De bichon frisé is een hondenras dat afkomstig is uit Frankrijk. Het is iets groter dan de maltezer, waar het wel wat op lijkt. Een volwassen dier is maximaal dertig centimeter hoog.

Afkomst Over het ontstaan is onduidelijkheid. Het dier zou afstammen van de barbet uit het Middellandse Zeegebied. Het zou ook kunnen dat het ras is ontstaan uit kruisingen met de maltezer, bolognezer en kleine witte poedels. Bichons werden in de 15e eeuw meegenomen door Italiaanse zeelieden naar het eiland Tenerife, waarna de de naam bichon tenerife in zwang kwam. De ontstaansgeschiedenis zou teruggaan tot de Romeinse tijd, Italië zou het land van oorsprong. In de zeventiende eeuw werd het ras zeer geliefd in Europa en was het bijna zonder onderbreking in de mode tot het begin van de Eerste Wereldoorlog. Daarna werd de populariteit veel minder, maar na de Tweede Wereldoorlog is de belangstelling wereldwijd opgeleefd.

Uiterlijk De lichaamsbouw van de bichon frisé is die van een kleine, levendige hond, met de snuit van een gemiddelde lengte. De spiraalvormige vacht is lang, dicht en krullend, zacht en zuiver wit. Hij hangt zeer los en lijkt op die van een Mongoolse geit. De hond draagt het hoofd hoog. De donkere ogen zijn levendig en expressief en het karakter is vrolijk en uitgelaten.

Verzorging De vacht vraagt dagelijkse intensieve verzorging; bij het borstelen wordt laag per laag gewerkt om klitten te voorkomen. Veel eigenaren laten de vacht om de vier tot zes weken door een trimmer in een praktisch huiskapsel knippen. Het ras verhaart doorgaans weinig.

Categorie:Hondenras