thumb|Linkerhand thumb|Gooien met de voorkeurshand: de linkshandige Barack Obama Met linkshandig worden mensen aangeduid die als voorkeurshand hun linkerhand hebben. Meestal, maar niet altijd, zijn ze ook linksvoetig en is het linkeroog dominant ten opzichte van het rechteroog. Linksvoetig of linksbenig wil zeggen dat ze hun linkervoet gebruiken om bijvoorbeeld tegen een bal te schoppen of hoog te springen. Een dominant linkeroog betekent dat ze hun linkeroog gebruiken als oog om bijvoorbeeld te mikken met een geweer of om door het oculair van een microscoop te kijken.
Oorzaken van rechts- en linkshandigheid De oorzaak van rechts- of linkshandigheid is onbekend, maar zowel erfelijkheid als omgevingsfactoren lijken een rol te spelen.Volgens onderzoek aan de Rijksuniversiteit Groningen hebben twee rechtshandige ouders 10 procent kans op een linkshandig kind, twee linkshandige ouders 26 procent. Maar het patroon van overerving kan met de klassieke overervingswetten niet worden verklaard. Zo kan bij een eeneiige tweeling, ondanks hun identieke genen, de een links- en de ander rechtshandig zijn.Hoe erfelijk is linkshandigheid? (Volkskrant 24-06-2013) Rechts- of linkshandigheid ontwikkelt zich bij de mens vanaf het zesde levensjaar (lateralisatiefase). Linkshandigen hebben, in tegenstelling tot wat er wordt gedacht, geen dominante(re) rechterhersenhelft, het is vaker links of gemengd.https://www.sciencedirect.com/topics/nursing-and-health-professions/schizophrenia-spectrum-disorder. Gearchiveerd op 12 november 2019.
Het hebben van een voorkeurshand heeft tot gevolg dat allerlei vaardigheden uitsluitend met de voorkeurshand worden aangeleerd en deze hand zich veel sterker ontwikkelt dan de andere hand. Dit uit zich in een betere motoriek: de voorkeurshand heeft sterker ontwikkelde spieren die beter bestuurbaar zijn en meer kracht hebben. Voorbeelden: Schrijven wordt alleen aangeleerd met de voorkeurshand. De andere hand leert dit niet en kan dan ook nauwelijks schrijven. Toch is gebleken dat mensen die hun voorkeurshand ineens niet meer kunnen gebruiken, redelijk tot vrij goed met de andere hand kunnen leren schrijven, ook al bereiken ze niet het niveau van de voorkeurshand. Professionele tennisspelers hebben een zichtbaar dikkere (onder)arm aan de kant van hun voorkeurshand omdat vooral met deze hand en arm wordt getennist en getraind.
Hoe vaak en bij wie komt linkshandigheid voor? De mens is het meest rechtshandig. Naar schatting 10 tot 15 procent van de mensheid is linkshandig. Het fenomeen dat sommige mensen geen voorkeurshand hebben en bijvoorbeeld kunnen schrijven met rechts én links wordt ambidextrie genoemd.
Over het algemeen zijn er meer linkshandige mannen dan vrouwen, in percentages ongeveer 10% meer. Hoe dat precies komt, is niet bekend. Een populaire verklaring is dat het samenhangt met de hoeveelheid testosteron in de baarmoeder. ‘Mannen worden voor de geboorte aan meer testosteron blootgesteld dan vrouwen’, legt hoogleraar gedragsbiologie Ton Groothuis (Rijksuniversiteit Groningen) uit. ‘De rechterhersenhelft, die de linkerkant van het lichaam bestuurt, is daar gevoeliger voor dan de linker. Mannen zouden daardoor vaker linkshandig worden.’Fabels rond linkshandigen (Nederlands Dagblad d.d. 09-03-2015). Gearchiveerd op 2 april 2015.
Ook sommige dieren hebben een voorkeurspoot. Zo hebben onder meer katten, honden, bultruggen, roodnekwallaby's, rode en grijze reuzenkangoeroes, padden en sommige primaten en papegaaien een voorkeur voor een ledemaat.
