thumb|250px|Een scène uit Perceval van Chrétien de Troyes thumb|250px|Parzival, geschilderd door Hermann Hendrich miniatuur|Belacane bedient Gahmuret en zijn gevolg, jaren 1440. In het verhaal is koningin Belacane een Moorse, 'zwart als de nacht'. miniatuur|Herzeloyde en Parzival in het woud Soltane, jaren 1440 Parzival ('recht midden door',Beuger, L. (vertaling), Parzival, p.53 Welsh: Peredur), ook gespeld als Parsifal, Parcifal, Parsival of Parcival, was een van de ridders van de legendarische koning Arthur. Zijn levensverhaal is aan het begin van de 13e eeuw beschreven door Wolfram von Eschenbach in de versroman Parzival, volgens Wolfram zelf naar een tekst van de Provençaalse meester Kyot.
De Parzival bestaat uit zestien avonturen: de eerste twee gaan over Parzivals vader Gahmuret, de avonturen 3-6, 9, 14-16 over Parzival en 7, 8, 10-13 over Gawan.
Het verhaal van Parzival begint met het verhaal over zijn vader Gahmuret. Dan volgt het avontuur van Parzivals jeugd in een woud, afgesloten van het ridderlijke hofleven en zijn reis om ridder van de Ronde Tafel te worden. Hij verovert zich een paard en ridderuitrusting door de Rode Ridder te verslaan. Hij krijgt vervolgens een opleiding bij Gurnemanz. Daarna bevrijdt hij zijn toekomstige echtgenote Condwiramurs uit een belegerde stad. Dan ziet hij in de burcht Munsalvaesche de Graal, maar hij vergeet te vragen waar de treurige burchtheer en visserkoning Anfortas aan lijdt. Daarmee verliest Parzival de kans op zijn eigen zaligheid en Anfortas' genezing.
Parzival gaat naar het kamp van koning Artus, waar hij als ridder van de Ronde Tafel wordt onthaald. Maar een bode van de graalburcht vertelt hem, dat hij zijn taak moet volbrengen: Anfortas uit zijn lijden helpen en zelf graalkoning worden. Na een jarenlange zoektocht en een bezoek aan familie komt Parzival weer bij het kamp van Artus, ditmaal op een andere plek. Hij levert er strijd met Gawan en zijn eigen halfbroer Feirefiz. Als ze elkaar herkennen wordt de strijd opgeheven en komt dezelfde graalbode Parzival uitnodigen om naar Munsalvaesche te komen.
Door zijn oom Anfortas te vragen wat hem deert, wordt diens lijden opgeheven. Parzival wordt graalkoning en hij haalt zijn vrouw op, die graalkoningin wordt. Ze hebben elkaar vijf jaar niet gezien en Parzival ontmoet zijn zoontjes Kardeiz en Loherangrin. Kardeiz wordt koning van zijn wereldlijke gebieden: Waleis, Norgals en Anschouwe. Loherangrin wordt dienaar van de graal en gaat mee naar Munsalveache. Loherangrin wordt later hertog van Brabant, maar keert terug naar de graaltempel, als zijn vrouw hem naar zijn naam en afkomst vraagt. Ze wist dat ze dat nooit moest doen.
Al eerder beschreef Chrétien de Troyes Parzivals geschiedenis in de roman Perceval ou le Conte du Graal (in het Nederlands vertaald door Ard Posthuma als De Graal, Athenaeum 2006). In de Middelnederlandse literatuur komt de figuur van Percheva(e)l voor in fragmenten van een 13e-eeuwse vertaling/bewerking van Chrétien de Troyes' Conte du Graal, alsook in de vroeg-14e-eeuwse Haagse Lancelotcompilatie.Soetje Ida Oppenhuis de Jong, De Middelnederlandse Perceval-traditie. Inleiding en editie van de bewaarde fragmenten van een Middelnederlandse vertaling van de Perceval of Conte du Graal van Chrétien de Troyes, en de Perchevael in de Lancelotcompilatie, m.n. Hoofdstuk 1: De stand van zaken, p. 3-25.
