Konrad Stekl (Ragusa, Dalmatië (nu: Dubrovnik, Kroatië), 21 juli 1901 – Graz, 9 mei 1979) was een Oostenrijks componist, muziekpedagoog, musicoloog en dirigent.

Levensloop Stekl was een zoon van een K. en K. Generaal-Majoor. Hij groeide in verschillende landen en steden op. Zo ging hij op school in Brno, Tsjechië, in Chotusice, Okres Kutná Hora, Tsjechië, in Ragusa, Dalmatië, in Gorizia, Italië, in Triëst, Italië, in Chicago, Illinois en in Ridgefield Park in New Jersey. In 1922 vertrok de familie Stekl met hun zoon Konrad weer naar Stiermarken in Oostenrijk.

Stekl studeerde aan de school van de Musikverein für Steiermark, de latere Universität für Musik und darstellende Kunst in Graz muziektheorie, piano, orgel, trompet en contrabas onder andere bij Roderich von Mojsisovics-Mojsvár (1877-1953) en bij Artur Michl (1897-1965). Als het aan de beurt was, de muziekscholen in de Oostenrijkse deelstaat Stiermarken op te bouwen, stichtte hij muziekscholen in Judenburg, in Zeltweg, in Fohnsdorf, in Trbovlje, (Slovenië), in Eichtal, in Edlingen en in Ratschach. In 1941 werd hij tot muziekdirecteur benoemd.

Na de Tweede Wereldoorlog en de terugkomst uit de Russische gevangenschap werd hij directeur van de muziekschool Kapfenberg. Daar werd hij ook dirigent van het orkest van de gezelschap van de muziekvrienden. Het Ringorchester Graz werd van hem opgericht en hij was langjarige dirigent van het orkest. Hij was professor aan de Universität für Musik und darstellende Kunst in Graz.

Stekl behoorde tot de weder-oprichters van de Steirische Tonkünstlerbund in 1957 en heeft veel engagement in de ontwikkeling van deze federatie van componisten ingebracht. Hij was lange jaren de 2e voorzitter van de Steirische Tonkünstlerbund en werd in 1962 erelid. Als componist schreef hij werken voor vele genres. In 1947 en in 1953 kreeg hij de Joseph Marx-Musikpreis van de deelstaat Stiermarken. In 1957 werd hij met de Förderpreis van de Österreichische Staatspreis en in 1961 met de Theodor-Körner-Preis onderscheiden.

Stijl Stekl ging van de romantiek van Max Reger uit, die hem van zijn leraar Roderich von Mojsisovics-Mojsvár opgedragen werd. Aansluitend componeerde hij in de twaalftoontechniek (Dodecafonie) om later over te gaan in de vrije inzet van de techniek van de reekscompositie.

Composities Werken voor orkest 1927: Ouvertüre, voor orkest, op. 13 1931: Trifailer Marsch, voor orkest, op. 20a 1931: Heroischer Marsch, voor orkest, op. 20b 1931: Walzer, voor orkest, op. 20c 1935: Ouverture in de oude stijl, voor orkest, op. 25 1935: Corelli - Suite, voor orkest, op. 26 1935: Corelli-Variationen - over een Largo van Arcangelo Corelli, voor orkest, op. 27 1935: Südslawische Suite, voor orkest, op. 31 1936: Rococo-Suiten, voor orkest, op. 33 Rococo-Suite Nr. 1, op. 33a Rococo-Suite Nr. 2 naar stukken van Johann Friedrich Fasch, Georg Philipp Telemann, Christoph Foerster en Johann Josef Futt, op. 33b 1943: In Freiburg sind viele gefallen, orkestfantasie over een oud soldatenliedje, op. 40c 1948: Tanz-Suite uit de opera "Der Rattenfänger", voor groot orkest, op. 41a 1948: Flötenphantasie uit de opera "Der Rattenfänger", voor dwarsfluit en orkest, op. 41b 1948: Flagellanten-Mars uit de opera "Der Rattenfänger", voor orkest 1951: Symphonie des 1. Mai, voor gemengd koor en orkest, op. 47b - tekst: Rudolph Frant 1953: Drie voorspelen tot de opera "Grauli", voor groot orkest, op. 51a 1957: 12-Ton-Skizzen, voor strijkorkest, op. 56a 1957: Musik im 12-Ton, voor strijkorkest, op. 56b 1959: Musik uit de opera "Anna Iwanowna", voor groot orkest, op. 57a 1959: Russische danssuite uit de opera "Anna Iwanowna", voor groot orkest, op. 57b 1960: Adagio und Fuge, voor strijkorkest, op. 38 1960: Klosterneuburger Hymnar - 3 voorspelen voor orkest uit het oratorium "Der Verduner Altar", voor orkest, op. 58a 1962: Drei Interludien uit de opera "Marino Falieri", voor groot orkest, op. 61a 1964: Zwei Zwischenspiele uit de opera "Königin Teje", voor orkest, op. 63a 1971: Concert, voor fagot en orkest, op. 83 1973: Concertino, voor trompet en orkest, op. 89 1973: Vier Fantasiestücke, op. 95 1974: Imaginationen, muziek voor strijkorkest, op. 104 1976: Concertino americana, op. 121b 1977: Chippeva-Suite, voor trompet en kamerorkest, op. 129 1977: Quatro incisioni, voor 2 klarinetten in c, 13 instrumenten, pauken en slagwerk, op. 131 Die Macht der Liebe, liederencyclus voor orkest, op. 90 Fantasietta - Tema con sette variationi e Fughetta, voor dwarsfluit en orkest Festliche Musik - Suite in F-groot, voor orkest, op. 39 Kleine Zwölfton-suite in modo antico, op. 50a Suite in F majeur, voor orkest, op. 39c Vorspiel mit Marsch uit de opera "Der Kammerkavalier", voor orkest, op. 60a

