thumb|Zicht op Europa-Park in Duitsland met Silver Star op de achtergrond samen met De bobbaan van Europa-Park thumb|Een Duits paviljoen in het themapark EPCOT, onderdeel van het Walt Disney World Resort Een attractiepark (ook pretpark, themapark of amusementspark) is een gecentraliseerd en immobiel amusementsoord waar, meestal tegen één toegangsprijs, grote attracties zijn opgesteld. De attracties kunnen uiteenlopen van een sprookjestuin tot de meest geavanceerde achtbanen.

In Europa hebben attractieparken zich veelal ontwikkeld tot ontspanningsplekken waar mensen kunnen recreëren tegen een bepaalde toegangsprijs. In de Verenigde Staten vervullen ook exposities een belangrijke rol in attractieparken. De attractieparken waren de historische voorlopers van de moderne themaparken en, in de Verenigde Staten, van de lokale en regionale kermissen. Themaparken hebben de plaats ingenomen van veel attractieparken, maar de twee termen worden afzonderlijk van elkaar gebruikt. Het oudste park van de wereld is Bakken in Klampenborg, ten noorden van Kopenhagen, dat werd geopend in 1583.The history of Bakken bakken.dk (gearchiveerd) Een ander oud park is het Prater in Wenen, dat sinds 1766 is te bezichtigen.

Geschiedenis Algemeen thumb|Bakken, het oudste pretpark ter wereld, rond 1800 thumb|Ingang van het in 1964 gesloten Steeplechase Park thumb|Het kasteel van Doornroosje in Disneyland Park te Anaheim Attractieparken waren vroeger vooral "vermaaktuinen". Europa beschikte tijdens de middeleeuwen over veel van zulke "tuinen" waar dans, optredens, lichtshows, spellen en enkele attracties centraal stonden. Rond 1700 zorgden politieke oorzaken ervoor dat veel parken noodgedwongen moesten sluiten. Alleen Bakken, ten noorden van Kopenhagen, overleefde de crisis en is nog te bezichtigen; het is tevens het oudste attractiepark ter wereld.

Aan het einde van de negentiende eeuw openden steeds meer parken in de Verenigde Staten. De attractieparken hadden vaak plekken om te picknicken, restaurants, spellen en een aantal attracties. Vanaf 1893 was de populariteit van attractieparken ongekend. Het reuzenrad deed zijn intrede en er werd een concept bedacht waarbij attracties, restaurants en speelhallen werden gecentraliseerd. Het moderne attractiepark bood een grote variatie aan attracties waardoor mensen er een hele dag voor uit konden trekken. In 1894 opende Paul Boynton 's werelds eerste moderne attractiepark, Paul Boynton's Water Chutes. Tegen betaling mochten de bezoekers gebruikmaken van de opgestelde attracties. Een jaar later opende hij een ander park, Sea Lion Park op Coney Island, Brooklyn, New York. In 1897 kwam hier het Steeplechase Park bij, dat het eerste was van drie belangrijke attractieparken die in die buurt zouden openen. Steeplechase Park was een groot succes en steeds meer parken openden. In 1919 waren er in de Verenigde Staten ruim 1500 attractieparken. De opening van de wereldberoemde Cyclone-achtbaan in Steeplechase Park in 1927 zorgde ervoor dat achtbanen een van de meest populaire attracties werden voor de attractie- en de latere moderne themaparken.

Gedurende het hoogtepunt van de attractieparken tussen het begin van de twintigste eeuw en de late jaren 20, had Coney Island drie verschillende parken: Steeplechase Park, Luna Park (geopend in 1903) en Dreamland (geopend in 1904, afgebrand in 1911). Door de Grote Depressie nam het aantal attractieparken echter sterk af. In 1935 en gedurende de Tweede Wereldoorlog waren er nog maar 400 parken; velen sloten of voegden geen nieuwe attracties toe om winst te kunnen maken. Daarnaast vormde brand een continu gevaar, zeker omdat het merendeel van de attracties uit hout was opgebouwd. In 1911 was Dreamland het eerste park op Coney Island dat door het vuur werd gegrepen en tot de grond toe afbrandde; in 1944 werd het Luna Park ook geteisterd door een brand, waardoor er niets meer van over bleef.