Het verhaal Gahmuret Toen Parzivals moeder, Herzeloyde, zwanger was, sneuvelde zijn vader Gahmuret op het slagveld. Zijn moeder besloot daarom ervoor te zorgen dat haar zoon niet hetzelfde lot zou overkomen en bracht hem groot in volledige afzondering in het woud Soltane, weg van het hof. Gahmuret had eerder de Moorse koningin van Zazamanc, Belacane, tot vrouw genomen. Hun zoon Feirefiz, half zwart/half wit, was hun zoon en Parzivals halfbroer.Parzival, Wolfram von Eschenbach, Leonard Beuger, Christofoor, Zeist, 2010
Geboorte en jeugd Als kind schoot Parzival met een zelfgemaakte boog op vogels, omdat hun mooie gezang hem droevig stemde en 'de zoetheid hem het hart doordrong zodat zijn kleine borst gespannen werd'. Zijn moeder vertelde hem toen over God en het verschil tussen licht en duisternis.
Op een dag ontmoette Parzival in een bos echter de Beierse ridder Karnachkarnanz, wiens verhaal over ridderschap en zijn achtervolging van Meljacanz (Maleagant), die Imane van de Beafontane had ontvoerd, hem zo fascineerde, dat hij naar het hof van Artus (Arthur) wilde gaan om zelf ridder te worden, ondanks het protest van zijn moeder. Ze gaf hem 'narrenkleding', zodat hij zou worden ontzien. Zijn moeder stierf van verdriet bij zijn vertrek. In het begin wordt de nadruk gelegd op Parzivals onnozelheid, al gaandeweg wordt hij wijzer.
Onderweg kuste hij de slapende hertogin Jeschute van Karnant in haar tent. Zij was de dochter van koning Lac en de echtgenote van Orilus van Lalant en Parzival nam haar ring en speld mee. Toen haar echtgenoot terugkwam, verdacht hij Jeschute van overspel en begon haar te mishandelen.
Parzival ontmoette intussen zijn nicht Sigune, wier minnaar Schionatulander diezelfde ochtend door Orilus was doodgestoken. Hun voorgeschiedenis werd later door Von Echenbach in zijn Titurel uiteengezet. Sigune was de dochter van Schoysiane en Kyot van Katelangen. Sigunes grootvader Frimutel had vijf kinderen: Anfortas, Trevrizent, Herzeloyde, Repanse de Schoye en Schoysiane. Sigune herkende haar neef en vertelde hem dat zijn moeder de koningin is van Waleis en zijn vader koning van Anschouwe was. Ze vertelde hem ook van de broers Lehelin en Orilus. Lehelin nam twee van de drie landen van Parzival in: Waleis en Norgals. Orilus doodde niet alleen Schionatulander, maar ook Parzivals oom, Galoës, de broer van zijn vader Gahmuret.
Parzival reisde verder naar de hoofdstad Nantes.
De Rode Ridder Aan het hof van Artus overwon hij Ither van Gahevies, de Rode Ridder, koning van Kukumerlant. Ither was Artus' neef, die Bretagne opeiste en wijn uit Artus' gouden beker morste op de schoot van Ginover (Guinevere) om zijn eisen kracht bij te zetten. Hij wachtte buiten tot iemand van de ronde tafel met hem een speergevecht begon. Parzival nam de uitdaging aan en overwon hem. Hij nam diens wapenrusting en paard over en heette voortaan zélf de Rode Ridder. Aan het hof verbleven Cunneware van Lalant (de zuster van Orilus van Lalant) en Antenor. Zij lachte bij het zien van de held Parzival en Antenor sprak voor het eerst na het zien van die lach. Beiden werden daarvoor door hofmaarschalk Keye afgeranseld. Parzival nam dat Keye zeer kwalijk. Overwonnen ridders zou hij voortaan naar Cunneware van Lalant sturen en pas naar het hof terugkeren als de mishandeling zo was vergolden.
