Isabelle Anne Madeleine Huppert (Parijs, 16 maart 1953) is een Franse actrice en filmproducente.
Levensloop Ze groeide op in een vrijzinnige en onbezorgde familie uit de gevestigde burgerij. Haar moeder Annick is lerares Engels en haar vader Raymond is een fabrikant van veiligheidsinrichtingen. Isabelle is de jongste van de vijf kinderen uit het gezin. Ze heeft drie zusters (Jacqueline, Elisabeth en Caroline) en een broer (Rémi). Isabelle bracht haar kinderjaren door in Ville-d'Avray (Hauts-de-Seine) en ging naar de middelbare school in Saint-Cloud en het conservatorium van Versailles. Ze studeerde Russisch aan de Faculté de Clichy en volgde dramalessen aan het Conservatoire national d’art dramatique.
Isabelle heeft drie kinderen: Lolita (geboren op 1 oktober 1983), Lorenzo (geboren in januari 1988) en Angelo (geboren in september 1997). Ze woont in Parijs met haar man Ronald Chammah.
Haar filmdebuut was in Faustine et le bel été van Nina Companeez in 1972. In César et Rosalie door Claude Sautet uit 1972 speelde ze de jonge zuster van Romy Schneider. Ze werkte samen met regisseur Otto Preminger in Rosebud (1975) en met Bertrand Tavernier in Le Juge et l'Assassin (1976). Voor haar rol in Le Juge et l'Assassin won ze Le prix Suzanne-Bianchetti. In 1975 werkte ze samen met Liliane de Kermadec in Aloïse. Haar meest indrukwekkende rol uit de periode 1972-1976 was de laatste verschijning van 5 minuten in Les Valseuses van Bertrand Blier waarin ze de 16-jarige maagd Jacqueline speelde, een meisje dat in opstand kwam tegen haar ouders en sterft omdat ze wegliep met Gérard Depardieu, Miou-Miou en Patrick Dewaere.
Isabelle Huppert kende haar internationale doorbraak in 1977 met de Zwitsers/Franse film La Dentellière. Het was de meest besproken film op het Filmfestival van Cannes. In Violette Nozière, een film uitgebracht in 1978, zette ze opnieuw een sterke acteerprestatie neer. Ze werd al snel een van de drukste en meest gevraagde actrices in Europa. Van 1977 tot 1983 maakte ze zestien films in zes jaar tijd. Haar imago van postadolescent of tienerslachtoffer (onder meer in het sociaal drama Dupont Lajoie) leek permanent, ze bleef rollen aannemen in films als Les Indiens sont encore loin (1977), Retour à la bien-aimée (1979), Les Soeurs Brontë (1979), La Dame aux Camelias (1980), Les Héritières (1980), Les Ailes de la Colombe (1981) en de in een Franse Afrikaanse kolonie gesitueerde misdaadfilm Coup de torchon waarin haar personage altijd jong stierf. In die periode was ze voor het eerst te zien in een Hollywoodproductie : ze vertolkte de hoofdrol in de peperdure western Heaven's Gate die een van de grootste flops uit de Amerikaanse filmgeschiedenis werd en zo United Artists aan de rand van de afgrond bracht.
Na jaren werk voelde Huppert zich moe in de zomer van 1982. Ze vertrok na de opnames van La Truite naar Italië voor een persoonlijke reis van drie maanden ondanks het feit dat Diane Kurys, de regisseuse en scenarioschrijfster van Coup de foudre, haar dolgraag voor de rol van Lena in haar film wou. Isabelle twijfelde om de rol aan te nemen omdat ze ongerust was dat ze niet overtuigend een moeder kon spelen. Toch nam ze de rol aan, wat meteen het begin was van een hechte vriendschap met Diane Kurys.
Na La Femme de mon pote (1983) van Bertrand Blier stopte ze voor ongeveer negen maanden met werken om te bevallen van en te zorgen voor haar eerste kind, Lolita. Uit verschillende interviews uit die tijd blijkt dat ze heel onzeker was over haar plaats in de filmwereld. Ze had toen al in meer dan 30 films gespeeld en had desondanks nog geen César gewonnen. Ze begon aan zichzelf te twijfelen en ging naar de psycholoog.
Isabelle Huppert kwam er stilaan weer bovenop en ging weer aan het werk in het begin van 1984. Ze werkte vooral samen met hechte vrienden: met Christine Pascal in La Garce (1984), Josiane Balasko in Sac de nœuds (1985) en haar zuster Caroline Huppert in Signé Charlotte (1985). Ze deed mee in buitenlandse producties. Zo was ze te zien in de Australische film Cactus (1986) van Paul Cox en in de Amerikaanse thriller The Bedroom Window (1987) van Curtis Hanson. Ze speelde ook mee in Milan noir (1987), een film die werd geregisseerd door haar man Ronald Chammah. In 1987 verscheen ze hoogzwanger in het Poolse drama Les Possédés van Andrzej Wajda.