Na de oorlog wonnen de parken opnieuw populariteit, zij het van korte duur. Vanaf 1950 gingen steeds minder mensen zich voor de parken interesseren, die meestal oud en niet vernieuwend genoeg meer waren. In deze periode werd Disneyland bedacht, dat in 1955 zijn deuren opende. Hoewel veel mensen twijfelden of het park lang zou bestaan, was het een groot succes. Vernieuwend was dat het park was opgedeeld in meerdere gebieden met elk een eigen thema.

Attractieparken veranderden langzaam in themaparken. Na de Disneyparken had ook Six Flags succes met zijn parken. Hierdoor openden er wereldwijd steeds meer attractie/themaparken. Sommige traditionele attractieparken werden gesloten, zoals Steeplechase Park in 1964, ooit de grootste van alle parken. Er waren ook veel parken die thema en decoratie toevoegden om genoeg bezoekers te trekken.

In 2024 zijn het nog steeds de themaparken die veel succes boeken en duizenden tot miljoenen bezoekers per jaar trekken. Het attractiepark is in zo'n 500 jaar uitgegroeid van een "vermaaktuin" tot een amusementsoord waar bezoekers een hele dag, of soms wel meerdere dagen, kunnen vertoeven.

Nederland thumb|left|Natuur en water zijn nog steeds kenmerkend voor De Efteling De geschiedenis van de attractieparken in Nederland begint in 1933 als kapelaan E. Rietra en pastoor F.J. De Klijn met het plan komen om een sportterrein aan te leggen in Kaatsheuvel. Tot 1950 worden hier verschillende grondaankopen gedaan en breidt het park zich langzaam uit: er komt een grote vijver, een theehuis en een speeltuin. In 1952 krijgt attractiepark De Efteling een sprookjesbos met dan nog tien sprookjes. De uitbreidingen van het park gaan vanaf dan in een sneltreinvaart: ieder jaar worden er nieuwe elementen en attracties aan het park toegevoegd. In 1972 ontvangt De Efteling de Pomme d'Or, een internationale onderscheiding die het park krijgt voor zijn opzet, originaliteit en recreatieve functie. In 1981 heeft het park de primeur met een van de eerste achtbanen met loopings in Europa, genaamd Python.

Inmiddels waren ook andere attractieparken geopend. Zo verwelkomde de Flevohof in 1971 zijn eerste bezoekers. Na verschillende naamswijzigingen (Walibi Flevo, Six Flags Holland en Walibi World) en uitbreidingen (vooral vanaf 1994) waarbij vooral achtbanen werden toegevoegd, heet het park sinds 2011 Walibi Holland.

thumb|Reus Toen in het Land van Ooit. Het Land van Ooit werd in 1989 opgericht en is speciaal bedoeld voor jonge kinderen. Het unieke concept waarbij "kinderen de baas zijn" en het "land" dat echte ridders, lakeien en gravinnen kent, kreeg in de jaren 90 te maken met terugvallende bezoekersaantallen. Om te concurreren met andere parken werd het park genoodzaakt enkele "snelle attracties" toe te voegen om ook oudere kinderen te trekken. Uiteindelijk mocht ook dit niet baten: in 2007 sloot het park definitief zijn poorten.Land van Ooit in Drunen is failliet, NU.nl, 21 november 2007. Gearchiveerd op 20 april 2008.

In 2001 werd attractiepark Toverland geopend. Dit park onderscheidde zich van de rest doordat het bijna volledig overdekt was, waardoor ze minder dan andere parken afhankelijk zijn van het weer. Later breidde Toverland zich alleen maar buiten uit en in 2018 werd de ingang verplaatst, weg van het indoorgebied, waardoor ze zich minder als indoorpark profileren.

Veel van de Nederlandse attractieparken zijn begonnen als natuur- en wandelparken. Zo begon De Efteling als sportpark met wandelpaden en (roei)vijvers, maar is dit imago vervaagd met de komst van attracties. Attractiepark Slagharen kent een soortgelijke geschiedenis. Dit park heette eerst Ponypark Slagharen maar door uitbreidingen met andere attracties raakten de pony's op de achtergrond, waarna de naam veranderd werd.

België Het eerste echte Belgische park was het Meli Park (het huidige Plopsaland) in Adinkerke, dat werd geopend in 1932. Dit park werd geopend om de verkoop van Meli honing te stimuleren. In het park lagen een speeltuin en een draaimolen. In 1961 volgde Bobbejaanland in Lichtaart.

