miniatuur|De huidige president Donald Trump. thumb|George Washington was van 1789 tot 1797 de eerste president. Washington is de enige president die ooit unaniem is verkozen. De president van de Verenigde Staten (Engels: President of the United States), volledig de president van de Verenigde Staten van Amerika (President of the United States of America), is het staatshoofd van de Verenigde Staten. De president is ook het hoofd van de uitvoerende macht en opperbevelhebber van het militaire apparaat. George Washington, die diende van 1789 tot 1797, was de eerste president.
De huidige president is Donald Trump, die op 20 januari 2025 geïnaugureerd werd als de 47e president van de Verenigde Staten. Er leven nog vier voormalig presidenten: Bill Clinton, George W. Bush, Barack Obama en Joe Biden.
De woon- en werkplaats van de president is het Witte Huis in de stad Washington. Vanaf 1869 zijn de presidenten altijd Democraat of Republikein geweest.
Rol van de president Grondwettelijke macht van de president De grondwet van de Verenigde Staten kent aan de president een aantal machten toe, in Artikel II:
De president is opperbevelhebber van het leger, de marine en de luchtmacht van de Verenigde Staten en van de milities van de verschillende staten als ze optreden in dienst van de Verenigde Staten. Hij mag de leidinggevende ambtenaren en officieren van de federale departementen opdragen hun opinies over het besturen van hun departementen op schrift te stellen en aan hem te zenden. Hij mag veroordeelden van federale misdrijven gratie of uitstel van executie verlenen, zolang het niet een veroordeling betreft waardoor een federale ambtenaar uit zijn ambt gezet wordt. Met instemming van twee derde van de aanwezige senatoren mag de president verdragen sluiten uit naam van de Verenigde Staten. Hij mag ambassadeurs, ministers en consuls, raadslieden van het Amerikaanse Hooggerechtshof en alle andere officieren en ambtenaren van de Verenigde Staten aanstellen. Hun benoemingen moeten echter wel door de Senaat worden goedgekeurd. Deze macht is verder beperkt doordat het Amerikaans Congres bij wet kan beslissen dat bepaalde ambtenaren en officieren niet door de president, maar door de rechterlijke macht of de hoofden van de departementen aangesteld kunnen worden. Daarentegen kan de Senaat ook beslissen dat bepaalde aanstellingen van de president niet door het Congres goedgekeurd hoeven te worden. Als er een vacature te vervullen is als de Senaat niet in zitting is, mag de president een tijdelijke aanstelling plegen zonder goedkeuring; deze aanstelling blijft van kracht tot het volgende reces van het Congres. Hij mag, in bijzondere omstandigheden, het Congres bijeenroepen voor een bijzondere zitting. Of een van beide huizen. En in zo'n geval mag hij ook, als in het Congres onenigheid bestaat over wanneer ze uiteen zullen gaan, de vergadering ontbinden. Van tijd tot tijd moet de president het Congres informeren over de toestand van het land (de bekende State of the Union). Bij die gelegenheid mag hij nieuwe wetgeving voorstellen.
In ruil hiervoor dient de president erop toe te zien dat de wetten van de Verenigde Staten nageleefd worden en ambassadeurs en andere vertegenwoordigers van andere landen te ontvangen.
Daarnaast is de officiële macht van de president later uitgebreid door het 25e amendement: naast officieren en ambtenaren, mag de president ook een nieuwe vicepresident voordragen als daar een vacature voor bestaat.
Feitelijke macht van de president Hoewel het uit zijn grondwettelijke bevoegdheden wellicht niet zo klinkt, is de president zonder enige twijfel de machtigste man van de Verenigde Staten. Sinds het opstellen van de grondwet is zijn macht stelselmatig uitgebreid, hetzij door nationale wetgeving, hetzij door het in gebruik raken van bepaalde handelingen van de president.
