De Penghu-eilanden of, historisch, Pescadores vormen een eilandengroep die 50 km ten westen van Taiwan en 150 km ten oosten van het Chinese vasteland ligt. Samen met Taiwan kwam het gebied op 25 oktober 1945 onder gezag van de Republiek China en bleef dat ook na december 1949, toen als gevolg van de Chinese Burgeroorlog de regeringszetel van Nanjing naar Taipei werd verplaatst. Sinds 1949 heeft de archipel de status van district (Penghu xian, 澎湖縣) binnen de provincie Taiwan, zelf onderdeel van de Republiek China. Op de Penghu-eilanden zijn 97 dorpen te vinden. De hoofdstad van het district Penghu is Magong. De naam Pescadores is afkomstig van het Portugese woord voor vissers.
Ligging thumb|links|De ligging van de Penghu-eilanden ten opzichte van het Chinese vasteland en Taiwan De eilandengroep ligt tussen 23°47' en 23°11' NB en tussen 119°18' en 119°42' OL. De afstand van noord naar zuid bedraagt 60 km en van oost naar west 40 km. De archipel bestaat uit 64 eilanden met een totale landoppervlakte van 127 km², bij eb 164 km². De hoofdstad, Magong ligt op Penghu, het grootste eiland (64 km²). De Penghu-eilanden worden van Taiwan gescheiden door de Straat van Penghu en van het vasteland van China door de Straat van Taiwan.
Fysische geografie De eilandengroep is van vulkanische oorsprong en is ontstaan gedurende het Pleistoceen. De archipel bestaat voor een groot deel uit donker basalt. In het warme, ondiepe water rondom de eilanden liggen koraalriffen. De kusten zijn steil, maar de eilanden zelf zijn vlak. Het hoogste punt van de archipel ligt 79 meter boven zeeniveau en bevindt zich op het westelijk gelegen eilandje Mao (貓嶼, Mao Yu, 23°19'30" NB en 119°19'13" OL). De drie hoofdeilanden liggen slechts drie tot vijf meter boven zeeniveau.
Klimaat De gemiddelde temperatuur bedraagt 23 °C, met een gemiddeld minimum van 16,2 °C in februari en een gemiddeld maximum van 28,3 °C in juli. Het klimaat van de archipel wordt beheerst door de moessons. Er valt gemiddeld 1000 mm neerslag per jaar, waarvan 800 mm in de zomer. De gemiddelde jaarlijkse verdamping bedraagt echter 1800 mm, waardoor de eilanden voortdurend een tekort aan water hebben. Tussen april en september waait de zuidwestmoesson. Deze wind is over het algemeen zwak, de gemiddelde snelheid bedraagt drie meter per seconde. In de zomer kan deze wind gepaard gaan met tyfoons, die gedurende die periode ontstaan in de Zuid-Chinese Zee. Tussen oktober en maart waait een krachtige noordoostmoesson. Door de steile, hoge bergruggen op zowel Taiwan als het Chinese vasteland werkt de Straat van Taiwan als een windtunnel, waardoor de Penghu-eilanden in de wintermaanden bijna onafgebroken stormachtig weer hebben. De windsnelheden bedragen dan meer dan 10 meter per seconde. Vaak wordt door deze wind zeewater over de eilanden gesproeid in de vorm van 'zoute regen'.
Bevolking Ontwikkeling van het aantal inwoners volgens de volkstellingen van 1990, 2000 en 2010: Datum Inwoners Mannen Vrouwen 16-12-1990 105.848 16-12-2000 83.214 48.985 34.229 26-12-2010 84.595 46.141 38.454 Er wordt bij het inwoneraantal onderscheid gemaakt tussen de resultaten van de volkstellingen en die van de officiële schattingen door het ministerie van binnenlandse zaken. Bij de volkstellingen (die elke tien jaar worden gehouden) wordt het feitelijk aantal bewoners van dat moment geteld. Bij de jaarlijkse schattingen worden de inwoners geteld die op 31 december formeel als bewoner van de eilanden staan geregistreerd, ongeacht waar ze op dat moment daadwerkelijk verblijven.
