Van ongeveer 50 voormalige kleine voormalige borgen en steenhuizen in de Nederlandse provincie Groningen is op grond van de beschikbare historische bronnen slechts weinig bekend. De geringe hoeveelheid informatie rechtvaardigt niet voor elk van deze borgen of steenhuizen een afzonderlijk lemma te maken. In dit lemma is de beschikbare informatie samengevat voor kleine borgen en steenhuizen.

Eemsdelta Hettema Al in 1459 bestond er in Jukwerd de Hettemaheerd. De Hettemaheerd ligt oostelijk van de kerk van Jukwerd en op het terrein zijn de fundamenten van dikke muren gevonden. Formsma e.a. (1987, 187) vermoeden dat het voorhuis van de huidige boerderij op de fundamenten van het voormalige steenhuis van Johan Rengers gebouwd zou kunnen zijn. Steenhuis Solwerd In de bijlagen van de rekeningen van de rentmeester van Karel van Gelre, de toenmalige heer van Stad en Lande, wordt in 1530 vermeld, dat in Solwerd een oud steenhuis is "afgesleten", behorende aan Eppe Baukens (Formsma e.a. 1987, 372). De stenen zijn afgevoerd naar Delfzijl. Hiervan afkomstig was de familie Tho Solwerd in Appingedam. Op de plek van het steenhuis verrees een boerderij, die nog in de negentiende eeuw rechten op het zuidelijker gelegen Opwierdermeer had, vermoedelijk een restant van oudere heerlijke rechten. Steenhuis Opwierde Het steenhuis van Opwierde moet al vroeg zijn verdwenen. Hoogstwaarschijnlijk stond het op de plek van een boerderij, waarop later het collatierecht berustte. Ook hoorde een deel van het Woldmeer bij deze boerderij. De oude burgplaats was nog in de negentiende eeuw te zien. Een harnas dat in de pastorietuin van de hervormde kerk werd opgegraven, bracht men hiermee in verband. Vermoedelijk zijn de rechten van de borg overgegaan op de borg Snelgersma te Appingedam, die in Opwierde veel land bezat. Huis te Eelwerd Het Huys thoe Elswerd of Sissingheborg te Eelwerd wordt genoemd in de zestiende eeuw. Het bevond zich op een omgracht perceel op de wierde van Eelwerd, dat nog in de negentiende eeuw herkenbaar was. Vanouds woonde hier de familie Tho Eelwert. Via de zuster van Galtho tho Eelwert (ov. 1571), een vooraanstaand burger van Appingedam belandde het huis bij de familie Sissingge. Het huis staat afgebeeld op de kaart van Van Starkenborg en wordt nog in 1690 vermeld als "Kimmenade met annexen".

Betingeheem Vlak ten oosten van het huidige woon-zorgcentrum Betingeheem bij Uitwierde in Delfzijl lag in de 16e eeuw een kleine borg met deze naam. In 1583 wordt de borg voor het eerste genoemd. Uit archiefstukken blijkt dat Bettingeheem in de 17e eeuw verschillende keren van eigenaar wisselde. Daarna is er niets meer over de borg te vinden. De boerderij die lange tijd op de plaats van de borg heeft gestaan, heeft plaats moeten maken voor het woon-zorgcentrum. Ringenum Het huis Ringenum, ook wel Rengeheim, bestond al in de tweede helft van de 16e eeuw. Dat valt af te leiden uit de aanwezigheid van de grafsteen van Haro Winken te Ringeheim in de kerk van Uitwierde, die in 1653 overleed. In 1695 bestond er nog een borg met grachten, hoven en singels en 40 grazen land en in 1779 wordt Ringenum genoemd in relatie tot een "lusthuis" dat op de singel is gebouwd. Wanneer de borg verdwenen is, is niet bekend. Het voormalige borgterrein lag langs het Damsterdiep en is verdwenen in de uitbreiding van Delfzijl. Steenhuizerborg In het begin van de 16e eeuw stond er in Krewerd, iets ten zuiden van de kerk, een steenhuis. In sommige stukken is sprake van Veenhuuster- of Feenhuuster heerd. Beide namen zijn waarschijnlijk verschrijvingen van Steenhuusterheerd. De naam Feenhusesterheerd wordt al in 1464 genoemd. Formsma e.a. (1987, 197) vermoeden dat het steenhuis teruggaat op het huis (domus) te Krewerd. De bezittingen van dit huis werden door de weduwe Tyadeka gebruikt voor de stichting van de kerk van Krewerd. Wetterstein (Uitwierde) Wetterstein was een buitenplaats langs de trekweg van Appingedam naar Delfzijl. In de 18e eeuw bestond de buitenplaats uit: “een royaal voorhuis, twee beneden- en één bovenkamer, keuken, schuur voor vier koeien en één of twee paarden, kelders, plantages, gracht, singel, visvijver, twee grote behovingen met 80 of meer vruchtdragende bomen” (Formsma e.a., 1987, 426)

