thumb|250px|De voetwortelbeentjes, op linkerafbeelding van onderaf gezien, rechts van bovenaf:A=calcaneus (hielbeen), B=talus (sprongbeen), C=os cuboides, D=os naviculare, E=os cuneiforme laterale, F=os cuneiforme intermedium, G=os cuneiforme mediale. In donkergrijs de middenvoetsbeentjes

De voetwortelbeenderen of ossa tarsiFederative Committee on Anatomical Terminology (FCAT) (1998). Terminologia Anatomica. Stuttgart: Thieme zijn de botten in de voet, gelegen tussen het scheenbeen (tibia) en het kuitbeen (fibula) enerzijds en de vijf middenvoetsbeentjes (één voor elke teen) anderzijds. De botjes bij elkaar worden tezamen ook wel voetwortel of tarsus (van het Griekse ταρσός, voet(zool)) genoemd. Het gewricht dat het scheenbeen en het kuitbeen met de voetwortel maakt, wordt het enkelgewricht genoemd.

Bij vogels en veel dieren is het vaak een lang bot (Tarsus) en lijkt het enkelgewricht op een knie die naar achteren buigt.

De zeven standaard bij de mens voorkomende voetwortelbeenderen zijn: talusInternational Anatomical Nomenclature Committee (1983). Nomina Anatomica, together with Nomina Histologica and Nomina Embryologica. Baltimore/London: Williams & Wilkins of sprongbeen calcaneus of hielbeen os naviculare os cuneiforme mediale os cuneiforme intermedium os cuneiforme laterale (gezamenlijk de drie wiggenbeenderen) os cuboidesHafferl, A. (1953). Lehrbuch der topographischen Anatomie. Berlin/Göttingen/Heidelberg: Springer Verlag. of teerlingbeenEverdingen, J.J.E. van, Eerenbeemt, A.M.M. van den (2012). Pinkhof Geneeskundig woordenboek (12de druk). Houten: Bohn Stafleu Van Loghum.

Accessoire voetwortelbeentjes Veel mensen hebben nog extra voetwortelbeentjes, die gedurende de embryonale ontwikkeling als extra botopbouwpunt ontstaan. In sommige studies is sprake van accessoire voetwortelbeentjes bij 36% van de mensen.R.W. Kruse, J. Chen. Accessory bones of the foot: clinical significane. Mil Med. 1995; 160: 464-467 Voorbeelden van deze extra voetwortelbeentjes zijn de volgende:T.E. Keats, M.W. Anderson, Atlas of normal roentgen variants that may simulate disease., 7th edition, Mosby Inc. 2001, R. O'Rahilly. A survey of carpal and tarsal anomalies. J Bone Joint Surg Am. 1953; 35: 626-642 Os aponeurosis plantaris Os calcanei accessorium (os talocalcaneare laterale) Os calcanei secundarium Os cuboides secundarium Os cuneometatarsale I plantare Os cuneometatarsale I tibiale Os cuneometatarsale II dorsale Os cuneonaviculare I dorsale (os naviculocuneiforme, os infranaviculare, os paracuneiforme I) Os in sinu tarsi Os intercuneiforme Os intermetatarsale I (os intermetatarseum) Os intermetatarsale IV Os paracuneiforme (os praecuneiforme) Os retinaculi Os sesamoideum peronaeum (os peronaeale, os cuboides accessorium) Os sesamoideum tibialis anterioris Os sesamoideum tibialis posterioris Os subcalcaneum (os subcalcis, os tuberis calcanei) Os subfibulare Os subtibiale (os tali accessorium, os tali secundarium) Os supracalcaneum (os accessorium supracalcaneum) Os supratalare (os tali secundarium) Os sustentaculi tali (os sustentaculi) Os talocalcaneare posterius Os talonaviculare dorsale (os supranaviculare) Os talotibiale dorsale Os tendinis calcanei Os tibiale externum (os naviculare accessorium) Os trigonum Os trochleare calcanei (os trochleae) Os uncinatum (os unci) Os vesalianum pedis

Bij dieren Bij zoogdieren komt hoofdzakelijk dezelfde zevendeling van de tarsus voor als bij de mens, met verschillen tussen de zoogdieren onderling.

De tarsus bestaat uit: os tarsi tibiale,Koch, T., Berg, R., & Heinze, W. (1970). Lehrbuch der Veterinär-Anatomie.Band I. Bewegungsapparat. (2. Auflage). Jena: VEB Gustav Fischer Verlag. ook talusInternational Committees on Veterinary Gross Anatomical Nomenclature, Veterinary Histological Nomenclature, & Veterinary Embryological Nomenclature (1994). Nomina Anatomica Veterinaria together with Nomina Histologica and Nomina Embryologica Veterinaria. Zürich/Ithaca/New York. genoemd zoals als bij de mens. os tarsi fibulare, ook calcaneus genoemd zoals bij de mens. os tarsi centrale, overeenkomend met het os naviculare. os tarsi I, overeenkomend met het os cuneiforme mediale. os tarsi II, overeenkomend met het os cuneiforme intermedium. os tarsi III, overeenkomend met het os cuneiforme laterale. os tarsi IV, overeenkomend met het os cuboides.

Bij het varken en de vleeseters komen alle zeven voetwortelbeenderen voor. Bij het paard zijn de ossa tarsi I en II versmolten en wordt vervolgens het os cuneiforme mediointermedium genoemd. Bij het rund zijn het os tarsi centrale en het os tarsi IV versmolten en wordt het geheel het os centroquartale, het os naviculocuboideum of het os centrotarsale genoemd. Ook zijn bij het rund de ossa tarsi II et III versmolten en wordt het geheel het os cuneiforme intermediolaterale genoemd.

Literatuurverwijzingen

Categorie:Been