Zwitserland bleef tijdens de Tweede Wereldoorlog neutraal, evenals tijdens de Eerste Wereldoorlog.

Voorgeschiedenis Tijdens het Congres van Wenen in 1815 erkenden en garandeerden de vijf grote Europese mogendheden de neutraliteit van Zwitserland. Sinds die tijd was Zwitserland niet meer betrokken geweest bij een oorlog. Sindsdien zijn neutraliteit en Zwitserland nauw met elkaar verbonden en bleef neutraliteit het uitgangspunt in het Zwitsers buitenlands beleid.14-18, De Eerste Wereldoorlog, door: Dr. R.L. Schuursma (1976), band 4, blz. 1426.

Ook tijdens de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) bleef Zwitserland buiten het oorlogsgeweld. Na de oorlog werd het "vredelievende" Zwitserland uitgekozen als zetel van de Volkenbond. Deze internationale organisatie had tot doel oorlogen in de toekomst te voorkomen en werd gevestigd in Genève. Anders dan lange tijd bij de Verenigde Naties was Zwitserland zelf ook lid van de Volkenbond. Als lidstaat van de Volkenbond stelde Zwitserland zich altijd voorzichtig op: het land steunde nooit sanctiemaatregelen tegen andere lidstaten, omdat het daarmee geen partij wou kiezen. Ook kwam Zwitserland telkens weer op kwesties terug als het ontbreken van Duitsland tijdens de vergaderingen of financiële steunverlening aan het failliete Oostenrijk.Bericht van de Tweede Wereldoorlog, door: A.H. Paape (e.a.) (1975), band 4, blz. 1054.

Vanaf de tweede helft van de jaren 1930, en vooral na de Anschluss van Oostenrijk in 1938Door de Anschluss van Oostenrijk in 1938 werd de grens met het Duitse Rijk aanzienlijk langer, terwijl ook de internationale spanningen toenamen. deelde de Bondsraad (de federale regering) de Volkenbond officieel mee dat Zwitserland geen enkel sanctiebesluit uitgaande van de Volkenbond zou steunen. Kort hierna kocht de regering nieuwe wapens aan en werd de dienstplicht verlengd. Op 31 augustus 1939 verklaarde Zwitserland zich officieel neutraal. De Bondsraad ging hierna over tot algehele mobilisatie. In totaal 500.000 man werden gemobiliseerd. Wanneer men ook de paramilitaire eenheden, zoals de kantonmilities meerekent, komt men op ongeveer 850.000 man uit.Bericht van de Tweede Wereldoorlog, door: A.H. Paape (e.a.) (1975), band 4, blz. 1055. Op een bevolking van toentertijd 4 miljoen zielen een behoorlijk groot aantal.

In 1939 maakten volgende personen deel uit van de Bondsraad: Ernst Wetter (FDP) Rudolf Minger (BGB, Militaire Zaken) Hermann Obrecht (FDP) Johannes Baumann (FDP, Bondspresident 1939) Giuseppe Motta (SKVP) Marcel Pilet-Golaz (FDP) Philipp Etter (SKVP)

Henri Guisan wordt opperbevelhebber miniatuur|Generaal Henri Guisan, detail van het monument te Avenches. Eén dag voor de afkondiging van de algehele mobilisatie koos de Bondsvergadering kolonel Henri Guisan met 204 van de 229 stemmen tot opperbevelhebber van het Zwitsers leger met de rang van generaal. Zijn tegenkandidaat was kolonel Jules Borel.Illustrierte Geschichte der Schweiz, door: Sigmund Widmer (1973), blz. 430.De verkiezingsresultaten van de verkiezingen van onder andere Zwitserse generaals Anders dan aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog werd er ditmaal iemand tot opperbevelhebber gekozen die niet op de hand van de Duitsers wasTe weten generaal Ulrich Wille. Hoewel Guisan een conservatieve federalist was en voorstander was van een meer autoritaire staat, stond hij immers bekend als pro-Frans. Bovenal was hij vastbesloten om de neutraliteit van Zwitserland te bewaren. Zowel de bevolking, de regering, als het militaire opperbevel waren het erover eens dat áls Zwitserland zou worden aangevallen, een Duitse aanval het meest waarschijnlijk was.Anders dan tijdens de Eerste Wereldoorlog toen Zwitserland er lange tijd van uitging dat een Franse aanval het meest waarschijnlijk was.14-18, De Eerste Wereldoorlog, door: Dr. R.L. Schuursma (1976), band 4, blz. 1426-1427. Mocht Zwitserland worden aangevallen door Duitsland, dan zouden generaal Guisan en zijn mannen de Duitse agressor flink aanpakken. Omdat Guisan het Zwitserse vrijheidsideaal belichaamde, droeg de bevolking hem op handen.

