De Tweede Italiaans-Ethiopische Oorlog was de strijd om Ethiopië tussen het fascistische koninkrijk Italië en het Ethiopische Keizerrijk in 1935-1936. De oorlog duurde zeven maanden en leidde tot de Italiaanse bezetting van Ethiopië. De inval werd door de Volkenbond als agressie van Italië bestempeld, maar de hierom door de Volkenbond opgelegde sancties bleken niet efficiënt. Tezamen met de Japanse inval in China toonde deze oorlog de machteloosheid van de Volkenbond aan. Vanaf dat moment werd de bond, die door veel landen sowieso al werd gezien als het verlengstuk van Groot-Brittannië en Frankrijk, niet meer serieus genomen. Voor nazi-Duitsland vormde dit de lakmoesproef met het oog op de geplande eigen agressie tegen Oostenrijk en Tsjecho-Slowakije en de herbezetting van het Rijnland.
Voorgeschiedenis Italië had onder Mussolini de ambitie zich te ontwikkelen tot een grote mogendheid. Het bezat immers een permanente raadszetel in de Volkenbond, het Italiaanse fascisme werd door velen als voorbeeld beschouwd en binnenlands heersten orde en gezag. Italië bezat daardoor internationaal een belangrijke stem in het kapittel. In 1934 nog had Mussolini Oostenrijk beschermd tegen Duitse agressie en daarmee een diplomatieke overwinning behaald. Het leek onwaarschijnlijk dat Italië Ethiopië zou willen aanvallen; in 1923 had Italië nog geijverd voor de toelating van Ethiopië tot de Volkenbond. In 1928 was de verhouding bekrachtigd door een vriendschapsverdrag.
Mussolini leek hier aanvankelijk tevreden mee, maar het Italiaanse koloniale rijk stelde in zijn ogen toch te weinig voor vergeleken met dat van Groot-Brittannië en Frankrijk. Zelfs landen als Nederland en België hadden grotere koloniale rijken. Ethiopië was het makkelijkst te bezetten en bovendien vrijwel het enige onafhankelijke land dat nog over was in Afrika. Bovendien had Italië in de Eerste Italiaans-Ethiopische Oorlog in 1896 een nederlaag geleden bij Adwa, aan de Eritrees-Ethiopische grens en die wilde Mussolini wreken.
In december 1934 kwam zijn kans toen Ethiopische troepen slaags raakten met Somalische troepen onder Italiaanse vlag, bij de Walwal-oase in de Ogaden-woestijn. De grens was niet duidelijk vastgelegd en beide zijden meenden op eigen grondgebied te zijn. Het was maar een klein incident, dat beide landen makkelijk onderling of via de Volkenbond hadden kunnen oplossen. Bovendien vereiste het verdrag uit 1928 dat een dergelijke zaak ter arbitrage zou worden voorgelegd. In plaats daarvan verkoos Mussolini de zaak te laten escaleren door steeds zwaardere eisen te stellen. De plaatselijke gouverneur moest persoonlijk naar de Walwal-oase komen en de Italiaanse vlag groeten. Bovendien moest Ethiopië schadevergoeding betalen, liefst natuurlijk in natura in de vorm van gebiedsafstand.
Haile Selassie reageerde met het aanhangig maken van de kwestie bij de Volkenbond, maar hij trachtte ook Mussolini te paaien door hem een gebied bij de Walwal-oase aan te bieden, maar Mussolini liet de Regia Marina zijn troepen naar Eritrea verschepen en weigerde iedere toenadering. Ook nadat een commissie van de Volkenbond in het voordeel van Ethiopië uitspraak had gedaan betreffende Walwal, bleef Italië op basis van secundair ingebrachte klachten en eisen zich agressief opstellen.
In september 1935 leek het erop dat de Volkenbond krachtig zou optreden tegen Italiaanse agressie. De Britse minister van buitenlandse zaken Samuel Hoare, 1st Viscount Templewood hield een vlammend betoog in de Volkenbond, en een Britse vloot voer de Middellandse Zee in. Mussolini wist echter dat dit te maken had met een vlootoefening die sowieso al gepland was en dat de vloot slecht uitgerust was. Hij was dan ook niet onder de indruk. Op 3 oktober 1935 vielen Italiaanse troepen Abessinië (het huidige Ethiopië) binnen vanuit Italiaans-Somaliland en Eritrea.