Oppervlakte en ontwikkeling van het inwoneraantal van de gemeenten vanaf 1981: Jaar Totaal Magong Huxi Baisha Xiyu Wangan Qimei 33,99 km² 33,30 km² 20,09 km² 18,81 km² 13,78 km² 6,99 km² 12/81 105.674 55.567 15.680 11.346 11.413 6.686 4.982 12/86 100.927 55.091 14.492 10.452 10.763 5.642 4.487 12/91 95.446 53.531 14.551 9.768 9.634 4.217 3.715 12/96 90.087 52.218 12.980 8.977 8.742 4.000 3.170 12/00 89.496 52.722 12.673 9.003 8.264 3.840 2.994 12/04 91.808 53.997 12.933 9.253 8.308 4.190 3.127 12/05 92.489 54.049 12.976 9.354 8.309 4.587 3.214 12/06 91.785 53.942 12.933 9.219 8.163 4.393 3.135 12/07 92.390 54.566 12.860 9.176 8.171 4.426 3.191 12/08 93.308 55.126 13.017 9.202 8.177 4.502 3.284 12/09 96.210 56.435 13.520 9.458 8.483 4.743 3.571 12/10 96.918 57.061 13.660 9.471 8.437 4.747 3.542 12/11 97.157 57.468 13.699 9.412 8.354 4.661 3.563 12/12 98.843 58.490 13.915 9.491 8.354 4.995 3.598 12/13 100.400 59.502 14.221 9.591 8.403 5.021 3.662
Economie Visserij Zoals al blijkt uit de naam Pescadores is van oudsher de visserij het belangrijkste bestaansmiddel. De archipel ligt in een zeer visrijk gebied. Door de Kuroshio, een warme zeestroom die in de zomer nog door de zuidwestmoesson wordt versterkt, kan vis worden gevangen die afkomstig is van de tropische delen van de Stille en Indische Oceaan. Een visrijke koude zeestroom langs de Chinese kust wordt in de winter versterkt door de noordoostmoesson en brengt vis uit dat kustgebied tot aan de westkant van de archipel.
Landbouw Slechts de helft van de landoppervlakte kan worden gebruikt voor landbouw. De opbrengst is gering, omdat de bodem van slechte kwaliteit is en de toplaag dun. Buiten de regenperiode is er gebrek aan water, irrigatie is niet mogelijk, omdat er geen rivieren zijn. De belangrijkste landbouwproducten zijn gierst, bataten (zoete aardappels), maïs en aardnoten.
Transport thumb|De Penghu Trans-Oceanische Brug De drie belangrijkste eilanden, Penghu, Baisha en Xiyu, zijn met elkaar verbonden door een snelweg en drie bruggen. De brug tussen Penghu en Xiyu, de 'Penghu Trans-Oceanische Brug' (Penghu Kuahai Daqiao, 澎湖跨海大橋) is met 2478 meter de langste brug van Taiwan.
Sinds 1 april 2007 zijn directe contacten toegestaan tussen Penghu en het Chinese vasteland. Het gaat hierbij om regelingen in het kader van de drie mini-links, namelijk een directe postdienst, direct vervoer van personen en direct vervoer van goederen. Men is verplicht te reizen via Kinmen of Matsu. Tussen die eilanden en het vasteland mogen personen uitsluitend per passagier- of vrachtschip worden vervoerd. Voor het tweede gedeelte van de reis, dus tussen Kinmen of Matsu en Penghu, mag ook gebruik worden gemaakt van het vliegtuig. De regeling geldt alleen voor bewoners die staan geregistreerd op Penghu, niet voor die van het eiland Taiwan. Chinese toeristen afkomstig van het vasteland krijgen op individuele basis toestemming Penghu te bezoeken, zij mogen op basis van die toestemming echter niet doorreizen naar Taiwan.
Geschiedenis Prehistorie Penghu was reeds tijdens de jonge steentijd bewoond. De Taiwanese archeoloog Tsang Cheng-hwa (臧振華, Zang Zhenghua) heeft op Penghu meer dan veertig archeologische vindplaatsen ontdekt, allemaal uit het derde millennium v.Chr. Er werd toen rijst verbouwd. Zo zijn in Suogang (鎖港), het havenkwartier van de hoofdstad Magong, potscherven gevonden met afdrukken van rijstkorrels. Zij zijn van rond 2500 v.Chr, de late periode van de Dapenkengcultuur. De daaropvolgende artefacten uit Penghu zijn afkomstig uit de Song-tijd (960-1279), voor de tussenliggende periode is geen enkele archeologische vondst bekend. De neolithische verbouw van rijst heeft volgens een hypothese van de Australische archeoloog Peter Bellwood geleid tot een uitputting van de fragiele bodem en tot het wegtrekken van de bevolking. Een soortgelijke gebeurtenis op Taiwan kan volgens hem hebben geleid tot het begin van de Austronesische expansie naar Luzon, het noordelijke eiland van de Filipijnen, die dan rond 2000 v.Chr. moet zijn begonnen.
