thumb|Traditioneel rood steentje met acht noppen Dit artikel beschrijft de geschiedenis van de LEGO Group, maker van het LEGO speelgoed.
1916-1958: van houten speelgoed naar plastic blokjes
| align=left | Volgens een werknemer van Lego in Denemarken was Ole Kirks overstap naar de speelgoedproductie geïnspireerd door de overheid in plaats van door zichzelf. Verschillende literaire uittreksels beweren echter het tegengestelde, door te zeggen dat Ole Kirk zélf besloot om te beginnen met het maken van speelgoed. Veel persoonlijke gesprekken en verhalen suggereren dat toen de werkplaats van Ole Kirk in 1932 in vlammen opging, een lokaal sociaal werker met het idee kwam, of hem anders stimuleerde om speelgoed te gaan maken.
miniatuur|De ontwikkeling van Legostenen: in het begin met een holle onderkant, later met holle buisjes en plastic scheidingswandjes voor meer verbindingsmogelijkheden thumb|De ontwikkeling van Legostenen
De LEGO Group had een moeilijke start in de werkplaats van Ole Kirk Christiansen, een timmerman uit Billund, Denemarken. In 1916 kocht Christiansen een houtbewerkingswinkel in Billund, die al sinds 1895 bestond. Hij verdiende geld met het bouwen van huizen en meubels voor boeren in de omgeving, met de hulp van een kleine groep leerlingen. Zijn werkplaats brandde in 1924 af, nadat twee van zijn jongste zonen een aantal stukken hout in brand hadden gestoken. Onverschrokken als hij was, zag Christiansen de ramp als een mogelijkheid om een grotere werkplaats te bouwen en hij maakte plannen om zijn bedrijf verder uit te breiden; toch zou de aankomende Grote Depressie een grote impact op zijn leven krijgen. Tijdens het zoeken naar een manier om zijn productiekosten zo laag mogelijk te houden begon Ole Kirk met het maken van miniatuurversies van zijn producten als hulp bij het ontwerpen. Het waren uiteindelijk de miniatuurladdertjes en ijzeren bordjes die hem inspireerden om speelgoed te gaan maken.
In 1932 begon Christiansens winkel met het maken van houten trekpoppen, spaarpotten, auto's en vrachtwagens. Hij kreeg een bescheiden hoeveelheid succes, maar gezinnen waren arm en vaak niet in staat om zulke stukken speelgoed aan te schaffen. Boeren in de omgeving gaven hem soms eten in ruil voor zijn speelgoed; Christiansen vond dat hij, naast het produceren van speelgoed, moest doorgaan met het maken van meubilair, om in zijn levensonderhoud te kunnen voorzien. In het midden van de jaren 30 zorgde de jojo-rage ervoor dat hij voor een korte periode werk had, tot deze rage plotseling ophield. Opnieuw wist Christiansen dit in zijn voordeel om te zetten door de niet-gebruikte jojo-onderdelen te gebruiken als wielen voor speelgoedvrachtwagens. Zijn zoon Godtfred ging in die tijd voor hem werken.
In 1934 werd het bedrijf omgedoopt in de naam "LEGO". Christiansen hield een wedstrijd onder zijn werknemers om te zien wie met de beste naam voor het bedrijf kwam, waarbij hij een fles huisgemaakte wijn als prijs uitloofde. Christiansen bedacht zelf ook twee namen, "Legio" (met het idee van speelgoed om te verzamelen) en "LEGO", een zelfgemaakt woord dat is afgeleid door het Deense zinsdeel leg godt, wat "speel goed" betekent. Later ontdekte de LEGO Group dat "LEGO" in het Latijn ook kon worden geïnterpreteerd als "ik zet in elkaar", "ik verzamel" of “ik leer”. LEGO Timeline Lego.com
Toen plastic op grote schaal werd gebruikt, ging Christiansen met zijn tijd mee door plastic speelgoed te produceren. Een van de eerste stukken modulair speelgoed dat werd gemaakt was een vrachtwagen die uit elkaar kon worden gehaald en opnieuw kon worden samengesteld. In 1947 verkregen Ole Kirk en Godtfred Christiansen enkele voorbeelden van blokstelselachtige plastic bouwsteentjes, die werden gemaakt door het bedrijf Kiddicraft. Deze zogenoemde "Kiddicraft Self-Locking Building Bricks" waren ontworpen door Hilary Harry Fisher Page, een Brit, die er patent op had. 1949: The Automatic Binding Brick Isodomos.com In 1949 begon de LEGO met het produceren van soortgelijke bouwstenen, die "Automatic Binding Bricks" werden genoemd. De Legostenen werden gemaakt van celluloseacetaat en konden op elkaar worden geplaatst. Aan de bovenkant zaten een aantal nopjes en ze waren aan de onderkant hol, waardoor ze gemakkelijk met elkaar konden worden verbonden. Op die manier zaten ze stevig vast, maar niet zo stevig dat ze niet meer los konden worden gehaald. In 1953 kregen de bouwstenen een nieuwe naam: Lego Mursten, oftewel "Legostenen".
