Deze lijst geeft een overzicht van filosofen en wetenschappers, die het bewustzijn bestudeerd hebben, en opmerkelijke uitspraken en of theorie hierover ontwikkeld hebben. Pseudowetenschappers, Oosterse filosofen, literair auteurs en andere kunstenaars zijn in deze lijst niet opgenomen, maar theologen wel. Dit maakt dat deze lijst erg gericht is op de westerse cultuur.Veel teksten komen uit de Nederlandstalige Wikipedia, tenzij anders vermeld.
A In de Ethica Nicomachea schrijft Aristoteles "als we waarnemen zijn we ons ervan bewust dat we waarnemen en als we nadenken beseffen we dat wij weten, en het besef dat wij waarnemen of denken is beseffen dat wij bestaan".Aristoteles. Ethika Nikomacheia 1170a25 Aristoteles deduceerde dat het hart de zetel van het bewustzijn moest zijn en concludeerde "De zetel van de ziel en controle over vrijwillige beweging – in feite controle over alle functies – moet gezocht worden in het hart. De hersenen zijn een orgaan van weinig belang, waarschijnlijk om het bloed te koelen."Aristoteles. De Partibus Animalium, 652 b
B thumb|right|120px|Henri Bergson Gregory Bateson Max Bense (1910 - 1990) is een Duits filosoof, die schreef over wetenschapsfilosofie, logica, esthetiek en semiotiek in relatie tot en natuurwetenschap, kunst en filosofie. Zijn werk probeert een definitie van de ratio tot stand te brengen die onder de naam existentiële rationaliteit de scheiding tussen het spirituele en het natuurwetenschappelijke denken opheft. Benses overpeinzingen gaan uit van een samenhang van het wiskundige en het spraakvormige bewustzijn, die samen ontstaan zijn en tot een naar elkaar toe groeiende denkvorm uitgegroeid zijn. Henri Bergson (1859 – 1941) is een Frans filosoof. Betreffende het bewustzijn, stelde hij dat "bewustzijn betekent geheugen" en daarnaast verbond hij het ook sterk met het begrip van tijd. Er zijn volgens Bergson twee manieren waarop men de tijd moet begrijpen, waarbij de tijd dan een essentieel deel is van het bewustzijn. Enerzijds kan men het opvatten als een reeks opeenvolgende ogenblikken, zoals dat in de wetenschap gebeurt, maar anderzijds kan men het ook zien als een continue stroom (durée). Bergson vat dan ook het bewustzijn op als iets dat steeds het verleden absorbeert en zo groeit, waaruit het bewustzijn ook zijn continuïteit haalt. Het is in die zin dat het bewustzijn gelijk is aan geheugen. Benedictus Spinoza
C Pierre Teilhard de Chardin (1881-1955) was een Franse paleontoloog en theoloog, die beweerde dat de natuur kan 'verinnerlijken'. De materie beschikt over een ‘binnenkant’, die hij ‘psychisme’ noemt. Alle verschijnselen in de wereld herbergen dit psychisch element, zij het in verschillende concentratie. Deze verinnerlijkende energie is volgens Teilhard de stuwende kracht van de evolutie. Ze heeft geleid tot drie ‘geboorten’: de kosmogenese (het ontstaan van het heelal), de biogenese (de sprongmutatie van levenloze tot levende stof) en de noögenese (de sprongmutatie naar zelfbewustzijn toe). Met de noögenese ontstaat het verschijnsel mens, dat biologen plegen aan te duiden met homo sapiens. Teilhards analyse van de mensheid is ondanks al het kwaad positief van toon. Zijn denkbeeld concentreert zich rond twee kernbegrippen: aantrekkingskracht en bewustzijnsophoping. Alleen God kent een ongedifferentieerd bewustzijn waarmee Hij de totale of complete evolutie kan scheppen. Die evolutie zoekt op zijn beurt de weg naar de 'voltooide' Schepper. Teilhard ziet moment Omega dan ook als het moment dat het (ons) gezamenlijk bewustzijn een natuurlijk eindpunt nadert. thumb|120px|right|David Chalmers David Chalmers (1966) is een Australisch filosoof. Chalmers is aanhanger van het naturalistisch dualisme, of traditioneel substantieel neutraal