Eelkema Aan het einde van de 14e eeuw moet er in Zandeweer een steenhuis hebben gestaan op Elecamaheerd. In de 15e eeuw wordt er niet meer van gerept en ook de naam Eelkamaheerd is verdwenen. Eusema In 1608 wordt er gesproken van een ‘steenklip’ bij Eppenhuizen, een plaats dus waar veel stenen van een steenhuis te vinden waren. Later komt de Steenklip ook voor onder de naam Ewsuma en Eusema, een heerd groot 81 grazen. Kruisstee De zestiende-eeuwse boerderij Groot Kruisstede is nog geheel intact; hij behoorde tot de proosdijgoederen van Usquert en viel als zodanig onder het gezag van het klooster Rottum. Rond behoorde het huis vermoedelijk aan de meier, de geleerde herenboer en rechter Johan Arends alias Johannes Arnoldi. Vermoedelijk was het oorspronkelijk een steenhuis. De naam is verbonden met een middeleeuwse legende over een aangespoeld crucifix. Stenhuisheerd De naam van dit steenhuis bij Uithuizermeeden is verbonden met de sage van een ridder, die de priester van Holwinde zou hebben vermoord, omdat die in zijn afwezigheid de mis had opgediend. Als straf verzonk het huis in de grond. Over het steenhuis is verder niets bekend. De boerderij lag tot 1718 op een verhoging in weliswaar omkaad, maar buitendijks gebied. Formsma e.a. (1987, 418) vermoeden dat het bij een stormvloed zal zijn weggespoeld. Waliswere Waliswere of Walsemaweer was een steenhuis dat ten noordoosten van Kantens lag aan de oostzijde van de wierde van Walsweer. In een akte van 1415 wordt het genoemd. De naam komt in de eeuwen daarna nog wel voor, maar van een steenhuis is dan geen sprake meer.

Groningen Haxtema Haxtema was een steenhuis in Leegkerk. Bekend is dat in 1402 een deel van het steenhuis Haxtema werd verkocht. In 1466 omvat Haxtema 51 grazen land. Het is onbekend wanneer het steenhuis is verdwenen. Hoytingehuis In 1379 bestond er te Hoogkerk een steenhuis. Het lag westelijk van het Reitdiep langs de Lege Weg (momenteel ligt op die plaats de splitsing van de Edelsteenlaan en de Diamantlaan in de stad Groningen). Het steenhuis is ingetekend op een kaart van Henricus Teysinga. In 1379 werd het huis gekocht door het Heilige Geestgasthuis te Groningen. Het bleef bezit van dit gasthuis tot 1851, waardoor het zich niet tot borg kon ontwikkelen. In 1851 wordt het verkocht met de bijbehorende 165 grazen land. Niet lang daarna zal het afgebroken zijn. Oldersum In de kroniek van Sicke Benninghe van omstreeks 1400 staat een ‘steenhuis to Aldersum’ vermeld. Het steenhuis zal gelegen hebben tussen Ten Post en de Mude, vermoedelijk op de afgegraven dorpswierde van Oldersum. De kampvechter Tammo van Oldersum treedt in 1267 op als beschermheer van het klooster Wittewierum. Dat maakt het waarschijnlijk dat zijn voorouders tot de stichters van het klooster hebben behoord. Oldersum was bovendien de hoofdplaats van de zuidelijke helft van het Eesterrecht (Oostrum = Eenumerhoogte). In de noordelijke helft van deze rechtstoel ('t Zandstervoorwerk bij Zijldijk) kreeg het klooster eveneens omvangrijke bezittingen. Oostbroek Op kaarten uit de 18e eeuw komt bij Lellens de ‘Hamminck borgh’ voor, het buitenverblijf van Lucas Hamminck. Hij zal dit buitenverblijf geërfd hebben van zijn moeder Albertine van Oosthoek. De familie Oosthoek zal de naam aan dit buiten hebben gegeven. In 1813 werd de buitenplaats verkocht (Formsma, e.a., 1987, 218). Steenhuis te Ten Boer Van dit steenhuis dat in de 16e eeuw in Ten Boer stond is slechts bekend dat het bewoond werd door Peter Keme. Hogeland Alricsmahuis Bekend is dat Jarich Scultema van Raskwerd e.a. een steenhuis verkochten