De Metro van Parijs of Métropolitain (Frans: Métro de Paris) is het belangrijkste middel van openbaar vervoer in Parijs. Ruim een eeuw na de opening van eerste lijn tijdens de Wereldtentoonstelling van 1900, zijn er zestien lijnen die een netwerk vormen met een lengte van 245,6 kilometer en 321 stations, met vier additionele lijnen in aanbouw. De Parijse metro is na de Moskouse metro de drukste metro van Europa; per dag maken meer dan 5,2 miljoen mensen er gebruik van. Op werkdagen rijdt de metro van 5.30 uur 's ochtends tot 1.15 uur 's nachts. In het weekend rijdt de metro tot circa 2.15 uur 's nachts. De Parijse metro wordt geëxploiteerd door de Régie Autonome des Transports Parisiens (RATP).

Gebruik Alle lijnen hebben zowel een kleur als een nummer. Dezelfde systematiek wordt gebruikt voor de borden in de stations. De lijnen van de RER (het regionaal expresnet) kunnen ook met een metrokaartje worden gebruikt. Van het lijnennet wordt een papieren plattegrond uitgegeven en een applicatie voor verschillende types smartphones. De metro is een ideaal vervoermiddel om snel door Parijs te reizen.

De verschillende lijnen rijden elk over hun eigen sporen. Bij normale exploitatie is er geen enkel spoor dat door meer dan één lijn gebruikt wordt. Wel bestaan er tussen de lijnen verbindingen (zogenaamde raccordements) die het mogelijk maken om metrotreinen van de ene naar de andere lijn te laten rijden.

Overstapstations (correspondances) worden aangeduid met een wit rondje op de plattegrond. Op deze stations kan men overstappen op een andere lijn. Bij het overstappen moet men door de gangen van het station naar een ander spoor lopen. De meeste stations, ook de overstapstations, zijn slecht toegankelijk voor mindervalide personen. Er zijn weinig liften en de tourniquets hebben een beperkte breedte.

Tariefsysteem

Er zijn losse tickets te koop () en één- of meerdaagse passen voor toeristen (Forfait Paris Visite). In de stationshal gaat een tourniquet alleen open indien een geldig toegangsbewijs wordt ingevoerd; bij de RER is het invoeren van het kaartje nodig bij de uitgangen. Het is nodig om het kaartje gedurende de hele rit te bewaren, want er worden soms controles uitgevoerd.

Inwoners van Île-de-France reizen in de metro veelal met een Navigo, een pas op creditcardformaat met een RFID-chip waarmee men een tourniquet kan passeren. De Navigo, die de Carte Orange heeft opgevolgd, kan worden voorzien van een tegoed voor een dag (Navigo Jour), week (Navigo Semaine), maand (Navigo Mois) of een jaar (Navigo Annuel). Voor deze abonnementen is een pasfoto nodig.

Parijs was nog tot 1 augustus 1991 het laatste metrosysteem waar een eerste klas werd gevoerd. Al sinds 1982 mochten reizigers met kaartjes voor de tweede klas in de spits ook gebruikmaken van het eersteklas gedeelte. 1991 : la fin de la première classe dans le métro, www.ina.fr. Gearchiveerd op 25 april 2024. Parlementaire vragen, "Abolition de la 1re classe dans le métro", Senaat. Dit had dezelfde stoelen en inrichting als de tweede klas maar was apart gemarkeerd.

Ticket t+ Met een kaartje (Ticket t+, nog geldig tot eind 2025) kan men maximaal anderhalf uur onder de grond reizen en (binnen een zone) zo vaak overstappen als men wil. Zodra men het systeem verlaat en daarna weer wil instappen, moet men een nieuw kaartje gebruiken. Als men binnen anderhalf uur het kaartje opnieuw gebruikt, is het technisch mogelijk opnieuw toegang te krijgen tot de metro. Bij een eventuele controle is te zien dat het ticket tweemaal is afgestempeld en daarmee wordt het voor ongeldig aangezien.

Vanaf 2021 zijn de papieren boekjes (carnet) met meerdere tickets t+ afgeschaft, dit vanwege de grote hoeveelheden tickets die in het milieu terecht komen.

Navigo Easy Vanaf 2020 is in de plaats de Navigo Easy geïntroduceerd. Deze pas werkt net als een Belgische MoBIB kaart of een Nederlandse OV-chipkaart maar dan hoeft er geen geld op worden gezet. Je kunt kiezen uit verschillende mogelijkheden zoals een dagkaart of een maandkaart, de kaart is anoniem en 5 jaar geldig.

Bekende stations De metrostations worden meestal aangegeven door het bord 'Métropolitain' in groene art-nouveau-letters, een rode lantaarn met in het wit het woord 'Métro' of een grote gele 'M' in een cirkel en zijn overal gemakkelijk te vinden. Bij de nieuwere stations van lijn 14 treft men zogenaamde "totems" aan die een moderne aanduiding hebben van de 'M' in een cirkel. De uitgang wordt aangegeven met blauwe borden met het woord 'sortie', overstappers volgen de oranje borden met het woord 'correspondance' of door simpelweg de aanduiding van de gewenste lijn te volgen.