Links en rechts in cultuur en taal Aangezien het overgrote deel van de mensen rechtshandig is, associëren zij onbewust hun voorkeurshand en daarmee rechts met 'goed' en links met 'slecht'. Dit is terug te zien in culturele handelingen als handen schudden, maar ook in de taal. Iemands rechterhand is een goede assistent. Maar iemand die we negeren laten we links liggen. En een onhandig persoon heeft twee linkerhanden. In het Engels betekent right niet alleen 'rechts' maar ook 'goed' of 'juist'. Zo is een 'goed antwoord' een right answer. Dit kwam duizenden jaren geleden ook al voor: het Latijnse woord voor links: sinister, betekende toen, en nu nog steeds, 'slecht'.
Linkshandig schrijven thumb|Linkshandig schrijven thumb|thumbtime=14|end=20|Demonstratie van de schrijfband van Noyons om linkshandigheid tegen te gaan in 1966 Bij een schrift dat van links naar rechts wordt geschreven schuift een linkshandige vaak met de schrijvende hand over het geschrevene. Dit bemoeilijkt het teruglezen van het geschrevene en daarmee het in een rechte lijn schrijven. In de praktijk wordt dit vaak opgelost door de linkerhand te plaatsen boven de lijn waarop wordt geschreven. Dit betekent echter dat de onderarm verder van het lichaam wordt geplaatst wat leidt tot vooroverbuigen, en dat is een vermoeiende schrijfhouding. Linkshandigen draaien vaak het papier bij, waardoor ze weer onderhands kunnen schrijven.
Het schuiven van de schrijvende hand over het geschrevene geeft weinig problemen bij de sneldrogende inkt van een balpen, maar dit was anders in de tijd dat met kroontjespen en inktpot werd geschreven. Bovendien is het met een kroontjespen lastig om duwend te schrijven omdat deze een scherpe punt heeft die bij duwen in het papier kan haken. Dit haken kan het papier beschadigen, inktvlekken veroorzaken op die plek en door spetteren bij het losschieten een kring van inktvlekken geven. Om deze praktische redenen was het met links schrijven op veel scholen verboden en werden kinderen gedwongen rechts te leren schrijven. Omdat de kroontjespen tot het eind van de jaren zestig werd gebruikt is er een behoorlijk hoog percentage linkshandige ouderen dat aangeleerd heeft rechtshandig te schrijven. Dit wordt ook wel aangeleerde tweehandigheid genoemd ter onderscheid van echte ambidextrie die heel weinig voorkomt.
Mogelijke problemen thumb|Japans keukenmes, afgeschuind aan beide zijden (1) of aan één zijde, voor rechtshandig (2) of linkshandig (3) gebruik In een rechtshandig georiënteerde maatschappij spelen er problemen op voor linkshandigen. Dat komt onder andere doordat veel artikelen asymmetrisch van vorm zijn, waarbij verondersteld wordt dat de gebruiker rechtshandig is. De problemen zijn groter naarmate er meer een beroep wordt gedaan op de fijne motoriek. Hieronder staat een lijst met voorbeelden van problemen waar een linkshandige mee te maken kan krijgen.
Moeilijk te omzeilen problemen Congresstoelen met een schrijftafeltje onder de rechterarm: het is lastig hierop met de linkerhand te schrijven. Schillen met een niet-tweezijdige dunschiller (met name het doseren van de kracht op het mesje, om zich niet in de vingers te snijden, is lastig). Rechts zitten van iemand tijdens het schrijven of eten, vanwege het mogelijk stoten van de ellebogen. Een oplossing kan zijn aan het linkereinde van de tafel te gaan zitten. Steelpan en soep- of juslepel met slechts één schenktuitje. Ze bestaan echter ook met twee schenktuitjes. Recht schrijven op ongelinieerd papier of schoolbord (hand gaat over de tekst heen, waardoor men moeilijk in een rechte lijn kan schrijven of de neiging heeft de letters naar het einde van het woord steeds kleiner te schrijven). Hockey (volgens de spelregels moet de vlakke zijde van een hockeystick aan de linkerkant zitten). In een wat kleinere werkomgeving waar meerdere mensen werken, liggen materialen vaak 'pak klaar' voor de rechtshandige medewerkers. Dat kan voor, wellicht het enige, linkshandige personeelslid soms erg onpraktisch zijn en de werksnelheid voor de linkshandige vertragen.
