thumb|Spaans wandkleed, 16e eeuw
Het woord antiek is een verzamelnaam voor oude kunst-, sier- en gebruiksvoorwerpen.
Criteria De belangrijkste criteria die bepalen of een voorwerp antiek is, zijn: Het voorwerp moet door mensenhand gemaakt zijn (met hooguit beperkt gebruik van machines). Het moet een zekere ouderdom bezitten. Doorgaans wordt daarbij uitgegaan van een leeftijd van 100 jaar; in bepaalde gevallen is een voorwerp echter al antiek als het 75 jaar oud is. Bij boeken geldt een wat minder streng criterium: zij zijn antiek als ze 75 jaar oud zijn. Boeken van recenter datum, die echter niet meer leverbaar zijn bij de uitgever, heten zeldzaam. Bij het zogenaamd modern antiquariaat (of "ramsj") is er in het geheel geen ouderdomscriterium: hier gaat het om (recente) uitgeversrestanten die voor een fractie van de prijs worden verkocht.
Antiek en oude kunst Antiek dient te worden onderscheiden van kunst. Van het laatste is sprake als het voorwerp van een uitzonderlijke en unieke kwaliteit is. Bij antiek is dat doorgaans niet het geval; weliswaar kan er uitstekend vakmanschap aan ten grondslag liggen, maar overigens is de ouderdom belangrijker dan de kunstzinnige waarde. Een Van Gogh is een kunstwerk, geen stuk antiek. Een aardig schilderij uit dezelfde tijd, dat op geen artistieke kwaliteiten aanspraak kan maken, is wel antiek.
Het onderscheid is soms moeilijk te maken, met name waar het om gebruiksvoorwerpen gaat die door hun design beroemd zijn geworden. De Rietveldstoel uit 1918, glaswerk van Chris Lebeau uit de jaren twintig of oud batikwerk uit Indonesië kunnen, indien het ouderdomscriterium niet al te streng wordt toegepast, als antiek worden beschouwd. Evengoed kunnen ze echter als kunstwerk worden opgevat.
Categorieën Enkele veelvoorkomende soorten van antiek zijn de volgende.
Schilderijen Schilderijen kunnen uiteraard kunst zijn (als zij artistieke waarde hebben) en ook antiek (als zij aan het ouderdomscriterium voldoen). De veelgehoorde uitdrukking "kunst en antiek" suggereert dan ook ten onrechte dat het hier om twee categorieën zou gaan die elkaar uitsluiten.
De waarde van een antiek schilderij is, los gezien van de artistieke waarde, afhankelijk van onder meer de staat waarin het verkeert, het onderwerp (hier zijn modetrends herkenbaar) en de toepasselijkheid (vaak is een schilderij dat een bepaalde lokaliteit weergeeft, in de regio zelf meer gewild dan elders).
Ook gravures, meestal etsen, worden veel door antiquairs verhandeld. Dit betreft algemeen plaatwerk, stadsgezichten, kaarten en kopieën van schilderijen. Sommige etsen zijn na het drukken met de hand ingekleurd. Omdat etsen reproduceerbaar zijn en dus minder zeldzaam dan schilderijen, zijn ze over het algemeen veel goedkoper. Oude boeken en atlassen bevatten eveneens vaak gravures, die soms los verhandeld worden.
Meubilair Meubilair wordt wel gezien als verlengstuk van de architectuur, zij het dat meubels dan het beweeglijke deel vormen. (Het Latijnse mobilis, "beweeglijk", verwijst wellicht naar die verplaatsbaarheid, hoewel ook wel is verondersteld dat het herinnert aan de reiskisten die hooggeplaatsten in de Middeleeuwen op hun reizen meenamen om hun bezittingen te vervoeren.)
Aangezien meubels vaak van hout zijn gemaakt, waren zij vergankelijk. De meeste stammen uit de periode van de Gotiek of uit later perioden. Daarbij is de periodisering deels afhankelijk van het land van herkomst: zo spreekt men in Engeland van stijlen als Regency of George III, terwijl op het vasteland van Europa stijlen als Louis XVI bekender zijn.
Bij meubilair, maar ook bij andere vormen van antiek, moet nog de Amerikaanse koloniale stijl worden genoemd. Die benaming zou verwarring kunnen wekken: zij verwijst naar de periode waarin de huidige Verenigde Staten zelf nog een kolonie waren.
