thumb|'t Maarlant aangeduid op de kaart van Brill (Brielle/Den Briel), Atlas van Loon, 1649 thumb|Vreemde volkeren in Der naturen bloeme thumb|God schept de wereld in de Rijmbijbel thumb|Jacob van Maerlant voor het stadhuis van Damme
Jacob van Maerlant (Brugse Vrije, ca. 1230-1235 – ca. 1288-1300)Geboortejaar en sterfjaar zijn niet onomstreden. Strikt genomen is er geen enkel biografisch houvast om ca. 1235 als geboortejaar te veronderstellen. Het probleem van zo'n circa-'oplossing' is dat onwetenden er kritiekloos in geloven, 'ca.' weglaten (omdat een 'tijdbalk' geen 'ca.' accepteert, en dit als een vaststaand feit beschouwen. Jacobs sterfdatum wordt doorslaggevend beïnvloed door zijn verondersteld auteurschap van het strofische gedicht Vanden lande van over zee. Dat auteurschap is echter allerminst zeker. Wél zeker is dat Jacob in 1288 te moe, oud of ziek was om zijn werk aan de "Spiegel historiael" voort te zetten. Veiliger en misschien ook verstandiger is het om Jacob in dat jaar te laten sterven. was een Vlaams dichter uit de dertiende eeuw en een van de belangrijkste Middelnederlandse auteurs. In de overgeleverde manuscripten wordt zijn naam gespeld als Jacob van Merlant.Bijvoorbeeld: "Jacob van Merlant die dit dichte" (Der Naturen Bloeme, vers 1) en "Jacop van Merlant wille hier af / Dichten [...]" (Sinte Franciscus' leven, vers 74-75) Met zijn meer dan 230.000 verzen was hij ook een van de productiefste middeleeuwse auteurs. Zijn belangrijkste werken zijn adaptaties uit het Frans en het Latijn. Van hem komen de gevleugelde uitdrukkingen "Walsche valsche poeten"Walsch is hier echter Frans, niet Waals. Van Maerlant distantieert zich in zijn in de volkstaal geschreven Spieghel historiael van de in zijn ogen nutteloze Franse dichtkunst met de uitspraak "die scone Walsche valsche poeten die meer rimen dan sie weten." Met zijn werk dacht hij Karel de Grote meer eer aan te kunnen doen dan de Franse dichters in hun ridderromans. en "Ende omdat ik Vlaminc ben".
Levensloop
Omdat er geen rekeningen, oorkonden of andere documenten zijn overgeleverd waarin de naam van Jacob van Maerlant voorkomt, moeten de literatuurhistorici zijn biografie uit zijn werk afleiden.
Het geboortejaar van Jacob van Maerlant is onbekend, maar de meeste schattingen komen uit op circa 1230-1235.Maerlants wereld 1996, p. 19,32; Oostrom 2006, p. 515-516 Zijn taalgebruik wijst duidelijk in de richting van de Westhoek en daarom is het waarschijnlijk dat hij daarvandaan kwam.Van de Berg & Berteloot 1993; Oostrom 1993, p. 197-198
Uit zijn werk, dat voor een deel gebaseerd is op Latijnse voorbeelden, blijkt dat hij een gedegen opleiding heeft gekregen, mogelijk aan de kapittelschool van Sint-Donaas in Brugge of in de cisterciënzerkloosters van Ter Doest en Ten Duinen – drie instellingen die nauw met elkaar in contact stonden.Maerlants wereld 1996, p. 19-80
Omstreeks 1260 werd hij koster in het plaatsje Maerlant (uit maar ‘meer, plas, waterloop’ + land)Gerald en Kees , art. ‘Maarland’, in Nederlandse plaatsnamen verklaard, Rotterdam: Mijnbestseller.nl, 2018. op Voorne, vlak bij Brielle. Hier schreef of voltooide hij Alexanders geesten, het vroegste werk dat van hem is overgeleverd.
Na zijn overlijden omstreeks 1300 werd hij begraven in de Onze-Lieve-Vrouwekerk van Damme. Op de grafplaat stond Jacob van Maerlant, bril op de neus, een boek op een lezenaar te bestuderen. Op deze lezenaar stond een uil afgebeeld, met de woorden Uyl en spieghel. Hierdoor ontstond het geloof dat dit om de grafsteen van Tijl Uilenspiegel ging, met een ware cultus als gevolg. Zelfs de tekst op de grafplaat werd in 1725 aangepast, naar Ghy voorbygaender, staet, siet hier Uylenspieghel; bidt Godt voor hem, hy was een recht cluytspeelder.C. CARTON, "Rapport présenté au comité directeur de la Société d'Emulation pour l'histoire et les antiquités de la Flandre Occidentale, sur les fouilles faites sous la tour de l'église de Damme, pour retrouver le tombeau de Jacques van Maerlandt", Annales de la Société d’émulation pour l’histoire et les antiquités de la Flandre occidentale, 1 (1839), 273-286.