Oudste berichten De eerste geschreven berichten over Penghu dateren uit de 9e eeuw. Rond 806 trok Shi Jianwu, dichter en houder van de hoogste graad die kon worden behaald in de ambtenarenexamens, met zijn familie naar Penghu. Hij onderhield van daar uit contacten met vrienden en verwanten in Zhejiang en van minstens één gedicht is bekend dat het op Penghu is geschreven.
Volgens de Songshi (officiële geschiedenis van de Song-dynastie) was Penghu een groep eilanden die viel onder het gezag van het Jinjiang (晋江) district (縣, xian) van de Quanzhou (泉州) prefectuur (府, fu) in de provincie Fujian. Uit een bericht geschreven door Wang Dayu (汪大欲), die in 1171 was benoemd tot prefect van Quanzhou, bleek dat Penghu en de kust van het Chinese vasteland regelmatig werden overvallen door Pisheye (毗舍耶), de Chinese benaming voor de bewoners van Taiwan. Er volgde een toenemende immigratie van met name Hakka naar Penghu. Rond 1200 werd hun aantal geschat op 1000. Hierdoor werd de archipel een steeds aantrekkelijker doel voor rooftochten. Om die te stoppen werd een kleine legermacht op de archipel gevestigd. Er kwam echter geen einde aan de overvallen. In 1297 stuurde Gao Xing, gouverneur van Fujian, zijn legercommandant, Zhang Hao, naar Taiwan. De expeditie zelf bleef zonder resultaat. Wel gaf zijn rapport een uitgebreide beschrijving van de archipel. Zo bleek dat Penghu werd bewoond door ongeveer 1300 Hakka en dat er met tientallen zeewaardige jonken handel werd gedreven tussen Penghu en Taiwan.
Vestiging van Chinees bestuur In 1349 bezocht de Chinese reiziger Wang Dayuan (汪大渊) zowel Penghu als het eiland Taiwan zelf. In zijn 'Samenvattende optekening over eilandbarbaren' (Daoyi zhilue, 岛夷志略) omschreef hij Penghu als een archipel van 36 eilanden die vanuit Quanzhou bij gunstige wind binnen twee etmalen per schip kon worden bereikt. De bewoners waren afkomstig uit de Quanzhou prefectuur, waren handelaren of ambachtslieden en bewoonden hutten met rieten daken. Er waren 200 huishoudens. Wang vermeldde verder dat de (Mongoolse) Yuan-dynastie rond 1350 een 'subdistrictmagistraat' (xunjiansi, 巡檢司) voor Penghu had aangesteld. Dit was de eerste vermelding van een benoemde Chinese gezagsdrager op Penghu. Bestuurlijk gezien behoorde de archipel toen tot het Tong'an district van de Quanzhou prefectuur.
Gedurende de tweede helft van de 14e eeuw werd de Straat van Taiwan steeds meer het terrein van zeerovers. Zij werden in de Chinese bronnen 'dwerg bandieten' (wokou, 倭寇) genoemd. Dit is een degenererende verwijzing naar Japan (Wo, 倭), ondanks het feit dat de meeste van deze zeerovers niet van Japanse, maar van Chinese afkomst waren. Toen bleek dat de legermacht op Penghu niet effectief kon optreden, werden in 1387 zowel het garnizoen als de magistraat teruggetrokken. Ook de bewoners van Penghu kregen het bevel de archipel te verlaten en terug te keren naar het vasteland. Penghu werd voor de komende 200 jaar volledig overgelaten aan de zeerovers. Pas in 1562 of 1564 trad de keizerlijke regering weer actief op. Lin Daoqian (林道乾), de op dat moment machtigste piraat op Penghu, werd verjaagd door de Ming admiraal Yu Dayou (俞大猷, 1503–1579). Na de eenwording van Japan onder Oda Nobunaga en de bezetting van Okinawa nam de Japanse dreiging toe. In 1597 werd daarom een militaire eenheid op Penghu gestationeerd, die in 1603 Japanse schepen uit de wateren rond de archipel wist te verjagen.
Bezetting door de VOC, 1622-1624
thumb|left|Symbool van de Vereenigde Oostindische Compagnie VOC.