven in de nasleep van een overstroming van de Gele Rivier. De rondzwervende wees werd opgenomen in een boeddhistisch klooster, totdat dat werd platgebrand door Yuan-troepen.

In 1352 sloot Zhu Yuanzhang zich aan bij een van de milities van de Rode Hoofdbanden in Anhui. Hij toonde zijn kwaliteiten als een sluwe en wilskrachtige commandant en wist binnen enkele jaren op te klimmen tot de leider van de opstandelingen. In 1355 stak Zhu met een sterk en gedisciplineerd leger de Yangzi over en veroverde hij de belangrijke stad Nanjing, zijn latere keizerlijke hoofdstad. Vanuit deze basis breidde hij in de jaren daarna zijn macht in het zuidoosten uit. Door het elimineren van verschillende rivalen groeide Zhu uit tot de belangrijkste speler in de strijd van allen tegen allen. Formeel steunde Zhu nog lang de aanspraken op de troon van de leider van de Rode Hoofdbanden. In 1367 stierf deze echter onder verdachte omstandigheden als de gast van Zhu Yuanzhang. Een jaar later rukte Zhu op naar de hoofdstad Dadu (Beijing). De Yuan-keizer vluchtte met zijn hofhouding en overgebleven troepen naar Mongolië. Als de Noordelijke Yuan-dynastie bleven de Mongolen aanspraak maken op de keizerlijke troon. Zhu Yuanzhang verwoestte de Yuan-paleizen en riep zichzelf uit tot de eerste keizer van de Ming ('Helderheid')Brook, pagina 86: Ming ('Helderheid') wordt in de traditionele Chinese kosmologie geassocieerd met vuur. Binnen de Vijf Fasen (wuxing) van de cyclus van vernietiging volgt vuur op water, een verwijzing naar Yuan, een waterwoord dat 'Oorspronkelijke Oorsprong' betekent. Daarnaast refereert Ming aan de manicheïstische ideeënwereld van de Rode Hoofdbanden, waarin strijd tussen goed en kwaad, licht en donker, centraal staat., onder de periodenaam Hongwu ('Grote Krijgshaftigheid').

Regering van Hongwu Tijdens zijn dertigjarige bewind groeide de Hongwu-keizer uit tot een van de machtigste heersers uit de wereldgeschiedenis.Dardess, pagina 28 Zijn gemis aan formele scholing wist hij te compenseren door zijn aangeboren intelligentie en zijn vermogen te leren van zijn adviseurs. Overtuigd van zijn missie om orde op zaken te stellen in het rijk was hij vastbesloten zijn stempel te drukken op alle aspecten van het landsbestuur. Voor zijn opvolgers liet Hongwu gedetailleerde aanwijzingen na hoe het land te regeren, de Huang Ming Zu Xun ('Instructies van de voorouder van de verheven Ming'). Hongwu's achterdochtigheid grensde ondertussen aan paranoia en leidde tot meerdere grootschalige zuiveringen.

Hongwu's autocratische of zelfs despotische stijl van regeren eiste strikte gehoorzaamheid van ondergeschikten aan hun meerderen, onder dreiging van strenge lijfstraffen. Voor aloude confuciaanse principes als wederkerigheid en verplichting als basis voor de verhoudingen tussen heerser en onderdaan was geen ruimte. Hongwu herstelde het examenstelsel in 1371 als selectiesysteem voor de bureaucratie, maar schortte de examens vervolgens tien jaar op omdat hij niet tevreden was over de geslaagde kandidaten. In 1380 liet Hongwu zijn kanselier (ook wel eerste minister genoemd) Hu Weiyong executeren op verdenking van een complot. De daarop volgende zuiveringen binnen de ambtenarij kosten 30.000 mensen het leven.Ebrey, pagina 192. Andere zuiveringen eisten nog eens 70.000 slachtoffers De functie van kanselier werd daarna afgeschaft: gedurende de duur van de dynastie was het alleen de keizer die de civiele bureaucratie aanstuurde.

Hongwu stelde tegelijkertijd ook strikte regels op over de erfopvolging van de heersers binnen zijn dynastie: deze diende volgens het principe van primogenituur te geschieden. Het gevolg was dat onder zijn vijftien opvolgers tal van minderjarigen en ongeschikte heersers voorkwamen, die de rol van autocraat niet konden of wilden invullen en leunden op de eunuchen van de keizerlijke hofhouding. Dit leidde regelmatig tot crises en verlamming van het bestuur.

Op economisch gebied streefde Hongwu naar zelfvoorzienende en zelfbesturende landbouwgemeenschappen die het regime ondersteunden met corveediensten en belastingen in natura. Ook het leger diende door het vestigen van militaire landbouwkolonies zoveel mogelijk zelfvoorzienend te zijn. Handel en nijverheid werden eveneens strak gereguleerd. Buitenlandse betrekkingen en handel dienden uitsluitend binnen de kaders van het tribuutsysteem plaats te vinden. In zijn buitenlandse politiek was Hongwu niet expansief: de omringende landen dienden China het verschuldigde respect te tonen door het brengen van tribuut (doorgaans een goed voorwendsel om handel te drijven), maar hoefden niet te vrezen voor militaire avonturen van Chinese zijde.

Dynastieke verwikkelingen Yongle thumb|left|Het aanbieden van een giraffe aan de Yongle-keizerVolgens de regels van de primogenituur had Hongwu zijn kleinzoon Zhu Yunwen (1377-1402) benoemd tot zijn opvolger, als oudste zoon van zijn eigen - reeds gestorven - oudste zoon. Zhu Yunwen nam in 1398 plaats op de troon onder de periodenaam Jianwen.