Werken voor harmonieorkest 1931: Trifailer Marsch, voor harmonieorkest, op. 20a 1943: Festlicher Ruf für Bläser Nr. 1, op. 40a 1944: Festlicher Ruf für Bläser und Schlagwerk Nr. 2, op. 40b 1974: Musik für Bläser, op. 102 1976: Musica turca, voor symfonisch blaasorkest, op. 124 1978: Cheyenne - Amorphia, voor symfonisch blaasorkest, op. 138

Missen, oratoria, cantates en gewijde muziek 1925: Der 117. en 67. Psalm, voor gemengd koor en orgel, op. 6 1931: Raphael uit "Madrigale", voor vierstemmig vrouwenkoor en orkest, op. 19 nr. 3 - tekst: Peter Hille 1955: Bekenntnis, voor tenor, gemengd koor en orkest, op. 52b -tekst: Otto Eggenreich 1959: Requiem, voor een knapstem (knapenkoor), sopraan-, alt-, tenor-, bas-solo, achtstemmig gemengd koor en groot orkest, op. 45 1962: Der Verduner Altar, Hymnarium in 3 delen, voor sopraan, alt, tenor, bariton, twee bassen, sprekkoor, jongeskoor, vrouwen-, mannen- en gemengd koor, orkest en orgel, op. 58 1966: Barrabas, Bijbelse scène voor solisten, gemengd koor en orkest, op. 66 - tekst: Georg Trakl 1968: Maria Magdalena, Bijbelse scène voor tenor-, bas solo, gemengd kamerkoor en orkest, op. 70 - tekst: Georg Trakl 1971: Verlassenheit, cantate in drie delen voor mezzosopraan, bariton, gemengd koor en orkest, op. 84 - tekst: Georg Trakl 1972: Franz von Assisi, oratorium in drie delen voor spreker, sopraan-, alt-, tenor-, bariton- en bas solo, gemengd koor, orgel en groot orkest, op. 85 - tekst: Paul Anton Keller 1976: Der Tod, op. 116 nr. 2 - tekst: Paul Anton Keller 1979: Psalmarium "Herr dich werde ich rufen müssen", op. 140 (onvoltooid)

Muziektheater Opera's Voltooid in titel aktes première libretto 1925 Nachtigallenschlag, op. 4 Theodor Colshorn naar Emanuel Geibel 1926 Märchen (Sprookje), op. 7 Emanuel Geibel 1927 Das Laubhaus, op. 12 Paul Keller 1929 Sun, op. 15 Max Dauthenday 1946 Der Rattenfänger, op. 41 3 bedrijven Julius Franz Schütz 1953 Grauli, op. 51 3 bedrijven Max Dauthenday 1959 Anna Iwanowa, op. 55 Voorspeel en 2 bedrijven naar de gelijknamige roman van Bruno Ertler (1889-1927) 1962 Marino Falieri - Doge van Venetië, op. 61 3 bedrijven Friederike von Webenau 1964 Königin Teje, op. 63 2 bedrijven Friederike von Webenau Der Kammerkavalier, op. 60 Bruno Ertler Ein Fest auf Haderslevhuus, op. 80 voorspeel en 2 aktes van de componist naar Theodor Storm

Toneelmuziek 1925: Nachtigallenschlag, voor drie vrouwenstemmen, een mannenstem, drie dwarsfluiten, twee hobo's, twee klarinetten in Bes, twee fagotten, vier hoorns in F, twee trompetten in C, een trombone of tuba, pauken en strijkorkest, op. 4 - tekst: Theodor Colshorn, naar Emanuel Geibel 1930: Musik zu einem Schäferspiel - "Die Laune des Verliebten", voor strijkorkest, op. 17 nr. 1 - tekst: Johann Wolfgang von Goethe 1930: Musik zu einem Märchenspiel, voor een melodieinstrument en strijkorkest - tekst: Marianne Fiedler, op. 17 nr. 2 1930: Musik zu einem Singspiel - "Frühlingsanfang", voor strijkorkest, op. 17 nr. 3 - tekst: Marianne Fiedler 1931: Der Kaufmann von Venedig (De koopman van Venetië) (1594/1596), muziek voor de komedie van William Shakespeare, op. 18 1947: Narrenliebe, melodram voor spreker en orkest, op. 44 - tekst: Bruno Ertler 1947: Die junge Königin, melodrama voor spreker en orkest, op. 44b - tekst: Max Dauthendey 1968: Blaubart, tragedie in twee taferelen voor solisten, gemengd koor, orgel en orkest, op. 72 - tekst: Georg Trakl 1968: Don Juans Tod, fragment van een tragedie dramatische scène voor tenor, bariton, bas, driestemmig mannenkoor en orkest, op. 73 - tekst: Georg Trakl 1968: Johanna, dramenfragment voor solisten, driestemmig vrouwenkoor en orkest, op. 74 - tekst: Georg Trakl 1968: Sündflut, toneelstuk voor sopraan, bas, gemengd koor en orkst, op. 75 - tekst: Max Dauthenday 1970: Königin und Fiedelmann, melodrama voor spreker en orkest, op. 79 - tekst: Bruno Ertler 1973: Die Spinne, drama in 1 akte, op. 100 - tekst: E. Decsey