Van Italiaanse zijde werd ter rechtvaardiging van het militair optreden aangevoerd dat Italië in Ethiopië de slavernij beoogde af te schaffen: er bestond inmiddels een mondiaal verdrag tegen slavernij, de Internationale Slavernij-Conventie uit 1926, maar de Volkenbond bleek niet bij machte de naleving daarvan af te dwingen. Groot-Brittannië, Frankrijk en Italië, wier koloniën het land destijds omringden, hadden reeds in 1906 onderling een tripartiete verdrag gesloten omtrent hun aspiraties.
Na de inval in oktober 1935 werden inderdaad twee wetten uitgevaardigd, een reeds in oktober 1935 en vervolgens een in april 1936 om slaven in het land te bevrijden. Italië zou daarmee tijdens de korte bezetting van Ethiopië 420.000 slaven hebben bevrijd.
Paus Pius XI steunde het invasieplan en schakelde de zondagsmis in om te helpen met het mobiliseren van soldaten.Ian Campbell, Holy War. The Untold Story of Catholic Italy's Crusade Against the Ethiopian Orthodox Church, 2022. De voorheen amicale relaties met de Ethiopisch-Orthodoxe Kerk ruimden plaats voor een agressief beleid gericht op eliminatie. Italiaanse troepen zouden honderden kerken verwoesten en duizenden geestelijken standrechtelijk executeren.
De eerste fase thumb|Italiaanse artillerie in de provincie Tembien in 1936 Het conflict eiste van Italië een aanzienlijke oorlogsinspanning. Het Ethiopische leger kon honderdduizenden mannen in het veld brengen, voorzien van lichte infanteriewapens, met een uitstekend moreel en goed op de hoogte van het lokale terrein. Daarom was het nodig een half miljoen Italianen naar Eritrea te verschepen. Als de Britten het transport door het Suezkanaal geblokkeerd hadden, zou dat het Italiaanse leger voor onoverkomelijke logistieke problemen gesteld hebben. De grote vrees van het Italiaanse opperbevel was dat de strijd meteen zou ontaarden in een slepende guerrilla zodat de ellende die men tijdens de jaren twintig in Libië te verduren had gehad zich zou herhalen maar dan op een veel grotere schaal. Daarom hoopte men de Ethiopiërs te verleiden tot een concentratie van de hoofdmassa van hun leger en een beslissende veldslag. Die zou men kunnen uitlokken door een korte opmars de hoogvlakte op.
De Italiaanse colonnes rukten op vanaf 3 oktober 1935 en met hen ook de Eritreeërs, die de kans om zich op hun oude vijand Ethiopië te wreken met beide handen aangrepen. De Eritreeërs waren geconcentreerd in speciale divisies die een zeer belangrijke bijdrage aan de strijd zouden leveren. Ook opstandige stammen binnen Ethiopië, zoals de Galla, sloten zich bij de aanvallers aan. Onder de Italiaanse troepen bevonden zich divisies zwarthemden. Hoewel goed uitgerust waren die weinig professioneel en slecht gedisciplineerd. Ze raakten snel gedemoraliseerd door tegenslagen. Haile Selassie had grote gebieden aan zijn grenzen ontruimd om de Italianen niet te prikkelen en aanvankelijk ontmoetten de legers weinig weerstand. left|thumb|De eerste fase De Ethiopiërs hadden 400.000 geweren. Adolf Hitler had de Ethiopiërs 16.000 geweren en 600 machinegeweren geleverd, omdat hij hoopte dat Italië verzwakt zou zijn tegen de tijd dat hij zelf Oostenrijk zou binnenvallen. Logistiek en bevoorrading van de Ethiopische legers was in alle opzichten verouderd en gebeurde grotendeels met paard en wagen. Haile Selassie kondigde aan dat iedere getrouwde krijger zijn vrouw moest meenemen en iedere ongetrouwde krijger een willekeurige ongetrouwde vrouw mocht uitkiezen, zodat de vrouwen voor het eten konden zorgen. De soldaten waren ondervoed. Na een geleverde strijd keerden zij vaak terug naar hun dorp. In man-tegen-mangevechten en hinderlagen konden ze de Italianen verslaan, maar in het open veld waren de Italianen superieur aan de Ethiopiërs. Bovendien beschikten de Italianen over een moderne luchtmacht Regia Aeronautica van 390 vliegtuigen, terwijl de Ethiopiërs maar 13 vliegtuigen en vier piloten hadden: drie verouderde Potez 25 tweedekkers en de rest transportvliegtuigen voor gewonden. Na drie dagen oorlog hadden de Italianen Adwa veroverd door deze stad vanuit de lucht te bombarderen. Vittorio, de zoon van Mussolini en zelf oorlogsvlieger, vond het erg vermakelijk om Ethiopische soldaten vanuit de lucht te bombarderen of te beschieten. Vanuit de lucht zag hij de soldaten alle kanten opvluchten, wat volgens hem leek op "een bloem die plotseling opbloeit". Toch ging de opmars niet van een leien dakje. Het slechte wegennet werkte in het nadeel van de gemotoriseerde Italiaanse troepen. Bovendien bleven de Ethiopiërs fanatiek weerstand bieden. Bij een berucht incident maakten ze zelfs met blote handen de rupsbanden van twee lichte tanks onklaar, bogen de machinegeweerlopen krom en rukten de bemanningsleden eruit om ze ter plaatse te onthoofden.
