thumb|Codex Calixtinus, folium 4r. Afbeelding van Jakobus de Meerdere De Codex Calixtinus is een 12e-eeuws handschrift dat bewaard wordt in de Kathedraal van Santiago de Compostella in de Spaanse stad Santiago de Compostella (Galicië). Het handschrift bevat tientallen afzonderlijke teksten, verschillend van herkomst en ouderdom. Deze compilatie van teksten staat ook wel bekend als het Liber Sancti Iacobi, het boek van de heilige Jakobus. In de Codex Calixtinus zijn rond het jaar 1140 al deze teksten voor de eerste maal samengebracht.

Het Liber Sancti Iacobi bezingt de eer en glorie van de apostel Jakobus de Meerdere als machtige bovennatuurlijke helper en bemiddelaar. Niet het minst in de strijd tegen de ongelovigen. Uiteraard zijn de teksten ook bedoeld om de pelgrimage naar de graftombe van de heilige in Santiago te stimuleren. Ze bevatten veel informatie en adviezen voor de middeleeuwse pelgrims op weg naar Santiago. Een ander belangrijk doel van het Liber Sancti Iacobi is de structurering van de eredienst tijdens de hoogfeesten van Jakobus op 25 juli en 30 december.

Ontstaan en gebruik De samensteller van de Codex en ook auteur van een aantal teksten is vermoedelijk Aymeric Picaud. Over hem is niet veel bekend. Waarschijnlijk was hij een Franse monnik uit Poitou, het graafschap Poitiers. Hij werkte onder pseudoniem van Paus Calixtus II. Door deze paus als auteur ten tonele te voeren, verkreeg het boek meer status en gezag. Calixtus II (ca. 1060-1124) was aartsbisschop van Vienne en paus van 1119 tot aan zijn dood. Deze Calixtus – zijn eigenlijke naam was Gui of Guido van Bourgondië – was een groot stimulator van de pelgrimage naar Santiago. Zijn broer Raymond was een schoonzoon van koning Alfons VI van het koninkrijk León (vóór 1040-1109), waartoe ook Santiago behoorde. Toen Raymond in 1107 stierf, werd Guido voogd van zijn minderjarige zoontje, de latere koning Alfons VII van León en Castilië (1105-1157). Het was de tijd waarin Santiago zich onder de bezielende leiding van aartsbisschop Diego Gelmírez (ca. 1068-1140) op de kaart zette met de bouw van de kathedraal. Het was ook de tijd dat het pelgrimeren in Europa een ongekende populariteit genoot. Daarnaast is het ontstaan van de Codex niet los te zien van de opkomst van Jakobus als beschermheilige van het christelijke noorden van Spanje in de strijd tegen de Islam in het zuiden, de Reconquista.

De Codex Calixtinus telt 225 dubbelzijdig beschreven perkamenten bladen (folia) van elk 295 × 214 mm. Enkele uitzonderingen daargelaten telt elke bladzijde vierendertig regels tekst. Er zijn minstens vier schrijvers werkzaam geweest. Het handschrift is geïllumineerd. Om de tekst te structureren zijn de beginletters (initialen) van hoofdstukken of alinea’s vaak versierd. In de meeste gevallen door ze te kleuren, soms zijn ze rijker versierd met plantenmotieven, dierlijke vormen of abstracte patronen. De weinige initialen met een verhalende voorstelling tonen paus Calixtus, Sint-Jacobus, Karel de Grote en aartsbisschop Turpijn van Reims. In 1966 werd de Codex gerestaureerd door de Bibliotheca Nacional in Madrid. Overmaatse pagina’s zijn bij die gelegenheid ingekort. Ook is boek IV, de Historia Caroli Magni et Rotholandi ook genoemd de Historia Turpini, weer ingevoegd. Dit deel was in 1609 uit de Codex losgemaakt.

In de middeleeuwen zijn kopieën van de Codex Calixtinus vervaardigd. De oudste bekende kopie is de Ripoll Codex, vernoemd naar het klooster van Santa Maria de Ripoll in Catalonië. Deze kopie is in 1173 vervaardigd door de monnik Arnaldo de Monte en bevindt zich nu in Barcelona. De Codex Calixtinus moet dus vóór 1173 zijn ontstaan. Het meest recent gedateerde wonder in boek II van de Codex Calixtinus dateert uit 1135. Daarom wordt aangenomen dat het handschrift tussen 1135 en 1173 is voltooid, het meest waarschijnlijk in de jaren 1140. Later in de 12e eeuw zijn er nog twee aanhangsels toegevoegd.

