De Basiliek van Santa Maria in Trastevere (in het Latijn: Basilica Sanctae Mariae trans Tiberim) is waarschijnlijk de oudste Mariakerk van Rome en vormt met het ervoor gelegen plein het centrum van de wijk Trastevere, ten westen van de Tiber.
Ontstaan thumb|De houten zoldering, met de Tenhemelopneming van Maria en een tekst die verwijst naar de "fons olei" en de "taberna meritoria".
Legende In de basiliek zijn vele verwijzingen te vinden naar een oliebron, in het Latijn "fons olei". De legende zegt namelijk dat in het jaar 38 voor ChristusSoms wordt het ontspringen van de bron in 30 v.C. gesitueerd. een olieachtige bron is ontsprongen op deze plaats, en wel naast een "taberna meritoria", dit is een verblijfplaats voor oorlogsveteranen. De legende over deze bron vindt men al terug bij de schrijvers Cassius Dio (circa 155 - na 229) en Eusebius van Caesarea (circa 263 - 339). In de Middeleeuwen werd dit gegeven verder aangevuld tot de legende dat uit die bron een ganse dag en een ganse nacht olie zou hebben gestroomd tot aan de Tiber, dat die bron ontsprong op de plaats waar nu de kerk van Santa Maria in Trastevere staat, en dat de olie die zich over de aarde verspreidde de geboorte van de Messias zou hebben aangekondigd.De legenden die de bron in verband brengen met deze kerk, dateren pas uit de 12de eeuw. Zie Sylvia Mullins, Myroblytes: miraculous oil in medieval Europe pp. 12-13.
Geschiedenis Reeds in de derde eeuw zou in deze omgeving een vroegchristelijke huiskerk ("ecclesia domestica") zijn gesticht door paus Cal(l)lixtus.Zolang het christendom niet was toegelaten in Rome en er dus geen officiële kerken konden worden gebouwd, kon een gebedshuis enkel worden ingericht in een privéwoning, een "ecclesia domestica".
Niet lang nadat keizer Constantijn met het edict van Milaan het Christendom officieel had toegelaten, liet paus Julius I (337-352) op deze plaats een eerste basiliek bouwen. Hij droeg ze op aan Maria, waarmee deze kerk de eerste werd in Rome die aan haar was gewijd. Onder de apsis van de huidige kerk zijn resten gevonden van een gebouw dat de archeologen aanduiden als de titulus Julii et Callisti.Zie "The archeological Atlas of ancient Rome" deel 1 p. 561 en deel 2 Additional table 14.
Die eerste basiliek werd in 1138-1348 door paus Innocentius II vervangen door de huidige basiliek. Aan dit bouwwerk werden nog tot in de 19de eeuw veranderingen aangebracht. Een grondige restauratie gebeurde in 1866-1877 onder paus Pius IX.
Beschrijving
Exterieur Gevel en klokkentoren Naast de basiliek staat een romaanse campanile uit de twaalfde eeuw. In een nis onder de dakrand is een 17de-eeuws mozaïek dat Maria met Kind voorstelt.
Op het driehoekige fronton van de kerkgevel werd in de 19de eeuw een fresco aangebracht; dit is thans erg verweerd en nog moeilijk leesbaar. In het midden troont God de Vader, aan weerszijden geflankeerd door een engel. Paus Pius IX zit aan Zijn voeten. Naar de buitenzijden toe staan de symbolen van de vier evangelisten.
Tussen het fronton en de gevelramen zijn Maria en tien vrouwen afgebeeld tegen een gouden achtergrond afgebeeld in een 13de-eeuws mozaïek.De drie figuren uiterst links en de drie uiterst rechts dateren van het begin van de 14de eeuw. Gezeten op de troon in het midden en gehuld in rijkelijke gewaden voedt Maria haar zoon Jezus. Links en rechts komen telkens vijf vrouwen naar haar toe met een olielamp in de handen. De symboliek hiervan is niet duidelijk: stellen zij de wijze en de dwaze maagden uit het evangelie voor,zie Mattheus 25, 1-13 of zijn het acht maagden (met brandende lamp) en twee weduwen (met gedoofde lamp), of is er nog een andere betekenis? In veel kleinere afmetingen knielen de schenkers van dit mozaïek naast de troon van Maria.
Daaronder wisselen drie gevelramen af met vier palmen in mozaïek, elk met twee lammeren aan de voet.