Hoewel de wetgevende macht volgens de grondwet van de Verenigde Staten volledig bij het Congres ligt, heeft de president een enorme vinger in de pap. Hij mag het Congres natuurlijk voorstellen doen tijdens zijn State of the Union-voordrachten, maar daarnaast is het ook in gebruik geraakt dat de president altijd voorstellen voor nieuwe wetgeving mag doen. Een duidelijk voorbeeld hiervan was de oprichting van een geheel nieuw ministerie in 2002, het Department of Homeland Security. Dit ging geheel op initiatief van president George W. Bush.Ook indirect heeft de president de macht om wetgeving in te brengen: hij is namelijk zo invloedrijk, dat hij altijd wel een afgevaardigde of senator kan vinden die voor hem wel een wetsvoorstel in wil dienen.Daarnaast heeft de president ook wetgevende macht in omgekeerde richting: de president mag een veto uitspreken over alle wetsvoorstellen die door het Congres gekomen zijn, zolang het geen grondwetswijziging betreft. Wel kan het Congres dan toch de wet erdoor drukken met een tweederdemeerderheid in beide huizen, maar dat is vaak moeilijk te bereiken in de sterk gepolariseerde sfeer van het Congres.Ook beschikt de president over een onofficieel veto, dat eruit bestaat dat hij alle wetgeving moet ondertekenen voordat deze ingaat. De president kan wetgeving onbeperkt tegenhouden door het voorstel niet te ondertekenen maar het in een la te schuiven en onder te laten stoffen. Ook hier geldt echter dat het Congres een dergelijk veto kan doorbreken door het voorstel opnieuw goed te keuren. Naast echt wetgevende invloed, mag de president per decreet bestuurlijke besluiten uitvaardigen die niet onderhevig zijn aan instemming van het Congres. Deze decreten heten "executive orders" en zijn vergelijkbaar met de Nederlandse algemene maatregelen van bestuur en koninklijke besluiten. De orders hebben een status gelijk aan wet, maar er gelden wel enige beperkingen. Om te beginnen mogen deze decreten niet in strijd zijn met de grondwet of federale wetgeving – de macht van het Congres gaat altijd voor. Ook de uitspraken van het Hooggerechtshof (dat zijn namelijk officiële verklaringen van de betekenis van de wet) mogen niet met voeten getreden worden. De macht van de president om decreten uit te vaardigen ligt niet expliciet vast in een wet, maar wordt geacht voort te vloeien uit Artikel II van de Amerikaanse grondwet waarin staat dat de president moet toezien op het naleven van de wet. Als gevolg van een uitspraak van het Hooggerechtshof in de jaren 1950 is het dus eigenlijk de bedoeling dat een decreet bestaat ter verduidelijking van een bestaande wet en niet onafhankelijk kan bestaan. De meeste decreten sinds die tijd noemen dan ook de wetten waarop ze worden geacht gebaseerd te zijn. Er is echter aanhoudende kritiek dat veel presidenten het systeem misbruiken door decreten uit te vaardigen die nauwelijks te maken hebben met de genoemde wetgeving en zo stiekem wetten maken.Een decreet is duidelijk minder standvastig dan een wet. Niet alleen kan een besluit van Congres of Hooggerechtshof een decreet doorkruisen, ook kan een decreet altijd herroepen worden door de president of een latere president. Decreten worden dan ook weinig gebruikt door presidenten die iets op de lange termijn willen bereiken en worden ook meestal gericht aan ministeries voor intern gebruik en niet aan het grote publiek. Toch bestaan hierop uitzonderingen, zoals het decreet van George W. Bush dat het mogelijk maakt federale gelden voor uitkeringen te verstrekken via kerkelijke organisaties en niet via seculiere weg. Ook kunnen decreten dienen om iets voor elkaar te krijgen als een verdeeld Congres niet tot nieuwe wetgeving komt. Volgens de grondwet kan alleen het Congres de Verenigde Staten in oorlog verklaren met een andere staat en moeten de Amerikaanse strijdkrachten dus thuisblijven totdat het Congres anders verklaart. De president heeft echter bij wet de bevoegdheid gekregen om de strijdkrachten in te zetten voor korte, militaire acties (maximaal 90 