In de periode van 1983 tot 1987 leefde Huppert behoorlijk rustig, weg uit de kringen van de Franse cinema. Begin 1988 kreeg ze haar tweede kind, Lorenzo.
In 1988 maakte ze met Une affaire de femmes van Claude Chabrol haar rentree in de Franse cinema. Ze won voor haar rol van aborteuse de prijs voor de beste actrice op het Filmfestival van Venetië. Tien jaar na Violette Nozière werd ze herenigd met Claude Chabrol en ze gingen steeds vaker samenwerken. Ze vertolkte hoofdrollen voor hem in Madame Bovary (1991), La Cérémonie (1995) en Rien ne va plus (1997). Voor haar rol in La Cérémonie won Huppert niet alleen voor de tweede keer de prijs voor de beste actrice op het Filmfestival van Venetië maar ook haar eerste César en dat na zeven nominaties in de voorbije 20 jaren. In haar toespraak bij de uitreiking was ze haar regisseur Chabrol zeer erkentelijk.
Isabelle Huppert bleef samenwerken met buitenlandse regisseurs zoals met de Duitser Werner Schroeter in Malina (1991), de Oekraïner Igor Minayev in L’Inondation (1994), de Amerikaan Hal Hartley in Amateur (1994) en de Italiaanse broeders Paolo en Vittorio Taviani in Le affinità elettive (1996). Verder zijn een aantal van haar Franse films uit die tijd het vermelden waard: Après l'amour (1992) van Diane Kurys en La Séparation (1994) van Christian Vincent. Ze maakte ook een terugkeer naar het theater met Un mois à la campagne in 1988, Orlando in 1993 en 1994 en Mary Stuart in het London Royal National Theater in 1996.
Na de geboorte van haar derde kind Angelo in 1997 werd Isabelle herenigd met Benoît Jacquot. Ze maakte in 1981 Les Ailes de la Colombe met hem. De opnames van de nieuwe film, L'École de la chair waren gestart in februari 1998 en waren slechts voltooid twee dagen voor de Cannes aankondigingen van de officiële selecties voor de Competitie in 1998 van het Festival de Cannes. Sinds 1998 zouden Benoît en Isabelle werken aan drie films in de twee jaren daarna: L'École de la chair (1998), Pas de scandale (1999) en La Fausse suivante (2000). In 2009 kwam daar nog Villa Amalia bij.
Isabelle Huppert bleef haar prominente positie in de Franse cinema bevestigen terwijl ze het vierde decennium van haar carrière inging. Ze bleef constant twee tot drie film per jaar maken. Isabelle schuwde het niet om met regisseurs van een jongere generatie samen te werken. Dat was onder meer het geval in La Vie Moderne (1999) van Laurence Ferreira Barbosa, Saint-Cyr (2000) van Patricia Mazuy en Les Destinées sentimentales (2000) van Olivier Assayas. In 8 femmes (2001) van François Ozon en La Vie Promise (2002) van Olivier Dahan waagde ze zich zelfs aan samenwerking met een nog jongere generatie regisseurs. Daarnaast bleef ze werken met oudere regisseurs zoals Raoul Ruiz in Comédie de l'innocence (2000) en Claude Chabrol in Merci pour le chocolat (2000) en L'Ivresse du pouvoir (2006). Merci pour le chocolat was goed voor de prijs voor de beste actrice op het Montréal World Film Festival van 2000.
In 2001 bereikte de carrière van Isabelle Hupert een nieuw hoogtepunt met de film La Pianiste (2001) van Michael Haneke. Voor haar acteerprestatie ontving ze haar tweede prijs in Cannes. Later werkte ze nog twee keer samen met Haneke, onder meer voor het alom bekroonde drama Amour (2012). Volgens een poll van Studio Magazine was ze de meest geliefde actrice van het jaar 2002.
