Het graafschap Meurs (nu Duits Moers of Mörs) was van 1160 tot 1702 een tot de Nederrijns-Westfaalse Kreits behorend klein land binnen het Heilige Roomse Rijk. Van 1702 tot 1794 was het een vorstendom, geheel afhankelijk van Pruisen. Het was gelegen op de linkeroever van de Nederrijn en omvatte de stad Moers en omgeving, met daarbij ook Krefeld en het Kasteel Krakau. Noch als graafschap noch als vorstendom bezat het een zetel in de rijksvorstenraad van de Rijksdag.
Geschiedenis thumb|left|Meurs in 1635; linksonder Huls (Hüls), gedeeltelijk bij Meurs, gedeeltelijk Kuurkeuls Moers wordt in de negende eeuw voor het eerst vermeld in een register van de Abdij van Werden. Sinds 1186 zijn er heren van Moers bekend. Sinds 1250 is het een leen van het graafschap Kleef.
Ten gevolge van het huwelijk van Frederik III met Walburga van Saarwerden wordt in 1376 het graafschap Saarwerden verworven. Van zijn moeder Elizabeth van Zuilen erft Frederik in 1380 ook de heerlijkheid Baer in Gelderland. Sinds 1397 noemt hij zich graaf van Moers.
Het geslacht deelt zich in 1417 in drie takken: Moers (uitgestorven in 1578) Saarwerden (uitgestorven in 1527) Baer (uitgestorven in 1456)
Over Vincent van Moers wordt in 1493 de rijksban (Duits: Reichsacht, een soort vogelvrijverklaring) uitgesproken. Hij schenkt het graafschap dan aan Willem van Wied, de man van zijn kleindochter Margaretha van Moers. In 1498 herroept Vincent de schenking, waarop in 1500 de graven uit de tak Saarwerden zich meester maken van Moers. In 1510 komt het weer in bezit van Willem van Wied. Op 13-5-1516 sluit hij een overeenkomst met de keizer.
Anna van Wied, de dochter van Willem en Margaretha van Moers huwt graaf Willem van Nieuwenaar, waardoor het graafschap in die familie komt. Ten gevolge van het testament van Walburga van Nieuwenaar komt het graafschap na het uitsterven van de graven in 1578/1600 aan Filips Willem van Oranje. Walburga was de weduwe van de graaf van Horne, die in 1568 werd onthoofd te Brussel. De hertog van Kleef maakt als leenheer ook aanspraken op het graafschap.
Nadat het huis Oranje-Nassau met Willem III van Oranje op 19 maart 1702 is uitgestorven komt het als erfenis aan de koning van Pruisen. In zijn functie van hertog van Kleef heeft hij ook als leenheer rechten op het graafschap. Op 6 mei 1705 wordt het graafschap verheven tot vorstendom. In 1723 vestigt Pruisen er een regeringszetel. Nadat het graafschap in 1795 is ingelijfd door Frankrijk, voegt het congres van Wenen in 1815 Moers weer bij Pruisen.
Heersers
regering naam geboren overleden familie 1295/1303-346 Dirk IV voor 1307 15-2-1346 1346-1356 Frederik II voor 1346 6-6-1356 zoon 1346-1365/72 Dirk V voor 1346 1365/71 broer 1372-1417 Frederik III circa 1355 na 1417 zoon 1392-1448 Frederik IV voor 1392 11-7-1448 zoon 1417-1431 Jan I voor 1418 2-7-1431 broer 1432-1499 Vincent voor 1438 30-4-1499 zoon van Frederik IV 1431-1483 Jacob I voor 1447 1483 zoon van Jan I 1499-1507 Jan II 14-3-1507 zoon 1507-1510 Jacob II 1518 broer 1510-1519 Willem van Wied circa 1475 1519/26 echtgenoot van Margaretha van Moers 1519-1553 Willem van Nieuwenaar na 1553 schoonzoon 1553-1578 Herman 1514 4-12-1578 zoon 1578-1600 Walburga 1522 25-5-1600 zuster 1600-1618 Filips Willem 1618 van Oranje 1618-1625 Maurits 1625 halfbroer 1625-1647 Frederik Hendrik 1647 halfbroer 1647-1650 Willem II 1650 zoon 1650-1702 Willem III 1702 zoon 1707-1713 Frederik I 11-7-1657 25-2-1713 Pruisen, Kleinzoon van Frederik Hendrik 1713-1740 Frederik Willem I 14-8-1688 31-5-1740 zoon 1740-1786 Frederik II 24-1-1712 17-8-1786 zoon 1786-1797 Frederik Willem II 25-9-1744 16-11-1797 zoon van broer 1797-1801 Frederik Willem III 3-8-1770 7-6-1840 zoon
Moers Categorie:Geschiedenis van Noordrijn-Westfalen Categorie:Moers Moers Meurs