thumb|Brandsma als rector van de Katholieke Universiteit Nijmegen (1932) thumb|Titus Brandsma, manuscript van zijn biografie van Theresia van Avila, geschreven in de gevangenis thumb|Nijmegen, beeld van Titus Brandsma door Gerard Mathot (1985), op het universiteitsterrein Heyendaal. Anno Sjoerd (Titus) Brandsma of Sint-Titus Brandsma (Oegeklooster, 23 februari 1881 – Dachau, 26 juli 1942) was een Nederlandse karmeliet, rector magnificus van de Katholieke Universiteit Nijmegen en publicist. Brandsma was specialist in middeleeuwse mystiek en zelf mysticus. Als priester nam hij initiatieven op het gebied van de katholieke emancipatie, het katholieke onderwijs en de journalistiek. Als lid van het hoofdbestuur van de orde speelde Titus een niet onbelangrijke rol bij de vernieuwingsbeweging onder de karmelieten in Nederland. Tijdens de bezetting ageerde hij openlijk tegen het nazisme.

In 1942 werd Brandsma gearresteerd door de Duitsers. Hij had zich onder meer in lezingen uitgesproken tegen rassenhaat en stelde in opdracht van Johannes de Jong, aartsbisschop van Utrecht, richtlijnen op die katholieke tijdschriften voorschreven geen advertenties van de Nationaal-Socialistische Beweging te plaatsen. Hij werd gevangengezet in Scheveningen en Kamp Amersfoort en ten slotte naar concentratiekamp Dachau gedeporteerd. Na zware mishandelingen werd hij daar vermoord. Paus Johannes Paulus II verklaarde Brandsma in 1985 zalig.10 grote Nederlandse verzetshelden Op 15 mei 2022 volgde heiligverklaring als martelaar voor het geloof door paus Franciscus.Priester en oorlogsheld Titus Brandsma heilig verklaard op 15 mei NOS.nl d.d. 4 maart 2022

Levensloop Jeugd en opleiding Brandsma was een telg uit een oud, rooms-katholiek en Fries boerengeslacht uit Ugoklooster nabij Bolsward. Hij kreeg zijn middelbare schoolopleiding van 1892 tot 1898 aan het gymnasium van het Minderbroederklooster St. Antonius van Padua te Megen.

Op 17 september 1898 trad hij als noviet in bij de karmelieten te Boxmeer. Op 3 oktober 1899 legde hij zijn kloostergeloften af, waarbij hij als kloosternaam de voornaam van zijn vader Titus aannam.

Na afronding van zijn opleiding filosofie vertrok Brandsma in de zomer van 1902 naar Zenderen, om daar met zijn studie theologie te beginnen. De in 1855 vanuit Boxmeer in het dorp neergestreken karmelieten hadden er naast een tweede klooster voor de orde ook een gymnasium. Vijf jaar voor de komst van Brandsma was de school gesplitst in een richting voor priesterstudenten en leerlingen die geen priester wilden worden. Brandsma woonde een jaar in de Karmel Zenderen en legde daar ook zijn grote geloften af. Toen de opleiding verhuisde naar Oss, verhuisde hij mee.

Brandsma werd op 17 juni 1905 priester gewijd. Tussen 1906 en 1909 studeerde hij aan de Pontificia Università Gregoriana in Rome waar hij promoveerde tot doctor in de wijsbegeerte (filosofie).

Docentschap en journalistiek Brandsma doceerde vervolgens filosofie, sociologie en kerkgeschiedenis aan het studiehuis (Filosoficum) van de karmelieten in Oss. Hij werd ook hoofdredacteur van het nieuwsblad voor Oss en omgeving 'De Stad Oss' en stichtte er een katholieke HBS, het huidige Titus Brandsmalyceum, en een leeszaal.

In zijn hoedanigheid van geestelijk adviseur van de Nederlandsche Rooms-Katholieke Journalistenvereeniging had hij een groot aandeel in de modernisering van de katholieke dagbladpers in Nederland en in betere arbeidsvoorzieningen voor katholieke journalisten. Zijn voorstellen tot het oprichten van een journalistenopleiding kregen pas na zijn dood gestalte.