Volmachten voor de Bondsraad miniatuur|Van 1940 tot 1948 waren bepaalde levensmiddelen alleen op de bon verkrijgbaar.

Gedurende de Tweede Wereldoorlog waren volgende personen Bondspresident: Jaar Persoon Partij 1939 Philipp Etter SKVP 1940 Marcel Pilet-Golaz FDP 1941 Ernst Wetter FDP 1942 Philipp Etter SKVP 1943 Enrico Celio SKVP 1944 Walter Stampfli FDP 1945 Eduard von Steiger BGB

Tegelijk met de afkondiging van de mobilisatie, besloot de Bondsvergadering (het federaal parlement), de Bondsraad volmachten te verlenen om alle benodigde maatregelen te treffen, hetgeen kon ruim worden geïnterpreteerd door de regering. De Bondsraad hoefde slechts tweemaal per jaar verslag uit te brengen aan de Bondsvergadering over de voortgang van de maatregelen. Door de Bondsraad volmachten te verlenen ontwikkelde Zwitserland zich in een autoritaire richting. De conservatieve Bondsraadsleden vonden dit allesbehalve erg. Al in de jaren voor de oorlog bepleitten sommigen van hen, waaronder Philipp Etter (CVP) en Marcel Pilet-Golaz (FDP), de oprichting van een autoritair-democratische staat met een uitvoerend presidentschap. Uiterst rechtse bewegingen zoals het bijzonder invloedrijke Schweizerischer Vaterländischer Verband ("Zwitsers Vaderlands Verbond"), waarbij zich veel vooraanstaande politici van conservatieven huize hadden aangesloten, Join Simon Wiesenthal Center in its fight against anti-Semitism, Holocaust denial and defending the safety of Jews worldwide. | Simon Wiesenthal Center maar vooral extreemrechtse en fascistische partijen, zoals het Nationaal Front), waren teleurgesteld. Zij hadden gehoopt dat de regering Zwitserland zou omvormen tot een dictatuur.

Toespraak van Guisan miniatuur|300px|De velden aan de voet van de Rütli waar Guisan op 25 juli 1940 zijn rede afstak. Toen in juni 1940 Frankrijk door de Duitsers werd verslagen, was Zwitserland ingeklemd door de asmogendheden. Op 25 juni, vier dagen nadat Frankrijk een wapenstilstand had gesloten met Duitsland, sprak bondspresident Marcel Pilet-Golaz de bevolking via de radio toe. Bondspresident Pilet-Golaz benadrukte de bevolking dat Zwitserland neutraal zou blijven, maar tegelijkertijd onder ogen moest zien dat Europa niet meer hetzelfde was en dat Zwitserland zich moest aanpassen aan de nieuwe ordeBericht van de Tweede Wereldoorlog, door: A.H. Paape (e.a.) (1975), band 4, blz. 1055-1056. Veel Zwitsers waren ontzet over deze radiorede, niet in de laatste plaats generaal Guisan. Bondspresident Pilet-Golaz werd als veel te toegeeflijk gezien. Generaal Guisan besloot om in te grijpen. Op 25 juli 1940 vond er op de Rütli, de legendarische berg in het kanton Uri, een openluchtbijeenkomst plaats van alle Zwitserse commandanten. Generaal Guisan sprak een rede uit waarin hij duidelijk maakte dat Zwitserland iedere aanval van buitenaf zou afslaan. Ook waarschuwde hij voor defaitisme en verslapping, alsook voor gebrek aan vertrouwen in eigen kracht.Bericht van de Tweede Wereldoorlog, door: A.H. Paape (e.a.) (1975), band 4, blz. 1056.

