De Zesde Coalitieoorlog (maart 1813 – mei 1814) was een grootschalig militair conflict tussen legers onder bevelvoering van keizer Napoleon van het Franse keizerrijk en bondgenoten enerzijds en de zogenaamde Zesde Coalitie, bestaand uit andere Europese grootmachten in die tijd: het keizerrijk Rusland en Oostenrijk, het koninkrijk Pruisen en Groot-Brittannië. Na de voor Napoleon en zijn manschappen rampzalige veldtocht naar Rusland, met een zware nederlaag in de Slag bij Leipzig, was de keizer gedwongen zich terug te trekken en af te treden. Hij werd verbannen naar het eilandje Elba.
De Zesde Coalitieoorlog werd uitgevochten over het hele Europese continent, van Lissabon tot Moskou. Naar schatting waren er door alle deelnemende vorsten meer dan twee en een half miljoen manschappen geronseld voor de gevechten, daarvan vonden er ongeveer twee miljoen de dood, door militair geweld, uitputting en verhongering en ziekte, waarvan één miljoen alleen al in Rusland.
In de Duitse geschiedschrijving worden gevechten van de Zesde Coalitieoorlog die op de eigen grondgebieden plaatsvonden ook wel de "Duitse bevrijdingsoorlogen" (Befreiungskriege) of "vrijheidsoorlogen" (Freiheitskriege) genoemd. Peter Brandt, "Die Befreiungskriege von 1813 bis 1815 in der deutschen Geschichte" in An der Schwelle zur Moderne : Deutschland um 1800 , Friedrich Eber Stiftung, Bonn, 1999 Vanuit het Duitse perspectief bracht de militaire overwinning mee dat de Duitse staten niet langer werden gedomineerd door Frankrijk. Mede daardoor kwamen er na de oorlog in de klasse van de burgerij liberale en nationalistische bewegingen op gang die een gemeenschappelijk vaderland nastreefden gebaseerd op een grondwet met politieke medenzeggenschap, persvrijheid, rechtszekerheid en opheffing van standsverschillen.Frank Becker, Sicherheit, Freiheit, Nation. Die frühhberale Debatte über die Heeresverfassung in Publizistik und Landtag Sachsen-Weimar-Eisenachs, in: Militärgeschichtliche Zeitschrift 62 (2003), p. 1-39, Inleiding
Achtergrond Frankrijk wint Vijfde Coalitieoorlog Na de nederlaag van Oostenrijk in de Vijfde Coalitieoorlog (1809) was Napoleon heer en meester in Europa. Het grootste deel van het continent was nu Frans, als vazalstaat, bondgenoot, vriend of verslagen vijand. Alleen de Britse Eilanden, de belegerde stad Cádiz en het gebied rond Lissabon bleven uit Franse handen. In 1810 trouwde Napoleon met de Oostenrijkse aartshertogin Marie Louise, waarmee hij een langdurende vrede tussen Frankrijk en Oostenrijk hoopte te bereiken.
miniatuur|Europa in 1812 Rusland en Pruisen waren bondgenoten van Frankrijk geworden bij de Verdragen van Tilsit (7 en 9 juli 1807) en hadden Groot-Brittannië de oorlog verklaard. Ook sloot Rusland zich aan bij het Continentaal Stelsel, een anti-Britse handelsblokkade met het doel de Britse economie te vernietigen door de Britten uit te sluiten van handel met de landen op het Europese continent.
Rusland, Zweden en Groot-Brittannië zoeken toenadering De Russen waren echter zeer ontevreden met hun deelname aan het economisch ongunstige Continentaal Stelsel. De relatie met de Fransen verslechterde in snel tempo en op 31 december 1810 liet Rusland weten geen bondgenoot meer te willen zijn van Frankrijk. Op 18 juli 1812 sloot Rusland in het geheim een anti-Frans bondgenootschap met Groot-Brittannië en Zweden met de Vrede van Örebro. Evenwel zouden de Britten en Zweden Rusland volkomen in de steek laten tijdens de Veldtocht van Napoleon naar Rusland (24 juni – 14 december 1812). Pas daarna zou dit bondgenootschap enige betekenis krijgen.
Om de Russische tsaar Alexander I te dwingen binnen het Continentaal Stelsel te blijven en een dreigende Russische invasie van Polen te voorkomen (waar een Franse vazalstaat, het Hertogdom Warschau, was gevestigd), besloot Napoleon om de Russen de oorlog te verklaren en een grootscheepse invasie van Rusland te beginnen.
