De tien preludes, opus 23 (Russisch: Тринадцать прелюдий, Trinadtsat prelyudiy) uit 1903Prelude nr. 5 werd in 1901 gecomponeerd. vormen een serie van preludes die de Russische componist Sergej Rachmaninov (1873-1943) componeerde voor piano. Hij droeg ze op aan zijn neef en vroegere pianodocent Aleksandr Ziloti.
Samen met de preludes, op. 32 worden 24 toonsoorten (majeur en mineur) gebruikt, met uitzondering van cis mineur; die was door Rachmaninov al gebruikt voor de beroemde prelude op. 3 nr. 2 uit 1892. De logica in de opbouw, zoals Frédéric Chopin die hanteerde is hier echter ver te zoeken.
De eerste prelude van opus 23 opent rustig in fis mineur, en wordt gevolgd door de ‘grandioze’ stijl van de tweede in Bes majeur. De vijfde prelude is wellicht het bekendst en erg populair bij pianisten. In de zesde prelude wordt het tweede pianoconcert geciteerd. En de laatste vier kunnen we zonder meer als ‘Rachmaninov ten voeten uit’ omschrijven; alle stijlkenmerken die zijn composities hebben komen hierin naar voren.
De preludes zijn: Nr. 1 in fis mineur: Largo Nr. 2 in Bes majeur: Maestoso Nr. 3 in d mineur: Tempo di menuetto Nr. 4 in D majeur: Andante cantabile Nr. 5 in g mineur: Alla marcia Nr. 6 in Es majeur: Andante Nr. 7 in c mineur: Allegro Nr. 8 in As majeur: Allegro vivace Nr. 9 in es mineur: Presto Nr. 10 in Ges majeur: Largo
De preludes werden en worden talloze malen uitgevoerd en opgenomen, vaak gecombineerd met opus 32. Van preludes nr. 5 en 10 bestaan opnames waarin Rachmaninov zelf soleert.
Categorie:Compositie van Sergej Rachmaninov Categorie:Compositie voor piano solo Categorie:Compositie voltooid in 1903