Kanunniken van de kathedraal van Santiago hebben onafgebroken tot in de 16e eeuw aantekeningen gemaakt in de marges van de Codex Calixtinus. Tot die tijd was het handschrift dus actief in gebruik. De Codex bleef bewaard in de archieven van de kathedraal en werd in 1886 door de Jezuïet Padre Fidel Fita weer in de openbaarheid gebracht.

Inhoud Het Liber Sancti Iacobi telt vijf thematische boeken (libri), voorafgegaan door een inleidende brief van paus Calixtus II en gevolgd door twee aanhangsels. Het eerste boek is liturgisch van karakter, het tweede en derde behoren tot het genre van de hagiografie (heiligenlevens), het vierde is historisch en het vijfde boek – tegenwoordig het meest bekende – is een pelgrimsgids.

Liber Titel Folia Brief van paus Calixtus II 1-2v I Anthologia liturgica/Liturgische bloemlezing 2v-139 II De miraculis sancti Jacobi/Over de wonderen van de heilige Jakobus 139v-155v III Liber de translatione corporis sancti Jacobi ad Compostellam/Boek over de overbrenging van het lichaam van de heilige Jakobus naar Compostela 156-162v IV Historia Caroli Magni et Rotholandi/De geschiedenis van Karel de Grote en Roelant 163-191 V Iter pro peregrinis ad Compostellam/Gids voor de pelgrims naar Compostela 192-213v Appendix I 214-219v Appendix II 221-225

Brief van paus Calixtus II thumb|Codex Calixtinus, folium 1r. Openingsbrief van (pseudo) Calixtus II Het Liber Sancti Iacobi begint met een brief van de auteur, die zich voordoet als paus Calixtus II, aan de kloostergemeenschap in Cluny en aan Diego Gelmírez, aartsbisschop van Compostela. Hij vertelt daarin hoe hij tijdens zijn veertien jaar durende tocht getuigenissen verzamelde over de goede daden van Jakobus. Ook beschrijft hij hoe het manuscript vele gevaren overleefde, van brand tot overstromingen. De brief kan gelezen worden als een introductie op de vijf afzonderlijke boeken waaruit de Codex is opgebouwd.

Boek I. Liturgische bloemlezing (Anthologia liturgica) Dit eerste boek beslaat vrijwel de helft van de Codex Calixtinus. Het bevat zeventien preken, twee beschrijvingen van Jakobus' martelaarschap, missen, getijdengebeden en gezangen voor de eredienst tijdens de hoogfeesten van Jacobus op 25 juli en 30 december, tijdens de vigilie (vooravond) van beide feesten en de acht dagen (octaaf) erna. Ook is er een mis voor de feestdag van de wonderen op 3 (later 5) oktober. Boek I geeft de kathedrale clerus houvast bij de luisterrijke eredienst voor de apostel Jacobus gedurende het kerkelijk jaar.

De preek Veneranda Dies (De te vieren dag) is de langste tekst in boek I en lijkt onderdeel te zijn geweest van de Jacobusviering op 30 december. De auteur gedenkt het leven, de dood en de overbrenging van de stoffelijke resten van Sint-Jacob naar Santiago. Niet onvermeld blijven de zegeningen en weldaden van Jacobus voor de pelgrims op de route naar zijn graftombe, voor Spanje en voor Galicië. Tevens geeft de preek de pelgrims naar Santiago richtlijnen voor het juiste sociale gedrag (bijvoorbeeld: vermijdt ruzie en dronkenschap) en waarschuwingen voor de uiteenlopende gevaren die pelgrims onderweg bedreigen. Ook passeren meer spirituele aspecten van het pelgrimeren de revue.

Ten tijde van het ontstaan van de cultus van Jacobus in de 9e eeuw nam de kerk van Santiago de liturgische kalender over die op dat moment in de hele Spaanse kerk in gebruik was. Deze Spaanse kalender kende één feestdag voor de apostel Jacobus: 30 december. Voor deze feestdag was ook een speciale liturgie ontwikkeld conform de oude Visigotische tradities, die op onderdelen afweken van wat elders in het christelijke westen gebruikelijk was. Geleidelijk wonnen aanhangers van de Romeinse ritus aan invloed. Dat kwam vooral doordat de christelijke Spaanse koningen in het noorden de benedictijner monniken van de kloosterorde van Cluny een grote rol toebedeelden in de (her)ontwikkeling van de op de Moren veroverde gebieden. Deze orde stond onder rechtstreeks gezag van de paus en propageerde de Romeinse liturgische riten. Na de verovering van Toledo in 1085 besloot koning Alfonso VI (1040-1109) ten gunste van de Romeinse ritus. Volgens de Romeinse kalender werd het feest van Jacobus echter gevierd op 25 juli. De kerk van Compostela kwam tot een compromisoplossing. Men vierde het lijden en sterven van Jacobus voortaan op 25 juli, zoals ook buiten Spanje gebruikelijk. Tegelijkertijd bleef de feestdag van 30 december bestaan, nu ter herdenking van de overbrenging van het lichaam van de apostel vanuit het Heilig Land naar Santiago.

