Het Verdrag van Devol is een in 1108 gesloten overeenkomst tussen Bohemund I van Antiochië en de Byzantijnse keizer Alexios I Komnenos, in de nadagen van de Eerste Kruistocht. Ondanks het feit dat het verdrag niet onmiddellijk bekrachtigd werd, was het bedoeld om van het Prinsdom Antiochië een vazalstaat van het Byzantijnse Rijk te maken.
Aan het begin van de Eerste Kruistocht verzamelden kruisvaarders zich in Constantinopel, waar ze het Byzantijnse keizerrijk al het veroverde land beloofden. Bohemund, de zoon van Alexios' voormalige vijand Robert Guiscard, maakte echter aanspraak op het Vorstendom Antiochië. Alexios erkende de legitimiteit van het prinsdom niet, en Bohemund vertrok naar Europa op zoek naar versterkingen. Hij startte een openlijke oorlogsvoering tegen Alexios, maar werd snel gedwongen zich over te geven en met Alexios te onderhandelen in het keizerlijke kamp bij rivier Devoll, waar het verdrag ondertekend werd.
In het verdrag beloofde Bohemund een vazal van de keizer te worden en het keizerrijk wanneer nodig te verdedigen. Hij accepteerde ook de benoeming van een Griekse Patriarch. In ruil ontving hij de titels sebastos en doux van Antiochië en het recht om het Graafschap Edessa over te dragen aan zijn erfgenamen. Hierna trok Bohemund zich terug naar Apulië, waar hij stierf. Zijn neef Tancred, die regent was over Antiochië, weigerde de voorwaarden van het verdrag te accepteren, waarna Antiochië tijdelijk door de Byzantijnen werd bezet in 1137. Het duurde echter tot 1158 voor het een echte Byzantijnse vazalstaat werd.
Het verdrag wordt gezien als een typisch voorbeeld van de Byzantijnse neiging om conflicten op te lossen via diplomatie in plaats van oorlog en was zowel het gevolg als de oorzaak voor het wantrouwen tussen de Byzantijnen en hun West-Europese buren.
Achtergrond thumb|De belegering van Antiochië op een middeleeuwse miniatuur In 1097 verzamelden de kruisvaarders vanuit heel Europa zich bij Constantinopel, na te hebben gereisd in groepen naar het oosten. Alexios I, die een aantal westerse ridders had gevraagd om te dienen als huursoldaat tegen de Seltsjoeken, blokkeerde de legers in de stad en liet ze niet vertrekken voordat de leiders een eed hadden gezworen, waarbij zij beloofden dat de landen die voorheen bij het rijk hoorden en heroverd werden op de weg naar Jeruzalem, terug bij het rijk kwamen.M. Spinka, Latin Church of the Early Crusades, 113 De kruisvaarders zwoeren uiteindelijk deze eed individueel, in plaats van als een groep. Sommigen, zoals Raymond IV van Toulouse, waren oprecht, maar anderen, zoals Bohemund, waren waarschijnlijk nooit van plan om hun belofte na te komen. Op zijn beurt, gaf Alexios hen gidsen en een militaire escort.Anna Komnene, Alexiade X 261 De kruisvaarders waren echter teleurgesteld door de Byzantijnse tactieken, zoals de onderhandelingen over de overgave van Nicaea van de Seltsjoeken terwijl dit nog belegerd werd door de kruisvaarders, die hoopten het te kunnen plunderen om hun expeditie te financieren. De kruisvaarders voelden zich verraden door Alexios. Ze hadden een aantal belangrijke steden en eilanden heroverd, in feite een groot deel van westelijk Klein-Azië, zonder Byzantijnse hulp.