in 1410. Dit steenhuis lag, met bijbehorend land en heerlijkheden in Dijkshorn. Het gedeeltelijk binnen en buiten de Wolddijk. Blauwhuis In Zuidwolde stond in 1475 een Blauwsteenhuis. Omdat het huis verpacht werd aan meiers ontwikkelde het zich niet tot een borg. Het Blauwhuis was niet zo maar een boerderij, want hij staat aangegeven op de Beckeringhkaart uit 1781. Syckamaheerd In 1492 zal er te Dijkshorn een heerd in eigendom van de Van Ewsums gelegen hebben. Widdama In de 14e eeuw is er sprake van een steenhuis in de omgeving van Noordwolde (Groningen). Er is weinig over bekend. Formsma e.a. (1987, 297) vermelden dat het steenhuis in 1384 door Aweke Widdama werd verkocht. Oostumborg Aan het einde van de 16e eeuw lag er bij Oostum een borg. Uit koopakten blijkt dat de borg zelf in 1627 al vervallen was. Aylkuma De borg die gestaan heeft langs de Nieuwstraat in Loppersum wordt al in de 15e eeuw genoemd. Door huwelijk waren de eigenaren van deze borg in de 17e eeuw verbonden met de borg Duirsum in Den Ham. In 1633 verwisselde Duirsum van eigenaar, maar Aylkuma bleef in bezit van de familie de Mepsche. In 1727 bood de beruchte Rudolph de Mepsche van Faan het huis te koop aan. De er aan verbonden rechten werden afzonderlijk te koop aangeboden. Wie het huis toen kocht is niet bekend. Borgheem In 1585 is er sprake van een ‘borchsheem’ in Westeremden, hoewel niet expliciet van een borg wordt gerept. Een boerderij in het dorp op de wierde draagt wel de naam Borgsheem. Formsma e.a. (1987) leggen een verband met Haye Wibben, een belangrijke hoofdeling die aan het einde van de 14e eeuw partij koos voor de graaf van Holland. Het is echter niet bekend waar deze Hayo woonde. Borgheem is een mogelijkheid maar ook Wibena dat ten zuiden van het dorp. Bij de afbraak in 1968 van het voorhuis van deze boerderij werden fundamenten van een steenhuis gevonden. Dat steenhuis was een rechthoekig gebouw van 9,5 bij 7,5 meter buitenwerks. Diddingehuizen Uit oorkonden uit de periode 1439-1443 valt op te maken dat er te Middelstum een of twee complexen elk met een steenhuis te vinden waren. De stenen zijn gebruikt voor een verbouwing van de borg Ewsum (Formsma e.a., 1987, 270-271) Enselens Het steenhuis, dat in 1547 wordt genoemd, stond waarschijnlijk op de thans afgegraven wierde bij Loppersum Eukema Het steenhuis of borg Eukema lag in de omgeving van Loppersum, maar de exacte ligging is onbekend. In 1595 werd het verkocht aan Rudolf de Mepsche. Leden van het geslacht De Mepsche noemden zich soms nog tot 1657 "toe Eukema". Gaykemahuis In 1403 wordt het steenhuis Gaykema als "castrum" genoemd. Het lag noordelijk van Middelstum en ten oosten van Ewsum. In 1800 is er nog sprake van een terrein van het steenhuis met de benaming "het hoogtje". Er is in Kantens ook een Gaykemaheerd, maar dat is een ander pand. Hayema Dit steenhuis dat in 1458 in de archieven wordt genoemd, lag ten zuidwesten van Middelstum. Het stond waarschijnlijk op de thans afgegraven wierde aan de trekvaart Onderdendam-Middelstum bij de boerderij Hayemahuisterheerd. Haykema Deze borg lag ten westzuidwesten van Zeerijp en het borgterrein is vergraven (ten oostnoordoosten van boerderij Van Borckshof). In de 16e eeuw is er sprake van een heerd in eigendom bij de familie Ewsum. In de 17e eeuw woonde er de familie Van Borck. Van enkele leden van deze familie hangen de rouwborden in de kerk van Zeerijp. In 1745 is de borg verkocht en afgebroken. Melkema Dit steenhuis stond in Huizinge en wordt in 1371 is genoemd als 'domus Melcama'. Eerder is in 1323 sprake van een Focko Melcama en in 1326 van een Abel Melcama. Daarna komen noch het steenhuis, noch de familie meer voor. De naam is echter gebleven als benaming van de boerderij die er stond. In de 17e eeuw woonde er de doopsgezinde boer en onderwijzer Syert Lippes. Sinds 2017 is het door aardbevingen beschadigde gebouw in handen van Het Groninger Landschap.