Werk
In zijn eerste werken sloot Jacob van Maerlant aan bij de traditie van de ridderromans. Alexanders Geesten (geesten = daden die belangrijk genoeg zijn om herinnerd te worden; ontleend aan Oudfrans geste) was een biografie van Alexander de Grote in ruim 14.000 verzen. Andere werken in die traditie waren Historie van den grale, Merlijns boeck en de Istory van Troyen.
Rond 1270 keerde hij terug naar Damme.De 'historische' relatie met Damme is volstrekt onbewezen. Uit taalkundig onderzoek van de bovenste plank blijkt dat Jacob vrijwel zeker geboren is in West-Vlaanderen, vermoedelijk (iets) ten zuiden van Brugge: Evert van den Berg & Amand Berteloot, 'Waar kwam Jacob van Maerlant vandaan?', in: Verslagen en mededelingen van de Koninklijke Academie voor Nederlandse taal- en letterkunde (nieuwe reeks). Jaargang 1993. Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde, Gent 1993 Daar ontstond Der naturen bloeme (naar De natura rerum van Thomas van Cantimpré), de eerste natuurencyclopedie in de volkstaal. In 1271 bewerkte hij de Historia scholastica van Petrus Comestor tot Rijmbijbel, een vertelling van de Bijbelse geschiedenis in de Nederlandse volkstaal. Hiertegen bestond in de leiding van de Rooms-Katholieke Kerk weerstand, omdat zo de Bijbel voor grote groepen gelovigen leesbaar werd.
Van 1285 tot 1288 werkte Jacob van Maerlant in opdracht van de Hollandse graaf Floris V aan zijn (laatste en) grootste werk, de Spiegel historiael, een selectieve vertaling/bewerking van de Latijnse, geschiedkundige encyclopedie Speculum historiale, samengesteld en geredigeerd door een werkgroep Dominicanen onder leiding van Vincent van Beauvais in opdracht van de Franse koning Louis IX alias Lodewijk de Heilige. De ‘tweede partie’ sloeg Jacob over, en die werd (gelijktijdig?) vertaald door Philip Utenbroeke. Halverwege de ‘vierde partie’ legde Jacob de pen neer. Deze werd later voltooid door Lodewijk van Velthem, die er vervolgens nog een vijfde en laatste partie aan toevoegde.
In de loop der jaren zou Jacob van Maerlant zich steeds meer distantiëren van de Franse literatuur, die hij historisch en tekstueel onbetrouwbaar achtte. In zijn ogen zouden de Franstalige poëzie en romans te veel de schoonheid en rijmelarij nastreven in plaats van de (feitelijke) waarheid weer te geven. Deze kritiek verwoordde hij in de regels: die scone Walsche valsche poeten / die meer rimen dan si weten.Spieghel Historiael, IV1, 29, v. 27-28 Dit klinkt door in de strijdkreet die volgens Bernardus van Ieper in de Brugse Metten gebruikt werd: Scilt ende vrient, wat walsch es valsch eyst, slach al doot. "Wat Walsch is, valsch is" werd een regelmatig geuite slagzin bij flaminganten.Van Mierlo, Jozef, Jacob van Maerlant. Zijn leven, zijn werken, zijn beteekenis, Proost, Turnhout, 1946 (dbnl). Gearchiveerd op 7 mei 2021. Bij Maerlant sloeg de betichting van valsheid specifiek op Fierabras, de Vier Heemskinderen, Van den bere Wisselau en Willem van Oringen. Aangezien van dat laatste werk geen Franse versie bekend is, Geen directe bron, zoals bij andere vertalingen/bewerkingen van teksten uit de wereld van Charlemagne, maar over Guillaume d'Orange is een zeer populaire 'cycle' geschreven, waaruit de bewerker een keuze gemaakt zal hebben. mag worden aangenomen dat Maerlant impliciet ook Middelnederlandse teksten viseerde. De waarheid moest volgens hem gezocht worden bij Latijnse auteurs zoals Einhard en Sigisbert van Gembloers.Erik Kooper (red.), Medieval Dutch Literature in Its European Context, 2006, p. 81-82
Het doctoraal onderzoek van Van Anrooij bracht aan het licht dat Jacob van Maerlant tevens de auteur is van het tot dan anonieme Van neghen den besten.W. VAN ANROOIJ, Helden van weleer. De Negen Besten in de Nederlanden (1300-1700), Amsterdam, 1997. Dit zou zijn laatste werk zijn. Het is een van de weinige werken met Europese verspreiding waarvan de brontekst in het Middelnederlands is geschreven. Het werk heeft een verregaande en langdurige invloed gehad op de erecode van de West-Europese ridderlijke elite.