Films (selectie) 1972 Faustine et le bel été van Nina Companeez Le Bar de la fourche van Alain Levent César et Rosalie van Claude Sautet 1974 Les Valseuses van Bertrand Blier L’Ampélopède van Rachel Weinberg Glissements progressifs du plaisir van Alain Robbe-Grillet 1975 Sérieux comme le plaisir van Robert Benayoun Dupont Lajoie van Yves Boisset Rosebud van Otto Preminger Aloïse van Liliane de Kermadec Le Grand délire van Dennis Berry 1976 Docteur Françoise Gailland van Jean-Louis Bertuccelli Le Juge et l'Assassin van Bertrand Tavernier Je suis Pierre Rivière van Christine Lipinska Le Petit Marcel van Jacques Fansten 1977 La Dentellière van Claude Goretta Les Indiens sont encore loin van Patricia Moraz 1978 Violette Nozière van Claude Chabrol 1979 Retour à la bien-aimée van Jean-François Adam Les Soeurs Brontë van André Téchiné 1980 Loulou van Maurice Pialat Sauve qui peut (la vie) van Jean-Luc Godard Les Héritières van Márta Mészáros Heaven's Gate van Michael Cimino La storia vera della signora delle camelie van Mauro Bolognini 1981 Les Ailes de la colombe van Benoît Jacquot Coup de torchon van Bertrand Tavernier Eaux profondes van Michel Deville 1982 Passion van Jean-Luc Godard La Truite van Joseph Losey 1983 Coup de foudre van Diane Kurys Storia di Piera van Marco Ferreri La Femme de mon pote van Bertrand Blier 1984 La Grace van Christine Pascal 1985 Signé Charlotte van Caroline Huppert Sac de nœuds van Josiane Balasko 1986 Cactus van Paul Cox 1987 Milan noir van Ronald Chammah The Bedroom Window van Curtis Hanson Les Possédés van Andrzej Wajda 1988 Une affaire de femmes van Claude Chabrol 1989 Seobe van Aleksandar Petrovic 1990 La Vengeance d'une femme van Jacques Doillon 1991 Malina van Werner Schroeter Madame Bovary van Claude Chabrol 1992 Après l'amour van Diane Kurys 1994 Amateur van Hal Hartley L’Inondation van Igor Minayev La Séparation van Christian Vincent 1995 La Cérémonie van Claude Chabrol 1996 Les Affinités électives van Paolo en Vittorio Taviani 1997 Les Palmes de M. Schutz van Claude Pinoteau Rien ne va plus van Claude Chabrol 1998 L'École de la chair van Benoît Jacquot 1999 Pas de scandale van Benoît Jacquot La Vie Moderne van Laurence Ferreira Barbosa 2000 La Fausse suivante van Benoît Jacquot Saint-Cyr van Patricia Mazuy Les Destinées sentimentales van Olivier Assayas Merci pour le chocolat van Claude Chabrol Comédie de l'innocence van Raoul Ruiz 2001 La Pianiste van Michael Haneke: Erika Kohut 2002 8 femmes van François Ozon: Augustine Deux van Werner Schroeter La Vie Promise van Olivier Dahan 2003 Le Temps du loup van Michael Haneke 2004 Ma Mère van Christophe Honoré I love Huckabees van David O. Russell Les Sœurs fâchées van Alexandra Leclère 2005 Gabrielle van Patrice Chéreau 2006 L'Ivresse du pouvoir van Claude Chabrol Nue propriété van Joachim Lafosse 2007 L’Amour caché van Alessandro Capone Medee Miracle van Tonino De Bernardi 2008 Un barrage contre le Pacifique van Rithy Panh 2009 Villa Amalia van Benoît Jacquot 2010 Copacabana van Marc Fitoussi 2011 Captured van Brillante Mendoza My Little Princess van Eva Ionesco Mon pire cauchemar van Anne Fontaine 2012 Amour van Michael Haneke : Éve Bella addormentata (of La Belle Endormie) van Marco Bellocchio : Divina Madre 2013 La Religieuse van Guillaume Nicloux : Mère Supérieure de Saint-Eutrope Dead Man Down van Niels Arden Oplev : Valentine Louzon Au bonheur des ogres van Nicolas Bary : La reine Zabo Tip Top van Serge Bozon : Esther Lafarge 2014 Abus de faiblesse van Catherine Breillat : Maud La Ritournelle van Marc Fitoussi : Brigitte The Disappearance of Eleanor Rigby: Him & Her van Ned Benson : Mary Rigby 2015 Louder than Bombs van Joachim Trier Valley of Love van Guillaume Nicloux : Elle 2016 L'Avenir van Mia Hansen-Løve: Nathalie Elle van Paul Verhoeven: Michelle Souvenir van Bavo Defurne: Liliane 2017 Happy End van Michael Haneke: Anne Laurent Madame Hyde van Serge Bozon: Madame Géguil 2018 Eva van Benoît Jacquot: Eva Greta van Neil Jordan: Greta Hideg 2019 Une jeunesse dorée van Eva Ionesco: Lucile Wood Blanche comme neige van Anne Fontaine: Maud Frankie van Ira Sachs: Frankie 2020