De Geschiedenis van de technologie bestudeert de ontwikkeling door de eeuwen heen van de systematische en praktische toepassing van kennis, meer in het bijzonder de uitvinding van gereedschap en nieuwe technologie. Nieuwe kennis en technieken stelden de mens in staat nieuwe producten met nieuwe methoden te ontwikkelen. Technologie stelde de wetenschap in staat om nieuwe gebieden te verkennen.

Het begrip 'technologie' is voor het eerst gebruikt door Johann Beckmann in 1772.BECKMANN, JOHANN (1739-1811) in: Encyclopædia Britannica Eleventh Edition, 1911

Algemeen Hoewel sommige diersoorten werktuigen als stokjes en stenen gebruiken, is het begrip technologie aan de menselijke cultuur voorbehouden. Het gebruik van technologie zoals vuur en bewerkte stenen onderscheidt de mens van de (overige) dieren. De technologische groei staat in direct verband met het verloop van de geschiedenis. Ging technologische ontwikkeling in het begin langzaam, tegenwoordig gaan de ontwikkelingen razendsnel. De band tussen technologie en de ontwikkeling van de maatschappij is niet alleen innig en wederzijds versterkend, maar ook wederzijds versnellend.

Geschiedenis naar tijdsperiode Prehistorie thumb|Stenen bijltje uit neolithicum gevonden in zuidwest Drenthe. Vanuit archeologische vondsten kan men reconstrueren hoe de stand van de technologie was. De naamgeving uit het drieperiodensysteem : steentijd, bronstijd en ijzertijd is gebaseerd op het materiaal waaruit de vroege mens in deze drie opeenvolgende tijdperken zijn gereedschap vervaardigde.

left|thumb|Landbouw kwam voor het schrift in de geschiedenis van technologie. De ontwikkeling van landbouw in de Vruchtbare Sikkel in het Midden-Oosten zo'n 10.000 jaar geleden was een technologische doorbraak die het leven ingrijpend veranderde. Niet langer waren mensen zwervende jagers en verzamelaars, maar vestigden zij zich op een vaste plaats. Het feit dat de mens niet langer afhankelijk was van de toevallige beschikbaarheid van prooi of vruchten, niet langer totaal overvallen kon worden door slecht weer of wilde dieren, zorgden voor grote veranderingen in het menselijk bestaan. Betrouwbaardere voeding doet de leeftijd van de mens toenemen. Ontwikkeling van betere hulpmiddelen maakten dat meer land ontgonnen werd en de voedselbronnen rijker werden. Daardoor nam de bevolking in omvang toe. thumb|240px|Het wiel, uitgevonden rond 4000 v.Chr, is een van de meest bekende en bruikbare technologieën. Dit wiel is te zien in het Nationale Museum van Iran, in Teheran. Vele technologieën uit dit tijdperk die de mens ondersteunden zijn ons altijd bijgebleven en worden nog veelvuldig gebruikt. Vuurstenen maakten het mogelijk om naar believen vuur te maken. Met vuur kon klei gebakken worden tot primitieve baksteen voor potten en huizen.

De ontwikkeling van ovens maakte het mogelijk om brood te bakken. Betere ovens openden de weg naar zaken die meer hitte nodig hadden – eerst aardewerk, later metalen zaken. Brons en IJzer deden hun intrede, en daarmee metalen wapens en andere werktuigen ten behoeve van landbouw of zelfverdediging.

Vroege culturen

Deze ontwikkeling had weer andere ontwikkelingen tot gevolg: door de landbouw was een verdere specialisatie mogelijk en kwamen er langzaam steden en gebieden met een vast bestuur op. Dit bracht op zijn beurt weer nieuwe technologieën voort: irrigatie, landmeetkunde, eenvoudige veredeling van planten. Sterrenkunde om het weer, de getijden van rivieren en de seizoenen te voorspellen. Later architectuur en de eerste inzichten in de natuurkunde om betere gebouwen op te richten, sterkere muren op te zetten, mooiere steden te bouwen.