monisme, dubbel-aspecttheorie en bekend van zijn begrip "the hard problem of consciousness". Hij stelt dat het probleem van bewustzijn en de bijhorende qualia een quasi onoplosbaar probleem vormt voor de filosofie van de geest. Hij stelt dat een substantieel monisme de enige intelligente positie is. Hij is verder ook een verdediger van de thesis van The Extended Mind: de geest stopt niet waar het lichaam stopt, maar ook delen van de wereld zijn delen van deze geest. Paul Cobben (1951) is een Nederlands filosoof. Zijn belangrijkste bijdrage aan de filosofie is zijn immanente kritiek van Hegels filosofie. Hegel ontwikkelde in zijn "Phänomenologie" de weg van het “natuurlijke bewustzijn” tot “absoluut weten”. Cobben corrigeerde de logische structuur van Hegels "Logik" en "Grundlinien". Hij actualiseert dit werk en vervangt deze instituties door andere instituties die volgens hem wel vrijheid verwerkelijken. Resultaat is een “postdialectische” versie van de Grundlinien. Hugo Brandt Corstius (1935) is een Nederlands wetenschapper die in de alfa- en bètawetenschappen zijn sporen heeft verdiend. In 1998 aan de Universiteit van Tilburg ontvouwde hij een filosofie over het bewustzijn. In zijn theorie werd het bewustzijn losgeknipt van verweven noties als "de ziel" of "de geest". Het bewustzijn wordt opgevat als de onweerlegbare notie te weten, te voelen, er van doordrongen te zijn dat je bestaat en dat je ook zou bestaan als een deel van je hersens er niet meer zou zijn, en wordt verklaard als een "luchtspiegeling" die ontstaat door de recursieve werking van onze hersenen. Francis Crick (1916–2004) was een Engelse natuurwetenschapper, die bekend is geworden als een van de ontdekkers van de structuur van DNA. In zijn latere werk verliet hij de moleculaire biologie voor zijn andere interesse, het bewustzijn. Zijn autobiografische boek What Mad Pursuit beschrijft de reden waarom hij de moleculaire biologie de rug toe keerde en overschakelde naar neurowetenschap. In zijn boek The Astonishing Hypothesis beargumenteert hij dat neurowetenschap nu de hulpmiddelen heeft om een wetenschappelijke studie te maken naar hoe de hersenen bewustzijn ervaren. Met Christof Koch suggereert Crick, dat het bewustzijn ontstaat door een bepaalde vorm van samenwerking of coalitie tussen zenuwcellen in de hersenen. Benedetto Croce (1866-1952) was een Italiaanse filosoof en politicus, wiens leidende gedachte is dat de werkelijkheid historisch is en dus voortdurend verandert. In zijn boek "Wetenschap van de geest" concludeerde hij, dat de verschillende basisactiviteiten van de mens tevens de basisbegrippen leveren om de werkelijkheid, die dankzij de menselijke activiteit (die altijd creatief is en dus 'vrij') tot ontstaan komt, te begrijpen. Verder legde hij de nadruk op de wilsactiviteit van de mens die als een rode draad door de geschiedenis loopt. De geschiedenis, als geschiedenis van de vrijheid, is noodzakelijk liberaal van karakter, dat wil zeggen niet gesloten maar open en met een plicht tot bewustzijn en verantwoordelijkheid. Noam Chomsky (1928), een Amerikaans taalkundige, filosoof en activist, gaat uit van bewuste en onbewuste lagen in de menselijke psyche. Volgens Chomsky is elke zin, voordat deze onder woorden wordt gebracht, een dieptestructuur in de psyche. Op het diepere - onbewuste - niveau heeft volgens Chomsky een zin in de diverse natuurlijke talen eenzelfde structuur. De verschillen tussen talen ontstaan pas op het moment dat een zin naar het niveau van de oppervlakte van het bewustzijn wordt gebracht, wanneer het van een psychisch verschijnsel tot een linguaal verschijnsel wordt. De theorie van Chomsky stelt dus dat er elementaire universele conceptuele constructies bestaan, die alle mensen gemeen hebben.