Oudere meubelen zijn vaak zwaar, ze werden aanvankelijk zelfs uit een enkel stuk hout vervaardigd, en er kwam nog geen metaal aan te pas. In de 17e eeuw deden gevorderde technieken hun intrede: het houtdraaien maakte lichtere uitvoeringen mogelijk, bekledingen werden geïntroduceerd, en versieringen (vergulden, lakken) werden toegepast.
De gebruikte houtsoorten zijn, met name tot 1750, vaak inheems geweest. In Nederland werd veel eikenhout gebruikt, in de Scandinavische landen lag het accent veeleer op vuren. Dit maakt het determineren van de herkomst van een meubel makkelijker. Allengs werd echter ook hout uit de koloniën gebruikt, wat uiteraard vooral voor duurdere stukken gold. Het hout kan op allerlei wijzen bewerkt zijn, maar vaak is het patina, de diepe tint die het materiaal in de loop der eeuwen kreeg, van grote waarde.
Meubilair valt in enkele hoofdgroepen uiteen.
Zitmeubels Zitmeubels kunnen variëren van eenvoudige houten krukjes tot stoelen en banken; bekleding en versiering worden in de loop der eeuwen vaak verfijnder en kostbaarder.
Tafels Een tafel kon gebruikt worden om er aan te eten, maar ook om aan te schrijven. Vanaf het middeleeuwse begin, met de eenvoudige schragentafels, via kloostertafels, ontstaan ingewikkelde soorten. Een hangoortafel is veelal ovaal, en de uiteinden kunnen worden neergeklapt; een gatelegtafel heeft draaiende pootconstructies. In de 18e eeuw deed zich een tendens naar intimiteit voor: eettafels, die voorheen nogal groot waren geweest, werden nu juist in kleinere uitvoeringen vervaardigd.Naast de genoemde vormen bestaat er nog een veelheid aan variatie, van toilet- tot dien-, bijzet- en schaaktafels.
Bergmeubels thumb|Theekist (Engels) De eerste bergmeubels waren waarschijnlijk opbergkisten (zie boven), die allengs poten kregen. Vervolgens werden deze kasten hoger uitgevoerd, of kregen ze een opbouw; verplaatsing was niet langer een doel. Het gebruik werd specialistischer: er ontstonden linnen- en garderobekasten, vaak met deuren, maar daarnaast kwamen ladekasten in zwang, waarvan de tafelachtige commode een voorbeeld was. Kabinetten werden ontworpen voor het opbergen van waardevolle papieren of kostbaarheden. Wilde men die kostbaarheden ook nog laten zien, dan deed een vitrinekast dienst: vaak bevond zich alleen in deuren, aan de voorkant, glas. Aan de wand van een eetkamer bevond zich een dressoir (Engels: dresser); daarin werd serviesgoed bewaard, maar het dressoir diende ook als serveertafel. Boekenkasten konden deel uitmaken van een groter geheel (dan hadden ze bijvoorbeeld een onderstel van laden); de bovenkast was vaak van glas voorzien. In 1808 werd een variant uitgevonden die om zijn as kon draaien en daardoor vier rijen boeken kon tonen: de boekenmolen.
Schrijfmeubelen Schrijfmeubelen ontstonden in de 17e eeuw. Zij kunnen een schuin opstaand blad hebben, dat in neergeklapte positie te gebruiken is als schrijfblad; maar er zijn ook modellen (de zogenaamde escritoires of secretaires) waarvan het blad verticaal naar boven klapt, en dus ogenschijnlijk een deel van de staande wand van het meubel vormt.
Ook voor de 17e eeuw werd er uiteraard al geschreven, en de gewone tafels ontwikkelden zich in de 16e eeuw tot speciale schrijftafels, vaak met een licht hellend blad en met laden onder dat blad. Ze stonden, zoals andere tafels, op vier poten. Later kwam het bureau zoals wij dat kennen: een blad dat aan weerszijden werd gestut door een ladenkolom.
Overig meubilair Naast de genoemde hoofdgroepen valt nog aan een grote verscheidenheid andere meubels te denken. Bedden konden zeer fijn bewerkt zijn, en bekende vormen aannemen, zoals het hemelbed en het bootbed (dat laatste werd zo genoemd vanwege de zijkanten, die cirkelsegmenten vormden: het midden daarvan was lager dan hoofd- en voeteneinde). Etagères, (muziek)standaards, dienbladen, spiegels, wastafels, kamer- en haardschermen zijn enkele andere voorbeelden van meubilair.
Klokken, horloges, instrumenten Klokken Uit de Oudheid stammen zonnewijzers en waterklokken, terwijl over de vroege Middeleeuwen weinig bekend is.