De bekendste Parijse metrostations zijn die waar men uitstapt voor de bezienswaardigdheden van Parijs zoals: Anvers (voor de Sacré-Cœur) Hôtel de Ville (voor het Stadhuis van Parijs) Champ de Mars - Tour Eiffel (RER) / Bir-Hakeim (Eiffeltoren) Invalides (voor het Hôtel des Invalides) Pigalle / Blanche (voor de Moulin Rouge) Charles de Gaulle - Étoile (voor de Arc de Triomphe) Palais Royal - Musée du Louvre (voor het Palais-Royal en het Louvre) Cité (voor Notre-Dame) Havre - Caumartin (voor de grote warenhuizen rond de Boulevard Haussmann)

De afstand tussen twee stations is met gemiddeld 580 meter kleiner dan bij de meeste andere metrosteden. Dit komt doordat de architect van de Parijse metro, Fulgence Bienvenüe, het netwerk ontwierp met de opvatting dat men nooit verder zou moeten lopen dan enkele honderden meters om een metrostation te bereiken.

Geschiedenis

Op 19 juli 1900 werd lijn 1 geopend tussen Porte Maillot en Porte de Vincennes. Deze lijn werd gebouwd door de Compagnie du chemin de fer métropolitain de Paris (CMP), die in 1899 was opgericht door de Belgische ondernemer Édouard Empain.

In 1910 werd de Société du chemin de fer électrique souterrain Nord-Sud de Paris (Nord-Sud) opgericht, die de lijnen A en B bouwde (de huidige lijnen 12 en 13). De concessie die ze kreeg, maakte dat een honderd procent Franse maatschappij de concurrentie aan kon gaan met de 'Belgen'. Echter, in 1930 werd Nord-Sud, dat te veel had geïnvesteerd en in financiële problemen was geraakt, overgenomen door de CMP. De Groep Empain bouwde niet alleen de metro, maar had ook de concessie op de uitbating ervan. In 1929 bediende de metro 400 miljoen reizigers per jaar, in 1940 waren dat er 700 miljoen. Deze stijgende lijn bleef zich voortzetten.

Vanaf 1945 volgde een periode waarin de voogdij van de overheid sterker werd, tot in 1948 de onderneming werd genationaliseerd en, samen met het bovengronds openbaar vervoer, voortaan werd uitgebaat door de Régie Autonome des Transports Parisiens (RATP). In het laatste verslag aan de algemene vergadering deelde de CMP mee dat in 1947 een reizigersaantal van 1,5 miljard was bereikt en een omzet van 1,8 miljard frank.: Les barons Empain, Fayard, Parijs, 1996. In 1956 werd de bandenmetro geïntroduceerd. In 2011 reden op vijf van de zestien lijnen (te weten de lijnen 1, 4, 6, 11 en 14) metrostellen op luchtbanden.

miniatuur|links|Mairie de Saint-Ouen op lijn 14, de nieuwste lijn in het netwerk

In 1998 werd lijn 14 geopend. Deze rijdt volautomatisch, zonder bestuurder. De treinen, die in staat zijn met een hoge frequentie van elke 85 seconden te rijden, zijn 90 m lang en hebben een capaciteit van bijna 800 passagiers. Lijn 14 vervoerde gemiddeld 175.000 passagiers per dag in 2004. De lijn werd gebouwd om de drukke centrale sectie van de lijn RER A te ontlasten. Inmiddels is lijn 14 niet meer de enige lijn die volautomatisch rijdt; ook lijnen 1 en 4 rijden zonder bestuurder.

Oorspronkelijk waren alle metrolijnen beperkt tot de binnenstad en kwamen niet verder dan de stadsmuren. Vandaar dat veel eindpunten de stadspoortnamen ("Porte") droegen. Vanuit deze eindpunten bedienden trams en bussen de voorsteden. Door de groei van de stad werd het noodzakelijk de metrolijnen tot in de voorsteden uit te breiden. Bijna alle metrolijnen zijn inmiddels verlengd naar de voorsteden. Het beste voorbeeld daarvan is lijn 8 in Créteil: het eindpunt Pointe du Lac is 8,6 kilometer verwijderd van het oorspronkelijk eindpunt bij de stadsmuren, Porte de Charenton.Meetlat Google Earth. Een deel van het traject in de voorsteden is bovengronds. In 2024 liggen 225,2 km van het totale netwerk van 245,6 km ondergronds, dat is ongeveer 92%.

In de 21e eeuw zijn de volgende verlengingen aangelegd: Lijn 4 naar Lucie Aubrac (opening 13 januari 2022) Lijn 8 naar Pointe du Lac (opening 8 oktober 2011) Lijn 11: verlenging naar het oosten van Mairie des Lilas tot Rosny-Bois-Perrier (opening 13 juni 2024) Projet : Métro ligne 11 Prolongement Mairie des Lilas > Rosny-Bois-Perrier (10 maart 2022), www.iledefrance-mobilites.fr. Gearchiveerd op 9 maart 2024. Lijn 12 naar Mairie d'Aubervilliers (opening 31 mei 2022) Lijn 13 naar Les Courtilles (opening 14 juni 2008) Lijn 14 naar Saint-Denis Pleyel en Aéroport d'Orly (opening 24 juni 2024)

Lijnenkaart thumb|left|660px|Plattegrond van de Parijse metrolijnen (2024)

Lijst van metrolijnen Zoals gebruikelijk bij het stads- en streekvervoer hebben de lijnen een nummer. Daarnaast worden een kleur en de eindstations aangegeven.