Problemen die met een beetje handigheid te omzeilen zijn Knippen met een rechtshandige schaar. Knipt men met de linkerhand, dan worden de bladen van de schaar uit elkaar gedrukt. (Sommige linkshandigen lossen dit op door met de rechterhand alleen de schaar open en dicht te doen, en met de linkerhand het papier zo te bewegen dat de lijn gevolgd wordt.) Schrijven met vulpen (linkerhand gaat over natte inkt en geeft vlekken). (Oplossing: onderhands of sterk bovenhands schrijven.) Allerlei apparaten hebben bedieningsknoppen aan de rechterzijde. Bij linkshandig gebruik kan dit gevaar opleveren of lastig zijn. Voorbeelden: cirkelzaag en enig ander gereedschap, cijfertoetsen rechts op een toetsenbord (computer), schuifbalk van pda, het opwindknopje van een horloge, foto- en videocamera's. Veel van deze bedieningsknoppen vereisen echter nauwelijks fijne motoriek. Leren breien of haken (kan meestal niet voorgedaan worden, hoewel een goede docent het wel moet kunnen uitleggen). Fiets op de standaard zetten (zit aan de verkeerde kant van de fiets). (Is op te lossen door eerst op het zadel te gaan zitten en dan pas met de linkervoet de standaard in te klappen.) Gebakje eten met een gebakvorkje dat aan één zijde afgeplat is om het gebakje te kunnen "snijden". Idem voor frikandel, patat e.d. met behulp van een plastic vorkje met aan één zijde een kartelrand. (Oplossing: vorkje met de bolle kant naar zich toe houden om te "snijden".) Schrijven op papier dat in een ringband of ordner steekt. Dit papier ligt dan aan de rechterkant, waardoor de linkerhand over de ringen van de ringband moet buigen om het rechterblad met de pen aan te raken. Dit is vooral onhandig bij grote ordners omdat daar het mechanisme om de ringen open te doen (staaf die naar boven moet worden geduwd) in de pols snijdt. De enige oplossing bestaat erin dat men telkens het blad uit de kaft neemt en het op de linkerkant van de kaft legt. Bij spiraalbanden kan dit echter niet. thumb|rechtshandige schuifmaat Meten met een schuifmaat lijkt alleen mogelijk door de schuifmaat op zijn kop te houden. In de praktijk vergt een schuifmaat echter nauwelijks fijne motoriek, zodat ook een linkshandige er met zijn rechterhand goed mee kan werken. Soft- en honkbal: Een linkshandige staat aan de andere kant van de plaat, waardoor wachtende teamgenoten achter hem zitten. Hierdoor wordt bij een slag de knuppel in de richting van die teamgenoten uitgehaald en nadien in hun richting weggegooid, wat gevaarlijk is. Dit is te omzeilen door afstand te houden bij het wachten op een slagbeurt (bijv. in de dug-out), en spelers te verplichten de knuppel na de slag (snel) neer te leggen in plaats van weg te werpen. Polo: de officiële regels bij polo vereisen dat de ruiter het slaghout in de rechterhand houdt. Vandaar dat linkshandige spelers vaker worden geacht de bal met minder precisie te kunnen raken. Echter, omdat ze hun dominante hand kunnen gebruiken om het paard te mennen, zijn ze vaak rijvaardiger op het veld. Schermen: de meeste spelers zijn een rechtshandige tegenstander gewend, waardoor een linkshandige tegenstander in het voordeel kan zijn. De naald op de plaat zetten, vergt voor sommige linkshandige wat oefening. De arm van de platenspeler dient doorgaans met de rechterhand richting de plaat gebracht te worden, al hebben 'moderne' platenspelers een automatische startknop voor het begin van de plaat. Het begin van een specifiek nummer in het midden van de plaat proberen te mikken is lastiger.
Vermeende problemen waar in de praktijk niemand last van heeft Leren schakelen in auto in een land waar men rechts rijdt. (Duurt mogelijk iets langer in verband met beperkte fijne motoriek rechts. Daar staat tegenover dat sturen zeker zoveel handgevoel vergt. Bij het schakelen duwt men de hendel meestal tegen de aanslag aan; voor de derde en vierde versnelling kan men de knop tussendoor heel even loslaten, zodat hij naar de middenpositie veert.) Een naaimachine is altijd rechtshandig. Het fijne werk, namelijk het verplaatsen van het naaiwerk, doet men echter met beide handen. Knopjes bedienen gebeurt weliswaar met de rechterhand, maar vergt geen fijne motoriek.