thumb|Een Nederlands kenteken Een Nederlands kenteken is een identificatiemiddel voor een Nederlands motorvoertuig. Het kenteken is opgebouwd uit: een kentekenbewijs, vanaf 2014 als een plastic kaart, daarvoor een papieren bewijs bestaande uit twee of drie delen; een kentekenplaat: nummerplaat ter identificatie die op het motorvoertuig wordt bevestigd. Het kentekenbewijs bevat een kentekennummer in combinatie met voertuiggegevens, persoonsgegevens en het chassisnummer.

Geschiedenis Eerste kentekens In 1898 introduceerde Nederland als derde land ter wereld een nationale kentekenplaat, na Frankrijk in 1893 en Duitsland in 1896, (toen nog rijvergunning). De eerste twee kentekens waren 1 en 2, ze werden op 26 april 1898 afgegeven aan de broers W.A. van Dam en J. van Dam uit Groningen. Het gekkengetal 11 werd overgeslagen. Op 8 augustus 1899 waren er reeds 168 platen uitgegeven. Dit systeem werd op 15 januari 1906 afgeschaft. Het laatst uitgegeven nummer was het nummer 2065.

Provinciale kentekens thumb|Provinciaal kenteken uit Utrecht Op 1 januari 1906 werd een nieuw kentekensysteem in het leven geroepen waarbij de bestuurder van een motorvoertuig een rijbewijs en een nummerbewijs in bezit diende te hebben. Het nummerbewijs moest door de eigenaar van het motorvoertuig aangevraagd worden bij de provincie waar men woonde. Nederlanders die in het buitenland woonden, dienden het nummerbewijs aan te vragen bij het ministerie ("departement") van Waterstaat, Handel en Nijverheid.

In het nummerbewijs stonden de naam en woonplaats van de eigenaar van het motorvoertuig vermeld en de letter met nummer dat was toegekend. De letter en het nummer vormden samen het kenteken. Dit kenteken moest aan de voor- en achterkant van het motorvoertuig zichtbaar zijn. Bij vervanging van de auto behield men het kenteken.De Jong, deel 61, p. 108, voetnoot Ze werden voor het leven verstrekt.

Per motorvoertuig moest een afzonderlijk kenteken worden aangevraagd. Voor bepaalde bedrijven, zoals fabrikanten en autohandelaren, werd een uitzondering gemaakt als dit zou leiden tot belemmering van hun activiteiten. Deze bedrijven konden toestemming krijgen om het nummer op meer dan één voertuig toe te passen. Deze regeling is de voorloper van het huidige handelaarskenteken.

Kentekenplaat De kentekenplaat was donkerblauw waarop de letter(s) en het nummer in het wit waren aangebracht. Dit mocht een rechthoekige metalen plaat zijn, maar het was ook mogelijk de kentekenplaat op het voertuig te schilderen. De kentekenplaat moest aan de voor- en achterzijde van het voertuig worden aangebracht.

Twee varianten van de plaat waren toegestaan:

letter(s) boven het nummer, waarbij de letter(s) in het midden boven de cijfers moest staan letter(s) voor het nummer, waarbij er een verbindingsstreepje moest worden aangebracht tussen de letter(s) en het nummer.

Voor de letters en cijfers golden de volgende minimale maten:

hoogte: 90 mm breedte (behalve van cijfer 1): 65 mm dikte overal (met uitzondering van geringe afschuiving aan uiteinden): 15 mm lengte van de horizontale streep: 15 mm dikte van de horizontale streep: 10 mm ruimte tussen de tekens: 15 mm

De minimale afstand tussen de rand van de kentekenplaat en de letters en cijfers was als volgt:

boven- en onderzijde: 10 mm zijkanten: 15 mm

Bij het toepassen van grotere maatvoering moesten alle maten evenredig worden vergroot. De genoemde minimale maten konden worden gehalveerd voor kentekenplaten op motorfietsen en motorvoertuigen op drie wielen.

Letters De letter gaf aan welke overheidsinstantie het nummerbewijs had uitgegeven. In de regel waren dit de provincies en in bijzondere gevallen was dit het ministerie ("departement") van Waterstaat, Handel en Nijverheid.

In 1931 is bepaald dat het nummer uit maximaal 5 cijfers mocht bestaan. Na het uitgeven van nummer 99.999 werd achter de letter een Z toegevoegd en begon men bij het uitgeven van nummers weer bij nummer 1. Bereikte men opnieuw het nummer 99.999 dan werd in plaats van de Z de letter X gebruikt en begon men wederom bij nummer 1. Dit is alleen voorgekomen bij de provincies Noord- en Zuid-Holland. Het hoogst uitgegeven nummer in Noord-Brabant was 99.191, daar kwam men net niet aan de tweede letter toe.

