Het wereldkampioenschap wegrace seizoen 1953 was het vijfde in de geschiedenis van het door de FIM georganiseerde wereldkampioenschap wegrace.
Algemeen In 1953 reed Reg Armstrong in de lichte klassen met NSU's en hij werd in de 125cc-klasse negende en in de 250ccklasse tweede achter zijn teamgenoot Werner Haas. Haas was de eerste Duitser die een wereldtitel behaalde. Twee zelfs, want hij werd kampioen in de 125- en de 250cc-klasse. Na het vertrek van Les Graham had Velocette geen echt sterke fabrieksrijder meer. Bovendien was gebleken dat ook de nieuwe 250cc-DOHC-motor niet opgewassen was tegen de snellere Moto Guzzi Gambalunghino. In 1953 was het afgelopen; slechts enkele privérijders kwamen nog met Velocettes aan de start. Een protest van de coureurs en de steun van de belangrijkste teams zorgde ervoor dat de Grand Prix van Duitsland op de Schottenring flink aan belang inboette. Men vond het circuit te gevaarlijk en er zouden later ook geen WK-races meer gehouden worden. De 350- en de 500cc-race mochten wel verreden worden, maar zouden niet meetellen voor het WK. Carlo Bandirola (350cc, MV Agusta) en Walter Zeller (500 cc, BMW) mochten hun overwinningspunten niet houden. De lichtere 125- en 250cc, die met hun lagere vermogen minder gevaarlijk waren, telden wel mee. Opmerkelijk genoeg bleef de Isle of Man TT buiten schot, terwijl die gemiddeld één dode per jaar eiste. Norton-coureur Ken Kavanagh reed de laatste Grand Prix al met een Moto Guzzi Bialbero 250 en (waarschijnlijk) een Moto Guzzi Quattro Cilindri. Een voorbode van zijn succesvolle overstap naar dat merk in 1954. De overwinning van Moto Guzzi in de 350cc-klasse moet een verrassing voor de Britten zijn geweest. De Italianen hadden nog nooit machines in die klasse ingezet, waardoor Norton, AJS en Velocette de punten hadden kunnen verdelen. Puntentelling 1e 2e 3e 4e 5e 6e Punten:864321Aantal tellende wedstrijden 125 cc 250 cc 350 cc 500 cc ZijspanAantal races:66785Tellend:44454
Merken/teams Alle Italiaanse 500cc-teams hadden nu definitief gekozen voor Angelsaksische rijders, begrijpelijk omdat die de 60km-lange Snaefell Mountain Course op het eiland Man kenden. Zo reden Fergus Anderson, Reg Armstrong, Dickie Dale, Geoff Duke en Cecil Sandford in Italiaanse dienst voor de zware klassen en Arthur Wheeler, Tommy Wood en Bill Webster voor de lichtere klassen. AJS had officieel nog steeds een fabrieksteam, maar zowel de ontwikkeling van de 350cc-AJS 7R als de 500cc-AJS E95 werden door Associated Motor Cycles op een laag pitje gezet. AMC was immers ook eigenaar van Norton, dat in beide klassen actief was met de Norton Manx-racers. De AJS 7R "Boy Racer" werd meer aangepast voor privérijders, met dezelfde cilindermaten als de AJS 7R3-fabrieksracer, maar zonder diens dure cilinderkop met twee inlaatkleppen. De E96 werd ingezet door Rod Coleman en Bill Doran, maar slechts af en toe. Coleman reed zelfs een aantal wedstrijden met een Norton Manx, waarschijnlijk omdat hij werd betaald door AMC, niet door AJS. BMW was bezig met de ontwikkeling van de RS 54, een productieracer. Waarschijnlijk met een voorseriemodel won Walter Zeller de Grand Prix van Duitsland, die niet meetelde voor het wereldkampioenschap wegens het te gevaarlijke circuit. In de zijspanklasse kwamen Wilhelm Noll, Wiggerl Kraus en Fritz Hillebrand aan de start met BMW, zeer waarschijnlijk getunede versies van de R 51/3. Gilera kende een zeer succesvol seizoen en bezette aan het einde de eerste drie plaatsen in het 500cc-wereldkampioenschap met Geoff Duke, Reg Armstrong en Alfredo Milani. Vreemd genoeg was regerend wereldkampioen Umberto Masetti vertrokken. Hij startte alleen nog in de GP des Nations, waar hij met een NSU Rennmax zesde werd. Mondial trok zich terug uit het wereldkampioenschap wegrace. Enkele privérijders (Lo Simons en Georg Braun) scoorden nog punten met de Mondial 125 Monoalbero-productieracer, maar de Mondial 125 Bialbero-fabrieksracer kwam, volledig herzien door Alfonso Drusiani, pas in het seizoen 1954 weer terug op de circuits. Morini had wellicht hoop geput uit de twee overwinningen