thumb|Lodewijk Napoleon met ster en grootlint van zijn orde De Orde van de Unie is een ridderorde die in 1806 werd gesticht onder het bewind van Lodewijk Napoleon, toendertijd koning van Holland. De orde werd in 1811 afgeschaft toen het Franse Keizerrijk het Koninkrijk Holland inlijfde. De orde werd opgevolgd door de Orde van de Reünie.
Lodewijk Napoleon was zeer wispelturig, wat ondanks zijn korte bewind onder andere resulteerde in een zevental varianten van de orde. De vorm, rechtsgrond en versierselen van deze varianten zijn min of meer gelijk. Het gaat dan ook ondanks de verschillende namen om een en dezelfde orde.De orden worden door gezaghebbende auteurs als mr. O. Schutte, J.A. van Zelm van Eldik, George Sanders, P.J. d'Artillac Brill Sr. en G.C.E. Köffler als één organisch geheel beschreven.
De verschillende varianten zijn: Orde van de Unie (12 december 1806 – 13 februari 1807) Koninklijke Orde van Verdiensten (12 december 1806 – 13 februari 1807) Koninklijke Orde van Holland (13 februari 1807 – 23 november 1807) Koninklijke Orde van de Unie (23 november 1807 – 6 februari 1808) Koninklijke Orde der Unie van Holland (zo genoemd in het decreet van 6 februari 1808) Koninklijke Orde der Unie (6 februari 1808 – 1 april 1811?).
De Orde van de Unie (1806-1807) en de Koninklijke Orde van Verdiensten (1806-1807) gingen op in de Koninklijke Orde van Holland (1807). Deze nieuwe orde werd vervolgens de Koninklijke Orde van de Unie (1807-1808) of de Koninklijke Orde der Unie van Holland (1808) en uiteindelijk de Koninklijke Orde der Unie (1808).
De chaotische geschiedenis van de orde heeft sommigen ertoe gebracht te stellen dat de Koninklijke Orde van Holland in 1807 werd opgeheven. Andere auteurs zoals Schutte, Van Zelm van Eldik en George Sanders benadrukken de continuïteit. Zij laten de in 1806 opgerichte orde tot na het opheffen van het Koninkrijk Holland bestaan. De continuïteit blijkt ook uit een brief,Brief aan Grootkanselier Van der Goes van Dirxland d.d. 23 november 1807 waarin "vanwege de koning" in het Frans wordt uitgelegd dat "les Chevaliers de l'ordre Royal de hollande pourront porter aussi le nom de Chevaliers de l'union. L'union est le but et la base de l'ordre. Cet article doit être inséré dans les statuts de l'ordre. Peut-être serrait il convenable qui'l fut le premier?" (Nederlands: De Ridders van de Koninklijke Orde van Holland mogen zich ook met de titel Ridder van de Unie tooien. Die unie is de grondslag van deze orde. Dit artikel zou in de statuten van de orde moeten worden opgenomen, misschien kunt u, op een geschikt moment de eerste stappen daarvoor zetten.) men zou van een circulaire kunnen spreken, waarin aan Grootkanselier Van der Goes van Dirxland wordt uitgelegd dat al deze orden in werkelijkheid één enkele orde zijn.
Voorbereiding van de ordestichting thumb|upright|Geborduurde ster uit de regeringsperiode van Lodewijk Napoleon (particuliere verzameling, Groningen) Lodewijk Napoleon was de jongere broer van Napoleon I en werd op 6 juni 1806 "Zijne Majesteit Lodewijk Napoleon door de genade Gods en de constitutie des rijks Koning van Holland, Connétable van Frankrijk".