In 1090 werden de kruisvaarders belegerd in Antiochië, een stad die ze zelf na een lang beleg hadden veroverd. Alexios marcheerde eropuit om hen te hulp te schieten, maar na het horen van Stefanus II van Blois dat de situatie hopeloos was, keerde hij terug naar Constantinopel.S. Runciman, The First Crusade, 182-183 De kruisvaarders sloegen echter onverwachts de belegering af. Ze vonden dat Alexios hen in de steek had gelaten en achtten de Byzantijnen onbetrouwbaar.S. Runciman, The First Crusade, 183 Daarom beschouwden zij hun afgelegde eed als ongeldig.Anna Komnene, Alexiade XI 291
Tegen 1100 waren er een aantal kruisvaardersstaten, waaronder het prinsdom Antiochië dat in 1098 werd gesticht door Bohemund. Er gingen stemmen op om Antiochië terug te geven aan de Byzantijnen, ondanks Alexios' vermeende verraad,Raymond van Aguilers (III 67) rapporteert dat Raymond de St. Gilles, Bohemund tegenhield om Antiochië te behouden op grond dat "wij de Keizer gezworen hebben op het Kruis van de Heer en de doornenkroon en op veel andere heilige objecten, dat wij geen stad of fort of iets wat bij zijn Rijk behoort zouden houden zonder zijn instemming." Na de verovering van Antiochië claimde Bohemund het echter voor zichzelf.M. Spinka, Latin Church of the Early Crusades, 113; M. Angold, The Byzantine Empire, 1025-1118, 251 Dit beviel de Byzantijnse keizer uiteraard niet. Antiochië had een belangrijke haven, was een belangrijk knooppunt van handelswegen naar Azië en een vesting van de Oosters-orthodoxe Kerk, met een belangrijke Griekse patriarch. Het was maar een aantal decennia in islamitische handen geweest, in tegenstelling tot Jeruzalem, dat veel verder van Constantinopel af lag en al een aantal eeuwen niet in Byzantijnse handen was geweest. Alexios erkende de legitimiteit van het prinsdom niet omdat Bohemund de eed had gezworen in 1097. Daarop probeerde hij Bohemund uit Antiochië te zetten.M. Angold, The Byzantine Empire, 1025-1118, 251
Bohemund beledigde verder zowel de Byzantijnse keizer als de Orthodoxe kerk door in 1100 Bernard van Valence te benoemen als Latijnse patriarch en tegelijkertijd de Griekse patriarch Johannes VII van Antiochië te verbannen. Deze laatste vluchtte vervolgens naar Constantinopel.Johannes IV van Antiochië verbleef aanvankelijk in Antiochië nadat de kruisvaarders de stad veroverden en leidde zowel de Griekse als de Latijnse geestelijken. Hij kreeg later ruzie met Bohemund, vluchtte naar Constantinopel en trad uit (T.M. Kolbaba, Byzantine Perceptions of Latin Religious "Errors", 126). Kort daarna werd Bohemund gevangengenomen door de Danishmenden uit Syrië en drie jaar vastgehouden. Intussen fungeerde zijn neef Tancred van Galilea als regent.S. Runciman, The First Crusade, 232 Na de vrijlating van Bohemund werd hij verslagen door de Seltsjoeken tijdens de Slag bij Harran in 1104. Deze nederlaag verzwakte Antiochië zodat de druk van zowel de Seltsjoeken als de Byzantijnen toenam. Bohemund liet het bestuur van Antiochië over aan Tancred en reisde zelf naar het Westen met de bedoeling om in Italië en Frankrijk versterkingen te vinden. Bohemund won echter de steun van Paus Paschalis IIModerne wetenschappers beargumenteren dat Bohemunds geplande aanval op Epirus geheim werd gehouden voor de Paus, die dacht dat hij een veldtocht plande naar de Levant (J.G. Rowe, Paschal II, 181; J. Holifield, Tancred and Bohemond, 17). en de Franse koning Filips I, met wiens dochter hij trouwde. Het is niet helemaal zeker of zijn expeditie die volgde als een kruistocht werd beschouwd.