van Emilio Mendogni in de laatste GP's van 1952, maar Mendogni en Luigi Zinzani konden dat succes niet voortzetten. Moto Guzzi boorde de 250cc-Moto Guzzi Gambalunghino op tot 317 cc en dat was genoeg om Fergus Anderson aan de wereldtitel in de 350cc-klasse te helpen. Aan het einde van het seizoen ontwikkelde men de machine door tot de 345cc-Moto Guzzi Monocilindrica 350. Het was net op tijd, want in de 250cc-klasse had Moto Guzzi jarenlang gedomineerd, maar daar moest het het hoofd buigen voor de NSU Rennmaxen van Werner Haas en Reg Armstrong. Een dure investering, de door Carlo Giannini ontwikkelde viercilinder Quattro Cilindri viercilinder met brandstofinjectie werd een flop. De punten van Fergus Anderson in de 500cc-klasse behaalde hij met een Monocilindrica 350. MV Agusta: De overwinningen in de laatste wedstrijden van 1952 gaven goede hoop voor het nieuwe seizoen, maar al in de openingsrace, de Senior TT, verongelukte Les Graham aan de voet van Bray Hill toen hij probeerde Geoff Duke (Gilera) bij te blijven. Graham was met zijn 43 jaar een vaderfiguur voor veel coureurs geworden en hij was een persoonlijke vriend van graaf Domenico Agusta. Die trok zich het ongeluk zeer aan. Hij gelastte een uitgebreid onderzoek naar mogelijke oorzaken bij de motorfiets en trok het team voor de rest van het seizoen terug uit WK-races. Pas in de Grand Prix des Nations en de Grand Prix van Spanje kwam men weer aan de start. Norton bevond zich in tweestrijd. Rex McCandless, de man achter het featherbed frame, had in 1952 al geopperd om een viercilinder te bouwen, maar vond geen steun bij hoofdingenieur Joe Craig. In 1953 wierp men zich op de ontwikkeling van de Silver Fish Kneeler, een experimenteel prototype dat laag gebouwd was, met de brandstoftanks in de druppelstroomlijn. Zijspancoureur Eric Oliver gebruikte elementen van de Silver Fish in zijn zijspancombinatie, maar de solorijders vochten in de 350- en de 500cc-klassen tevergeefs tegen de Moto Guzzi Monocilindrica en de Gilera 500 4C. En dat terwijl oud-fabriekscoureur Geoff Duke zijn ervaringen met het featherbed-frame deelde met zijn nieuwe werkgever Gilera. NSU deelde met haar 125cc-Rennfox en haar 250cc-Rennmax rake klappen uit, die vooral bij Moto Guzzi en MV Agusta aankwamen. Werner Haas reed beide machines naar de wereldtitel.
Coureurs Ray Amm was de enige Norton-coureur die in de 350cc-klasse weerstand kon bieden aan de Moto Guzzi Monocilindrica 350 en in de 500cc-klasse aan de Gilera 500 4C. Toen hij naar de Grand Prix van Frankrijk vertrok stond hij in beide klassen aan de leiding, hoewel hij die in de 500cc-klasse moest delen met Gilera-rijder Reg Armstrong. Tijdens de Franse Grand Prix brak hij echter een sleutelbeen en moest hij zijn seizoen beëindigen. Fergus Anderson werd de eerste coureur die in één seizoen GP's in drie verschillende klassen won: in de 500cc-klasse de Grand Prix van Spanje, in de 350cc-klasse drie Grands Prix én de wereldtitel en in de 250cc-klasse de Lightweight TT. Geoff Duke was fabrieksrijder bij Norton. Hij verdiende er als monteur en testrijder tien Pond per week, zijn prijzengeld en af ten toe een kleine bonus. Het veel hogere startgeld ging naar Norton Motors Ltd. Duke was dan ook niet erg tevreden en begin 1953 kon hij zich als autocoureur bij het Aston Martin team van David Brown voegen. Brown moest opbieden tegen Gilera en uiteindelijk ging Duke naar Italië. Norton verloor ook Dickie Dale en Reg Armstrong aan Gilera. Werner Haas had in het seizoen 1952 slechts aan enkele races deelgenomen, maar nu werd hij zowel met de 125cc-NSU Rennfox als met de 250cc-NSU Rennmax wereldkampioen. Ken Kavanagh kwam in 1953 nog uit voor Norton, maar in de laatste Grand Prix (Spanje) reed hij al voor zijn nieuwe werkgever Moto Guzzi. Hermann Paul Müller reed in dienst van MV Agusta, maar toen dat zich uit de 500cc-klasse terugtrok wegens het overlijden van Les Graham bood hij in de GP van Zwitserland zijn diensten aan aan Fritz Kleemann en Roland Schnell. Hij kwam met hun Horex-machines uit in de 350- en de 500cc-klasse, maar zonder succes.