Portiek
Voor de gevel staat een portiek uit 1702. Op de balustrade daarboven staan beelden van vier heiligen die nauw verbonden zijn met deze kerk: paus Callixtus, paus Cornelius, paus Julius I en priester Calepodius. Callixtus is de paus die hier een huiskerk heeft gesticht; paus Julius I is de stichter van de 4de-eeuwse basiliek. Paus Cornelius en priester Calepodius zijn twee heiligen wier stoffelijk overschot vanaf de 9de eeuw enige tijd in de (eerste) basiliek van Santa Maria in Trastevere heeft berust nadat het door paus Gregorius IV was overgebracht vanuit de Catacombe van Sint-Calixtus.Voor de overbrenging van deze relikwieën naar de Santa Maria in Trastevere en later (gedeeltelijk) van hier naar andere locaties zijn de bronnen niet eensgezind.
In de portiek is een klein lapidarium ingericht, met architecturale elementen van oudere gebouwen, onder andere van de eerste basiliek, en enkele Griekse en Latijnse grafschriften uit catacomben. Ook bevinden zich in de portiek enkele fresco's en sarcofagen, onder andere van de familie Papareschi waar paus Innocentius II toe behoorde.
De drie deuren zijn omlijst met kunstig bewerkte marmeren friezen afkomstig van gebouwen uit de Romeinse keizertijd. In de lunet boven de middelste deur staan de Griekse letters ΜΡ ΘΥ, de gebruikelijke afkorting van Μήτηρ Θεοῦuit te spreken als [mètèr the-oe] wat betekent Moeder Gods.
Interieur thumb|Het interieur van de basiliek Het interieur van de kerk heeft zijn middeleeuwse uitzicht behouden, ondanks enkele verbouwingen in latere eeuwen. Voor de bouw werd gebruikgemaakt van materiaal van gebouwen uit de Oudheid. Het grondplan is dat van een klassieke basilica: het schip is door zuilen verdeeld in een breed en hoog middenschip en twee smallere en lagere zijschepen. Het hoofdaltaar staat op het (hier verhoogde) priestergedeelte voor de apsis. De kapellen die aansluiten op de zijschepen zijn latere toevoegingen.
Schip van de kerk Het middenschip wordt van de twee zijschepen gescheiden door 22 granieten zuilen die afkomstig zijn van de Thermen van Caracalla. Op de voluten van enkele kapitelen zijn nog koppen van antieke goden te zien. Boven de zuilen loopt een architraaf die versierd is met een veelkleurig mozaïek op gouden achtergrond. De eerste triomfboog rust op 2 nog grotere granieten zuilen.
De vloer is bekleed met cosmatenwerk, een techniek die frequent werd toegepast in de 12de en 13de eeuw. Hij werd sterk gerestaureerd in de 19de eeuw.
Het vergulde houten cassettenplafond dateert uit 1617 en is ontworpen door de schilder Domenichino. In het midden daarvan is de Tenhemelopneming van Maria voorgesteld in een schilderij van dezelfde kunstenaar.
Priestergedeelte thumb|Het apsismozaïek: Christus en Maria tussen heiligen
Het priestergedeelte bevindt zich enkele treden hoger dan het schip van de kerk. Een opschrift op een van de marmerpanelen van het podium, rechts van de centrale trappen, herinnert aan de legendarische oliebron.
Onder het altaar bevindt zich de crypte waar (een gedeelte van) het stoffelijk overschot van paus Callixtus, paus Julius I en priester Calepodius rust.
Het altaar is overdekt door een ciborium (middeleeuws, maar gerestaureerd in de 19de eeuw) dat rust op vier porfieren zuilen. De paaskandelaar en cathedra achteraan in de apsis dateren uit de 12de eeuw.
Triomfboog De triomfboog is bekleed met een 12de-eeuwse mozaïek. Bovenaan staat centraal Christus' kruis tussen de letters alfa en omega, de begin- en de eindletter van het Griekse alfabet die symboliseren dat God het begin en het einde van alles is. Aan weerszijden staan de zeven kandelaars uit de Apocalyps, en nog verder de symbolen van de vier evangelisten met daaronder hun naam.
Onder de bovenste strook van de triomfboog staan aan weerszijden de twee profeten uit het Oude Testament die de komst van de Messias hebben aangekondigd: links Isaia, rechts Jeremias. Daaronder staan de eerste en de laatste scène uit het leven van Maria; de tussenliggende scènes zijn in de apsis te vinden.