Vocale muziek Werken voor koren 1931: Madrigale, voor gemengd koor, op. 19 März (Max Dauthendey) Juninacht (Rudolf Kapri) Raphael (Peter Hille) Im Morgenglanz 1966: Kleinigkeiten, voor vrouwen- of kinderkoor, op. 64a - tekst: Erich Mahnert Mahnung Zaubergarten Der Leiermann Erster Schnee Verwandlung Spinnchen Wilde Rosen Es hat sich der Regen Regen 1978: Vier Männerchöre, voor mannenkoor, op. 139 - tekst: Rudolf List Nacht der Apfelblühte Demut der Landschaft Traunsee Traunstein Das Morgenlied, voor gemengd koor, vrouwenkoor en orkest - tekst: Georg Trakl Edelrauten und Stoanröserln, voor mannenkoor, op. 77 2 Arbeiterchöre, voor mannenkoor, op. 24a - tekst: Walter Mehring Sang vom Schrott und Waffenhandel Lied vom trockenen Brot Lied der Arbeit, voor mannenkoor en blazers, op. 24b - tekst: Karl Bröger (mogelijk ook identiek met op. 23c) Mannerchöre a cappella, op. 23a Ständchen - tekst: R. Reinich Abend - tekst: Max Dauthendey Es waren drei junge Leute - tekst: R. Presber Johannisfeuer - tekst: Max Dauthendey Männerchöre a cappella, op. 47a - tekst: Erich Mahnert Sommerwolken Scherzo Königskind und Sänger Suite, voor vrouwenkoor, hoorns, bekken en strijkorkest, op. 8 - tekst: K. H. Bartz en Peter Hille, naar Emanuel Geibel Weihnachtshymne, voor mannenkoor, trompet, hoorns en strijkers, op. 23b - tekst: Alphons Petzold

Liederen 1925: Zwei Lieder, naar gedichten van Freiherr Börries von Münchhausen, op. 1a Schlittenfahrt Heller Morgen 1925: Vier Lieder, voor sopraan en piano, op. 1b - tekst: naar gedichten van Alphons Petzold Sonniges Lied Abendliches Lied Im Volkston Sommer 1925: Orchesterlieder, voor zangstem en orkest, op. 2 "Sanfter Abend" en "Bewegte Nacht", naar gedichten van Rudolf Kapri, op. 2a Lieder der Sehnsucht naar gedichten van Grete David, Cäsar Flaischlen, Johannes Sorge, op. 2b 1926: Leuchtende Tropfen, voor mannenstem en piano, op. 3 - tekst: Peter Hille Selige Grüße Nacht Baum Lichtregen Wintermeer 1926: Frühlingslieder, voor zang en piano, op. 9a - tekst: I. Kraßnitzer 1926: Drei Lieder, voor sopraan en piano, op. 9b (opgedragen aan Elsi Bendl-Hohenstern) Zu Dritt - tekst: Freiherr Börries von Münchhausen Das Glück - tekst: Paul Wertheimer Mit drei roten Rosenblättern - tekst: Otto Michaeli 1926: 2 Lieder, voor zangstem en piano, op. 9c - tekst: Alfons Goyda, Otto Walter Jene stillen Stunden Du 1926: Kammerlieder Nr. 1, voor sopraan, dwarsfluit en piano, op. 10a - tekst: A. v. Wallpach Austönen Im Fliehen der Tage Unhörbare atmet die Sehnsucht durch die Nacht 1926: Kammerlieder Nr. 2, voor sopraan, hoorn en piano, op. 10b - tekst: Ricarda Huch Alphorn Du Fern Sehnsucht 1927-1930: 8 Lieder, voor zangstem en piano, op. 14 Weiche Flocken - tekst: R. J. Sorge Herbstlied - tekst: A. Fischer-Colbrie Mai - tekst: Max Dauthendey Du - tekst: Christian Morgenstern Volkslied - tekst: Alphons Petzold Liebestraum - tekst: B. Kähler Sie hat Rosen angezündet - tekst: Max Dauthendey Abend - tekst: R. J. Sorge 1930: 2 Lieder, voor zangstem en piano, op. 16a - tekst: Hans Wlach Weiße Tränen tropft der Reif Ich möchte deine Wange wieder fühlen 1930: Schlichte Weisen, voor zangstem en piano, op. 16b