Karmelitaanse mystiek Brandsma was een mysticus, al hield hij zijn spiritueel leven streng gescheiden van zijn maatschappelijk bestaan. Hij ontwikkelde zich tot kenner van de Karmelitaanse mystiek en de Moderne Devotie. In 1937 schreef hij in De Tijd dat het geval 'Welberg' naar zijn idee niet het gevolg van bedrog kon zijn, maar wel degelijk iets bovennatuurlijks, hetgeen de cultus rondom de Brabantse mystica Janske Gorissen danig versterkte.Peter Jan Margry (2021), Vurige liefde: het geheim rond het bloedige bruidje van Welberg, Uitgeverij Prometheus, blz 75-76, 83, 116-117, 120-121, 132, 163-164 In zijn gevangenschap vertaalde Brandsma nog een deel van de 'Werken der Heilige Theresia' in het Nederlands. Deze 16e-eeuwse mystica was voor veel devote katholieken een voorbeeldfiguur.

Brandsma was medeoprichter van het spirituele tijdschrift Ons Geestelijk Erf. Zijn verzameling kopieën van middeleeuwse mystieke handschriften heeft aan de basis gestaan van het huidige Titus Brandsma Instituut te Nijmegen. Kern van zijn opvatting omtrent mystiek: God is verborgen aanwezig, in iedere mens én in de gehele schepping. Ieder moment schept God alles dat is uit het niets tevoorschijn. Alles is in God en God is in alles. Daarom staat de mysticus niet los van het alledaagse leven, maar staat hij of zij er juist voluit in.

Hoogleraarschap In 1923 werd Brandsma hoogleraar aan de in dat jaar gestichte Katholieke Universiteit Nijmegen, de huidige Radboud Universiteit. Hij doceerde er wijsbegeerte en 'geschiedenis van de vroomheid', lees: mystiek. Vanuit zijn uitvalsbasis, het klooster aan de Doddendaal in Nijmegen, gaf hij de aanzet tot het uitgeven van de Katholieke Encyclopedie en schreef hij voor kranten. Hij vervulde tal van academische functies en was tijdens het collegejaar 1932/33 rector magnificus. In deze hoedanigheid hield hij in 1932 zijn diesrede, over het godsbegrip in de moderne tijd, die sterk de aandacht trok. Het kenmerkte de complexiteit van zijn geloofsovertuiging waarin zowel progressieve denkbeelden als orthodoxie een plaats hadden.Titus Brandsma, Godsbegrip, Nijmegen-Utrecht, 1932 (https://titusbrandsmateksten.nl/godsbegrip/). Een citaat daaruit: ‘Onder de vele vragen die ik mijzelf stel, houdt wel geen mij meer bezig dan het raadsel, dat de zich ontwikkelende mens, prat en fier op zijn vooruitgang, zich in zo grote getale afkeert van God. Ontstellend is het, dat wij in onze tijd van zo grote vooruitgang op allerlei gebied staan voor een, als een besmettelijke ziekte voortwoekerende godsontering en godsontkenning. Hoe is het godsbeeld zo verduisterd, dat zovelen er niet meer door getroffen worden? Is daar tekort alleen aan hun zijde? Of wordt er iets van ons gevraagd om het weer in helderder licht te doen stralen over de wereld en mogen wij de hoop hebben, dat een studie van het godsbegrip deze grootste aller noden tenminste lenigen zal?’ Geciteerd op de site van het Titus Brandsma Instituut (https://web.archive.org/web/20210120213640/https://www.titusbrandsmainstituut.nl/nl/contact/titus-brandsma/). Voor fragmenten van deze tekst in het Engels, zie: https://titusbrandsmateksten.nl/fragments-speech-concept-of-god/

Nevenactiviteiten Naast zijn universitaire activiteiten was Brandsma betrokken bij tal van rooms-katholieke organisaties, onder meer als voorzitter van de Bond van Besturen voor het Rooms-katholieke Voorbereidend Hooger en Middelbaar Onderwijs, en als bestuurslid van de R.K. Vredesbond en van het Apostolaat der Hereniging. Ook was hij initiatiefnemer en censor ad hoc deputatus van de in de jaren 1930 uitgebrachte Katholieke Encyclopaedie. Door zijn toedoen ontstond de eerste geslachtelijk gemengde katholieke lagere school.

Brandsma speelde een belangrijke rol bij de emancipatie van de katholieken in Friesland en bij de introductie van het Fries in het lesprogramma van het lagere onderwijs in de provincie. Als bestuurslid van de Vereniging voor Hoger Onderwijs in het Fries (de latere Provinciale Onderwijsraad van Friesland) ijverde hij voor een leerstoel in het Fries. Hij was lid van de natuurbeschermingsorganisatie it Fryske Gea en medeoprichter van het Rooms Frysk Boun en van de Fryske Akademy. Als Esperanto-spreker was Brandsma lid van IKUE, de Internationale Unie van Katholieke Esperantisten. La moderna martiro Tito Brandsma estis esperantisto, Espero Katolika, pp. 192-193, 11/1985

Brandsma bevorderde in de tijd van katholieke emancipatie ook de Heilig Hartverering. Op veel plaatsen in vooral het zuiden van Nederland werden, vaak op zijn initiatief, Heilig Hartbeelden opgericht, onder meer van de hand van zijn vriend de beeldhouwer August Falise.