Gestopt Maurice Cann was al 42 jaar oud toen hij zijn carrière na de TT van Man afsloot. Rudi Felgenheier raakte ernstig gewond door een verkeersongeval op het eiland Man tijdens een onofficiële training toen de wegen openstonden voor het normale verkeer. Hij beëindigde zijn carrière. Hermann Gablenz had zijn carrière beëindigd. Denis Jenkinson beëindigde zijn carrière als bakkenist om zich op zijn journalistieke werk te gaan richten. Ewald Kluge verbrijzelde zijn bovenbeen bij een val op de Nürburgring, waardoor hij zijn carrière moest beëindigen. Syd Lawton had zijn carrière beëindigd. Cromie McCandless had zijn carrière beëindigd. Bruno Ruffo had al een groot deel van het seizoen 1952 gemist door blessures, maar na een nieuw ongeval tijdens de training van de TT van Man beëindigde hij zijn carrière.
Overleden Gotthilf Gehring verongelukte tijdens de Maipokalrennen op de Hockenheimring toen een jonge politieagent een stofbril van het circuit wilde rapen. Ook de politieagent kwam om het leven. Les Graham verongelukte op het eiland Man. Op donderdag 11 juni won hij voor het eerst een klasse in de Isle of Man TT, de Lightweight 125 cc TT, maar daags erna verloor hij in de Senior TT de beheersing over de viercilinder MV Agusta bij Bray Hill. Hij was op slag dood. In die week vonden ook minder bekende coureurs het leven: Geoff Walker in de Senior TT en Harry Stephen en Thomas Swarbrick in de Junior TT. Ernie Ring, de nieuwe fabriekscoureur van AJS, verongelukte op 5 juli tijdens de GP van België.
Races Isle of Man TT, Mountain Course De TT van Man kostte in 1953 vijf levens: Op 8 juni verongelukte Harry Stephens tijdens de Junior TT met zijn Norton 40M manx bij Bishopscourt en tijdens dezelfde race verongelukte Thomas Swarbrick met een AJS 7R bij de 13e mijlpaal. TT Marshal Bernard Rodgers kwam op 10 juni om het leven bij een verkeersongeval ter hoogte van Ballagarraghyn. Op 12 juni verongelukte de Australiër Geoffrey Walker tijdens de Senior TT bij Kerrowmoar met een Norton 30M Manx en in dezelfde race ook voormalig wereldkampioen Les Graham met zijn MV Agusta 500 4C op Quarterbridge Road bij de "bottom of Bray Hill". Dit was een dag nadat Graham voor het eerst van zijn leven een race in de Isle of Man TT had gewonnen, de Lightweight 125 cc TT. Bruno Ruffo, die al een groot deel van het seizoen 1952 had gemist na een zware val in de Duitse Grand Prix, viel in de trainingen opnieuw zo hard dat hij besloot zijn carrière te beëindigen. Hetzelfde overkwam Rudi Felgenheier die bij een verkeersongeval tijdens een onofficiële training zwaar geblesseerd raakte. Bijna alle races kenden een interval-start, maar de Lightweight 125 cc TT kende een massastart. De Clubman-races reden tegelijk. De Rhodesiër Ray Amm was enorm succesvol: hij won zowel de Junior TT als de Senior TT. Dutch TT, Assen Na zijn val in de TT van Man won Geoff Duke nu wel de 500cc-race met zijn Gilera 500 4C. Enrico Lorenzetti won de eerste 350cc-race voor Moto Guzzi, met de Moto Guzzi Monocilindrica 350, die zich nog in het ontwikkelingsstadium bevond en niet meer was dan een 317cc-Moto Guzzi Gambalunghino. Werner Haas legde de basis voor twee wereldtitels door zowel de 125cc- als de 250cc-klasse te winnen. Er waren twaalf podiumplaatsen te vergeven, die werden verdeeld onder slechts zes coureurs: 1x Geoff duke en Enrico Lorenzetti, 2x Werner Haas, Fergus Anderson en Ken Kavanagh en 3x Reg Armstrong. GP van België, Spa-Francorchamps De Grand Prix van België trok een groot aantal van ongeveer 100.000 toeschouwers. Ze kostte het leven aan de Australiër Ernie Ring, die voor het eerst op de fabrieks-AJS Porcupine reed. GP van Duitsland, Schottenring