Apsis Ook de apsis is bekleed met mozaïeken die evenwel uit twee verschillende stijlperiodes stammen.
Het mozaïek in de kalot van de apsis dateert uit de twaalfde eeuw, en is uitgevoerd in strenge byzantijnse stijl: de personages staan frontaal en roerloos opgesteld, haast tweedimensionaal. De monochrome gouden achtergrond geeft aan dat ze zich bevinden in het bovenaardse vanwaar ze strak voor zich uitkijken. Centraal zitten Christus en Maria samen op een oosterse troon. Maria draagt een kroon en is gehuld in een rijkelijk gewaad dat bezet is met edelstenen. Zij toont een tekst uit het Hooglied: "Met zijn linkerarm onder mijn hoofd zal zijn rechter mij omhelzen".Hooglied 8, 3. Christus toont de tekst "Kom mijn uitverkorene, en ik zal u op mijn troon laten plaatsnemen". Het liefdevolle gebaar waarmee Christus zijn arm om de schouders van zijn moeder legt is uniek in de iconografie.
Boven Christus' hoofd is het paradijs voorgesteld als een veelkleurige waaier. Vanuit het paradijs reikt de hand van God de Vader zijn Zoon de zegekrans aan.
Naast de twee centrale figuren staan heiligen die een sterke band hebben met deze kerk of met Rome.
Naast Maria staan, van links naar rechts: paus Innocentius II; Laurentius, de derde-eeuwse heilige die bijzonder werd vereerd in Rome; paus Callixtus die hier een eerste huiskerk had ingericht. Innocentius biedt het model van deze kerk aan, en geeft daarmee te kennen dat hij de opdrachtgever van de bouw is. Vermoedelijk was hij niet meer in leven wanneer dit mozaïek werd voltooid.Dat Innocentius II op dat ogenblik niet meer leefde, kan worden afgeleid uit het feit dat zijn hoofd niet is omgeven door een blauwe aureool. In de middeleeuwse mozaïekkunst is die verwijzing naar het aardse uitspansel immers de gebruikelijke aanduiding voor de nog levende personages. Naast Christus staan, nog steeds van links naar rechts: de heiligen Petrus (Sint Pieter), paus Cornelius, paus Julius I en de priester Calepodius.
Op een smalle horizontale strook onder de kalot figureert in het midden het Paaslam dat opnieuw Christus voorstelt. Twaalf andere lammeren richten zich tot Hem. Zij stellen de apostelen voor en treden naar voren vanuit de heilige steden Jeruzalem en Betlehem.
Op de verticale wand van de apsis, dus onder de kalot, liet kardinaal Bertoldo Stefaneschi in 1291 een reeks van zes mozaïektaferelen aanbrengen met scènes uit het leven van Maria. Deze zijn ontworpen door de schilder Pietro Cavallini in een stijl die protorenaissance wordt genoemd. De personages zijn levensecht voorgesteld; ze handelen in een realistisch decor dat is weergegeven in (nog niet correct) perspectief.
De eerste en de laatste scène zijn te vinden onder de profeten op de triomfboog, en de vier tussenliggende in de apsis. Van links naar rechts stellen ze voor: onder de profeet Isaia op de triomfboog: de geboorte van Maria; in de apsis: de de Boodschap aan Maria; de geboorte van Christus. Onder Maria zijn de woorden "Taberna meritoria" te lezen: een verwijzing naar de legende dat de oliebron was ontsprongen bij een verblijf voor veteranen; de aanbidding van de Drie Koningen die hun geschenken aanbieden; de opdracht van Jezus in de tempel; onder de profeet Jeremia op de triomfboog: de Tenhemelopneming van Maria. Als een kleine menselijke figuur voorgesteld wordt haar ziel door Christus ten hemel gevoerd.
Daaronder is een vierkant mozaïekpaneel dat nogmaals Maria en haar Kind afbeeldt met daarnaast de heiligen Petrus en Paulus. Daaronder knielt de opdrachtgever, kardinaal Bertoldo Stefaneschi (in kleinere afmetingen) naast zijn wapenschild.
Links en rechts van het mozaïekpaneel van Stefaneschi stellen fresco's van circa 1600 engelen voor met de symbolen van de mysteriën van Maria.
Kapellen In de 16de en 17de eeuw zijn aan het basilicaplan zijkapellen toegevoegd. De bekendste liggen aan de linkerzijde: de Cappella della Clemenza en de Avila-kapel.
Cappella della Clemenza