in de betekenis van afsluiting: Slot (sluiting), een mechanisme waarmee een voorwerp kan worden afgesloten slotwoord, slotstuk of epiloog van een verhaal of een speelfilm Kasteel of burcht, een versterkte woning Slot (klooster), gedeelte van een klooster dat niet toegankelijk is voor niet-religieuzen. Zie ook Slotzuster. in de (Engelse) betekenis van "sleuf" of beschikbare positie: Slot car racing, race met modelautootjes op racebaan met sleuven waar de auto in rijdt Slot (luchtvaart), een internationale luchthaventerm voor vertrek- en landingsrechten een positie voor een uitbreidingskaart in een computer, bijvoorbeeld PCI. Dit woord heeft niets te maken met een deurslot of kasteel, maar wordt toch meestal gebruikt met het Nederlandse genus en meervoud, dus: het slot, sloten. als afkorting: SLOT (omroep), een voormalige lokale omroep van de gemeente Tegelen
Personen: Jan Slot (1795-1886), Nederlands burgemeester Jan Slot (1913-1994), Nederlands burgemeester Arne Slot (1978), voetbalcoach Mariam Slot (1983), neurochirurg
Zie ook Het Slot (doorverwijspagina)