De Bonapartes omringden zich met pracht en praal en ook Lodewijk Napoleon wenste zijn koningschap met een ridderorde luister bij te zetten. Nederland, dat eeuwenlang een republiek was geweest, kende geen eigen ridderorde. Daarom schreef de koning op 24 augustus 1806 vanuit Aken aan zijn keizerlijke broer: "Je désirerais former un ordre de l'Union. Cela fera un grand bien. Je supplie V(otre) M(ajesté) de me dire si elle approuve le dessin que j'ai la liberté de lui adresser. Il sera simplement honorifique, sans aucune espèce de traitement. La devise qui est autour signifie: L'Union fait notre force".Van Zelm van Eldik, brief in de Archives Nationales gepubliceerd in 1875 door Félix Roquain in "Napoleon le Ier et le roi Louis d'après les documents conservés aux Archives Nationales, Paris 1875 (Nederlands: "Ik wens een ridderorde in te stellen. Het zal veel goeds doen. Ik verzoek Uwe Majesteit om toe te stemmen en aan het ontwerp waarvan ik de vrijheid neem om haar aan u voor te leggen uw goedkeuring te verlenen. Het zal een erekruis zijn waaraan geen voorrechten verbonden zullen worden. Het devies is van belang en zal Eendracht maakt macht luiden.")Vertaling door Robert Prummel
Het meegezonden ontwerp was door een op 2 juli ingestelde commissie voorgedragen. De Staatsraad van Holland had de minister van Binnenlandse Zaken opgedragen om een commissie uit haar midden voor te zitten die de instelling van "een ridderorde, genaamd de Orden van de Unie" moest voorbereiden.
Minister Maarten van der Goes van Dirxland presenteerde al op 9 juli een ontwerp voor een orde met vier graden: "Grootkruisen, Commandeurs, Ridders en Schildknapen". De orde zou een kapittel en een ordefeest kennen. De staatsraad ging met het voorstel akkoord en liet ontwerpen voor het ereteken maken.
Het ontwerpdecreet van 11 juli 1806 geeft een beschrijving van het kleinood van de orde. Het zou "een gekroond Maltezer kruis rustend op een anker" moeten worden. Op de voorzijde zou een rustende, naar het leven getekende en niet heraldische leeuw met een zwaard en de traditionele pijlenbundel moeten prijken. De keerzijde zou een afbeelding van drie ineengeslagen handen vertonen die "het civiele, het militaire en de geestelijkheid" symboliseerden.
De koning keurde de door de schilder Charles Howard Hodges (1764-1837) geschetste leeuw en de door een minder getalenteerde anonymus getekende handen af. Ook de door Van der Goes en ambassadeur Gerard Brantsen ingeschakelde keizerlijke hofschilder Jean Baptiste Isabey voorgelegde schetsen vielen niet in goede aarde. De minister zond potloodschetsen, mogelijk door koningin Hortense zelf vervaardigd,Toeschrijving door George Sanders in "Lodewijk Napoleon, Aan het hof van onze eerste koning 1806 - 1810" Tentoonstellingscatalogus 2006 en een verzoek om drie schetsen van kruisen met het randschrift "Voor Koning en Vaderland" en de datum "5 juli 1806". De Fransman leverde al op 23 juli vijf ontwerpen waarvan de in Mainz verblijvende koning er, op advies van Brantsen en Van der Goes, één uitzocht met de instructie dat het witgeëmailleerde Maltezer kruis gouden vlammen in de armen diende te krijgen waar Isabey een onduidelijk ornament had getekend.
De koning koos nu voor het motto "Eendracht maakt macht". De datum zou door een portret van de vorst vervangen worden. Op 3 augustus wijzigde de koning het motto in "Eendracht maackt onze Hoop en Magt" en kreeg Isabey opdracht om een ster en een kruis met dit motto en een gouden leeuw op een wit veld als medaillon te ontwerpen. De hier beschreven wispelturigheid van de koning is een treffend voorbeeld van zijn bestuursstijl die door tijdgenoten met de woorden "ordre, contre-ordre, désordre" werd gekenschetst.Een populaire Britse spotprent wordt door Jac. Presser genoemd in zijn Napoleon-biografie De Orde van de Unie werd ook verder geplaagd door voortdurende koninklijke wijzigingen in naam, organisatie en uiterlijk.
Op 16 augustus kreeg de nu in Wiesbaden verblijvende vorst de bestelde tekeningen per koerier toegezonden. Hij schrapte het gewijzigde randschrift weer en zond de gebundelde tekeningen van Isabey op 24 augustus met een brief aan zijn broer in Parijs. De tekeningen zijn in een Parijs archief bewaard gebleven. De Franse keizer reageerde afwijzend. Hij maande met de woorden "Il ne faut rien précipiter. Allez lentement" tot kalmte. Het zou beter zijn niet op de kroning vooruit te lopen en "langzaamaan te doen".
De dadendrang van Lodewijk Napoleon was desondanks niet te stuiten en hij bleef zijn broer bombarderen met voorstellen voor een ridderorde die alle werden afgewimpeld. De Hollandse koning licht in een brief vanuit Aken op 7 september zijn voornemens toe met de constatering dat zijn onderdanen "froids et menés par les idées républicaines" zijn. Alleen een ridderorde zou "l'esprit égoïste des négociants" kunnen veranderen. Een ridderorde moest dus het gebrek aan enthousiasme, de republikeinse gezindheid en de egoïstische kruideniersmentaliteit in hun tegendeel doen verkeren.