Met de overstap van het jagende en trekkende bestaan op het agrarische en stedelijke bestaan, deed het idee van bezit zijn intrede. Een persoon die een stuk land bewerkte en bewoonde, kon dat land bezitten. Ruzies om bezit leidden tot oorlogen, maar ook tot de ontwikkeling van structuren om verhoudingen tussen mensen te regelen: een dorp kreeg dorpsoudsten die ruzies beslechten, een stadje had wellicht een koning, een sterke koning die andere steden en landerijen veroverde kon een land stichten en keizer worden.

Het staatssysteem dat hierna op sommige plekken (Egypte, Nabije Oosten, Indusbeschaving) in de wereld werd ingevoerd, maakte de weg vrij voor gespecialiseerde vaklieden en de introductie van nieuwe technologieën zoals eenvoudige astronomie, wiskunde, tijdberekening, het opstellen van een kalender en de ontwikkeling van het schrift. De invoering van dergelijke kennis maakte het ook mogelijk om op grote schaal handel te drijven, wat de specialisatie van het menselijk kunnen versterkte – en ook de ontwikkeling van wetenschap en technologie aanjoeg, zeker bij koninkrijken die sterk groeiden en economisch en militair succesvol waren.

Klassieke oudheid Grieken

Romeinen thumb|Het Romeinse Rijk (60 AD-400 AD)

China Niet alleen in Europa vinden dit soort ontwikkelingen plaats. De keizer Qin Shi Huangdi verenigt een aantal koninkrijken onder zich en vestigt het eerste keizerrijk China. Hij kon dit doen door de beschikbaarheid van sterke wapens en schilden, van karren om zijn manschappen snel mee te verplaatsen. Zijn keizerrijk vestigt orde en wetten. Ter verdediging van zijn rijk legt hij de eerste muren aan van de Chinese Muur – in recordtijd ommuurt hij zijn rijk met stevige muren van aangestampte klei, een techniek van muurbouw die zich ontwikkeld heeft in de dorpen die zich vaker moesten verdedigen tegen invallen. Zijn rijk houdt geschreven archieven bij, eerst op perkament en wastabletten, later op papier. Rode klei wordt gebruikt om potten en pannen te vervaardigen – keizer Chin zelf wordt begraven met als begeleiding een immens leger van soldaten, paarden en wagens die allemaal vervaardigd zijn uit terracotta.

Europese middeleeuwen

Met de val van het Romeinse Rijk komt de technologische ontwikkeling in Europa vrijwel tot stilstand. Berusting en gezapigheid hadden het grootste keizerrijk ter wereld verzwakt en het kon geen weerstand bieden aan de immense instroom van gewapende vreemdelingen als gevolg van de volksverhuizingen vanuit het oosten. Het leven Noorden van Europa was soms niet veel verder dan het stenen tijdperk. Europa wordt langzamerhand gechristianiseerd. De steden waren in verval geraakt en moeten zich verdedigen tegen invallende Hunnen en Goten (5e en 6e eeuw), moslims (vanaf de 8e eeuw) en Vikingen (9e en 10e eeuw). Regelmatig wordt Europa getroffen door plagen, vaak afkomstig van mensen uit andere continenten. Het bekendst zijn de plagen onder keizer Justinianus I (542) en de Zwarte Dood in 1348. Toch weet Europa zich aan het einde van de middeleeuwen te ontwikkelen tot wereldleider. Dat is mede te danken aan de technologische vooruitgang op een aantal gebieden. Te noemen zijn: – vanaf de 6e eeuw: ontwikkeling van de watermolen; – vanaf de 7e eeuw: ontwikkeling van de ploeg; – vanaf de 8e eeuw: ontwikkeling van het drievelden systeem multicropping: het vaker gebruiken van hetzelfde land voor meerdere gewassen (ook braakligging) en waardoor het grondgebied niet wordt uitgeput; – vanaf de 9e eeuw: ontwikkeling van stijgbeugels, het hoefijzer en het zadel voor het berijden van een paard.

Vaak worden de uitvindingen gedaan buiten Europa, maar de Europeanen nemen deze over. In bijvoorbeeld het Romeinse Rijk en China heerste een gevoel van meerderwaardigheid, waardoor men niet bereid was om te leren van andere volkeren.Carlo M. Cipolla. Before the revolution: European society and economy 1000-1700, second edition, University Press, Cambridge, 1985, In Europa worden imposante kathedralen gebouwd, getuigend van een goed mathematisch en bouwkundig inzicht.