De gebruikte letters stonden voor:

Er reden in Nederland auto's waarvan het kenteken begon met de letter X gevolgd door een nummer. Deze platen lijken, afgezien van de achtergrondkleur, op Nederlandse kentekenplaten. Dit zijn waarschijnlijk Nederlands-Indische internationale kentekens. Op de achterkant van zo'n voertuig moest een witte ovale plaat zijn aangebracht met de landcode IN voor Nederlands-Indië ("Indes néerlandaises").

In 1956 zijn de laatste provinciale kentekens vervangen.

Landelijke kentekens met kentekencombinaties Toen het motorverkeer steeds vaker de grenzen van de provincie overschreed, ontstond de behoefte aan een landelijke, centraal toegankelijke kentekenadministratie, hetgeen leidde tot de oprichting van de Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW).

In 1951 werd het provinciale kentekensysteem vervangen door een systeem waarin, na uitgebreid onderzoek, werd gekozen voor de combinatie van twee letters of twee cijfers in drie groepen, omdat die het gemakkelijkst te onthouden waren. Zo'n combinatie wordt een kentekencombinatie, ook wel sidecode, genoemd. Kentekens werden nu ook niet meer door de provincie uitgegeven maar landelijk door de RDW.

Kentekencombinaties Serie Invoering Combinatie Achtergrond Tekens BijzonderhedenEerste kenteken 1 1951 XX-99-99 donkerblauw wit tweede letter toont type voertuig aanND-00-01 2 1965 99-99-XX donkerblauw wit10-20-EF 3 19731976 99-XX-99 donkerblauwlichtblauw witwit naast de lichtblauwe platen was ook het gebruik van reflecterende gele platen al toegestaan10-EF-20  4 1978 XX-99-XX geel zwart specifieke letters voor bepaalde voertuigenDB-01-BB 5 1991 XX-XX-99 geel zwart K en Y worden niet meer gebruiktDB-BB-01 6 1999 99-XX-XX geel zwart K wordt weer gebruikt m.u.v. beginletter01-BB-DB 7 2004 99-XXX-9 geel zwart cijfercombinatie 00 weer in gebruik01-GBB-1 8 2013 9-XXX-99 geel zwart1-KBB-00 9 2015 XX-999-X geel zwartGB-001-BBB-001-B 10 2008 / 2019 X-999-XX geel zwart snorfietsen en auto's (vanaf 19 augustus 2019)D-001-BBF-001-BBG-001-BB 10 2008 X-999-XX geel zwart bromfietsen en lichte bedrijfswagens,sinds 19 augustus 2019 ook voor auto's.D-001-BBF-001-BBV-001-BBG-001-BB 11 2015 XXX-99-X blauw wit snorfietsenDBB-01-BFBB-01-B 11 2015 XXX-99-X geel zwart bromfietsen, brommobielen en kleine bedrijfswagensDBB-01-BFBB-01-BVBB-01-BGBB-01-B112024XXX-99-Xgeelzwartpersonenvoertuigen (sinds 4-6-2024)GBB-01-B 12 2021 X-99-XXX geel zwart landbouwvoertuigen (en bedrijfswagens vanaf 8-1-2024, bijzondere bromfietsen vanaf 1-7-2025)T-01-BBB, V-01-BBB, E-01-BBD 13 2016 9-XX-999 geel of groen zwart grensverkeer en handelaarskentekens - 14 2019 999-XX-9 geel zwartgrensverkeer -

Kentekencombinatie 1 thumb|120px|left Kentekencombinatie 1 was het eerste type kentekencombinatie dat werd uitgegeven. Kentekens bestonden uit twee letters, gevolgd door een streepje, twee cijfers, een streepje en weer twee cijfers (XX-99-99). Deze nummerborden waren donkerblauw met witte tekst.