Het eerste grote attractiepark van België was Walibi Waver, geopend in 1975. Reeds vanaf de oprichting was er sprake van spanningen, want de eigenaar van het park, wijlen Eddy Meeùs, wilde een attractiepark naar Amerikaans voorbeeld in België. Het park pakte dan ook regelmatig uit met nieuwe, snellere en hogere attracties. Later deden de parken Bellewaerde en Bobbejaanland dit ook. In de jaren tachtig en negentig heerste er zelfs een hevige concurrentiestrijd tussen Walibi en Bobbejaanland. Beide pretparken investeerden zeer veel geld in steeds nieuwere en vooral uniekere attracties. De jaren 90 waren de 'gouden jaren' van de Belgische pretparken'. Walibi behoorde destijds tot de top van Europa.

De parken Benelux Nederlandse attractieparken zijn vaak gebaseerd op één thema, hoewel dit in sommige parken wat vervaagd is. De Efteling baseert zich bijvoorbeeld op het sprookjesachtige thema, in Attractiepark Toverland staat magie centraal, in Attractiepark Slagharen Verenigde Staten rond 1850 en Walibi Holland richt zich vooral op heftige attracties. Pretparken zonder achtbanen of andere heftige attracties kunnen nauwelijks concurreren met de parken die deze attracties wel hebben, waardoor hun thema's vervagen. Hetzelfde geldt voor Het Land van Ooit dat, ondanks de unieke formule van "kinderen zijn de baas", ook grotere attracties moest bouwen om een breder publiek te trekken. Zolang het concept uniek is en het niet overwegend (jonge) kinderen aantrekt, trekt een Nederlands attractiepark veel bezoekers. Een uniek attractiepark is bijvoorbeeld het miniatuurpark Madurodam dat maar zes attracties heeft, en jaarlijks toch honderdduizenden bezoekers trekt.

België telt veel attractieparken in relatie tot de grootte van het land en kent niet één park dat veel groter of meer bezocht wordt dan de rest, hoewel Walibi Belgium en Plopsaland De Panne toch de twee grootste spelers op de markt zijn. De belangrijkste parken zijn Bobbejaanland, Bellewaerde, Plopsaland De Panne en Walibi Belgium.

In Luxemburg bevindt zich Parc Merveilleux. Dit is echter geen attractiepark op zichzelf, maar een recreatiepark bestaande uit een dierentuin en enkele attracties voor kinderen.

Themaparken thumb|Magic Kingdom, een themapark in het Walt Disney World Resort in Florida. Een themapark is een modern attractiepark, dat zijn attracties mooi aangekleed heeft en veel in de landschapsarchitectuur investeert. Vaak hebben de parken één of meerdere samenhangende thema's, verdeeld over enkele themagebieden. Grote resorts zoals Walt Disney World Resort in Florida bestaan uit meerdere parken met elk hun eigen hoofdthema.

In de jaren 1910 verkocht Walter Knott samen met zijn familie bessen in een kraampje langs de weg. In 1934 begon Knotts vrouw Cordelia met het serveren van gefrituurde kip en binnen een paar jaar stonden er buiten het restaurant rijen mensen. Om de wachtende gasten bezig te houden, bouwde Knott in 1940 een spookstad waarbij hij gebruikmaakte van gebouwen uit steden uit het oude westen, zoals Calico, Californië en Prescott, Arizona. In 1968 liet de familie Knott het gebied omheinen en vroegen ze een toegangsprijs. Hiermee werd Knott's Berry Farm officieel een attractiepark. Vanwege de lange geschiedenis prijst Knott's Berry Farm zich aan als "Amerika's eerste themapark", wat eveneens vermeld staat in hun logo.Officiële website van Knott met het logo Knotts.com. Gearchiveerd op 6 januari 2022.

Toch wordt Walt Disney vaak aangezien als degene met het originele concept van het thema- en attractiepark. Disneyland was in lichte mate gebaseerd op Tivoli in Kopenhagen, Children's Fairyland in Oakland, Californië en verschillende wereldtentoonstellingen. Disney mengde de opgedane ideeën met de populaire Disney-figuren waarmee zijn unieke concept "Disneyland" was geboren. In 1955 werd Disneyland in Anaheim, Californië, officieel geopend en zou het de attractieparkindustrie voorgoed veranderen.