Een klok is zowel een mechaniek als een meubelstuk. Mechanische klokken zijn vanaf de 13e eeuw bekend. De eerste mechanieken werden door gewichten gaande gehouden; aan het begin van de 15e eeuw kwam het veermechanisme in gebruik, en in de 17e eeuw deden zich grote technische vorderingen voor.
Enkele hoofdtypen die kunnen worden onderscheiden, zijn: wandklokken (zoals in de Nederlanden de stoelklok of in Europa de lantaarnklok), staande klokken (zoals het Amsterdams staand horloge), tafelklokken en rijtuigklokken. De laatste hadden een draaggreep voor het vervoer, en dikwijls hoort er een etui bij.
Een bijzonder voorbeeld is nog de chronometer: zo leidde de uitvinding van de scheepschronometer tot preciezer metingen op zee.
Regulateurs zijn precisiemechanismen die door een aanpassing in de slinger een verbetering waren op de reeds bestaande klokken. Het zijn zeer herkenbare hangende klokken door hun rechthoekige vorm en deur welke voor de hele kast geplaatst is. Ze zijn er in vele uitvoeringen, van heel sober met alleen een sokkel tot klokken met bijvoorbeeld een jachttafereel als kroon en knoppen en druppels aan de onderkant van de kast en sokkel. Zie ook bijvoorbeeld de paardjesklok.
In de 17e eeuw werd nog een vergelijkbaar instrument uitgevonden, dat niet de tijd mat maar de luchtdruk, en daarmee een weersverwachting gaf: dat was de barometer.
In de 19e eeuw werden nog veel andere hoogwaardige mechanische instrumenten vervaardigd, van sextanten tot precisieweegschalen, die in de antiekmarkt erg gewild zijn.
Horloges De uitvinding van het veerwerk maakte de ontwikkeling van zakhorloges mogelijk, die in de 16e eeuw ontstonden; hun opvolgers, de polshorloges, dateren van het begin van de 20e eeuw.
Jukeboxen Jukeboxen, muziekkasten die vinyl kunnen afdraaien, kunnen als antiek worden bestempeld wanneer zij de leeftijd van 65 jaar hebben bereikt. Deze apparaten kunnen door middel van een keuzeselectiesysteem 45 en 78 toerenplaten afspelen, doorgaans door middel van betaling. Hoewel jukeboxen nog in menig huiskamer staan, begint de verkoop ervan langzaam te slijten, omdat de bekendste Amerikaanse producent Wurlitzer, deze niet meer produceert. Andere, nog in de handel zijnde jukeboxen zijn Rock Ola, AMI en Seeburg.
Kleden, tapijten, textiel thumb|Spaans wandkleed, Victoriaanse tijd thumb|Frans wandkleed 15e eeuw Het verschil tussen kleden en tapijten betreft de afmetingen: kleden zijn niet groter dan ruwweg 2½ bij minder dan 2 m. Is die breedte ongeveer 1 m, dan is het een loper.
Grondstoffen kunnen sterk variëren; met name zijn natuurlijke materialen gebruikt: wol, katoen, zijde. Dit geldt natuurlijk met name voor de tapijten die in vele landen reeds uit de 3e eeuw voor onze jaartelling bekend zijn.
Het gebruik van tapijten is hetzij als vloerbedekking of als wandversiering; in het laatste geval wordt vaak gesproken van gobelins. Wandtapijten dateren vanaf het eind van de Middeleeuwen.
De weefvormen vallen in twee hoofdgroepen uiteen. Platte weefsels zijn een samenstel van haaks op elkaar geweven draden, schering en inslag; kleden met pool hebben opstaande draden, de schering, vaak van wol en op maat geknipt, staat rechtop.
Oosters Bij de bekende oosterse kleden en tapijten wordt al gauw aan producten van Perzische oorsprong gedacht, maar de herkomst kan variëren: zij komen evenzeer uit Turkije, Turkmenistan, de Kaukasus en het Verre Oosten.
Een Perzisch tapijt van voor 1800 is vaak groot van afmeting, van wol of zijde geweven, soms met metaaldraad daardoorheen. Tussen 1800 en 1850 is de kwaliteit veel minder, maar na 1850 worden hoogwaardige tapijten gemaakt voor de export naar het Westen. Er zijn dan twee soorten: die welke van stammen afkomstig zijn en waarnaar ook nu nog veel vraag is, en die uit de steden. Rond 1880 worden westerse motieven waarneembaar, zoals bloemen.