Begin december 1935 waren de Italianen 130 kilometer opgerukt. Op dat moment voerden de Ethiopiërs hun Kerstoffensief uit, over drie aanvalsassen met 180 000 man oprukkend om vooruitgeschoven Italiaanse eenheden te overrompelen en de flanken aanvallend om hun aanvoerlijnen af te snijden. Verschillende Italiaanse eenheden werden gedwongen met zware verliezen terug te trekken. Het lukte de Ethiopiërs echter niet hun aanvallen goed te coördineren. Ze poogden daartoe wat radioapparatuur in te zetten maar de Italianen luisterden hun berichten af en kwamen zo eenvoudig op de hoogte van de vijandelijke plannen. Door een gebrek aan vuurkracht mislukte het offensief uiteindelijk. Het leidde echter tot grote spanningen binnen het Italiaanse opperbevel en een ingrijpen van de geërgerde Mussolini.
Internationale reactie thumb|Hulpgoederen voor de Ethiopiërs De Volkenbond reageerde met handelssancties, maar Frankrijk bleef wegens economische redenen handel voeren met Italië. De sancties zouden, zelfs al waren ze uitgevoerd, bovendien niet erg effectief zijn geweest: ze omvatten onder andere ezels en aluminium, die Italië zelf voldoende bezat, verder nikkel, tin en rubber, maar geen kolen, ijzer, staal en olie. De olie-exporterende leden van de Volkenbond wisten namelijk dat Italië hoe dan ook olie uit de Verenigde Staten kon kopen en redeneerden dat een olie-embargo zich dus tegen henzelf zou keren. Bovendien zou een te streng embargo wellicht leiden tot een escalatie van de oorlog naar het Europese vasteland. Om dezelfde reden durfden de Britten niet het Suezkanaal voor Italiaanse (troepen)schepen te sluiten, wat direct een einde aan het militaire avontuur zou hebben gemaakt. Niettemin vormden de sancties wel koren op de molen van Mussolini, die er zijn populariteit mee opkrikte. Hij riep zijn volk op tot het brengen van "offers" nu de Britten en Fransen Italië zijn plaats onder de zon misgunden. Italiaanse echtparen leverden spontaan hun gouden huwelijksringen in in ruil voor stalen om zo de oorlog te helpen financieren.
De Britse minister Hoare, die op 11 september 1935 nog zo'n vlammend betoog in de Volkenbond had gehouden, had inmiddels met zijn Franse collega Laval een vredesplan - het Hoare-Lavalplan - ontworpen dat grote delen van Ethiopië aan Italië zou toekennen. 150.000 vierkante kilometer Ethiopisch grondgebied zou volledig worden afgestaan en nog eens 400.000 vierkante kilometer zou praktisch onder Italiaanse controle komen. Ethiopië zou worden teruggebracht tot een rompstaat in de Ethiopische hooglanden. In ruil hiervoor zou Ethiopië een haven aan en een corridor naar de Rode Zee krijgen; waarschijnlijk zou het daarbij gaan om Zeila in Brits-Somaliland.
Dit plan zou later aangehaald worden als een schoolvoorbeeld van het wijken van het ideaal van internationale samenwerking voor eigenbelang. De Britten waren de oorlog zat, en de Fransen waren bang dat de hele episode Italië in de armen van Duitsland zou drijven.