Stichting van twee ridderorden Bij terugkomst in Den Haag stichtte Lodewijk Napoleon op 12 december 1806 niet één, maar twee ridderorden. Zij kregen de namen "Groote order van de Unie" en "Koninglijke Orde van Verdiensten". De Grote order zou dertig "Groot-Kruissen" tellenWet van 12 december 1806, artikel 2. en de Orde van Verdiensten zou vijftig commandeurs en driehonderd ridders tellen.Decreet van 16 december 1806 artikel 2. Op 1 januari 1807 werden de eerste ridders in die laatste orde benoemd.
De Franse keizer reageerde furieus op het in de wind slaan van zijn aanwijzingen en adviezen. Hij schreef op 7 januari vanuit Warschau dat Lodewijk "te lichtvaardig en te ras handelde". Hij noemde het stichten van orden "une chose ridicule". Dat zijn broer dan ook nog twee ridderorden tegelijk stichtte, terwijl het Legioen van Eer in de woorden van de keizer "n'a pas jamais consideré comme un ordre de chevallerie", dus in niemands ogen een ridderorde was, bracht de keizer ertoe om aan te bevelen niemand te benoemen en de zaak te laten rusten. Napoleon beklaagde zich ook dat "u mij consulteert maar nooit doet wat ik u zeg". Bij deze machteloze uiting van keizerlijke verontwaardiging bleef het voorlopig.
De wispelturige Lodewijk verenigde beide orden op 13 februari 1807 en noemde de zo ontstane orde "Koninklijke Orde van Holland". Deze werd op 23 november van datzelfde jaar de "Koninklijke Orde van de Unie", die op 6 februari 1808 "Koninklijke Orde der Unie" ging heten.
Johan Rudolph Thorbecke brak zijn staf over de juridische gang van zaken. Hij meende dat Lodewijk Napoleon niet de "Koninklijke weg" had gevolgd maar de orde in een "geheim decreet" had ingesteld.R.J. Thorbecke, "Aantekeningen op de Grondwet" 1841 Dat misverstand werd door andere schrijvers overgenomen maar door Van Zelm van Eldik weerlegd. De "Hoogmogende" volksvertegenwoordigers hebben op 12 december 1806 het koninklijke voorstel in een besloten zitting van het voormalig "Wetgevend Ligaam", dat ook "Hunne Hoogmogendheden" heette, goedgekeurd. In zijn koninklijke boodschap en considerans stelde Lodewijk Napoleon vast dat "Holland onder de Monarchiën de eenigste is, in welke geene Ridder-Orde bestaat".Instellingsdecreet van 1806, gepubliceerd in de Koninklijke Courant van Holland
Organisatie van de Hollandse orden thumb|Adriaan Pieter Twent van Raaphorst met het lint van de Orde van de Unie in 1809 De wet van 12 december 1806 voorzag in de benoeming van een kapittel dat uit de drie oudste commandeurs en ridders moest bestaan. Samen met de grootkanselier zouden zij de "Chef, Grootmeester en Stichter van de Orden", en zijn opvolgers, bijstaan bij het administreren van de twee ridderorden. Aangezien de Orde van de Unie een "Grote Orde" met uitsluitend grootkruisen was, zal de wet alleen leden van de "Orde van Verdienste" hebben bedoeld.
Op diezelfde 12e december werd vastgelegd dat de Orde van de Unie een Grootkanselier met de Orde van Verdienste zou delen.
De koning benoemde op 16 december Maarten van der Goes van Dirxland tot grootkanselier en de heren Van Kinsbergen, van Styrum, Dumonceau, De Winter, van Zuylen van Nyevelt en Twent van Raaphorst tot kapittelridders.
Op 16 december 1806 werd in een decreet de "Groote Raad van de Orde van de Unie" gesticht. Op 14 februari werd zij alweer vervangen door het kapittel. In strijd met zijn belofte aan de keizer had de Hollandse koning in het eerste decreet pensioenen, of jaargelden, aan de ridders en commandeurs beloofd. In het tweede decreet werd ook de mogelijkheid tot het uitbetalen van pensioenen aan de grootkruisen genoemd.