Napoleons veldtocht naar Rusland
Op 23 juni 1812 stak het Franse Grande Armée van meer dan 650.000 man de Memel over en viel Russisch grondgebied binnen. De Russen boden weinig weerstand en de Russische bevelhebber Barclay de Tolly paste de tactiek van de verschroeide aarde toe: de Russische troepen bleven zich almaar terugtrekken, waarbij in het achtergelaten gebied alles van militaire en economische waarde vernietigd werd; hierbij werden zelfs de waterputten vergiftigd.
miniatuur|Aftocht Napoleon en zijn leger uit Moskou miniatuur|De verliezen van het Napoleontische leger tijdens de veldtocht in Rusland Op 15 augustus, Napoleons verjaardag, trokken de Fransen de rivier de Dnjepr over. Aan Russische kant werd Barclay de Tolly, die veel kritiek had gekregen voor zijn tactiek van de verschroeide aarde, vervangen door Michail Koetoezov. Het eerste grote treffen tussen de Russen en Fransen was de Slag bij Smolensk op 17 augustus, die onbeslist bleef. De bloedige Slag bij Borodino op 7 september, iets ten zuiden van Moskou, was de grootste eendaagse veldslag van de napoleontische oorlogen. Hoewel de slag onbeslist bleef, waren de Russen na de veldslag zo verzwakt dat ze niet langer Moskou konden verdedigen, en Koetoezov gaf de opdracht om de stad te evacueren. Op 14 september trok Napoleon de verlaten stad binnen.
Met Moskou in handen hoopte Napoleon dat de Russische tsaar Alexander I zou capituleren, maar de Russen gaven zich niet over en al gauw braken in de hele stad branden uit, waardoor een groot deel van de stad in vlammen opging. Uiteindelijk besloot Napoleon de stad op 18/19 oktober weer te verlaten en begon de Franse terugtrekking. De Russen dwongen de Fransen om dezelfde verschroeide route te nemen die ze bij hun intocht hadden genomen. Ook pasten ze partizanentactieken toe. Het Grande Armée viel al snel uiteen en de terugtrekking veranderde in een chaotische vlucht. Veel troepen kwamen om van de kou, ondervoeding en onbehandelde verwondingen. In november 1812 vielen de achtervolgende Russen de uitgehongerde en zwaar vermoeide Fransen aan terwijl ze de rivier de Berezina wilden oversteken. In het daaropvolgende bloedbad, de Slag aan de Berezina, werd ongeveer de helft van de overgebleven troepen aan Franse kant gedood of gevangengenomen. Op 14 december verlieten de Fransen eindelijk weer het Russisch grondgebied. Slechts 18.000 tot 22.000 man van Napoleons enorme leger overleefden de veldtocht.
Overloop van Pruisen Nu de kansen eindelijk waren gekeerd en Napoleon voldoende verzwakt leek, overwogen verschillende bondgenoten zich tegen hem te keren. Met de Conventie van Tauroggen op 30 december 1812 sloot luitenant-generaal Yorck namens Pruisen een wapenstilstand met generaal Diebitsch namens Rusland. Dit nieuws werd met blijdschap ontvangen in Pruisen, hoewel de regering nog niet zo ver durfde te gaan om Napoleon openlijk te verraden. Yorck werd op non-actief gesteld wegens ongehoorzaamheid, maar in het geheim werden voorbereidingen getroffen voor een bondgenootschap met de tsaar. Dat werd uiteindelijk gesloten met het Verdrag van Kalisz op 28 februari 1813; dit was de basis voor de Zesde Coalitie. Dezelfde maand verbrak Oostenrijk zijn bondgenootschap met Frankrijk en ging over tot gewapende neutraliteit.
Verloop Oorlogsverklaringen Op 3 maart 1813, nadat Groot-Brittannië Zweedse aanspraken op Noorwegen had goedgekeurd, sloot Zweden een bondgenootschap met Groot-Brittannië en verklaarde Frankrijk de oorlog. Op 17 maart verklaarde koning Frederik Willem III van Pruisen Frankrijk ook de oorlog en publiceerde een oproep aan zijn onderdanen om de wapens op te nemen, getiteld An mein Volk ("Aan mijn volk"). Het eerste gewapende conflict geschiedde op 5 april in de Slag bij Möckern, waar een gecombineerde Pruisisch-Russisch strijdmacht Franse troepen versloeg. In de maanden daarna zouden steeds meer mogendheden overlopen en zich bij de Zesde Coalitie aansluiten.