Verzet Al in een vroeg stadium waarschuwde Brandsma via publicaties in dag- en weekbladen en tijdens lezingen en colleges voor de gevaren van het nazisme, rassenhaat en ophitsing. Hij veroordeelde de anti-Joodse maatregelen van het naziregime zowel voor als gedurende de Duitse bezetting van Nederland. Zo was hij medio 1936 enige tijd lid van het door Nederlandse geleerden en kunstenaars opgerichte Comité van Waakzaamheid van anti-nationaal-socialistische Intellectuelen. In 1941 verzette hij zich tegen het verwijderen van Joodse leerlingen, inclusief bekeerlingen, van katholieke middelbare scholen en was hij de architect van het verbod dat de Utrechtse aartsbisschop Jan de Jong uitvaardigde tegen het opnemen van NSB-advertenties in de rooms-katholieke dagbladen.

Op 30 december 1941 maakte hij met de aartsbisschop een rondgang langs de katholieke dagbladdirecteuren om het verbod toe te lichten. Deze gesprekken werden in een rapport van de Duitse Sicherheitsdienst betiteld als Wühlarbeit: ondergrondse activiteit. Brandsma kenschetste men daarin verder als een gevaarlijk persoon die het nazisme bestreed.

Arrestatie en overlijden thumb|Inwijding van de Titus Brandsmakapel in Nijmegen in 1960 Begin januari 1942 arresteerden de Duitse bezettingsautoriteiten de priester met van meet af aan de bedoeling hem voor lange tijd gevangen te houden. Via een tocht langs de gevangenis van Scheveningen, kamp Amersfoort en de strafgevangenis van Kleef kwam hij ten slotte in het concentratiekamp Dachau terecht. In Amersfoort leerde hij de jonge gereformeerde predikant ds. Johannes Kapteyn kennen, met wie hij een innige vriendschap opbouwde. Op 13 juni werd Brandsma in Kleef met zijn linkerpols aan de rechterpols van Kapteyn geketend voor het transport richting Dachau waar ze op 19 juni arriveerden. Brandsma kreeg nummer 30492 en Kapteyn nummer 30493. Ze werden geplaatst in Block 28, kamer 3, de barak van de Poolse geestelijken.

Ook hier was, aldus latere getuigenissen van voormalige kampgenoten, deze 'alledaagse' mysticus een grote morele, spirituele en daadwerkelijke steun voor zijn medegevangenen. Na enkele weken vol ontberingen en mishandelingen werd hij - levenslang behept met een wankele gezondheid - uitgeput en doodziek in het Revier (kamphospitaal) opgenomen. Toen hij daar enkele dagen lag, raakte hij buiten bewustzijn. Op 26 juli 1942 om twee uur 's middags kwam een eind aan het leven van Titus Brandsma nadat een kamparts hem als nutteloos een dodelijke injectie met fenol liet toedienen.Loe de Jong achtte het praktisch uitgesloten dat Brandsma ook nog slachtoffer is geworden van medische experimenten. Zie hiervoor Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog, pagina 723, deel 5.

Lotgenoot Een overeenkomstig lot als dat van Brandsma trof de zalig verklaarde Duitse priester Karl Leisner. Er zijn waarschijnlijk contacten tussen beiden geweest.Titus Brandsma en Karl Leisner troffen elkaar in Dachau Titus Brandsma Memorial d.d. februari 2022 Ontmoetingen tussen Titus Brandsma en Karl Leisner Christoph Scholten

Nalatenschap en verering thumb|Informatiepaneel aan de Brandsmastraat te Gouda thumb|Oss, beeld van Titus Brandsma voor het lyceum dat zijn naam draagt Na het bekend worden van Brandsma's dood ontstond er al snel een devotie rond zijn nagedachtenis die uiteindelijk uitmondde in zijn zaligverklaring door paus Johannes Paulus II in 1985.Toespraak Paus Johannes Paulus II bij zaligverklaring Titus Brandsma, Nederlandse vertaling Zijn gedachtenis valt op 27 juli.

In 1982 werd Brandsma postuum het Verzetsherdenkingskruis toegekend. Eind 2005 werd Brandsma door de bevolking van Nijmegen uitgeroepen tot de Grootste Nijmegenaar aller tijden.