In deze kentekencombinatie kan aan de tweede letter in het kenteken worden opgemaakt om wat voor type voertuig het gaat, zoals in onderstaande tabel: Type voertuigTweede letterbedrijfswagen/bus ("grijs kenteken") A F J N S V idem, meer dan 2,20m breedBpersonenautoDGKPTXmotorrijwielEHLRUZ

Bij het uitgeven begon men niet bij de A, maar bij de letter N. Het eerst uitgegeven kenteken voor een personenauto was dan ook ND-00-01 (uitgegeven aan een Taunus 10M). De letters C, I, O, Q, W en Y werden niet gebruikt in kentekens. Evenmin werden de combinaties SA, SD en SS gebruikt in verband met mogelijk ongewenste herinneringen aan de Tweede Wereldoorlog. Ten slotte waren er nog enkele combinaties die buiten de RDW vielen, waaronder AA voor het Koninklijk Huis en nummerborden die met K of L beginnen (Defensie) (zie tabel verderop).

Men kreeg bij uitgifte van kentekens niet de mogelijkheid om zelf een combinatie te kiezen. De kentekens werden op volgorde uitgegeven. Bij verlies van het kentekenbewijs en import van tweedehands wagens uit het buitenland kreeg men een ander kenteken toegewezen, dat waren in de begintijd onder andere combinaties die met "DD" en "JT" begonnen. Omdat er levendige handel was in opgeknapte schadeauto's uit Duitsland kreeg de lettercombinatie DD in de volksmond de bijnaam 'Duitse Deuk'.

Door de toenemende welvaart werden er echter veel meer personenauto's verkocht dan was voorzien bij het ontwerpen van dit kentekensysteem. Nadat de beginletter Z werd bereikt, ging men verder met de A, totdat de letter M werd bereikt. Daarna, in 1963 werd besloten om de voor motorrijwielen en bedrijfsauto's gereserveerde kentekens ook voor personenauto's te gebruiken, en wel in omgekeerde volgorde: van M tot E. De letter B bleef gereserveerd voor bedrijfswagens (het onderscheid in breedte kwam te vervallen). De letter M werd als tweede letter in gebruik genomen. Toen de letter E werd bereikt, werd een nieuwe kentekencombinatie in gebruik genomen.

Kentekencombinatie 2 thumb|120px|left In 1965 werd, hoewel de kentekenreeks nog niet volledig was uitgeput, overgestapt op een (voor velen) logischer systeem. De letters werden toen achter de cijfers gezet en er werd met de letter A begonnen, waarna werd doorgeletterd (behoudens uitzonderingen). Het eerste kenteken uit die serie was 00-01-AD.

Kentekencombinatie 3 thumb|120px|left thumb|120 px|center Vanaf 1973 werden de letters tussen de cijfers geplaatst, met als eerste uitgave 00-AD-01. In deze reeks (en de vorige) werden geen motorfietskentekens uitgegeven, immers de oorspronkelijke reeks met de letters aan het begin was nog lang niet uitgeput.

In 1976 en 1977 werden kentekenplaten uitgereikt met een iets lichter blauwe ondergrond, een ander lettertype en iets grotere afmetingen. Vanaf oktober 1975 waren kentekenplaten toegestaan met een gele, reflecterende, achtergrond met zwart opschrift, met dezelfde grotere afmetingen als de lichtblauwe platen; deze werden na 1 januari 1978 standaard uitgereikt.Kentekenhistorie tijdlijn - Kenteken.TV

Kentekencombinatie 4 thumb|120px|left Halverwege 1978 was de reeks met letters tussen de cijfers (kentekencombinatie 3) bijna uitgeput en werd overgeschakeld op een reeks met cijfers tussen de letters. Hierbij werden geen klinkers meer gebruikt (A, E, U), doch voor het eerst werd de letter Y voor alle voertuigen (personenauto's, motorfietsen, lichte en zware bedrijfswagens) gebruikt en ook de bij de vorige reeksen voor Defensie gereserveerde beginletters K en L (behalve de combinatie KL). De combinaties SD en SS werden nog steeds niet gebruikt. Tevens wordt vanaf deze reeks de letter M niet meer gebruikt, behalve als eerste letter, om motorfietskentekens aan te duiden. Ten slotte is m.i.v. de uitgifte van deze reeks, de beginletter B geïntroduceerd voor de bedrijfswagens en, toen deze beginletter uitgeput was, werd vervolgens ook de beginletter V gebruikt voor de bedrijfswagens. De laatste kentekens in deze serie voor de bedrijfswagens begonnen met de combinatie VX, de combinaties VY en VZ werden als eerste letterpaar in het geheel niet gebruikt. Merk op dat met de invoering van deze kentekenindeling niet meer de eindletter, maar de beginletter het type voertuig aanduidt: M voor motorfietsen B en V voor bedrijfswagens (geen onderscheid in gewicht) O voor opleggers (per 1 oktober 1988)

Kentekencombinatie 5 thumb|120px|left