Deze rede viel zeer goed bij de bevolking en de kranten prezen de opperbevelhebber. Veel minder gelukkig met de rede waren de Bondsraad (Pilet-Golaz sprak van de "ongelukkige Rütlirede") en de Duitse en Italiaanse regeringen, die fel protesteerden. Duitsland was woedend en eiste genoegdoening. Tevens maakte Duitsland bij monde van zijn gezant in Bern Ernst von Weizsäcker bij de Zwitserse regering bekend dat haar neutraliteitspolitiek volkomen achterhaald was en zij er verstandig aan deed, om deel te nemen aan de oorlog aan de zijde van de asmogendheden.Bericht van de Tweede Wereldoorlog, door: A.H. Paape (e.a.) (1975), band 4, blz. 1057. De Zwitserse regering ging hier niet op in. De regering kwam de Duitsers echter wel tegemoet. Zo werd de sinds enige tijd bestaande perscensuur verder aangescherpt. Zo mochten er bijvoorbeeld geen anti-Duitse artikelen meer in de kranten verschijnen. De handel met nazi-Duitsland werd ook verder opgevoerd en de Zwitserse minister van Economische Zaken Walter Stampfli deed de nodige economische concessies. Tussen 1940 en 1945 verkocht het Duitse Rijk goud ter waarde van 1,3 miljard Zwitserse frank aan Zwitserse banken in ruil voor Zwitserse franken en andere buitenlandse valuta. Deze tegoeden werden gebruikt om de Duitse oorlogsindustrie blijvend te bevoorraden met grondstoffen op de wereldmarkt. Veel van dit goud hadden de nazi's geroofd in de door hen bezette landen (o.a. België en Nederland) of van de Joden. De rol van de Zwitserse banken en regering in de handel van het roofgoud en de daaruit gerealiseerde winsten is een onderwerp van de historische discussie.

Kort na de Duitse dreigementen ontving bondspresident Pilet-Golaz een delegatie van de fascistische Nationale Bewegung Schweiz, iets wat het parlement hem niet in dank afnam en mede bijdroeg tot het feit dat hij aftrad toen in 1944 de asmogendheden aan de verliezende hand waren.

Pro-Duitse krachten Hoewel de legerleiding over het algemeen genomen niet pro-Duits was, wil dit niet zeggen dat er geen pro-Duitse officieren in haar midden te vinden waren.

Kolonel Eugen Bircher, voorzitter van het Schweizerischer Vaterländischer Verband, was zeer pro-Duits en betoonde zich reeds voor de oorlog een voorstander van nauwe samenwerking tussen Zwitserland en nazi-Duitsland. Het was Bircher die een Zwitsers medisch bataljon oprichtte om aan de zijde van de Duitsers gewonden te verplegen aan het oostfront.

Ook kolonel Arthur Fonjallaz, lid van het fascistische Nationaal Front en voorheen van de Heimatwehr was pro-Duits. Anders dan Bircher was Fonjallaz openlijk nationaalsocialistisch. In januari 1940 werd hij bij de Zwitserse grens (Schaffhausen) met Duitsland door de grenswacht gearresteerd en beschuldigd van spionage voor nazi-Duitsland. Een rechtbank veroordeelde hem tot twee jaar gevangenisstraf. In 1943 kwam hij vrij en hij stierf een jaar later.

Ulrich Wille junior, zoon van generaal Ulrich Wille (opperbevelhebber van het leger van Zwitserland tijdens de Eerste Wereldoorlog) en een Duitse gravin Von Bismarck, was sinds 1933 Oberstkorpskommandant. Net als zijn vader gold hij als 'deutschfreundlich', maar hij ging veel verder. Wille senior had de neutraliteit van Zwitserland hoog in het vaandel gehouden, junior koos openlijk voor nazi-Duitsland. In 1923 had hij voor Hitler en zijn persoonlijke vriend Rudolf Hess een geldinzamelingsactie onder Zwitserse industriëlen en rijke particulieren georganiseerd om de Münchener Bierkellerputsch mogelijk te maken. Hitler kwam daarvoor naar Zürich en hield een toespraak in de Villa Schönberg. Aan het begin van de Tweede Wereldoorlog was Wille jr. een tegenspeler van generaal Henri Guisan door zijn streven naar inlijving van Zwitserland bij nazi-Duitsland, naar het voorbeeld van de Oostenrijkse Anschluss. In 1942 ontsloeg Guisan hem uit het leger.

De meeste grootindustriëlen waren voorstanders van accommodatie en samenwerking met nazi-Duitsland.

Unternehmen Tannenbaum thumb|De Duitse plannen voor invasie van Zwitserland Aan het begin van de Tweede Wereldoorlog hadden de Duitsers het aanvalsplan Unternehmen Tannenbaum ontwikkeld, dat inhield dat Zwitserland in snel tempo moest worden bezet. Belangrijke strategische posities, zoals de Gotthardtunnel, moesten ongeschonden in Duitse handen vallen. Naast het Duitse leger moest ook het Italiaanse leger deelnemen aan de operatie.

Tegen 12 augustus 1940 lag de derde versie van het plan klaar. Het doel was de hoofdstad Bern, de grootste stad Zürich (met de wapenfabrieken van Oerlikon-Bührle) en Solothurn (met de Waffenfabrik Solothurn) snel te veroveren. Verder moesten de belangrijkste knooppunten van spoorwegen en wegen en de bruggen en tunnels onbeschadigd veroverd worden om Zwitserland te gebruiken voor alle doorvoer naar Zuid-Frankrijk.