De inhoud van boek I:

Preek van Beda Venerabilis, priester, voor de vigilie (24 juli): Quoniam beati Jacobi vigilias. Uiteenzetting van paus Calixtus voor de vigilie (24 juli): Vigiliae noctis sacratissimae. 12 zegeningen van paus Calixtus over de lessen van Jacobus: Adsit nobis gratia Dei. Proloog van Calixtus en kort passieverhaal van Jacobus (25 juli): Gaio quatuor annis. Preek van paus Calixtus over de passie van Jacobus (25 juli): Celebritatis sacratissime. Tweede preek van dezelfde paus Calixtus voor 25 juli: Spiritali igitur jocunditate. Uiteenzetting van dezelfde paus Calixtus voor 25 juli: Adest nobis, dilectissimi fratres. Homilie van Beda Venerabilis voor 25 juli: Dominus conditor ac redemptor noster. Proloog van Calixto en het uitgebreidere passieverhaal van Jacobus: Post Ascensionem Dominicam ad jaloezie apostolus Domini nostri lhesu Christi. Uiteenzetting van de heilige Hiëronymus voor 26 juli, de tweede dag van het octaaf van (het feest van) Jacobus: Apostolica sollempnia veneranda. Uiteenzetting van dezelfde heilige Hiëronymus voor 27 juli, de derde dag van het octaaf van (het feest van) Jacobus: Quare Petrus et Jacobus. Uiteenzetting van paus Calixtus voor 28 juli, de vierde dag van het octaaf van (het feest van) Jacobus: Preclara sollempnia. Uiteenzetting van de heilige Hiëronymus voor 29 juli, de vijfde dag van het octaaf van (het feest van) Jacobus: In presenti capitula ostenditur. Homilie van paus Gregorius voor 30 juli, zesde dag van het octaaf van (het feest van) Jacobus: Quia natalem beati lacobi apostoli et martiris. Preek van de heilig Maximus, bisschop, voor 31 juli, de zevende dag van het octaaf van (het feest van) Jacobus: Exultemus in Domino, dilectissimi, et congruis honoribus. Uiteenzettingen van de heiligen Hiëronymus en Maximus voor 31 juli, de zevende dag van het octaaf van (het feest van) Jacobus: Sollempnitatem hodiernam. Preek van paus Calixtus voor 30 december: Veneranda dies. Homilie van paus Gregorius voor 30 december: Audistis, fratres karissimi, quia. Uiteenzetting van paus Calixtus voor 30 december: Sollempnia sacra presentia. Uiteenzettingen van de heiligen Hiëronymus, Augustinus, Gregorius en Maximus voor 5 januari: Festivitatem electionis et translationis. Teksten van paus Calixtus voor de vigilie van Jacobus en de dag van zijn passie (24 en 25 juli): Iacobus Dei et Domini nostri Ihesu Christi servus. Gebed voor de vigilie (24 juli), door Calixtus. Gebed voor 25 juli en 30 december, door Calixtus. Mis van paus Calixtus om te zingen tijdens de vigilie van Jacobus (24 juli) op het negende uur, met toebehoren. Verzen (17 verschillende) van paus Calixtus om te zingen tijdens de processie van Jacobus tijdens zijn twee plechtigheden (25 juli en 30 december) Mis van dezelfde paus Calixtus om het op te dragen op de dag van de passie van Jacobus (25 juli), met toebehoren. Mis van dezelfde paus Calixtus die bij alle missen telkens zal worden gezongen door de pelgrims naar Jacobus. Zeven missen van dezelfde paus Calixtus om achtereenvolgens op elk van dag van het octaaf van het feest van Jacobus te zingen. Hieraan is toegevoegd een mis voor het feest der wonderen op 3 oktober. Teksten van dezelfde paus Calixtus om te reciteren bij (het feest van) de translatie van Jacobus (30 december). Mis van paus Calixtus om te zingen op het feest van de translatie van Jacobus (missen van 30 december en 5 januari). Missa farcida van Jacobus, die gezongen kan worden tijdens de festiviteiten van 25 juli en 30 december.