Het wetenschappelijke en technologische centrum van de wereld ligt in deze tijd Alexandrië in Egypte en andere steden in het gebied van de opkomende islam. Arabische geleerden lezen in deze tijd de oude Griekse werken en borduren erop voort. De grote Arabische geleerden stichten de eerste universiteiten, zoals het Huis der Wijsheid en de latere Nizamiyyah in Bagdad, waar astronomie bedreven wordt en ook wiskunde. Zij maken verre reizen en brengen kennis mee terug uit de Indische koninkrijken. Het idee van het getal 0 komt hiervandaan en ook inzichten in architectuur en medicijnen.

Terwijl in Europa in de 9e eeuw kathedraalscholen worden gesticht en vanaf 11e eeuw onder leiding van de paus in Rome universiteiten worden gesticht, wordt wetenschappelijke vooruitgang in de Arabische landen in toenemende mate afgeremd.Colin Platt. Panorama van de Middeleeuwen. Gaade Uitgevers Veenendaal, 1980, In China worden muren opgetrokken om de Hunnen verder buiten te houden. Tempels worden gebouwd en China bouwt schepen waarmee de Indische Oceaan verkend wordt. Zelfs aan de westkust van de latere Verenigde Staten worden restanten van een (vermoedelijk) Chinees schip gevonden. In China begint men ook buskruit te gebruiken. Tegelijkertijd worden in Japan zwaarden gemaakt door flinterdunne platen metaal vele malen te vouwen – de zwaarden van de samoerai zijn nog steeds wereldberoemd.

In Midden- en Zuid-Amerika vestigen de Inca's, de Maya's en de Azteken enorme koninkrijken. Zij bouwen gigantische steden en tempels uit steen en goud, veroveren het halve continent met vlijmscherpe zwaarden van hout en slingers van steen en liaan. De rijken bouwen zichzelf uit tot militaire imperia en handelsgrootmachten, met administraties die bijgehouden worden met uiterst geraffineerd boekhoudingen van kralen die aaneengevlochten zijn tot complexe kettingen. Posities van kralen zijn hierin significant, maar ook kleuren van kettingen, waardoor een ketting een zeer omvangrijke administratie kan bevatten.

Europese renaissance De uitvinding van de drukpers in Europa betekent een ware cultuurverandering. Waar in de middeleeuwen boeken moesten worden overgeschreven (monnikenwerk), daar konden velen goedkopere boeken lezen. Voor 1500 waren in minder dan 50 jaar al meer dan 20 miljoen boeken gedrukt. Boekdrukkunst bestond al eeuwen in China, maar heeft daar weinig gevolgen gehad. Dankzij de kruistochten was het islamitische corridor om Europa weer op en konden steden als Venetië weer rijk worden door handel. Hernieuwde inzichten in astronomie en wiskunde zorgden voor een versnelling in de technologische ontwikkeling – met verdubbelde snelheid nadat de Moren uit Spanje verdreven worden en het geheel van Grieks/Romeinse/Arabische wetenschappelijke en technologische kennis in handen valt van Europese grootmachten. In het Ottomaanse Rijk gebeurt echter het tegenovergestelde. Omdat de Koran te heilig is om te laten drukken, wordt de boekdrukkunst verboden. De islamitische wereld raakt steeds meer in verval.

Oorlog en handel vuren de technologie aan. Steeds grotere en sterkere belegeringswapens zijn nodig om door de muren van steden heen te breken, steeds betere verdedigingswerken tegen het oprukkende wapentuig. Katapulten worden groter en sterker, of juist lichter en makkelijker te transporteren. Of ingebouwd in muren om als verdedigingswerk te dienen.

Handel die zich steeds meer uitbreidt heeft middelen nodig om te navigeren; sextant, kompas en verrekijker doen hun intrede. En natuurlijk de telescoop en microscoop, want de wetenschap begint zichzelf te ondersteunen met techniek en technologie. In Italië en Spanje worden de eerste universiteiten opgericht.