Berchtesgaden was een tot de Beierse Kreits behorende vorstelijke proosdij binnen het Heilige Roomse Rijk.

Berchtesgaden werd tussen 1102 en 1105 gesticht door Irmgard en Berengar von Sulzbach en werd in 1120 herbouwd. Het was sinds 1142 een pauselijk eigenklooster. In 1156 verleende keizer Frederik I het klooster de rijksvrije status. Het staatje ontleende zijn rijkdom aan het delven en verhandelen van zout. In 1380 kreeg de proost Berchtesgaden als rijksleen van koning Wenzel. Sinds 1558 was de proost rijksvorst met zetel en stem in de rijksvorstenraad van de Rijksdag. Van 1594 tot 1723 kwamen alle proosten uit het huis Wittelsbach, de regerende dynastie in Beieren.

Bij de Reichsdeputationshauptschluss van 25 februari 1803 werd in artikel 1 de proosdij aan de voormalige groothertog van Toscane toegekend. Daarmee ging het gebied deel uitmaken van het nieuwe keurvorstendom Salzburg.

Al in de Vrede van Presburg (artikel 10) van 26 december 1805 stond de keurvorst Salzburg met Berchtesgaden aan Oostenrijk af.

Na de nederlaag van Oostenrijk tegen Frankrijk moest Oostenrijk de gebieden in de vrede van Schönbrunn (14 oktober 1809) aan het koninkrijk Beieren afstaan.

Het Congres van Wenen (1815) regelde de terugkeer van Salzburg naar Oostenrijk, maar Berchtesgaden bleef bij Beieren.

Regenten 1111-1142: Everwijn 1142-1148: Hugo I 1148-1174: Hendrik I 1174-1178: Dirk 1178-1188; Frederik I 1188-1201: Bernhard I van Schönstätten 1201-1201: Gerhard 1201-1210: Hugo II 1210-1211: Koenraad Garrer 1211-1217: Frederik II Ellinger 1217-1231: Hendrik II 1231-1239: Frederik III van Ortenburg 1239-1252: Bernhard II 1252-1252: Koenraad II 1252-1257: Hendrik III 1257-1283: Koenraad III 1283-1303: Johan I Sachs van Sachsenau 1 1303-1316: Hartung van Wildon 1306-1316: Eberhard Sachs van Sachsenau 1316-1333: Koenraad IV Tanner 1333-1351: Hendrik IV van Inzing 1351-1355: Reinhold Zeller 1355-1357: Otto Tanner 1357-1362: Peter I Pfaffinger 1362-1368: Jakob I van Vansdorf 1368-1377: Greimold Wulp 1377-1384: Ulrich I Wulp 1381-1384: Sieghard Waller 1384-1393: Koenraad V Thorer van Thörlein 1393-1396: Pilgrim van Puchheim 1396-1403: Gregorius Schenk van Osterwitz 1404-1404: Berthold van Wehingen 1404-1432: Peter II Pinzenauer 1432-1446: Johan II Praun 1446-1473: Bernhard III Leuprechtinger 1473-1486: Erasmus Pretschlaiffer 1486-1496: Ulrich II Pernauer 1496-1508: Balthasar Hirschauer 1508-1522: Gregor Rainer 1523-1541: Wolfgang I Lenberger 1541-1567: Wolfgang II Griesstätter 1567-1594: Jakob II Pütrich 1594-1650: Ferdinand van Beieren (1612: bisschop van Luik, Münster en Hildesheim, keurvorst van Keulen; 1619: bisschop van Paderborn) 1650-1688: Maximiliaan Hendrik van Beieren (1650: keurvorst van Keulen, bisschop van Luik en Hildesheim; 1683: bisschop van Münster) 1688-1723: Joseph Clemens van Beieren (1685-1694: bisschop van Freising; 1685-1719: bisschop van Regensburg; 1688: keurvorst van Keulen; 1694: bisschop van Luik; 1714: bisschop van Hildesheim) 1724-1732: Julius Hendrik van Rehlingen-Radau 1732-1752: Cajetan Anton van Notthafft 1752-1768: Michael Balthasar van Christalnigg 1768-1770: Frans Anton Josef van Hausen-Gleichenstorff 1780-1803: Josef Koenraad van Schroffenberg-Mös Bronnen

Berchtesgaden Berchtesgaden Categorie:Geschiedenis van Beieren Categorie:Geschiedenis van Salzburg Berchtesgaden Categorie:Berchtesgaden