Bohemunds normandische verwanten uit Sicilië waren al 30 jaar in oorlog met het Byzantijnse rijk; zijn vader Robert Guiscard was een van de ergste vijanden van het Rijk. Terwijl Bohemund weg was, zond Alexios troepen om Antiochië en steden in Cilicië te bezetten. In 1107 had Bohemund een nieuwe kruistocht georganiseerd om tegen de moslims in Syrië te strijden. Maar in plaats van tegen de moslims, begon Bohemund een oorlog tegen Alexios, door de Adriatische Zee over te steken om zo Dyrrhachium, de meest westelijke stad van het rijk, te belegeren.Anna Komnene, Alexiade XII 317; M. Angold, The Byzantine Empire, 1025-1118, 251; J. Norwich, Byzantium:The Decline and Fall, 47 Maar net als zijn vader, slaagde Bohemund er niet in om enige belangrijke overwinningen te halen; Alexios vermeed een ongelijke slag en Bohemunds belegering mislukte, deels door een plaag die zijn leger trof.J. Norwich, Byzantium:The Decline and Fall, 48 Bohemund kwam snel in een onmogelijke positie, doordat hij ingesloten was bij Dyrrhachium. Zijn ontsnappingsroute was geblokkeerd door de Venetiërs en Paschalis II trok zijn steun terug.M. Angold, The Byzantine Empire, 1025-1118, 251; S. Runciman, The First Crusade, 232
Overeenkomst thumb|Byzantijnse keizer Alexios I Komnenos. In september 1108 vroeg Alexios of Bohemund met hem wilde onderhandelen in het keizerlijke kampement in Diabolis. Bohemund kon niet anders dan het te accepteren, nu zijn getroffen leger niet langer in staat was Alexios te verslaan. Hij gaf toe dat hij zijn belofte verbrak, die hij zwoer in 1097,Anna Komnene, Alexiade XIII 348-349; J. Norwich, Byzantium:The Decline and Fall, 48 maar hij weigerde om toe te geven dat het enige relatie had met de huidige omstandigheden, omdat Alexios, in Bohemunds ogen ook de afspraak had verbroken door terug te keren van het beleg van Antiochië in 1098. Alexios stemde ermee in om de eden uit 1097 als ongeldig te beschouwen.De enige clausule van Alexios en Bohemunds vorige overeenkomst die niet ongeldig werd verklaard was die van de onderdanigheid van Bohemund aan Alexios (Anna Komnene, Alexiade XIII 349). De specifieke termen van het verdrag zijn bepaald door de generaal Nikephoros Bryennios en werden vastgelegd door Anna Komnene:Anna Komnene, Alexiade XIII 348-358 Bohemund stemde ermee in om een vazal te worden van de keizer en ook van Alexios' zoon en opvolger Johannes;Anna Komnene, Alexiade XIII 349-350; J. Norwich, Byzantium:The Decline and Fall, 48 Hij stemde ermee in om te helpen met het verdedigen van het rijk, waar en wanneer hij nodig was en kreeg daarvoor in ruil 200 talenten; Hij kreeg de titels sebastos en doux (hertog) van Antiochië; Hij kreeg de keizerlijke steden Antiochië en Aleppo als leen (Aleppo was noch in de handen van de Byzantijnen noch van de kruisvaarders, maar het was duidelijk dat Bohemund het zou proberen te veroveren); Hij stemde ermee in om Laodicea en andere Cilicische gebieden terug te geven aan Alexios; Hij stemde ermee in om Alexios een Griekse patriarch aan te laten stellen (de terugkomst van de Griekse patriarch markeerde de acceptatie van onderwerping aan het rijk, maar daardoor ontstonden er canonieke vraagstukken, die moeilijk waren op te lossenJ. Richard, The Crusades, c.1071 - c.1291, 131).Anna Komnene, Alexiade XIII 354-355; J. Norwich, Byzantium:The Decline and Fall, 48
De termen werden onderhandeld volgens de Bohemunds westerse begrip, waardoor hij zichzelf zag als een feodale vazal van Alexios, een leeman (homo ligius of ἄνρωπος λίζιος) met alle verplichtingen van dien, zoals gebruikelijk was in het westen. Hij was verplicht om militaire assistentie te verlenen aan de keizer, tenzij in oorlogen waarin hij zelf was betrokken, en om hem te steunen tegen al zijn vijanden in Europa en Azië.J. Richard, The Crusades, c.1071 - c.1291, 130
Anna Komnene beschreef de procedure met veel herhalende details. Zo wordt Bohemunds eigen fouten veel beschreven en wordt de welwillendheid van Alexios en het Rijk veel geprezen. De procedure zal erg vernederend zijn geweest voor Bohemund. Aan de andere kant was Anna's werk bedoeld om haar vader te prijzen waardoor de termen van het verdrag niet helemaal accuraat zijn.
20px Ik beloof aan onze meest machtige en heilige Keizer, de Heer Alexios Komnenos, en aan de toekomstige Keizer, de veel geliefde Heer Johannes Porphyrogenitos, dat ik mij zal houden aan alle afspraken waarmee ik heb ingestemd en gesproken heb via mijn mond en ik zal het onge- schonden houden te allen tijde en ik zal, voor nu en voor altijd, zorg dragen voor alles wat goed is voor het Rijk en ik zal nooit slecht denken, zelfs geen geringste gedachte van haat of verraad naar jullie [...] ik zal aan alles dat in het voordeel en eer is van de Roomse overheersing denken en uitvoeren. Daarom wil ik graag de hulp van God en van het Kruis en van de heilige evange- liën. 20px— , Alexiade XIII 357.Belofte gezworen door Bohemund, uit het Verdrag van Devol, zoals beschreven is door Anna Komnene.