Duitsland
Voorjaarsveldtocht miniatuur|Metternich legt Napoleon de geallieerde eisen voor. miniatuur|Napoleon en Poniatowski in de Slag bij Leipzig Napoleon wist echter al snel een nieuw leger op de been te brengen en versloeg de Russen en Pruisen in de Slag bij Lützen op 2 mei 1813 en de Slag bij Bautzen op 21 mei. Daarbij leed hij zelf echter ook grote verliezen. Beide zijden hadden behoefte aan een adempauze. Op 4 juni werd de Wapenstilstand van Pläswitz gesloten, die tot 10 augustus in stand bleef.
Onderhandelingen in Reichenbach en Praag In Reichenbach vergaderden Groot-Brittannië, Pruisen, Rusland en Oostenrijk over de te volgen strategie: de Britten gaven de Pruisen (in ruil voor gebiedsuitbreiding van het Britse Hannover) en Russen geld om hun legers te versterken en Oostenrijk beloofde Frankrijk de oorlog te verklaren als Napoleon de geallieerde vredesvoorwaarden zou afwijzen. Hiermee werd de Zesde Coalitie uitgebreid met Oostenrijk, dat officieel nog neutraal was en zich in de persoon van Metternich opwierp als 'bemiddelaar' tussen de geallieerden en Napoleon, en Groot-Brittannië, dat al sinds 1803 onafgebroken in oorlog was met Frankrijk.
Op 26 juni had Metternich een ontmoeting met Napoleon in het Marcolinipaleis in Dresden om hem uit te nodigen naar vredesbesprekingen in Praag en de geallieerde vredesvoorwaarden voor te leggen. Napoleon, woedend over de eisen, gooide zijn hoed op de grond en schopte ertegenaan van frustratie, terwijl hij Metternich vertelde dat hij er nooit op in zou gaan. Uiteindelijk nam de Franse keizer toch het besluit om met de coalitie om de tafel te zitten.
Van 12 juli tot 10 augustus onderhandelden Frankrijk en de geallieerden in het Congres van Praag. De eisen van beide partijen waren hoog: Napoleon wilde vasthouden aan al zijn Europese veroveringen tot 1812, want hij had de Russische veldtocht dan wel verloren, maar duidelijk gewonnen bij Lützen en Bautzen. De geallieerden verlangden dat Oostenrijk werd hersteld tot de grenzen van voor 1805 en Pruisen hersteld tot de grenzen van voor 1806, opheffing van de Rijnbond en een einde aan de Franse invloed in Duitsland, vrijhandel voor de Hanzesteden (afschaffing van het continentaal stelsel), opheffing van het Hertogdom Warschau en terugtrekking van de Pommerse garnizoenen, onafhankelijkheid voor Nederland, een einde aan alle Franse heerschappij in Italië en herstel van de voormalige monarchieën in Spanje en Portugal.
De partijen bereikten geen overeenstemming. Omdat aan de geallieerde eisen niet werd voldaan, verklaarde daarom ook Oostenrijk op 12 augustus de oorlog aan Frankrijk.
Najaarsveldtocht In de Slag bij Dresden (26–27 augustus) versloeg Napoleon de Russen, Pruisen en Oostenrijkers, maar een deel van het Franse leger werd vervolgens verslagen in de Slag bij Kulm op 30 augustus. Napoleon stuurde Oudinot en Ney om de Pruisische hoofdstad Berlijn in te nemen en zo de Pruisen tot vrede te dwingen, maar Oudinot en Ney leden een nederlaag in de Slag bij Dennewitz op 6 september en moesten zich terugtrekken. Op 8 oktober sloot de Franse bondgenoot Beieren zich aan bij de geallieerden. Napoleon trok zijn leger terug en organiseerde zijn troepen rond de stad Leipzig, waar van 16 tot 19 oktober een enorme veldslag plaatsvond, de Slag bij Leipzig, ook wel de "Volkerenslag" genoemd omdat zoveel verschillende naties deelnamen. De veldslag tussen 195.000 Franse soldaten en 350.000 geallieerden eindigde in een nederlaag voor Napoleon, die grote verliezen leed en zijn troepen moest terugtrekken achter de Rijn. Nu voegden ook de andere Duitse staten zich bij de coalitie tegen Frankrijk.
Nederland