Van Maerlants Vlaamse afkomst is zeker. Hij duidt zich in de proloog van zijn hagiografie Sinte Franciscus' leven aan met de bekende zinsnede "Ende omdat ik Vlaminc ben". Die was door hem bedoeld als verontschuldiging voor mogelijke dialectismen, maar wordt sindsdien vaak in een soort van guldensporengeest als wapenkreet gebruikt. Daarnaast wijst zorgvuldig onderzoek van zijn taaleigen en rijmen ondubbelzinnig in de richting van een West-Vlaamse geboortegrond.Van Oostrom, Frits: De vier best bewaarde geheimen over Jacob van Maerlant, Stichting Ons Erfdeel, Rekkem, 1993, p. 197. Gearchiveerd op 30 juni 2023.
Doordat Jacob van Maerlant zich in zijn werken van de volkstaal bediende, droeg hij veel bij aan de verbreiding van kennis over allerlei zaken. De Antwerpse dichter Jan van Boendale noemt hem in 1330 'vader der Dietse dichtren algader', 'de vader van alle dichters in het Nederlands'.
Overzicht van toegeschreven werken thumb|Der naturen bloeme, KB KA 16 in de traditie van de ridderromans Alexanders GeestenAlexanders geesten. Eerste deel 1860 op Google Books. Gearchiveerd op 12 augustus 2023.Alexanders geesten. Tweede deel 1861 op Google Books. Gearchiveerd op 12 augustus 2023. Historie van den grale Merlijns boeckMerlijn op Google Books. Gearchiveerd op 12 augustus 2023. Istory van TroyenDit is die istory van Troyen 1889-1902 op Google Books. Gearchiveerd op 25 juni 2023. natuurencyclopedie Der naturen bloemeDer naturen bloeme manuscript bij KB-galerijDer naturen bloeme 1857 op Google Books. Gearchiveerd op 12 augustus 2023. (1270) gewijde geschiedenis Scholastica (zgn. RymbybelRijmbijbel. Eerste deel 1858 op Google BooksRijmbijbel. Tweede deel 1859 op Google Books. Gearchiveerd op 12 augustus 2023.Rijmbijbel. Derde deel 1859 op Google Books. Gearchiveerd op 12 augustus 2023., 1271) Rymbybel van Jacob van Maerlant. Met voorrede, varianten van hss., aenteekeningen en glossarium op last van het Gouvernement en in naem der Koninklyke Akademie van Wetenschappen, Letteren en Fraeije Kunsten voor de eerste mael uitgeg. door J. David. 1858-1859 Eerste deel [Digitale versie) Tweede deel [Digitale versie) Derde deel [Digitale versie) thumb|Begin van Die Heimelicheit der heimelicheden - KB 76 E 5, folium 061v niet-gewijde geschiedenis Spieghel historiaelSpieghel historiael. Eerste deel 1859 op Google BooksSpieghel historiael. Tweede deel 1863 op Google BooksSpieghel historiael. Derde deel 1863 op Google Books (1288) hagiografie Sinte Franciscus' LevenLeven van Sint Franciscus. 1847 op Google Books. Gearchiveerd op 12 augustus 2023. (tussen 1275 en 1280) strofische gedichten Wapene MartijnWapene Martijn op Google Books (ca. 1266) (Eerste Martijn) (een strijdgedicht) Tweede Martijn Van der Drievoudecheide (Derde Martijn) Verkeerde Martijn Der Kerken clagheVan den lande van over-see en Der Kerken claghe, twee strophische gedichten. 1870 op Google Books (klacht tegen het zedenverval van de geestelijkheid) Van den lande van overzee (ca. 1291) (oproep tot een nieuwe kruistocht) andere Heimelykheid der heimelykhedenDe heimelijkheid der heimelijkheden. 1838 op Google Books (1266) (vorstenspiegel over de kunst van het regeren) Lapidarijs (verloren gegaan werk over de genees- en toverkracht van gesteenten) Leven van Ste. Clara Sompniariis (verloren gegaan werk over droomuitlegging) TorecRoman van Torec. 1875 op Google Books (ca. 1262) (een Arthurroman) Van neghen den besten (voor 1291)
Eerbetoon
Graf en standbeeld
De Uilenspiegelverering rond het graf van Jacob van Maerlant liep volgens de pastoor van Damme aan het einde van de achttiende eeuw uit de hand. Om er een eind aan te stellen, liet hij de grafzerk van de schrijver omdraaien.