Het gebruik van plastic in de speelgoedindustrie werd door winkeliers en consumenten nog niet gewaardeerd in die tijd. Veel leveringen van Lego werden geannuleerd of teruggestuurd, waardoor de verkoopcijfers slecht waren; men dacht dat plastic speelgoed nooit hout kon vervangen. Ondanks de vele kritiek dat het speelgoed kreeg, gingen de Christiansens volhardend door. In 1954 werd Godtfred de junior managing directeur van de LEGO Group. Het was zijn gesprek met een verre koper, waarin het idee ontstond van een "speelgoedsysteem". Godtfred zag grote potentie in de Legostenen om er een systeem van te maken voor creatief spelen, maar de bouwstenen hadden vanuit technisch perspectief nog steeds enkele problemen: de verbindingsmogelijkheden waren niet eindeloos en de stenen waren niet erg stevig. Na 1958 werd de bouwsteen ontwikkeld die nog altijd wordt gebruikt. De stenen werden verbeterd door holle buisjes aan de onderkant, waardoor ze steviger werden en op meerdere manieren op elkaar konden worden gezet. In datzelfde jaar overleed Ole Kirk Christiansen en zijn zoon Godtfred nam het bedrijf over.
1959-1969: groeiende markt en eerste Legoland left|thumb|Een Duplosteen is exact twee keer groter dan een Legosteen en daardoor veiliger voor jonge kinderen. De LEGO Group groeide uit tot een groot bedrijf in de volgende jaren. In 1959 ontstond de afdeling Futura, een kleine groep medewerkers die verantwoordelijk was voor het bedenken van nieuwe sets. Een brand teisterde in 1960 opnieuw de LEGO-fabriek, waardoor het grootste gedeelte van de voorraad houten speelgoed verloren ging; de Legosteenlijn was in die tijd sterk genoeg, zodat het bedrijf besloot om te stoppen met de productie van houten speelgoed. Aan het einde van het jaar telde het personeel van de LEGO Group meer dan 450 personen.
Tussen 1960 en 1970 maakte LEGO een groot aantal automerken miniaturen in de schaal 1:60.
In 1961 en 1962 werden de eerste Legowielen geïntroduceerd, waardoor de mogelijkheid bestond om auto's, vrachtwagens, bussen en andere voertuigen van Legostenen te maken.
In 1963 verruilde men het tot dan toe gebruikte celluloseacetaat voor het stevigere acrylonitril-butadieen-styreen, of ABS-plastic, dat tot op heden wordt gebruikt. ABS is niet giftig, minder geneigd te verkleuren of te verbuigen en beter bestand tegen hitte, zuren, zout en andere chemicaliën, in tegenstelling tot celluloseacetaat. Legostenen die in 1963 zijn gemaakt, behouden 40 jaar later nog steeds hun kleur en vorm en passen netjes op de stenen die vandaag de dag worden gemaakt.
In 1964 werden voor het eerst instructieboekjes bij de Legosets gevoegd.
Het LEGO Treinsysteem, een van de succesvolste Legoseries van de LEGO Group, werd in 1966 voor het eerst uitgebracht. De originele sets bevatten een 4,5-voltmotor en rails; twee jaar later werd de 12-voltmotor geïntroduceerd.
Op 7 juni 1968 werd het eerste Legoland Park geopend in Billund. Dit themapark toonde grote modellen van miniatuursteden die uitsluitend waren gemaakt van Legostenen. Het park was 12.000 m² groot en trok alleen al in het eerste jaar 625.000 bezoekers. In de er op volgende 20 jaar groeide het park uit tot 8 keer zijn oorspronkelijk grootte en trok uiteindelijk gemiddeld een miljoen bezoekers per jaar. In 1968 werden meer dan 18 miljoen Legosets verkocht.
