Binnen de woordsoort van de telwoorden of numeralia in het Latijn kan men meerdere groepen onderscheiden : Hoofdtelwoorden (cardinalia), die een antwoord geven op de vraag 'hoeveel ?' Rangtelwoorden (ordinalia), die een antwoord geven op de vraag 'de hoeveelste ?' Verdelingsgetallen (distributia), die een antwoord geven op de vraag 'hoeveel telkens ?' Telbijwoorden (adverbia numeralia), die een antwoord geven op de vraag 'hoeveel keer ?'

Hoofdtelwoorden De hoofdtelwoorden in het Latijn zijn gedeeltelijk onveranderlijk (van 4-10, de tientallen, 100 en 1000), gedeeltelijk zijn ze veranderlijk (ze kunnen dus m.a.w. verbogen worden) : Van 1 tot 3 hebben ze een eigen verbuiging, waarin elementen van de eerste en tweede klasse en van de voornaamwoordelijke verbuigingen vermengd zijn. De honderdtallen volgen de verbuiging van bonus. Het meervoud van mille (1000) richt zich vooral naar de onzijdige substantieven van de derde verbuiging.

Numeralia : onverbuigbaar mannelijk vrouwelijk onzijdig mannelijk vrouwelijk onzijdig mannelijk vrouwelijk onzijdig nominativus unus una unum duo duae duo tres tres tria genitivus unius unius unius duorum duarum duorum trium trium trium dativus uni uni uni duobus duabus duobus tribus tribus tribus accusativus unum unam unum duos duas duo tres tres tria ablativus uno una uno duobus duabus duobus tribus tribus tribus één twee drie

Rangtelwoorden De rangtelwoorden gedragen zich als adjectieven en volgen het paradigma) bonus.

Numeralia : rangtelwoorden mannelijk vrouwelijk onzijdig mannelijk vrouwelijk onzijdig mannelijk vrouwelijk onzijdig nominativus primus prima primum secundus secunda secundum tertius tertia tertium genitivus primi primae primi secundi secundae secundi tertii tertiae tertii dativus primo primae primo secundo secundae secundo tertio tertiae tertio accusativus primum primam primum secundum secundam secundum tertium tertiam tertium ablativus primo primā primo secundo secundā secundo tertio tertiā tertio eerste tweede derde

Verdelingsgetallen De verdelingsgetallen gedragen zich, net zoals de rangtelwoorden, eveneens als adjectieven. Ze worden vanaf 5 gekenmerkt door het suffix -(e)ni, ~ae, ~a. Ze volgen ook het paradigma bonus.

Verdelingsgetallen komen uitsluitend in meervoudsvorm voor. Zij geven dus aan dat een getal voor ieder van de genoemde personen of zaken geldt.

Numeralia : verdeelgetallen mannelijk vrouwelijk onzijdig mannelijk vrouwelijk onzijdig mannelijk vrouwelijk onzijdig nominativus singuli singulae singulum bini binae bina terni ternae terna genitivus singulorum singularum singulorum binorum binarum binorum ternorum ternarum ternorum dativus singulis singulis singulis binis binis binis ternis ternis ternis accusativus singulos singulas singula binos binas bina ternos ternas terna ablativus singulis singulis singulis binis binis binis ternis ternis ternis elk één elk twee elk drie

Telbijwoorden De telbijwoorden gedragen zich als de gewone bijwoorden, en zijn bijgevolg onveranderlijk. Ze worden vanaf 5 gekenmerkt door het suffix -ies.

Zie ook Zie ook de tabel met numeralia in het Latijn voor een volledige lijst met de numeralia in al zijn verschijningsvormen. De telwoorden staan echter wel in de nominatief mannelijk enkelvoud (meervoud voor de verdelingsgetallen).

Categorie:Latijnse grammatica