dagen) zonder voorafgaande toestemming van het Congres. Op grond hiervan is het Amerikaanse leger onder Ronald Reagan in actie gekomen in Grenada, onder George H.W. Bush tegen Irak (in de Golfoorlog), onder Bill Clinton in Soedan en onder George W. Bush in Afghanistan. Het Congres gaf voorafgaande goedkeuring aan inzet in Irak onder George W. Bush, maar ook hiervoor werd geen oorlog verklaard.Daarnaast is een groot aantal presidenten (al dan niet met instemming van het Congres) onder een oorlogsverklaring uit gekomen door andere constructies; de Amerikaanse militaire inzet in Vietnam tussen 1962 en 1975 was bijvoorbeeld officieel geen oorlog maar het inzetten van "militaire adviseurs" ter "ondersteuning van de gevechtshandelingen van het Zuid-Vietnamese leger". De president kan in ieder gedeelte van de Verenigde Staten de noodtoestand uitroepen. Hierdoor kan hij federale gelden vrijmaken om in dat gebied in te zetten. Sinds de jaren 80 maken presidenten steeds meer gebruik van mediaoffensieven om onofficiële invloed uit te oefenen. Optredens in praatprogramma's, op televisie uitgezonden verklaringen en persconferenties, de wekelijkse radio-uitzending, publicaties van het Witte Huis en ook toenemend gebruik van het internet als communicatiemedium zijn, naast speeches voor besloten gezelschappen, toenemend middelen voor de president om het volk te bereiken en invloed uit te oefenen.
Daarnaast oefenen presidenten ook altijd langdurige invloeden uit via hun benoemingen van ambassadeurs en rechters, die vaak lang na het aflopen van de ambtstermijn van de betreffende president nog in functie zijn. Hetzelfde geldt voor benoemingen op strategische posities als de voorzitter van het Federal Reserve System.
Maximumtermijn De president wordt gekozen voor een termijn van vier jaar en kan slechts eenmaal worden herkozen. Een tussentijds benoemde president kan nog tweemaal een volledige termijn van vier jaar uitdienen indien de eerste termijn minder dan twee jaar besloeg. Deze beperking werd ingevoerd, nadat Franklin D. Roosevelt als eerste president voor meer dan twee termijnen gekozen was (het waren er zelfs vier). Dit is vastgelegd in het 22e amendement op de Amerikaanse grondwet (The Constitution of the United States of America).
Vicepresident De vicepresident van de Verenigde Staten wordt president bij overlijden, aftreden of afzetting van de formele president. Zou de vicepresident niet in staat zijn het presidentschap op zich te nemen, dan is de volgende die voor het ambt in aanmerking komt de voorzitter van het Huis van Afgevaardigden, gevolgd door de president pro tempore van de Senaat en daarna de ministers, op volgorde van de oprichtingsdatum van hun ministerie.
Ook wanneer de president van de Verenigde Staten niet in staat zou zijn door andere redenen de verantwoordelijkheden van zijn functie uit te voeren, kan de vicepresident (tijdelijk) diens taken als president overnemen. Voorbeeld hiervan is een eventuele ziekenhuisoperatie waarbij de president met narcose in slaap wordt gebracht, en daardoor niet bij bewustzijn is. Zo was vicepresident Kamala Harris op 19 november 2021 85 minuten lang waarnemend president, terwijl Joe Biden een colonoscopie onderging. President Trump onderging in 2019 eenzelfde onderzoek maar weigerde juist de macht tijdelijk aan zijn vicepresident Mike Pence over te dragen.
De president kan zijn bevoegdheden tijdelijk overdragen door een brief naar de voorzitters van het Huis van Afgevaardigden en de Senaat te sturen. Zodra de president weer bij kennis is stuurt deze opnieuw een brief naar de voorzitters en krijgt hij zijn bevoegdheden weer terug. Dit proces is beschreven in het 25e amendement van de Amerikaanse grondwet.
Verkiezing van de president
Voorwaarden voor kandidaatstelling Volgens de grondwet van de Verenigde Staten gelden de volgende eisen voor een kandidaat-president van de Verenigde Staten:
Deze moet minimaal 35 jaar oud zijn. Moet voor de mogelijke ambtsaanvaarding minstens 14 jaar in de Verenigde Staten gewoond hebben.