In 1969 werd voor het eerst Duplo verkocht. Dit was een nieuw systeem, bedoeld voor jonge kinderen; Duplostenen zijn veel groter dan Legostenen, waardoor ze veiliger zijn voor deze kinderen, maar de twee systemen kunnen worden gecombineerd: Legostenen kunnen gemakkelijk op Duplostenen worden bevestigd, waardoor de overgang naar het Legosysteem snel is gemaakt als kinderen Duplo zijn ontgroeid. Het prefix "du" in Duplo verwijst naar het getal 2, omdat een Duplosteen exact twee keer groter is dan een Legosteen (2x hoogte bij 2x breedte bij 2x diepte = 8x de volume van een steen).
De jaren 60 was zo'n grote periode van groei voor de LEGO Group, dat in 1970 een van de grootste vragen voor het bedrijf was hoe ze het beste deze groeiende markt konden beheersen.
1970-1980: introductie minifiguurtjes en verdere uitbreiding
| align=left | Kjeld Kirk KristiansenKjelds achternaam wordt gespeld met een "K", in plaats van een "Ch", wat komt door een fout op zijn geboorteakte; hij heeft de spelling echter aangehouden. |} In 1970 bestond het personeel van de LEGO Group uit meer dan 900 personen. In de decennia erna werd aanzienlijk uitgebreid door grenzen te verleggen wat betreft het maken van speelgoed en in marketing. Lego ging zich ook richten op meiden, met de introductie van meubelstukken en poppenhuizen in 1971. Het Lego-universum breidde in 1972 haar transportmogelijkheden uit met toevoegingen als boot- en scheepssets, met holle onderdelen die ook echt konden drijven.
In diezelfde periode nam de zoon van Godtfred Kirk Chirstiansen, Kjeld Kirk Kristiansen, deel aan het bestuur van het bedrijf, nadat hij zijn handelsgraad in Zwitserland en Denemarken had behaald. Een van Kjelds eerste bezigheden binnen het bedrijf was de oprichting van een fonds voor productiefaciliteiten en een afdeling voor onderzoek en ontwikkeling die verantwoordelijk was voor het up-to-date houden van de productiemethoden van het bedrijf. Menselijke figuurtjes met beweegbare armen verschenen in 1974 in de "Lego Family" sets, die uitgroeide tot de best verkochte sets in die tijd; in datzelfde jaar was al eerder een "minifigure" uitgebracht, maar deze kon niet bewegen en had geen geprint gezicht op zijn hoofd. Er werd een Legofabriek geopend in Enfield in Connecticut in de Verenigde Staten.
In 1975 werden voor het eerst "Expert Series" verkocht, bedoeld voor de wat oudere, meer ervaren Legobouwers. De lijn ontwikkelde zich al snel in de techniekdozen, die in 1977 werden uitgebracht. Deze sets bevatten bewegende onderdelen als wielen, assen, tandradjes en universele verbindingselementen, waardoor de mogelijkheid ontstond om realistische auto's te bouwen, die levensecht konden bewegen en sturen. Ten slotte kwam in 1978 de LEGO-"minifigure" op de markt, zoals het tot op heden bekend is. Deze kleine poppetjes hebben beweegbare armen en benen en een vriendelijke lach. Het figuurtje werd in verschillende Legosets toegevoegd, waardoor kopers de mogelijkheid hadden om grote steden te bouwen met gebouwen, wegen, voertuigen, treinen en boten, die op dezelfde schaal waren gemaakt en konden worden bevolkt door de lachende Legominifiguurtjes.
Een andere noemswaardige uitbreiding aan de Legolijn vond plaats in 1979, toen de LEGO Space sets werden uitgebracht. Astronautenminifiguurtjes, raketten, maanlanders en ruimteschepen vormden deze serie. Fabuland, een fantasy serie bedoeld voor jongere kinderen, kwam eveneens dit jaar op de markt, net als Scala, een serie met juweelachtige elementen voor jonge meisjes. In dat jaar werd Kjeld Kirk Christiansen president van LEGO; het volgende decennium bewees dat LEGO nog steeds een sterk product was.