Hij reisde na zijn overwinning op Ither gelijk verder en verbleef twee weken aan het hof van Gurnemanz de Graharz waar hij ridderlijke manieren leerde. Parzival raakte betrokken bij de queeste naar de Heilige Graal.
Huwelijk en Munsalvaesche Parzival nam koningin Condwiramurs van Pelrapeire in het land Brobarz tot vrouw. Hij had haar bevrijd van Clamidé van Brandigan en diens hofmaarschalk Kingrun. Clamidé had met Condwir amurs willen trouwen en belegerde Pelrapeire en hongerde de bevolking uit.
Parzival nam afscheid van zijn vrouw om zijn moeder te bezoeken. Na omzwervingen bereikte Parzival de graalburcht Munsalvaesche van zijn oom, de zieke Visserkoning Anfortas. Anfortas had Parzival, als visser op het meer van Brumbane, zelf de weg naar de graalburcht gewezen.
Voor zijn verbaasde ogen kwam er 's avonds een vreemde stoet langs. Een van de passanten, koningin Repanse de Schoye (zij bleek later zijn tante), droeg een vreemde schotel waaruit licht kwam, een knaap droeg een bloedende lans. Ook werden er twee messen van zilver binnengebracht. Parzival zag in een zijvertrek een oude man op een baar liggen. Later vernam hij dat dat zijn overgrootvader Titurel was. Door het schouwen van de graal was hij onsterfelijk. Repanse de Schoye schonk aan Parzival haar mantel. Anfortas gaf hem zijn eigen zwaard. Parzival kon geen woord uitbrengen en stelde geen vragen over de wonderen die haar daar in Munsalvaesche zag. Aan de basis van zijn onvermogen om te spreken lag een misplaatste hoffelijkheid. Parzival was opgegroeid in de bossen als jeugdige jongeling die niet of nauwelijks beleefdheids- en omgangsvormen had geleerd. Hij vroeg daarom veel, net als een kind. Toen hij later onderricht kreeg bij Gurnemanz hoe zich te gedragen als een galante ridder, leerde hij dat hij niet zoveel vragen moest stellen.
Parzival verliet de volgende morgen het kasteel, omdat hij er niemand meer aantrof. Toen besefte hij dat hij de kans van zijn leven had gemist: in de nachtelijke stoet werd hem immers de Graal aangeboden. Hij besefte dat zijn aangeleerde beleefdheid hem had verhinderd oprechte belangstelling te tonen. Toen hij sliep had hij een nachtmerrie en het gevoel dat hij aan alle kanten geslagen werd en weg wou. Toen hij weg was en hij Sigune opnieuw tegenkwam, die hem zijn lafheid verweet, kreeg hij berouw, omdat hij de Visserkoning had moeten vragen wat hem scheelde, maar het uit beleefdheid niet had gedaan.
Orilus van Lalant Vervolgens kwam Parzival hertogin Jeschute tegen, die toegetakeld en halfnaakt met gescheurde jurk op een uitgehongerd paard reed. Orilus van Lalant (met de draak in zijn wapenschild) kwam er achter dat er iemand bij zijn vrouw was en raakte met Parzival in gevecht. Parzival overwon Orilus en dwong hem zijn vrouw weer in genade en liefde aan te nemen. Bij de kluizenaarswoning van Trevrizent nam Parzival de eed af, dat hij en vrouwe Jeschute geen affaire hadden gehad en Jeschute onschuldig was. Parzival gaf haar de ring terug, die hij gestolen had. De speld, die hij haar ook had ontnomen, had hij verkwist, toen een visser hem de weg naar koning Artus wees. Zo werd Jeschute verlost uit haar lijden. Orilus ging naar het hof van Artus om zijn zuster Cunneware van Lalant zijn dienst aan te bieden. miniatuur|geïllumineerde bladzijde van het boek Parzival
Ronde Tafel