D thumb|120px|right|Daniel Dennett Antonio Damasio (1944) is een Portugees neuroloog bekend geworden door zijn boek "Descartes' Error: Emotion, Reason, and the Human Brain". In dit boek beargumenteert Damasio dat emotie en rede niet gescheiden zijn, maar aan elkaar gekoppeld en zelfs afhankelijk van elkaar zijn. Deze combinatie van emotie en verstand vormen de basis van rationeel denken. De oorspronkelijke titel is Descartes' Error: Emotion, Reason, and the Human Brain. Daniel Dennett (1942) is een Amerikaanse filosoof, die zich bezighoudt met vraagstukken betreffende het bewustzijn, de filosofie en onderzoek van de "geest" en kunstmatige intelligentie. Vrije wil is volgens hem verenigbaar met het determinisme (compatibilism). Het determinisme, op fysisch niveau, klopt. Strikt vrije wil bestaat niet. We hebben echter genoeg vermogen om vrije keuzes te kunnen maken. Vrije wil is de mogelijkheid keuzes te maken zonder opgelegde druk. René Descartes (1596-1650) was een Franse wis- en natuurkundige, fysioloog en filosoof. Hij presenteerde het denken en de buitenwereld als twee volledig gesloten, geïsoleerde substanties. Émile Durkheim (1858-1917) was een Frans socioloog. Hij onderkende in de samenlevingen een "conscience collective" ofwel een "gemeenschappelijk bewustzijn", het hedendaagse equivalent voor het collectief bewustzijn.
E John Eccles (1903-1997) was een Australische neurofysioloog was een aanhanger van de dualistische gedachte aangaande bewustzijn, en ontwikkelde een dualistische theorie over het bewustzijn. Hij creëerde het begrip "waarschijnlijkheidsvelden", die door de geest zouden worden bediend om op de bewegingen van de neurotransmitters in te werken. Gerald Edelman (1929) is een American bioloog, die stelt dat bewuste belevingen veroorzaakt worden door de re-entrant pathways (herintredende of terugwaarts projecterende circuits) in de hersenen. Dit houdt in dat een bepaald gebied zoals V1 (waar de visuele prikkels worden verwerkt) niet alleen informatie ontvangt uit de buitenwereld maar ook vanuit hogere gebieden in de hersenen. Bij het laatste zijn vooral terugwaarts projecterende neuronen betrokken. Deze theorie sluit aan bij het idee dat waarnemen gepaard gaat met categorisatie of toekenning van betekenis. Onze waarneming van een gezicht bestaat bijvoorbeeld niet uit een verzameling van afzonderlijke kenmerken (lip, mond, ogen e.d.), maar uit een blij of droevig, bekend of onbekend gezicht. Vooral terugwaartse projecties vanuit de hogere gebieden in de hersenen dragen volgens Edelman bij tot integratie van, en/of het toekennen van betekenis of gevoelskleur aan de afzonderlijke kenmerken. Ook in het neuraal netwerk onderzoek spelen terugwaartse projecties, met name bij simulaties van functies als perceptie, geheugen en bewustzijn, een belangrijke rol Milton H. Erickson (1901-1980) was een Amerikaanse psychiater en psychotherapeut. Anders dan bij Freud is voor Erickson het onbewuste een onuitputtelijke bron van creatieve zelfheling. Het onbewuste is het toevluchtsoord van zelden gebruikte ervaringen van mensen. Ericksons beginsel had tot doel de geschiktheid van het bewustzijn uit te breiden die door schema's en denkmonsters waren begrensd. De hypnotiseur zette het onbewuste in de leidende rol in te nemen door speciale verbale en non-verbale technieken. Gelijktijdig wordt het bewustzijn ingezet de onbewuste zelfhelende krachten en creatieve bronnen te accepteren en te integreren.
F Jerry Fodor (1935) is een Amerikaans filosoof, die enkele filosofische boeken schreef over denken en cognitie, waaronder over het 'mentaals', meestal aangeduid met het Engelse begrip language of thought. Johann Gottlieb Fichte (1762-1814) was een Duits filosoof, die de individuele menselijke geest zag als een onderdeel van dat wat alles omvat, Het Absolute; hier in de vorm van het 'absolute Ik'. Dit 'absolute Ik' is over alle bewustzijnen verdeeld. De diepste aard van alles wat bestaat is het goddelijke, absolute Ik. Daarachter kan men niet verder teruggaan, want het Ik "schept" of fundeert zichzelf. Het Ik schept niet alleen zichzelf, maar ook de natuur en de kosmos. Dit laatste noemt Fichte het 'niet-Ik', dat echter niet zelfstandig kan bestaan maar alleen in dialectische tegenstelling mét het Ik en in de ervaring als object dóór het ik.
G thumb|right|120px|Antonio Gramsci